Door:
Anke Tijtsma

3 februari 2016

Categorieën

anke_tijtsmaBLOG – De overheid is verantwoordelijk voor het recht op gezondheid. Anke Tijtsma van Wemos vult de agenda van de Wereldgezondheidsorganisatie aan met belangrijke punten. Een pleidooi aan het adres van de Nederlandse overheid om hier werk van te maken. Investeer in zorgpersoneel wereldwijd Vorig jaar zat ik in Genève te bibberen van de zenuwen. Ik verwachtte een mail of telefoontje van de penvoerders van de aanvragen die Wemos indiende voor de Strategische Partnerschappen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Wemos behoorde tot de gelukkigen. De komende vijf jaar werken we samen met Amref Health, Health Action International, de Oegandese organisatie Achest en het ministerie aan het project Health Systems Advocacy for Africa. Door de toekenning van dit partnerschap is mijn deelname aan de vergadering van de Uitvoerende Raad van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) dit jaar heel anders. Samen met collega’s luister ik al een paar dagen naar de discussies over allerlei gezondheidsonderwerpen: ebola, zika en andere infectieziekten, welvaartsziekten, duurzame werelddoelen en gezondheid, antibioticaresistentie. Er staan veel mondiale gezondheidsuitdagingen op de agenda. Kwetsbaar zorgpersoneel Gisteren was ik druk met de afronding van de tekst voor onze statement op het thema Zorgpersoneel. Een nieuwe beleidsstrategie is voorgelegd aan de lidstaten. Maar het gat tussen beleid en haar implementatie dreigt ook hier een probleem te worden. Zorgpersoneel is een van de thema’s waar Wemos al jaren op werkt en waarop we ons kunnen blijven richten, want voldoende zorgpersoneel is essentieel om goed functionerende gezondheidssystemen te garanderen in Afrika. Er is al jaren bekend dat we op mondiaal niveau een enorm tekort hebben aan zorgpersoneel. De ebolacrisis heeft pijnlijk zichtbaar gemaakt hoe essentieel het is om voldoende gezondheidswerkers ter plekke te hebben. Er zijn notabene veel gezondheidswerkers overleden als gevolg van de uitbraak. Personeel is schaars en kwetsbaar. Dat is precies de reden dat het belangrijk is dat landen investeren in het opleiden van voldoende, goed geschoold zorgpersoneel. Daarnaast is het essentieel dat artsen, verpleegkundigen en verloskundigen goede arbeidsomstandigheden hebben en voldoende betaald krijgen voor het werk dat ze doen. Dat zorgt er ook voor dat ze minder reden hebben om te migreren naar andere landen. Gezondheid is een mensenrecht In het statement dat ik op donderdagavond 28 januari voorlas, heb ik benadrukt dat iedere overheid de plicht heeft om het recht op gezondheid van ieder mens te realiseren. Onderdeel daarvan is het feit dat je als mens toegang zou moeten hebben tot een zorgverlener, ongeacht waar je woont. Dat is een uitdaging in veel landen. Daarom is het cruciaal dat overheden elkaar helpen bij het implementeren van dit mensenrecht. Voor de Nederlandse overheid betekent dit mensenrecht dat we niet alleen in eigen land moeten zorgen voor voldoende zorgpersoneel. We dragen ook de verantwoordelijkheid om andere landen te assisteren bij het realiseren van dit universele recht. Dat kan de overheid doen door andere landen financieel of technisch bij te staan. Door bijvoorbeeld financiële steun aan opleidingsinstituten in lage inkomenslanden te geven. Het helpt ook dat we in Nederland zorgen dat ons eigen personeelsbestand op orde is zodat we geen aanzuigende werking hebben op zorgpersoneel uit andere landen. Immers, als wij buitenlands personeel aannemen betekent dit dat ze niet in eigen land aan de slag gaan. Een aantal jaren geleden hadden sommige Nederlandse ziekenhuizen de neiging om tekorten op de operatieafdeling op te lossen door Indiase operatieassistenten te werven. Dat is geen duurzame oplossing. Opletten dus wat voor gevolgen de hervormingen en bezuinigingen in de zorg hebben. De ebola-uitbraak heeft zichtbaar gemaakt hoe cruciaal het is om overal ter wereld zorgstelsels te hebben met voldoende menskracht. Ook al speelde ebola zich af in drie landen in Afrika, het had een wereldwijde pandemie kunnen worden. Ebola liet ons zien dat ook de Nederlandse overheid moet bijdragen aan goed functionerende zorgstelsels in andere landen. Want wat ver weg gebeurt, kan in een mum van tijd ook ons raken. Notabene, vanuit een rechtenperspectief is ook onze overheid medeverantwoordelijk voor wat er in andere landen nodig is. Bijdrage aan het oplossen van personeelstekorten Ik ben blij dat Wemos deelnemer is in een van de 25 strategische partnerschappen van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Op die manier kunnen we zowel vanuit ‘samenspraak als tegenspraak’ onze pleitbezorging voortzetten. We hebben door samenwerking met Europese ngo’s veel bereikt in de afgelopen jaren. We gaan de komende vijf jaar nauwer samenwerken met civil society op het Afrikaanse continent. Onze uitdaging: samen lobbyen en Afrikaanse organisaties ondersteunen bij het versterken van hun capaciteit en daarbij gelijktijdig onze eigen capaciteit verder versterken. Uit de interventies van diverse lidstaten van de WHO bleek dat er prachtige plannen liggen maar dat de uitvoering tegenvalt vanwege gebrek aan technische capaciteit en financiering. Kijk, daar ligt een rol voor zowel ngo’s als voor overheden. Het kader van het strategisch partnerschap biedt ons ruimte om daaraan een bijdrage te leveren. Mondiale personeelstekorten hebben we niet in een paar jaar opgelost. Nu zit ik weer in Genève – ditmaal niet te bibberen, maar met de zekerheid dat ons strategisch partnerschap bijdraagt aan de ‘progressive realisation of the Right to Health’ van alle inwoners.

De erfenis van vier bevlogen vrouwelijke ministers

Door Paul Hoebink | 07 juli 2020

Vier vrouwelijke ministers van Ontwikkelingssamenwerking sloegen eind vorige eeuw de handen ineen met de ‘Utstein-4’. De Nederlandse Eveline Herfkens was een van hen. Wat hebben zij samen bereikt? Herfkens’ long time partner in life and work poogt in zijn nieuwste boek de balans op te maken, maar raakt verstrikt in de feiten.

Lees artikel

‘Opgeven is erger dan verliezen’

Door Marc Broere | 29 juni 2020

Carolyne Ndalilah, directeur van de spraakmakende Keniaanse jongerenorganisatie TYSA, helpt jongeren zichzelf én de uitdagingen van hun gemeenschap te leren kennen. ‘Wat onze samenleving nodig heeft, zijn jongeren die voorbij de dag van morgen denken; die het als een uitdaging zien het onmogelijke uit te proberen.’

Lees artikel

In coronatijd schiet de noodhulpsector terug in oude reflexen

Door Sarah Haaij | 18 juni 2020

Noodhulp moet effectiever en meer lokaal worden georganiseerd, sprak de internationale gemeenschap in 2016 af. Voortaan zou een kwart van het hulpgeld zo direct mogelijk naar lokale partners gaan. De kloof met de praktijk is ‘schokkend’: o,1 procent van het corona-noodhulpgeld gaat rechtstreeks naar lokale ngo’s, voor wie inspraak en toegang tot fondsen tijdens de pandemie nog moeilijker lijkt te worden.

Lees artikel