Door:
Marjolein Veldman

1 oktober 2015

Tags

Marjolein VeldmanBLOG – Het is voor het eerst dat een organisatie op wereldniveau erkent dat migratie een positieve kracht voor duurzame ontwikkeling kan zijn. Marjolein Veldman, werkzaam als trainer en adviseur op het gebied van internationale migratie bij MDF Training & Consultancy, is blij met deze aandacht voor ontwikkeling en migratie, maar hoopt dat Nederland ook haar verantwoordelijkheid neemt in migratie- en ontwikkelingsbeleid.

Afgelopen weekend ondertekenden alle 193 lidstaten van de VN de nieuwe werelddoelen (of: Sustainable Development Goals – SDG’s) in New York. Daarmee ligt voor de komende 15 jaar een nieuwe ontwikkelingsagenda over onder andere armoede, ongelijkheid en klimaatverandering op tafel. Het is voor het eerst dat een organisatie op wereldniveau erkent dat migratie en migranten een positieve kracht voor duurzame ontwikkeling zijn. Sterker nog, de nieuwe werelddoelen moeten de rechten en het welzijn van migranten bevorderen. Bij de voorganger van de nieuwe werelddoelen, de millenniumdoelen, was daar absoluut geen sprake van.

Draagt de wereldwijde aandacht voor het ontwikkelingsaspect van migratie een belofte met zich mee voor het Nederlands migratie- en ontwikkelingsbeleid? Concreet: Kunnen en zullen de nieuwe werelddoelen een omkeer teweeg brengen in een beleid, dat zich steeds meer kenmerkt door veiligheid en eigenbelang? Nederland is toch ook ondertekenaar van de nieuwe werelddoelen en committeert zich daarmee aan implementatie en uitvoering van deze doelen. Ook die betrekking hebben op migratie en ontwikkeling.

Niet van de één op de andere dag

De erkenning van het belang om het integreren van migranten en migratie op de internationale ontwikkelingsagenda te krijgen is niet van de één op de andere dag tot stand gekomen. De toegenomen regionale en wereldwijde mobiliteit gaf aanleiding om de invloed van migratie op ontwikkeling van thuislanden van migranten ruimschoots te onderzoeken en te bespreken op tal van (internationale) fora. In ongeveer vijftien jaar tijd is het aantal internationale migranten gestegen naar ruim 232 miljoen. Langzaamaan kwam de erkenning dat de toegenomen mobiliteit mogelijkheden biedt om bijvoorbeeld bij te dragen aan armoedebestrijding en innovatie. Migranten doen dat door financiële bijdragen aan hun landen van herkomst te leveren (remittances – in 2014 was het bedrag aan remittances meer dan twee keer zo groot als het officiele ontwikkelingsgeld), door ondernemerschap en ook door overdracht van waarden zoals respect voor mensenrechten, democratie en tolerantie. Dat wil niet altijd zeggen, dat deze mogelijkheden enkel positief zijn. Er is ook een keerzijde van de medaille, zoals het bekende verschijnsel van brain drain.

Met de toename van de mobiliteit is ook de complexiteit van internationale migratie gegroeid. Dat bewustzijn is wereldwijd doorgedrongen. In 2012 nam ik deel aan de ‘civil society days‘ van het Wereldforum voor Migratie en Ontwikkeling in Genève. Daar was duidelijk merkbaar hoeveel belang de deelnemers hechtten aan het bevorderen van een verantwoord en humaan internationaal migratiebeleid dat er zorg voor draagt dat zowel migranten en hun families, als de landen van herkomst en bestemming profijt hebben van de mogelijke voordelen van migratie. Dat belang is herhaaldelijk benadrukt op formele fora, zoals de High Level Dialogue on Migration and Development  in 2013. Veel mensen uit de wereld van overheid, wetenschap en de civil society  hebben tijdens de afgelopen drie jaar van consultaties over de nieuwe werelddoelen hun nek uitgestoken om juist dat belang op de kaart van de nieuwe wereldagenda te krijgen. En met succes!

De nieuwe doelen: ambitieuze stap voorwaarts

De aan migratie gerelateerde doelstellingen van de kersverse mondiale ontwikkelingsagenda zijn namelijk veelbelovend. Die zijn uitstekend gedocumenteerd in een eerder blog op deze website door Bob van Dillen. In drie van de zeventien doelen wordt expliciet verwezen naar migratie en migranten. Namelijk in SDG 8 over economische groei, werkgelegenheid en waardig werk, in SDG 10 over ongelijkheid en in SDG 17 over de methoden van uitvoering. In deze drie SDG’s worden specifiek de volgende factoren genoemd:  het faciliteren van ordelijke, veilige, reguliere en verantwoordelijke migratie en de mobiliteit van personen; het verlagen van de transactiekosten van overmakingen door migranten tot maximaal 3 procent; het beschermen van de arbeidsrechten van (met name vrouwelijke) migranten; het verhogen van de toegankelijkheid en de beschikbaarheid van gesplitste gegevens, onder meer naar verblijfsstatus. Deze laatste factor met oog op een beter begrip van de dynamiek in de migratiestromen en de situatie van migranten.

