Door:
Linde-Kee van Stokkum

16 oktober 2015

migration1 Een vluchteling verblijft gemiddeld twintig jaar in een vluchtelingenkamp. De veelgebruikte tijdelijke aanpak in kampen lijkt dan niet op z’n plaats. Vluchtelingenkampen moeten daarom meer inzetten op het ontwikkelingspotentieel van de opgevangen vluchteling, zo stelt de Refugee Education Trust tijdens de GFMD-workshop “Ontwikkelingsoplossingen voor gedwongen migratie”.

Gedwongen migratie en ontwikkeling zijn lange tijd als twee aparte verschijnselen benaderd, klinkt het tijdens de GFMD-workshop “Ontwikkelingsoplossingen voor gedwongen migratie”. Gedwongen migratie staat dit jaar voor het eerst op de agenda van het Forum. De terminologie suggereert een nieuwe categorie migranten, maar het tegendeel blijkt waar. De workshop leert ons dat het de groep mensen betreft die onvrijwillig grenzen oversteekt, bijvoorbeeld door oorlog of dreiging van politieke vervolging. Het toevoegen van gedwongen migratie op de agenda echoot het geluid dat al sinds de oprichting van het Forum te horen is, namelijk dat migratie een keuze zou moeten zijn, en geen noodzaak.

Migratie is echter vaak wel een noodzaak. Ook dan is het belangrijk om de link met ontwikkeling te maken. Vluchtelingenkampen bieden in eerste instantie opvang. Daarnaast hebben ze ook het potentieel in huis om het menselijk kapitaal en de talenten van de vluchteling te stimuleren en verder te ontwikkelen. Lange tijd werd simpelweg niet gedacht aan het economische potentieel van vluchtelingen voor de opvanglanden zelf, maar ook voor herkomstlanden – bij terugkeer – en voor eventuele derde bestemmingslanden.

Tijdelijke werkvergunningen
De sessie gaat in op hoe het ontwikkelingspotentieel van gedwongen migratie te realiseren. Mensen in vluchtelingenkampen mogen officieel geen betaalde arbeid verrichten. Dat zorgt voor veel sociale spanningen. In het zuiden van Azië leeft 30 procent van de vluchtelingen in kampen. Opkomende economieën in Azië, zoals Indonesië of Maleisië hebben een grote vraag naar arbeidskrachten. Het lijkt niet meer dan logisch om het arbeidsaanbod uit de vluchtelingenkampen in te zetten voor de vraag in de opvanglanden. Bijvoorbeeld met het verstrekken van tijdelijke werkvergunningen. Dit komt ten goede aan de economie van het opvangland, de vluchteling zelf en de stabiliteit van de regio.

Of neem Libanon. In 2014 huisvestte het land bijna twee miljoen vluchtelingen. Dat is 30 tot 40 procent van de bevolking. Libanon telt daarmee het hoogste vluchtelingenratio per capita in de wereld. Hier gaat het grotendeels om gedwongen migratie. Vaak ook in het geval van arbeidsmigratie. Zoals de jonge ambitieuze Keniaanse die haar thuisland verliet voor een baan als verpleegster in Dubai. Zonder haar instemming eindigde ze uiteindelijk in Beiroet waar ze nu werkt als huishoudelijke hulp.

Stedelijke gebieden
Ontwikkeling kan pas beginnen als migranten weten wat hun rechten zijn, klinkt het in de workshop. Het grote aantal vluchtelingen in Libanon heeft invloed op de sociale stabiliteit van het land. Vluchtelingen hebben geen recht op werk, wat hen de irreguliere sector of de verveling in drijft. Verder hebben vluchtelingen de neiging om naar stedelijke gebieden te trekken, met als gevolg een grote druk op publieke voorzieningen zoals infrastructuur, zorg en scholen. Gevaren schuilen in bedreiging van de algemene veiligheid, uitbuiting van vluchtelingen en sympathiseren met extremistische stromingen. Daarom is het essentieel om het ontwikkelingspotentieel van de vluchteling aan te boren. En dat is iets waar Refugee Education Trust zich voor inzet.

Jongeren extra kwetsbaar
Vijftien jaar geleden richtten organisaties als Unicef en UNRHC zich voornamelijk op de kinderen in vluchtelingenkampen. Er was nauwelijks aandacht voor de jeugd en hun ontwikkeling. Refugee Education Trust (RET) sprong in dit gat. Volgens de organisatie zijn jongeren in vluchtelingenkampen een extra kwetsbare groep. Zonder voldoende aandacht en bescherming, lopen zij een groot risico gerekruteerd te worden door rebellengroepen of te eindigen als kindbruiden.

RET focust zich op de ontwikkeling van de jeugd in vluchtelingenkampen door middel van onderwijs en empowerment. De organisatie is inmiddels actief in 26 landen, waaronder in GFMD-gastland Turkije. Dat telt momenteel 2.2 miljoen Syrische vluchtelingen. Van hen leeft slechts 10 procent in vluchtelingenkampen. In Turkije nemen momenteel 43.000 jongeren in de leeftijd van 11 tot 25 jaar deel aan de RET-progamma’s. In nauwe samenwerking met de Turkse overheid zijn onder andere zes taalcentra opgericht waar jongeren in een beschermde omgeving Turks leren. Wanneer ze de taal beheersen, kunnen ze integreren in het Turkse onderwijssysteem.

Op deze manier staan jongeren niet stil tijdens een verblijf in een vluchtelingenkamp. Integendeel, ze investeren in hun persoonlijke ontwikkeling en daarmee in die van het opvangland, het thuisland en het eventuele derde bestemmingsland.

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel