Deze tekening is gemaakt door James, voor een column van de Nigeriaanse activiste Toyosi Akerele-Ounsiji over de ‘Bring Back Our Girls’-actie.

BLOG – In 1999 werden 20.000 verkrachtingen in het Kosovo-conflict door de VN botweg genegeerd. In de vijf Veiligheidsraadresoluties omtrent het conflict werd met geen woord gerept over seksueel misbruik. Vijftien jaar later is dit anders: de resolutie die vorig jaar de vredesmissie in CAR aanstelde, heeft wél oog voor genderspecifieke problematiek. Zouden de VN-resoluties over Vrouwen, Vrede en Veiligheid zoals 1325 dan toch hun vruchten afwerpen? Afgelopen zomer hing de Kosovaarse kunstenares Alketa Xhafa-Mripa vijfduizend rokken en jurken op in Pristina, de hoofdstad van Kosovo. In totaal spande ze 45 waslijnen over het gras van het voetbalstadion. Het was 12 juni, precies 16 jaar nadat de NAVO Pristina introk. Xhafa-Mripa deed niet zomaar een wasje. De rokken staan symbool voor de ongeveer twintigduizend vrouwen die werden verkracht tijdens de Kosovo-oorlog in 1998 en 1999. 20.000 vrouwen in twee jaar oorlog. Een enorm aantal, niet over het hoofd te zien. Vanwege de ernstige humanitaire situatie die ontstond in Kosovo besloten de Verenigde Naties (VN) in te grijpen. Op 10 juni 1999 neemt de VN Veiligheidsraad resolutie 1244 aan. Daarin wordt het mandaat gegeven aan de vredesmissie UNMIK. In de jaren ervoor heeft de Veiligheidsraad al tevergeefs vier resoluties uitgesproken om het geweld te stoppen. Na de totstandkoming van UNMIK neemt de Algemene Vergadering van de VN nog twee resoluties aan die de humanitaire situatie in het land beschrijven. Maar in geen een van deze resoluties wordt verkrachting of seksueel misbruik genoemd. Martelingen, executies, illegale detentie, gedwongen verhuizingen, alles komt aan bod, maar de 20.000 verkrachte vrouwen zijn aan het blikveld van de VN ontglipt. Onderzoek naar resoluties Voor mijn bachelorscriptie Politicologie deed ik onderzoek naar seksueel geweld in conflict en de invloed die VN-vredesmissies kunnen hebben in het voorkomen daarvan. Van alle conflicten tussen 1980 tot 2009 zijn er achttien waar seksueel geweld op zeer grote schaal plaatsvond. Onder hen zijn de oorlogen in Bosnië-Herzegovina, Georgië en de Democratische Republiek Congo. In veertien van deze conflicten heeft de VN geïntervenieerd door middel van een vredesmissie. Voor mijn scriptie heb ik de 103 resoluties die de VN heeft aangenomen omtrent deze conflicten bestudeerd. Hierbij heb ik een onderscheid gemaakt tussen de resoluties waarin de Veiligheidsraad de vredesmissie het mandaat geeft (‘mandaatresolutie’) en de resoluties die daarop volgen. Wat opvalt: in slechts één van de veertien conflicten wordt seksueel geweld in de mandaatresolutie genoemd als reden om te interveniëren. Schokkend, als je bedenkt dat ik juist de conflicten onderzocht waar seksueel geweld op grote schaal voorkwam. Belangrijke woorden Dit betekent uiteraard niet dat er in deze conflicten niets is gedaan om seksueel geweld terug te dringen. Het betekent echter wel dat in alinea’s waar martelingen en executies uitgebreid worden beschreven, seksueel geweld niet wordt genoemd. Het leed van de slachtoffers wordt niet erkend. En dat is erg. Woorden zijn niet slechts woorden. Vanuit de resolutie spreekt een kracht, de misdaden die in deze resoluties worden beschreven worden namens de gehele VN veroordeeld. Er is echter wat nuancering aan te brengen: in nog vijf conflicten wordt seksueel geweld niet genoemd in de mandaatresolutie, maar wel in de resoluties die daarop volgen. Hierbij is een duidelijke onderscheid te zien tussen resoluties vóór en na het jaar 2000. Acht van de tien resoluties vóór 2000 noemen seksueel geweld niet. Alle vier de resoluties na 2000 noemen seksueel geweld wel. Zou resolutie 1325 van 31 oktober 2000, waarin het belang van vrouwen in conflict voor het eerst wordt benadrukt, dan toch een verschil hebben gemaakt? Too Soon To Turn Away In juli 2015 verschijnt het rapport ‘Too Soon To Turn Away’ over de veiligheidssituatie in de Centraal Afrikaanse Republiek (CAR). Een van de belangrijkste conclusies: seksueel geweld vormt een grote bedreiging voor vrouwen in CAR. ‘Er bestaat geen recht meer in dit land. Honderd procent van de verkrachters gaat vrijuit.’ Het lijkt op een herhaling van de geschiedenis, alweer. Maar met een groot verschil: de reactie van de VN. Resolutie 2149 van 10 april 2014, waarin de VN vredesmissie MINUSCA in CAR in het leven roept, is in mate van gendersensitiviteit een grote vooruitgang ten opzichte van Resolutie 1244. MINUSCA krijgt het mandaat om de autoriteiten te ondersteunen bij het bestrijden van seksueel geweld en het vinden van de daders. Ook wordt het zero tolerance-beleid voor seksueel misbruik door VN-soldaten benadrukt. Bovendien moeten de vredessoldaten de overheid helpen vrouwen in CAR te betrekken bij het vredesproces en de politieke dialoog. Met een genderbril Ook alle andere resoluties van de afgelopen acht jaar zijn gendersensitief. In de mandaatresoluties over Mali, Zuid-Soedan, Abyei, Congo, CAR-Chad en Darfur is er aandacht voor genderspecifieke thema’s, zoals seksueel misbruik en politieke participatie van vrouwen – de enige uitzondering is de Veiligheidsraadresolutie over Syrië. Natuurlijk is dit pas het begin: woorden moeten worden omgezet in actie en er is nog een lange weg te gaan voordat seksueel geweld is uitgeroeid. Toch is deze verandering in de taal van de VN niet te onderschatten: deze woorden bepalen de focus van vredessoldaten in conflictgebieden en kunnen dus het verschil maken. Met een genderbril op kunnen VN-militairen meer bereiken voor vrouwen in het getroffen gebied. De Veiligheidsraad speelt hierbij een grote rol: zij moet het lot van vrouwen blijven erkennen in de resoluties en daarbij geen uitzonderingen maken. Ze mag niet meer wegkijken. Deze blog werd gemaakt in het kader van de Masterclass Vrouwen, Vrede en Veiligheid, georganiseerd door Vice Versa & Lokaal Mondiaal. In deze Masterclass leren jonge professionals campagne voeren op het thema Vrouwen, Vrede & Veiligheid. Lees de overige blogs hier.