Van New York naar Den Haag

Terug naar eigen land. Vanuit het oogpunt van de nieuwe werelddoelen valt er nog een wereld te winnen op het vlak van het Nederlands migratie- en ontwikkelingsbeleid. Op dit moment van schrijven is een nieuwe nota voor migratie- en ontwikkelingsbeleid in de maak. De laatste notitie uit 2008 van toenmalig minister van Ontwikkelingssamenwerking Koenders en staatssecretaris van Justitie Albayrak erkent dat migranten in zowel bestemmingslanden als herkomstlanden een potentiële bron van ontwikkeling zijn. Het stimuleren van circulaire migratie was dan ook één van de zes beleidsprioriteiten waarop de regering zou inzetten. Dat instrument ter bevordering van de ontwikkeling van ontwikkelingslanden is echter van de agenda verdwenen, zo blijkt uit een brief van november 2014 aan de Tweede Kamer van minister Ploumen en toenmalig staatssecretaris van Justitie Teeven. In die brief zijn de eerste contouren van de nieuwe notitie geschetst. Opvang in de regio en het versterken van migratiemanagement worden de belangrijkste beleidsprioriteiten voor de komende periode. ‘De regering houdt eerder arbeidsmigranten uit derde landen tegen, dan dat ze zich inzet voor migratie als instrument voor de ontwikkeling van herkomstlanden’, zo vermeldt de coherentiemonitor van Partos terecht.

Waarschijnlijk is dat het Nederlandse beleid gericht blijft op het bevorderen van vrijwillige terugkeer en duurzame herintegratie van migranten. Het verlangen naar stabiliteit en orde in de Nederlandse samenleving klinkt al te duidelijk in de brief door. Dat is aan de ene kant wel te rechtvaardigen vanuit een soevereine staatsidee. Maar aan de andere kant, moet in een tijd van globalisering de rechtmatigheid van de wens van migranten om zich elders te vestigen niet ruiterlijk in het beleid verdisconteerd worden? Is het niet de dure plicht van de nieuwe bestuurlijke aanpak, in lijn met de mondiale ontwikkelingsagenda, niet alleen het recht van  duurzame ontwikkeling te erkennen maar het tevens tot fundament van dit beleid te maken?

Dat vraagt minimaal om een migratiebeleid dat niet alleen goed uitpakt voor Nederland, maar ook gunstig is voor ontwikkelingslanden en migranten zelf. Het vraagt onomwonden om het loslaten van het idee dat het bevorderen van ontwikkeling een manier is om migratie terug te dringen.  Beter dan beleid te (blijven) baseren op deze misvatting, is het van belang de positieve rol van migratie te erkennen en de mobiliteit van mensen onderdeel te maken van de Nederlandse ontwikkelings- en migratieagenda. Daartoe kan de regering zich ruimschoots laten inspireren door de nieuwe mondiale ontwikkelingsagenda. Het parlement en het maatschappelijk middenveld zullen daar haar eigen verantwoordelijkheid in moeten nemen en toezien op een juiste uitvoering van nieuw beleid. Niet het minst vraagt dit vraagstuk bij alle betrokkenen om morele moed. Waar in de huidige tijd migranten in Europa worden neergezet als slachtoffers of gelukszoekers, kan nieuw beleid worden aangegrepen om migranten als volwaardige partners en medeburgers te erkennen.


Marjolein Veldman is werkzaam als adviseur en trainer op het gebied van internationale migratie bij MDF Training & Consultancy. Ze is initiatiefnemer en regisseur van het documentaire project 
Als ik daar ben. De documentaire vertelt de verhalen van Amar, Saïda en Gyzlene die met kleinschalige ontwikkelingsprojecten bijdragen aan een betere leefsituatie van mensen in Marokko. Op een bijzondere manier geven zij invulling aan een sterk verlangen om bij te dragen aan de ontwikkeling van hun land van herkomst. Te zien in het voorjaar van 2016.

Unaniem aanvaard door de internationale gemeenschap: de zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SGD’s). Hét kader voor het werken aan economische, ecologische en sociale vooruitgang wereldwijd voor de komende vijftien jaar. Hoe draagt Nederland met haar beleid bij aan het behalen van de doelen? Wat zijn de ontwikkelingen wereldwijd?

Blog: Gezondheidszorg voor iedereen of alleen de happy few?

Door Remco van der Veen | 12 december 2018

Vandaag is het Universal Health Coverage Day. Ministers van Financiën zien gezondheidszorg helaas vaak slechts als een uitgavenpost en geven prioriteit aan productieve investeringen in landbouw en infrastructuur. Dat moet anders, schrijft Remco van der Veen, director International Offices bij Cordaid.

Lees artikel

‘De oudere generatie heeft kennis, de jongere generatie heeft de energie en de toekomst.’

Door Lys-Anne Sirks | 11 december 2018

In haar beleidsnota ‘Investeren in perspectief’ zet minister Kaag sterk in op jongeren, maar wat vinden die zelf eigenlijk van de nota en de rol die hen daarin wordt opgelegd? Volgens Francis Arinaitwe, een jonge ondernemer uit Kenia,  is het vooral cruciaal om ‘jongeren zeggenschap te geven over hun eigen toekomst’.  

Lees artikel

Bossen: onze krachtigste high-tech klimaatoplossing

Door Han de Groot | 03 december 2018

Als we over klimaat oplossingen praten, gaat het gesprek bijna altijd over de vermindering van fossiele brandstoffen. Maar volgens Han de Groot, CEO van de Rainforest Alliance, is dat maar een deel van de oplossing en zou het veel meer over bossen moeten gaan: de meest krachtige en efficiënte CO2 opnemende technologie die het wereld ooit heeft gezien.

Lees artikel