Door:
Alberta Opoku

9 oktober 2015

Tags

Leo LucassenINTERVIEW- Migratiehoogleraar Leo Lucassen bepleit ‘een flexibel systeem’ waarmee de trek vanuit Sub-Sahara Afrika naar Europa winst oplevert voor de migrant, het gastland én zijn herkomstland. Kernpunt is dat Europa de migratie niet langer ontmoedigt maar juist vergemakkelijkt. Het is een ontwikkeling die praktisch elk land doormaakt.’ Vice Versa sprak met de directeur Onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam en migratiehoogleraar aan de Universiteit Leiden

Door de recente aandacht voor de bootcrises op de Middellandse Zee lijkt het alsof Afrikanen sinds kort massaal naar Europa varen. Maar werkloze jongemannen uit vooral West-Afrika doen dat toch al jaren?
‘Er is weinig onderzoek gedaan naar het precieze moment van de relatief grote arbeidsmigratie naar Europa. Voor 1990 zag je het nauwelijks. Je had wel een voortdurend komen en gaan van mensen uit de voormalige koloniën, maar dat was ook al zo in de jaren ‘20-’30 van de vorige eeuw. Opvallend is dat men zich na de Tweede Wereldoorlog en de onafhankelijkheidsstrijd in de jaren ’50 en ’60 steeds vaker wilde vestigen in vooral Groot-Brittannië en Frankrijk. Tegelijkertijd werd het juist sinds die jaren moeilijker voor Sub-Sahara Afrikanen om naar Europa te komen. Zeker toen vanaf begin jaren negentig fort Europa langzaam maar zeker tot stand kwam.’

Wat veroorzaakte 25 jaar geleden de kentering?
‘Je kunt denken aan zaken als stagnerende economieën, hoge werkloosheid, corruptie enzovoort. Maar arbeidsmigratie is historisch gezien gewoon een wereldwijd veel voorkomende vorm van verplaatsing. Het is een ontwikkeling die praktisch elk land doormaakt. Als het economisch tegenzit, sturen families hun jongemannen (en vrouwen) erop uit om geld te verdienen in een andere streek. Europeanen deden dat al in de zestiende eeuw.’

Waarin verschillen de Europeanen van toen met de Afrikanen van eind twintigste eeuw?
‘Afstand en ruimte, maar niet het systeem als zodanig. Hoewel Europeanen massaal deelnamen aan arbeidsmigraties, waren de afstanden  die werden overbrugd vaak aanzienlijk kleiner. De meeste Europeanen gingen als knecht of arbeider aan de slag in een andere stad of streek, de Afrikanen gaan naar een ander continent. Daarnaast konden de Europeanen vrijwel onbelemmerd reizen, terwijl de Afrikanen, zeker begin jaren ’90, steeds meer obstakels op hun weg tegenkomen zoals visumeisen en de geleidelijke opbouw van fort Europa.’

Moet Europa meewerken aan een bij voorbaat kansloze onderneming van al die werkloze Afrikanen?
‘Het idee dat Europa wordt overspoeld door Afrikaanse migranten is misplaatst. Het gaat om relatief kleine  aantallen, zowel op de totale migratie naar Europa als in relatie tot de totale bevolking van zowel de herkomst- als gastlanden. Neem bijvoorbeeld de 345 Sub-Sahara Afrikanen die in 2015 (tot 1 september) asiel aanvroegen in Nederland. Van alle eerste asielverzoeken maken zij nog geen tien procent uit; dat is slechts 2 procent van het totaal.

‘In de huidige discussie over migranten moeten we onderscheid blijven maken tussen twee groepen: Syriërs, Afghanen, Irakezen en Somaliërs en Eritreërs enerzijds, en west-Afrikanen en andere sub-Sahara Afrikanen anderzijds. De eerste groep wordt letterlijk weggebombardeerd en zoekt een veilig heenkomen. Voor mensen in zulke situaties is Europa gebonden aan internationale afspraken zoals de Conventie van Genève. De meeste migranten in de tweede groep komen hier in de eerste plaats om geld te verdienen. Overigens zijn dat niet alleen Sub-Sahara Afrikanen; veel arbeidsmigranten komen uit Oekraïne, Georgië en de Balkan.’

