Door:
Arne Doornebal

8 februari 2016

Categorieën

Tags

ACHTERGROND – Buiten de Verenigde Staten zijn er niet veel landen in de wereld die ‘regime change’ in het buitenland kunnen bewerkstelligen. Oeganda is wèl zo’n staat. Het hielp in de jaren ’90 het nieuwe regime in Rwanda in het zadel en zorgde er de afgelopen jaren voor dat de wankele regeringen van Zuid-Soedan en Somalië niet door rebellen of terreurgroepen onder de voet werden gelopen.

“Die reeks militaire interventies komt voort uit een soort pan-Afrikaanse agenda,” meent Angelo Izama, journalist en oprichter van Fanaka Kwa Wote, een denktank die zich richt op militaire verhoudingen in de regio. “Het regime in Oeganda ziet de grenzen van het land duidelijk iets ruimer dan destijds door de koloniale overheersers is vastgesteld.” De kosten die Oeganda aan het leger uitgeeft zijn, mede door de buitenlandse avonturen, al jaren flink aan het stijgen. Spendeerde Oeganda in 1992 nog 42 miljoen dollar aan het leger, in 2001 was dat bedrag vervijfvoudigd. En voor het jaar 2015/2016 wordt er maar liefst 460 miljoen dollar (410 miljoen euro) voor het leger uitgetrokken.

Volgens Jonathan Fisher, hoogleraar Afrikaanse politiek aan de universiteit van Birmingham, is Oeganda er sinds de jaren ’90 steeds beter in geslaagd om hun eigen militaire belangen parallel te laten lopen met die van het Westen, en specifiek de Verenigde Staten. “Op die manier kon Oeganda gemakkelijk allerlei financiële en militaire steun krijgen,” aldus Fisher. Hij noemt Soedan als voorbeeld. “Na de aanslagen van 09/11 voerde Amerika de druk op Soedan op.” Bin Laden woonde daar jarenlang. “Ook Oeganda steunde in die periode groepen die tegen Khartoem vochten.”

De hoogleraar ziet nog een ander voordeel dat Oeganda hieruit haalde. “Op die manier werd de aandacht flink afgeleid van de binnenlandse politiek, waarin Museveni tussen ’96 en 2006 steeds autocratischer werd.”

Om de vele militaire avonturen enigszins overzichtelijk te houden staan ze hieronder beschreven, land voor land en in chronologische volgorde. De strijd tegen Joseph Kony’s LRA-rebellen beslaat diverse landen en wordt apart behandeld.

Rwanda, 1990

Yoweri Museveni’s National Resistance Movement (NRM) is nog maar vier jaar aan de macht wanneer het eerste buitenlandse avontuur begint. Museveni’s leger, dat tot de machtsovername een rebellengroep was en vanaf de machtsovername in Oeganda in 1986 het officiële leger, bestaat namelijk voor een substantieel deel uit Rwandese ballingen. “Paul Kagame, de huidige president van Rwanda, was jarenlang een zeer belangrijke spil in het leger van Museveni,” aldus Angelo Izama. Terwijl de politieke situatie in Rwanda aan het eind van de jaren ’80 onrustig was, begonnen de 2.000 (volgens andere bronnen 4.000) Rwandese militairen in Oeganda zich op te maken voor een gewapende interventie in het thuisland.

Op 1 oktober 1990 deserteren de Rwandese soldaten collectief uit het Oegandese leger, nemen hun wapens mee de grens over en plegen een aanval in Rwanda. Museveni is op dat moment in het buitenland. Voor de massa-desertie werd niemand veroordeeld. Pas vier jaar later, tegen het eind van de Rwandese genocide van 1994, slaagt deze rebellengroep er onder leiding van Kagame in om de macht in Rwanda over te nemen. Museveni’s oud-strijdmakker Kagame laat het presidentschap eerst aan iemand anders over maar is dan al de de-facto leider van Rwanda.

Uganda_Map_RGB_webversie-01-01Oost-Congo, 1998

“Van alle militaire interventies de afgelopen jaren werd bij die in Oost-Congo de meeste vuile handen gemaakt,” zegt Izama. Het is 1996 als de door Rwanda gesteunde rebellenleider Laurent Kabila vanuit het Oosten Congo binnenvalt en uiteindelijk dictator Mobutu Sese Seko verdrijft. Niet veel later breekt Kabila met Rwanda en begint een nieuwe gevechtsronde, die zal uitmonden in wat ook wel de eerste ‘Afrikaanse Wereldoorlog’ genoemd wordt. In 1998 mengt ook de UPDF, het Oegandese leger, zich in het conflict. In eerste instantie aan de zijde van Rwanda. Als blijkt dat regime-change vanuit het Oosten niet zo makkelijk opnieuw te realiseren is valt de coalitie uiteen. “Hier is de reputatie van het Oegandese leger als plunderaars van grondstoffen vandaan gekomen,” vertelt Izama.

Legers van Oeganda en Rwanda controleren een gebied van meer dan duizend kilometer diep de Congo in, en grondstoffen waaronder diamant worden op grote schaal naar het eigen land overgebracht. In Kisangani zijn tot op de dag van vandaag de sporen te vinden van drie incidenten in 1999 en 2000, die in de volksmond de 1-daagse, 3-daagse en 6-daagse oorlog genoemd worden. Het Rwandese en het Oegandese leger bevochten elkaar hier met zwaar geschut met maar één doel: de grondstoffen van Congo. Honderden burgers overleefden dit niet. In 2005 oordeelde het International Court of Justice (ICJ) in Den Haag dat Oeganda schuldig is aan onder andere plundering en dat een schadevergoeding betaald moet worden. Na tien jaar onderhandelen (Congo zet in op 10 miljard dollar) is er nog altijd geen cent betaald.

Somalië, 2007

In Somalië komt vanaf 2006 een steeds groter gebied in handen van Al Shabaab, een fundamentalistisch islamitische terreurgroep die een Taliban-achtig bewind voert in gebieden die het controleert. In 2007 besluit de Afrikaanse Unie (AU) om in te grijpen. Er komt een militaire missie van de AU, gesteund door de Verenigde Naties: AMISOM. Een unicum in zijn soort. “Voor Oeganda een kans om zich te laten zien als internationaal gewaardeerde vredestroepen,” aldus Izama. Oeganda levert als eerste troepen en heeft er sindsdien tenminste 6.000 man gelegerd. “Deze troepen krijgen aanzienlijk meer betaald dan soldaten die gewoon in Oeganda blijven,” weet Fisher. “De militaire aanwezigheid daar is een soort economie op zichzelf geworden.” Het offer dat Oeganda brengt is groot. Inmiddels wordt vrij openlijk gesteld dat tenminste 500 Oegandezen zijn omgekomen tijdens deze missie. Op internet gaan beelden rond van bloedige aanvallen door Al Shabaab op troepen van de Afrikaanse Unie.

Ayaan Abukar, een Somalisch-Nederlandse politicologe, bezocht de Oegandese troepen in Mogadishu vorig jaar nog. “Een tamelijk professionele missie inderdaad. Maar er mag nog wel meer samengewerkt worden met de lokale bevolking. Die begrijpt lang niet altijd waarvoor ze daar zijn. Al Shabaab is flink teruggedrongen, maar het grote probleem nu is dat er geen exit-strategie is. De missie zou zes maanden duren, maar inmiddels zit AMISOM er al negen jaar.” Fisher: “Zodra AMISOM zich terugtrekt neemt Al Shabaab het weer over. Er wordt te weinig geïnvesteerd in het opbouwen van capaciteit van het Somalische leger.”

Zuid-Soedan, 2013

Het in 2011 onafhankelijk geworden Zuid-Soedan ontaardt nauwelijks twee jaar later alweer in een burgeroorlog. Slecht nieuws voor Oeganda, dat tienduizenden landgenoten in de jongste staat ter wereld heeft werken: brommerchauffeurs, VN-personeel, hotelbedienden en prostituees. Het conflict barst los op 15 december 2013, onopgemerkt door de wereld die op die dag Nelson Mandela begraaft. Maar Oeganda merkt het wèl. Terwijl op straat in Juba verschrikkelijke etnische moordpartijen plaatsvinden staan er binnen 48 uur Oegandese militairen met hun ‘boots on the ground’ om de belangen van zakenpartner Oeganda te beschermen.

“Iedereen was verbaasd over die razendsnelle interventie,” aldus Izama. “Daar kwam een beetje geluk bij kijken. Er stond net een groep soldaten klaar om naar Somalië te vertrekken. Die konden dus zonder tijdverlies naar Zuid-Soedan.” Vanwaar deze interventie? “Vooral om te voorkomen dat het regime van het land om zou vallen,” weet Izama. “Als sterke man van de regio voelde Museveni zich geroepen om in te grijpen,” meent Fisher. Overigens slaagde de interventie er niet in een vluchtelingenstroom tegen te houden. Volgens de UNHCR zijn er inmiddels een kwart miljoen Zuid-Soedanese vluchtelingen in Oeganda.

De jacht op Joseph Kony

Los van de genoemde interventies gericht op regimes is er nog een ander militair avontuur dat Oegandese troepen in drie buurlanden tegelijk bezighoudt. De strijd tegen Joseph Kony en zijn rebellengroep Lord’s Resistance Army (LRA).

Het LRA bestaat sinds eind jaren ’80 en is al snel ook in het zuiden van het dan nog ongedeelde Soedan actief. In 2002 beginnen de Oegandezen daar een militaire anti-LRA operatie: Iron Fist. Kony komt steeds meer in het nauw en trekt richting DR Congo. Ook daar slaat Oeganda militair toe; met een mislukte luchtaanval. Kony trekt verder. De afgelopen jaren wordt aangenomen dat Kony’s rebellengroep, of wat daar nog van over is, zich schuilhoudt in het grensgebied tussen de Centraal-Afrikaanse republiek, Zuid-Soedan en Soedan. Oegandese troepen, zo’n 2.000 volgens de laatste schattingen, bestrijden ze vanuit bases in Zuid-Soedan, DR Congo en in de Centraal-Afrikaanse republiek. Ze krijgen hierbij militaire steun van de Verenigde Staten. Er zijn 100 Amerikaanse ‘adviseurs’ actief in de strijd tegen Kony.

Nauwelijks een rol bij de verkiezingen

Museveni’s militaire invloed strekte zich de afgelopen jaren dus grofweg uit van Kisangani tot Mogadishu en van Zuid-Soedan tot Rwanda. En wellicht ook Burundi, een belangrijk land dat nog niet genoemd is in dit verhaal. Ook in dat conflict is er een Oegandese rol weggelegd: tot nu toe als (weinig succesvol) bemiddelaar. Journalist Angelo Izama noemt het logisch dat Oeganda zich ook hier mee bemoeit. “Niemand wil dat Burundi omvalt, want dat kan grote gevolgen hebben voor veiligheid en stabiliteit in de rest van de regio.”

De belangrijke rol van Oeganda wordt internationaal alom erkend, maar in de verkiezingen van 18 februari speelt het tot nu toe geen rol. In een heus verkiezingsdebat, behoorlijk gehyped als ‘het eerste ooit in zijn soort’ en geboycot door Museveni, is buitenlandse politiek geen enkele keer besproken. Drie uur lang ging het over andere dingen: olie, onderwijs en economie. En zelfs nog even over corruptie, al dan niet gestolen verkiezingen en homoseksualiteit. Hoogleraar Fisher erkent dat ook een machtswisseling na 18 februari weinig zal veranderen. “Stel dat het leger toestaat dat bijvoorbeeld Besigye wint. Dan kijkt hij natuurlijk wel uit om de generaals tegen het hoofd te stoten door lucratieve militaire missies af te breken.”

 

Vechten voor het recht op liefde

Door Siri Lijfering | 05 december 2019

De antihomowet die in Nigeria is ingevoerd, maakt de lhbt-gemeenschap nòg kwetsbaarder. Zo is opkomen voor lesbische vrouwen zowel broodnodig als gevaarlijk; een kat-en-muisspel met hoge inzet. Hoe gaat het strategisch partnerschap Count Me In! ermee om?

Lees artikel

Venezolaanse vluchtelingen op Curaçao vallen tussen wal en schip

Door Bob van Dillen | 05 december 2019

Nu er een humanitaire crisis is in onze eigen regio, geeft de Nederlandse overheid niet thuis. Dat schrijft Bob van Dillen van Cordaid, die de situatie nauwgezet volgt, in deze opiniebijdrage. Ondertussen wordt de situatie steeds nijpender en krijgen vluchtelingen op Curaçao geen menswaardige behandeling.

Lees artikel

Strijd op twee fronten

Door Siri Lijfering | 04 december 2019

De Nigerdelta is aantrekkelijk voor sekswerkers, maar ook gevaarlijk: geweld en vervolging liggen op de loer. Het strategisch partnerschap Count Me In! probeert hun rechten te beschermen; beeldvorming en beïnvloeding van beleid lijken de sleutel te zijn. Twee sekswerkers doen hun verhaal.

Lees artikel