Door:
Manon Stravens

30 november 2015

Categorieën

Boek Boko Haram COLUMN – ‘Je kunt Boko Haram klappen verkopen, maar hun ideeën raak je niet.’ Een kernachtige uitspraak die Manon Stravens afgelopen zomer op reis in Nigeria hoorde uit de mond van Nigeriaanse journalisten, analisten, hulpverleners, religieuze leiders en jongeren die zij sprak.

‘Je kunt ze klappen verkopen, maar hun ideeën raak je niet.’ Met andere woorden, de kracht van Boko Harams ideologie, althans van het leiderschap, is veel groter dan we denken. Daarmee wint ze jongeren voor zich. De ideologie maakt hen sterker en gedisciplineerder dan het Nigeriaanse leger. Die ideologische kracht van een terreurgroep als Boko Haram snappen we niet. Pas als je in dat land rondloopt, op zondagochtend wakker wordt van luidruchtige rock & roll in de kerk, massa’s moslims op vrijdag ziet bidden, de imposante gouden koepel van de megamoskee in de hoofdstad Abuja aanschouwt, de talloze wonderlijke kerknamen leest of de prekende gezant hoort op het busstation die je een behouden reis wenst met God aan het stuur, dan pas begrijp je de kracht van geloof in Nigeria. Onze geloofshuizen vergrijzen, in Nigeria worden zieltjes heel actief gewonnen. Het land is door en door religieus. En het religieuze landschap is veelzijdig. Zo veelzijdig dat Nigeriaanse jongeren door de bomen het bos niet meer zien. Met zoveel geloofsstromen, sekten, groeperingen weten ze niet meer wie ze moeten volgen. Hun leeftijdsgenoten, voor wie het geloof een way of life is, worden makkelijk gegrepen door een charismatische voorganger met een krachtig verhaal. Werkloosheid, weinig scholing en een pover toekomstperspectief maken jongeren extra vatbaar voor mooie verhalen van al die niet-geregistreerde rondtrekkende predikanten. Net als gebrekkige kennis van hun geloof. Hun ouders waarschuwen hen ervoor. Rol religieuze leiders We lezen over militaire voortgang, maar weinig over de rol van religieuze leiders in de strijd tegen Boko Haram. Of hun reactie erop. Toen de groep nog een bovengrondse beweging was, met een eigen moskee en een andere leider, waren er hevige debatten tussen Boko Haram en andere moslimleiders. Zij streden met woorden over wie de ware islam predikte. Hun op cassettes opgenomen preken vonden gretig aftrek op de lokale markt. Abubakar Shekau, de huidige, meermaals doodverklaarde Boko Haramleider, reed toen als tweede man nog vrij rond op zijn brommertje door Maiduguri. Nu is hij met zeven miljoen dollar op zijn hoofd berucht en gezocht. Inmiddels zijn zoveel gematigde, andersdenkende en kritische religieuze leiders, moslimleiders en christenen, door Boko Haram van kant gemaakt, dat zij zich nauwelijks meer durven uit te spreken. De terreur heeft hen monddood gemaakt. Zo werd in november 2014 een bloedige aanslag gepleegd op de moskee in Kano, precies een week nadat de emir van Kano zijn geloofsgemeenschap had opgeroepen zich te verdedigen tegen Boko Haram. De emir overleefde, maar meer dan honderd gelovigen vonden de dood. Met de matige voortgang van het leger klinkt de roep om een grotere rol voor religieuze leiders steeds harder. Net als beter religieus onderwijs, de registratie van rondtrekkende predikanten en een herziening van de predikantenwet. Vóór de komst van de kolonialen twee eeuwen terug, speelden religieuze leiders een grote politieke en maatschappelijke rol in Nigeria. Hun macht is onder dertig jaar militaire dictatuur en de invoer van democratie uitgehold en teruggebracht tot een ceremoniële. Maar alleen zij weten al die miljoenen Nigeriaanse jongeren, dat klaarstaand leger van opgroeiende pubers, gelovig en zonder toekomstperspectief, met woorden in het hart te raken. Net als Boko Haram dat weet te doen. Sommige religieuze leiders hebben contacten met de terreurgroep, anderen worden bedreigd. Via hen mobiliseert Boko Haram jongeren, bijvoorbeeld door vrijdag in de moskee te komen en van de gemeenschap een aantal strijders te eisen. Worden die niet geleverd, dan dreigt een aanslag. Een grotere rol voor religieuze leiders is dus niet onvoorwaardelijk. Zij moeten net als politici bescherming krijgen. Alleen zo zullen ze zich vrij voelen zich uit te spreken. Nu heerst angst en wantrouwen. Ik voelde het toen ik de pastor en imam om een interview vroeg. Hun kantoor heeft geen uithangbord meer, vermoedelijk omdat zij zijn bedreigd vanwege hun initiatief om samen de op scherp staande relaties tussen christenen en moslims te verbeteren. Wapens werken averechts Boko Haram past tot op zekere hoogte in een rijke traditie van al dan niet militante religieuze bewegingen in een divers, verdeeld, corrupt en diep-religieus land met een turbulent verleden. Boko Haram is allesbehalve een uniek religieus fenomeen of een opstand van straatarme jongens, maar heeft een ingewikkelde voedingsbodem met vele kiemen, its a problem with many faces. En dus vraagt het antwoord om meer dan een militaire interventie. Wapens alleen winnen het niet, die werken eerder averechts. De mysterieuze dood van de eerste Boko Haramleider Mohamed Yusuf heeft heel veel kwaad bloed gezet. De arbitraire arrestatie, detentie en marteling van honderden Boko Haramverdachten, vaak gewone jongens, des te meer. Na elke militaire operatie weet Boko Haram weer op te staan, en steeds bloeddorstiger terug te slaan. ‘Zij die ons willen doden, kunnen rekenen op wraak’, is de boodschap. Met de komst van de burgermilities is het aantal burgerslachtoffers omhooggeschoten. Boko Haram is geen Al Qaeda of IS, maar Nigeria kan ons zeker lessen leren. Want dit land doorstaat al ruim zes jaar wat Europa zojuist met Parijs heeft gevoeld. Brute bloedige en nietsontziende terreur die gezinnen, samenleving en economie ontwricht. Door een paar duizend jonge fanaten van eigen bodem, kennelijk niet te verslaan door het ooit almachtige Nigeriaanse leger en miljarden defensiegeld. We zullen altijd met Boko Haram blijven leven, zeggen velen. De harde kern blijft altijd bestaan, of een andere variant staat op. Wel kunnen we werken aan de buitenste schil van jonge al dan niet gedwongen rekruten van Boko Haram. Door ze een alternatief te bieden, niet alleen met werk en scholing, maar vooral die tegendoctrine, een ideologisch weerwoord. Ga de gevangenissen in, praat met die jongens, biedt ze een alternatief. Een leger van imams, docenten, psychologen en ouders heeft meer effect dan Nigeria’s militairen. Het besef groeit dat het antwoord anders moet. ‘Want je kunt ze klappen verkopen, maar hun ideeën raak je niet.’ Deze column werd uitgesproken tijdens de bijeenkomst Up Close and Personal over Religie en Conflict van Kenniscentrum Religie en Ontwikkeling in samenwerking ICCO/ KerkinActie en Mensen met een Missie. Een verslag van de bijeenkomst vind je op http://www.religion-and-development.nl/news/116/25-november-kcrd-event-up-close-and-personal.

‘Empathie gaat armoede niet oplossen’

Door Lys-Anne Sirks | 18 oktober 2018

Tien jaar lang werkte de Oegandees Sean Patrick binnen de ontwikkelingssector. Maar omdat hij daar naar eigen zeggen geen duurzame verandering kon bewerkstelligen, begon hij als ‘pastarebel’ zijn eigen bedrijf, de Green Banana Food Company. Hoe kijkt hij aan tegen de beleidsnota ‘Investeren in perspectief’ van minister Kaag?

Deel 1 van een serie waarin zuidelijke experts hun visie op de beleidsnota geven.

Lees artikel

Internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen staat nog in de kinderschoenen

Door Lennaert Rooijakkers | 15 oktober 2018

Iedereen heeft de mond vol over internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO). En inmiddels zijn er al vijf convenanten die dat moeten bevorderen van kracht en zitten er nog vier in de pijplijn. Maar is het daarmee ook al integraal onderdeel van het zaken doen in het buitenland geworden?Vice Versa duikt aan begin van week twee van het dossier hulp en handel in de wondere wereld van IMVO.

Lees artikel

‘Beleid hulp en handel alleen succesvol als Nederlandse bedrijven meer lokaal inkopen’

Door Joris Tielens | 12 oktober 2018

De Nederlandse overheid moet Nederlandse bedrijven in Afrika aansporen om lokaal grondstoffen in te kopen, werk te bieden aan Afrikanen en te investeren in Afrikaanse bedrijven. Alleen dan kan het beleid van minister Kaag een succes worden, denkt prof. Chibuike Uche, hoogleraar bij het Afrika Studie Centrum.

Lees artikel