Laten we ons beperken tot de laaggeschoolde Afrikanen die Europa heelhuids hopen binnen te varen.
‘Het gaat vooral om jonge mannen die hopen hier ongeschoold en vaak zwart werk te vinden. Velen zijn laaggeschoold, maar zeker niet allemaal. Omdat ze onder het huidige visumregime “illegaal” zijn, bevinden ze zich in een precaire situatie en worden makkelijk het slachtoffer van uitbuiting. Fort Europa zou ze tegen moeten houden, maar dat werkt helemaal niet. Zeker als er vraag naar arbeid is, zullen ook deze migranten blijven komen. Je zou die migratie in goede banen moeten leiden en hun illegale status opheffen. En daar laat Europa nogal wat steken vallen; we missen een flexibele, pragmatische visie om de arbeidsmigratie te managen.’

‘Wil je dat zulke mensen toch teruggaan, dan moet je het hen makkelijker maken – en dus goedkoper – om hier te komen’

En daar valt strengere grensbewaking niet onder?
‘Die heeft de arbeidsmigratie juist onnodig duur, risicovol en illegaal gemaakt. De grensbewaking leidt er bovendien toe dat de meesten het wel uit hun hoofd laten om weer terug te gaan, bijvoorbeeld omdat ze geen werk kunnen vinden. West-Afrikanen die naar Europa willen komen, krijgen vaak geen visum en het alternatief is dat ze hun reis illegaal per boot afleggen met behulp van mensensmokkelaars.’

‘Die vragen steeds meer geld nu Europa de grenzen strenger bewaakt. Een boottocht van een paar honderd euro, kost tegenwoordig duizenden euro’s. Geld dat de familie graag bij elkaar leent, omdat ze verwacht dat haar werkloze jongeman eenmaal in Europa de lening zal afbetalen en bovendien geregeld geld zal overmaken aan de achterblijvers. Het tijdelijke verblijf van zo’n jongeman wordt permanent wanneer blijkt dat de banen hier niet voor het oprapen liggen. Wil je dat zulke mensen toch teruggaan, dan moet je het hen makkelijker maken – en dus goedkoper – om hier te komen.’

Daarmee zouden favoriete bestemmingslanden toegeven een migratieland te zijn. Nederland, bijvoorbeeld, weigert dat pertinent.
‘Dat is puur een politieke keuze. De facto is Nederland al sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog een immigratieland. Alleen wilde politiek dat niet erkennen, omdat het land zogenaamd vol zou zitten en men bang is dat door dat toe te geven er nog meer immigranten komen. We baseren het migratiebeleid dus al die jaren op de ontkenning van de realiteit. Het gevolg is dat je met zulk beleid weinig succes kunt behalen. En dat blijkt ook wel uit alle ontmoedigingsinspanningen aan de Europese buitengrenzen. Die werken structureel averechts.’

‘De angst om stemmen te verliezen weegt zwaarder dan beleid waar iedereen bij gebaat is’

Welke implicaties brengt het erkennen dat we een migratieland zijn met zich mee?
‘In elk geval geen negatieve. Het zou ons dwingen om een beter  migratiebeleid te maken. Daarbij moet je uitgaan van de kansen die migratie te bieden heeft in plaats van de overschatte kosten die het met zich meebrengt. Het politieke klimaat is er nu niet naar om zo’n standpunt in te nemen, het staat zowat gelijk aan politieke zelfmoord. De angst om stemmen te verliezen weegt zwaarder dan het voeren van beleid waar iedereen bij gebaat is.’

Hoe zou zo’n win-win-beleid voor arbeidsmigratie er op hoofdlijnen uit moeten zien?
‘We moeten toe naar een veel flexibeler migratiesysteem. Denk bijvoorbeeld aan een verblijfsstatus voor drie jaar op voorwaarde dat de migrant zichzelf weet te redden en dus geen aanspraak kan maken op het sociale zekerheidsstelsel. Lukt het hem niet, dan moet hij na verloop van zijn vergunning vertrekken. Vindt hij of zij werk voor langer dan drie jaar, dan kun je de verblijfsvergunning verlengen. Dan geef je hen ook het recht om sociale verzekeringen te laten opbouwen door zich via premieafdrachten in te kopen in dat stelsel. Op die manier neem je de angst weg voor arbeidsmigranten als profiteurs van rechten waaraan ze niet hebben meebetaald.’

‘Nog een bijkomend voordeel is dat dit systeem de mensensmokkel en illegaliteit uitbant. De smokkelaar wordt werkloos, want hij is niet langer nodig. En voor migranten wier Europese avontuur mislukt, wordt het aantrekkelijker om terug te keren zonder zich zorgen te maken over het afbetalen van de lening voor de smokkel.’