‘Opgeven is erger dan verliezen’

Door Marc Broere | 29 juni 2020

Carolyne Ndalilah, directeur van de spraakmakende Keniaanse jongerenorganisatie TYSA, helpt jongeren zichzelf én de uitdagingen van hun gemeenschap te leren kennen. ‘Wat onze samenleving nodig heeft, zijn jongeren die voorbij de dag van morgen denken; die het als een uitdaging zien het onmogelijke uit te proberen.’

Lees artikel

In coronatijd schiet de noodhulpsector terug in oude reflexen

Door Sarah Haaij | 18 juni 2020

Noodhulp moet effectiever en meer lokaal worden georganiseerd, sprak de internationale gemeenschap in 2016 af. Voortaan zou een kwart van het hulpgeld zo direct mogelijk naar lokale partners gaan. De kloof met de praktijk is ‘schokkend’: o,1 procent van het corona-noodhulpgeld gaat rechtstreeks naar lokale ngo’s, voor wie inspraak en toegang tot fondsen tijdens de pandemie nog moeilijker lijkt te worden.

Lees artikel

Vluchtelingen en migranten in de klem van corona en falend beleid

Door Frank van Lierde | 16 juni 2020

Wereldwijd raakt de coronacrisis migranten, ontheemden en vluchtelingen misschien nog wel het hardste. Ook in Nederland. Asielprocedures staan stil, opvangcentra zitten vol, en wie al wat verdiende verdient bijna niets meer. Migratie-expert Bob van Dillen geeft uitleg en komt met oplossingen en aanbevelingen.

Lees artikel