Door:
Florien Willems

1 maart 2016

Categorieën

Tags

Tempels Myanmar. Foto: Florien Willems

Tempels Myanmar. Foto: Florien Willems

ACHTERGROND – Sinds de grenzen van Myanmar open zijn groeit het aantal nationale ngo’s in het land. Hun rol wordt groter, maar er zijn nog steeds veel problemen waar ze tegenaan lopen. Een gesprek met drie nationale ngo’s, Swanyee, Pandita en Child’s Dream, geeft inzicht in hoe het in hedendaags Myanmar is om als ngo te werken.

Het kantoor van dr. Zaw Min Sein staat in de rijke universiteitswijk van Yangon, maar binnen staat een maquette van hoe dr. Zaw’s ideale project in een arm plattelandsdorp er uit ziet. De boeddhistische Zaw heeft de ruimte versiert met Boeddhabeelden en medewerkers lopen op blote voeten. Ik bevind me in het hoofdkantoor van Swanyee, één van Myanmars grootste ngo’s, dr. Zaw Min Sein is de oprichter. We praten over hoe de rol van ngo’s is veranderd in de afgelopen paar jaar, sinds de grenzen van Myanmar open zijn.

Myanmar, een prachtig land met groene heuvels, witte stranden, uitgestrekte rijstvelden en overal tempels en pagodes. Het ligt tussen India en Thailand in, in Zuid-Oost-Azië. Over dit grootste boeddhistische land ter wereld wordt steeds meer bekend, nu het na jaren van isolatie opener wordt. In november 2015 vonden in het land voor het eerst democratische verkiezingen plaats. Echt democratisch is het nog niet met slechts 30 procent van de bevolking met stemrecht, maar verkiezingen op zich zijn al een grote stap. Tot 2010 heerste er namelijk een militaire dictatuur en was het land gesloten voor invloeden van buitenaf. Daarna veranderde er veel.

De grenzen gingen open, toeristen en buitenlandse bedrijven en investeerders vinden er nu makkelijker hun weg. Internationale ngo’s streken neer in het land, en krijgen steeds meer geld en ruimte om projecten te implementeren. De term ‘ngo’ heeft in Myanmar een negatieve bijklank. Internationale ngo’s hebben een slechte reputatie: zij smijten met geld en de medewerkers verdienen riante salarissen en rijden dikke auto’s. Toch zijn het wel deze internationale ngo’s die de grote bedragen van donoren binnenslepen. Dat zorgt voor een van de grootste problemen voor de kleinere, nationale ngo’s. ‘Veel nationale ngo’s hebben het zwaar als het gaat om het krijgen van fondsen. Het meeste geld gaat naar internationale organisaties,’ vertelt dr. Zaw, ‘en ook een groot deel gaat direct naar de overheid. Donoren doen dit omdat ze denken dan invloed te kunnen hebben op het systeem.’

Overheid bepaalt

Myanmar kent sinds het eind van het militaire regime een groeiend aantal nationale ngo’s. Het is onduidelijk hoeveel dit er precies zijn omdat het leeuwendeel hiervan niet geregistreerd is en illegaal werkt. Het krijgen van een registratie is lastig. Het is een tijdrovend en bureaucratisch proces, wat ook nog eens veel geld kost. Dr. Zaw vertelt dat hij er voor Swanyee zes jaar over heeft gedaan om de registratie te krijgen. Om dit rond te krijgen moest hij vaak ‘presentjes’ aan de overheid geven. ‘Dat is corruptie, maar ik moest dat doen. Zo werkt deze cultuur.’

De overheid probeert steeds democratischer te worden en zegt meer naar het maatschappelijk middenveld te luisteren. Krijgen nationale ngo’s nu ook meer invloed? Dr. Zaw heeft het gevoel van wel. ‘Maar,’ zegt hij, ‘alleen op onderwerpen waar de regering ons toestaat te werken.’ Swanyee heeft projecten door het hele land en een aantal goede samenwerkingsverbanden met buitenlandse ngo’s zoals PLAN en overheden zoals die van Denemarken. Het werkt momenteel op vijf onderwerpen: armoedebestrijding en landelijke ontwikkeling; noodhulp; natuurbehoud; water en sanitatie; levensonderhoud. Het zou graag ook aandacht besteden aan vredesopbouw, maar dat mag (nog) niet. De regering heeft nog steeds enorm veel invloed op het werk dat ngo’s uitvoeren, dus zij kunnen niet geheel vrij werken. ‘Bij de voorbereiding van projecten moeten we altijd alert zijn op de mening van de regering’, zegt Zaw. Khin Cho, van ngo Child’s Dream, stelt het iets voorzichtiger wanneer ik hem ernaar vraag tijdens een krakend telefoongesprek: ‘Vergeleken met tien jaar geleden hebben ngo’s wel veel vrijheid om te werken. De regering controleert het niet, mits ngo’s werken volgens de regels.’ Child’s Dream is een middelgrote ngo, heeft een registratie en krijgt geld via donoren en fondsen. Ondanks de registratie is het toch voor hen moeilijk om aan voldoende geld te komen. Child’s Dream faciliteert trainingen over gezondheid en onderwijs, en concurreert daarmee met bekendere internationale ngo’s die vaak makkelijker geld krijgen van donoren.