Is uw voorstel niet een recept voor een volgend multicultureele drama?
‘Arbeidsmigranten die hier geen permanent werk kunnen krijgen, willen helemaal niet blijven, maar gaan liever als seizoenwerkers pendelen tussen Afrika en Europa. En degenen die een baan met toekomstperspectief weten te verzekeren, zullen eerder geneigd zijn om te integreren om hun toekomst hier veilig te stellen.’

Dat klinkt als een win-winsituatie voor Europa. Die krijgt de kansrijken en Afrika krijgt haar kanslozen weer terug. Hoe moet Afrika de braindrain compenseren van de eerste groep?
‘Ik ben sceptisch over braindrain argumenten. Het is hypocriet om te stellen dat migratie van kansrijke Afrikanen naar Europa zo slecht is voor hun herkomstland. Vaak zijn daar  namelijk geen alternatieven. Anders zouden de mensen niet hier een beter bestaan zoeken. Dat is de realiteit en daar moet je je voordeel mee doen. Dat geldt overigens niet alleen voor Afrika. Neem Griekenland. Nu het daar heel slecht gaat trekken veel hoogopgeleiden naar Duitsland. Als ze in Duitsland goedbetaalde banen kunnen vinden, waarom zouden ze in Griekenland in armoe blijven, waar ze geld kosten en op den duur hun skills verliezen?’

‘Een land als Cuba vereist een andere aanpak. Dat land leidt relatief veel artsen op die in het buitenland gaan werken. Als gastland kun je dan afspreken dat je Cuba een zekere compensatie biedt voor de investeringen in die artsen. Ghana is weer een ander verhaal. Dat leidt genoeg artsen op die vervolgens naar het buitenland trekken en tekorten achterlaten. Ghana zou alle geneeskundestudenten moeten houden aan de afspraak dat ze na hun afstuderen of specialisatie tenminste een aantal jaren in het land werken tegen, zeg maar, 500 euro per maand, en pas daarna in Groot-Brittannië of Noord-Amerika het tienvoudige gaan verdienen.’

Wat levert de migratie de Afrikaanse herkomstlanden nog meer op behalve dalende werkloosheidscijfers?
‘In het geval van hoogopgeleiden niet zo veel als de gastlanden, maar ze verliezen er ook niet op. De remittances, geld dat arbeidsmigranten vanuit de gastlanden naar hun familie overmaken, verlichten de pijn voor de herkomstlanden enigszins. Die staan vervolgens voor de uitdaging dat ze zich economisch zodanig moeten ontwikkelen dat men er wil blijven. Ze zitten meer dan ooit op een concurrentiemarkt zitten. Stagneer je in ontwikkeling, dan gaan als eerste je beste krachten weg.’

Prof. dr. Leo Lucassen (1959) is directeur onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en hoogleraar Global Labour and Migration History aan de Universiteit Leiden. Hij is gespecialiseerd in onder andere migratiegeschiedenis en socio-politieke ontwikkelingen in moderne staten.

Samenspraak en Tegenspraak was vrij revolutionair

Door Joris Tielens | 19 november 2019

Deze maand komt minister Kaag met nieuw beleid voor steun aan ngo’s, als vervolg op het programma Samenspraak en Tegenspraak, dat volgend jaar afloopt. Vice Versa kijkt in een lange reeks artikelen terug op de strategische partnerschappen. Vandaag: de introductie.

Lees artikel

‘Sport is een levensles’

Door Marc Broere | 18 november 2019

Voor Mariam Twahir is sport het beste gereedschap voor vredesopbouw. Ze is coach in een sloppenwijk in Nairobi, met meer meisjes dan jongens onder haar hoede. ‘Op het veld is er geen conflict en vergeten ze waar ze vandaan komen.’

Lees artikel

Curaçao op een tweesprong

Door Ayaan Abukar | 15 november 2019

De vlucht uit Venezuela gaat soms per bootje, naar het dichtbije Curaçao. Daar leidt het tot vertwijfeling: de weerslag is xenofobie èn solidariteit, een tekort aan kennis, vrees bij de Venezolanen – en stilte vanuit Den Haag. ‘Zonder politiek leiderschap gaan verhalen een eigen leven leiden.’ Ayaan Abukar vloog erheen en ging in gesprek.

Lees artikel