Door:
Wilka Kennedid

3 december 2015

Categorieën

Pasfoto sept 2015 - 1BLOG – Wilka  Kennedid, expert politieke cultuurhistorie Hoorn van Afrika, is net terug in Nederland na vier jaar verblijf in Ethiopië. Hij schreef deze blog over hoe minister Ploumen haar hulp en handel agenda ook in Ethiopië probeert te integreren. Er is veel aandacht voor Nederlandse bedrijven als Heineken. In Kennedids geboortestad Harar, dé Heinekenstad in Oost-Ethiopië, wordt duidelijk dat er een flinke schaduwkant aan het verhaal kleeft. Ethiopiërs moeten meer gaan drinken om uit aid for trade succes te halen. Vice Versa volgt minister Ploumen vanaf haar aantreden al, terecht, heel kritisch (bijvoorbeeld in het themanummer ‘Handel en Hulp’). In andere media lijkt die kritiek stevig verzacht, zo niet verstomd. Zo lees ik steeds regelmatiger uitspraken van Nederlandse politici  –  afgelopen maand nog van premier Mark Rutte in New York – dat Heineken zo’n mooi voorbeeld is van die combinatie hulp en handel en van het Nederlandse beleid omtrent verantwoord ondernemen in Afrika. Mijn ervaring in Afrika geeft me een zeker ongemakkelijk gevoel bij die mooie woorden over Heineken zoals van Rutte tijdens de VN-top in New York. Zijn woorden zijn een echo van de lofrede van minister Ploumen toen zij, op werkbezoek in Afrika in 2013, trots de eerste steen metselde van de derde Heineken-fabriek. ‘Kilinto’ genaamd, voortaan de grootste bierbrouwerij in Ethiopië. En van de uitspraken van hoogleraar Van Tulder van de Erasmus Universiteit Rotterdam als hij de Nederlands ontwikkelingssamenwerkingsorganisatie ICCO prijst voor haar samenwerking met Heineken in Ethiopië. Anderen echter blijven bedenkingen houden, in de zin van wat Marc Broere schreef in Vice Versa in 2013: ‘ICCO had (…) al eerder besloten om die luis in de pels functie op te geven en zich vooral als makelaar van het bedrijfsleven aan te bieden’. Ook Oxfam Novib uitte kritiek, maar roert zich over Ethiopië helaas niet meer. Volgens Farah Karimi heeft het alle hulpprojecten in Ethiopië moeten sluiten als gevolg van bezuinigingen. Heineken duikt  telkens weer op als goed voorbeeld van samenwerking in de zin van hulp en handel, vooral omdat nu de lokale kleine boeren als toeleveranciers van de bierfabrieken een kans krijgen. Dat is inderdaad een positieve en ingrijpende ommezwaai van de economische praktijk: tot nu toe waren het immers niet de lokale boeren maar de grote Australische gerstbedrijven die het graan aanvoerden, ondanks de enorme voorraad aan landbouwgrond in Ethiopië. Schaduwkant Maar er zit ook een flinke schaduwkant aan deze nieuwe economie: het bier wordt de lokale bevolking nogal agressief aan de man gebracht. De opkomende middenklasse wordt verleid vooral  aan het (Heineken-)bier het salaris te besteden.  Ik herinner me in dat verband de woorden van een medewerker van ICCO, dat de bierconsumptie fors omhoog moet om de voordelen van hun aanpak te verduurzamen. Volgens de Nederlanders drinken Ethiopiërs vooralsnog te weinig om van aid for trade door Heineken werkelijk een succes te maken. Om een idee te geven: volgens NOS-Nieuwsuur ligt de gemiddelde bierconsumptie in Ethiopië op 5,4 liter per persoon per jaar. In Nederland is dit 66 liter. Dat cijfer van 5,4 lijkt me niet erg nauwkeurig maar vooral: wat is de boodschap van de vergelijking?! In mijn dagelijkse leven de afgelopen vier jaar in de straten en huizen van onder andere Addis Abeba, Diredawa en Harar zag ik hoe we in Afrika aangemoedigd werden bier, bier en nog meer bier te drinken. Ja, bier is ons niet vreemd, we brouwen het in Afrika al eeuwen zelf. In Ethiopië is St. George’s Beer de oudste brouwer, deze is nu in hevige concurrentie met de twaalf soorten Heinekenbieren. Ten dienste van de concurrentie op de biermarkt wordt in cafés flink gestunt met prijzen. Veelal is een tax van drie glazen (jambo’s in Ethiopische cafés, glazen van 250 ml) per dag gewoon, lekker en betaalbaar in het lokale café. En dan komen de grote reclames: ‘Nu! Halve  prijs!  Zes jambo’s voor de prijs van drie!’ Prachtig dat kleine pleziertje, die kleine luxe. Grotere luxe, bijvoorbeeld elke dag goed en voldoende eten is  niet echt betaalbaar in je dagelijkse armoede. En dus ontzeg je jezelf die drie extra jambo’s niet, of in elk geval niet zomaar. Bovendien zijn de Heineken-jambo’s veel gezonder dan de home made brouwsels die je dronk toen je nog arm was, luidt de reclameboodschap.

Heineken

Zure vruchten De zure vruchten van de bierreclame volgen pas later, namelijk als het bier weer de volle prijs kost, maar de consumptie ‘op niveau’ blijft (volgens plan van de bierbrouwer). De lokale samenleving wordt beschadigd door toenemend alcoholisme en in het verlengde daarvan een toename van armoede, dronkemansruzies en geweld thuis en op straat. In Vice Versa waarschuwde voormalig minister Pronk er al voor. In zijn column ‘Drogredenen’ bekritiseert hij het moderne hulp- en handelbeleid van Minister Ploumen. Er bestaan, zo stelt hij, mooie impliciete vooronderstellingen over dat beleid, zoals dat Heineken in Ethiopië bijdraagt aan verduurzaming van ontwikkeling ‘ook al nemen biergebruik en alcoholisme toe en ontvangen vrouwen minder geld om voor de kinderen te zorgen’. Overigens werd het Hararbier, zo heet Heinkenenbier in Ethiopië, een tijdlang geboycot door inwoners van Harar. Uit protest tegen de weigering van Heineken de plaatselijke voetbalclub te sponsoren. Over de werkelijke reden daarvan wordt nog steeds getwist: waren de spelers te veeleisend, te amateuristisch slecht, of gewoon te snel dronken om in te investeren? Hararbeer op je shirt, dat kan niet zomaar toch? Kortom, vooralsnog levert het hulp en handelbeleid vooral boeren, reclamemakers, kroegbazen en ook lokale politie meer werkgelegenheid op. Voor de rest van de bevolking is het allemaal, vooralsnog, minder rooskleurig. Technisch onderwijs, microkrediet zodat ook arme mensen een bedrijfje kunnen opstarten: hopelijk draagt Nederland  (Rutte, Ploumen, ICCO) hieraan net zo’n warm hart toe als aan het ondersteunen van de productie en consumptie van bier. Want trade is niet per definitie ook aid. Wilka Jarbole Kennedid werkte de afgelopen vier jaar in Ethiopië. Hij onderzocht sociaal-culturele en politieke veranderingen in de Somalische regio in Oost-Ethiopië. Verder assisteerde hij Ethiopische migranten bij inburgeringscursussen op de Nederlandse ambassade in Addis Abeba. Deze blog schreef hij aangemoedigd door Marjan Lucas, Nederlandse vredesactiviste en voormalig GroenLinks-politica.

Je hebt een veilige omgeving nodig om te veranderen

Door Marc Broere | 23 juni 2019

Wat houdt dat nu precies in: meer zeggenschap van het Zuiden in de internationale ontwikkelingsagenda? Flexibel en vrij besteedbaar geld voor zuidelijke organisaties, maar vooral ook: aandacht voor machtsstructuren. ‘Dit gaat niet alleen over geld, maar vooral over mensen in staat stellen te doen wat voor hun op dat moment belangrijk is. Dat is eigenaarschap!’

Lees artikel

Tip 1 aan Kaag: ‘Laat noordelijke organisaties verplicht samenwerken met zuidelijke partners’

Door Lizan Nijkrake | 20 juni 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Hajer Sharief, medeoprichter van Together We Build It, een ngo die werkt aan jongeren-en vrouwenparticipatie in Libië’s vredesproces.

Lees artikel

‘Het gedrag van ontwikkelingsorganisaties lijkt op het orkest van de Titanic: doorspelen en doen alsof er niets aan de hand is’

Door Fons van der Velden | 18 juni 2019

De macht van het geld en van connecties spelen in particuliere ontwikkelingssamenwerking helaas nog steeds een doorslaggevende rol, betoogt Fons van der Velden. Dat belemmert een écht gelijkwaardige relatie met zuidelijke partners, terwijl juist daarin de sleutel tot legitimiteit en succes schuilt.

Lees artikel