Verschillende onderwerpen

Tham Cha van ngo Pandita spreek ik in zijn kantoor in downtown Yangon. Eetkraampjes kleuren hier het straatbeeld en een geur van vers eten, kruiden, vuur en afval hangt overal in deze wijk. Het rumoer van buiten en het gezoem van de ventilator binnen zorgen voor veel achtergrondgeluid. Tham is hier duidelijk aan gewend en praat rustig door, terwijl hij ondertussen zijn medewerkers helpt bij hun werk en af en toe deelnemers van zijn projecten telefonisch te woord staat. Pandita is een kleine ngo van een paar jaar oud met voornamelijk onderwijs- en jongerenprojecten. Het werkt nog altijd zonder registratie (dus illegaal), aanvragen hiervoor zijn vooralsnog niet gehonoreerd. Daardoor heeft Pandita erg veel moeite om geld van donoren of fondsen te krijgen.

Yangon. Foto: Florien Willems

Yangon. Foto: Florien Willems

Tham vertelt dat het oordeel van de overheid om ergens aan te mogen werken als nationale ngo per situatie en per moment verschilt en dat maakt het zo lastig. Zo mochten ngo’s voorheen niet op het onderwerp HIV/aids werken, maar nu mag het wel. Vredesopbouw is momenteel een no go area voor nationale ngo’s, maar de internationale ngo’s krijgen juist extra geld om zich daarmee bezig te houden. Door deze veranderlijkheid is het voor de nationale ngo’s bijna onmogelijk om een lange termijnplanning te maken. Dit heeft ook weer invloed op het aanvragen en krijgen van fondsen, waarvoor vaak een meerjarenplan is vereist. Op sommige gebieden zoals onderwijs en kennisopbouw begint de overheid nationale ngo’s meer in projecten te betrekken. ‘Ze hebben ons nodig, want wij hebben kennis van de lokale situatie. Wij weten wat er speelt’, legt dr. Zaw uit. Maar uiteindelijk bepaalt de overheid dan alsnog wat er gebeurt. ‘We hebben eigenlijk een wet nodig waarin onze vrijheid om te werken gewaarborgd wordt’, zegt Tham, ‘en een wet die ons beschermt.’

Meer impact

Gelukkig voor de nationale ngo’s in Myanmar is er ook iets positiefs gesignaleerd. Binnen de onderwerpen waarop nationale ngo’s wél mogen werken kunnen ze veel doen en hebben ze meer impact dan voorheen, volgens alle drie de ngo’s. ‘De overheid opent voor ons de deur voor diverse activiteiten op verschillende locaties’, aldus Khin. Volgens Tham wordt er meer bereikt: ‘We zien dat de jeugd die wij geholpen hebben nu veel meer kansen voor zichzelf creëert, en deze ook aangrijpt. Een aantal van deze jongeren heeft nu een goede baan.’ Bij Swanyee blijkt uit evaluaties en monitoring grote verbetering op het gebied van landelijke ontwikkeling en levensonderhoud bij boeren. Dit komt onder andere doordat er beter wordt samengewerkt met lokale overheden, die begrijpen dat ze de kennis van de ngo’s nodig hebben.

Platteland Myanmar: Foto Florien Willems

Platteland Myanmar: Foto Florien Willems

Dit is een goede stap, maar dr. Zaw ook geeft aan dat er nog veel moet gebeuren voordat ngo’s helemaal vrij kunnen werken. ‘We hebben nu goedkeuring van de regering nodig om dingen voor elkaar te krijgen.’ Echt vrij werken is dus zeker nog niet aan de orde voor ngo’s in Myanmar. Ook vooruit denken en plannen blijft lastig, veel hangt af van de uitslag van de recente verkiezingen. Pas in maart 2016 wordt de nieuwe regering geïnstalleerd en tot die tijd is het maken van toekomstplannen moeilijk, omdat nog niet duidelijk is welke kant de nieuwe regering op zal gaan – op welke onderwerpen mag er dan gewerkt worden? Toch hebben alle drie de ngo’s er wel vertrouwen in dat het langzaamaan de goede kant op gaat voor ngo’s in Myanmar. De manier van werken is aan het veranderen, maar er is nog een lange weg te gaan.

Florien was in Myanmar met journalistencollectief The Caravans Journal.

Een klimaatlijst voor Kaag

Door Joris Tielens | 13 september 2019

Stoppen met subsidies en exportkredieten voor fossiele brandstoffen, het beprijzen van CO2 en het tegengaan van belastingontduiking door de fossiele industrie. Het zijn een aantal zaken waarvoor minister Kaag internationaal moet pleiten tijdens de klimaattop in New York op 23 september, volgens de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV).

Lees artikel

De vergeten klimaattafel

Door Joris Tielens | 04 september 2019

Het klimaatakkoord is veelbesproken, maar de helft van de ‘Nederlandse’ CO2-uitstoot blijft onderbelicht: die in het buitenland. Valt klimaatverandering te beperken door geen subsidies meer te geven aan de fossiele industrie, door meer klimaatdiplomatie? Heleen de Coninck en Marcel Beukeboom kijken voorbij de grenzen.

Lees artikel

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel