Door:
Vice Versa

11 september 2015

Categorieën


anke_tijtsmaBLOG – Anke Tijtsma pleit voor meer samenhang tussen de besteding van het budget van minister Ploumen en de ondersteuning die minister Schippers kan bieden bij mondiale gezondheidsuitdagingen. De recente ebola-uitbraak maakt duidelijk dat er meer afstemming nodig is voor het behalen van ontwikkelings- en gezondheidsdoelen.  Voor uw gezondheid en die van mensen elders moeten onze ministers meer samen optrekken.   Eind augustus barstte in Sierra Leone een spontaan feest los, toen het land ebola-vrij verklaard werd. Helaas bleek de vreugde voorbarig: slechts een paar dagen later werd een nieuw sterfgeval gesignaleerd. De verwachting is dat er meer besmettingen zullen volgen. Ook waarschuwde de WHO begin deze week voor een snelle verspreiding van polio, nu een West-Afrikaans kind met de ziekte besmet blijkt te zijn. Geen enkel ministerie, land or organisatie kan in zijn eentje infectieziekten bestrijden; dat heeft de ebola-uitbraak ons onlangs laten zien. Het gaat er nu om dat van de internationale afspraken voor bestrijding van ebola en andere infectieziekten snel werk wordt gemaakt – in gezamenlijkheid. Mondiale uitdaging Op mijn bureau ligt de gezamenlijke brief van de ministers Schippers en Ploumen aan de Tweede Kamer van 18 augustus j.l. over de Nederlandse inspanningen ter bestrijding van ebola. Zij constateren terecht dat het moeilijk blijkt om nieuwe ebola-besmettingen op tijd op te sporen. Dat heeft direct te maken met zwakke lokale zorgstelsels, onvoldoende zorgpersoneel en onvolledige naleving van de International Health Regulations (IHR). Een passende aanpak vereist dat nationale overheden zelf in actie komen, maar ook dat donorlanden assisteren. Het spreekt voor zich dat ook wij voordeel hebben aan het effectief beteugelen van de uitbraak van infectieziekten. Een dreiging elders is ook een verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid; de ministeries van Buitenlandse Zaken én VWS kunnen daar beide technisch en financieel aan bijdragen. Ik pleit ervoor dat Nederland niet alleen hulp biedt vanuit de Official Development Assistance-gelden van minister Ploumen, maar dat ook het ministerie van VWS haar steun aanbiedt aan andere landen om betere implementatie van de IHR mogelijk te maken. De IHR afspraken dragen bij aan het beteugelen van infectieziekten door eisen te stellen aan wetgeving en het opsporen en monitoren van – en het adequaat reageren op – gezondheidsincidenten. Het is goed dat minister Schippers deelneemt aan de gezondheidstop over de Global Health Security Agenda (GHSA) die deze week plaatsvond in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul. Ook daar werd een sector-overstijgende aanpak van mondiale gezondheidsbedreigingen onderschreven. De GHSA, opgezet door de Verenigde Staten, benoemt grote mondiale veiligheidsrisico’s: het ontstaan en de verspreiding van nieuwe micro-organismen; reizen en handel wereldwijd; de toename van antibiotica-resistentie; en de kans op toevallige uitbraken, diefstal of illegaal gebruik van medicijnen. Vorig jaar kreeg Nederland een leidende rol binnen GHSA vanwege haar rol bij de bestrijding van de antibiotica-resistentie (AR) en op die weg wil minister Schippers doortimmeren. Ze heeft deze week aangekondigd dat Nederland in 2016 de volgende GHSA-top gaat organiseren. Rol van de WHO Global health security kan alleen bereikt worden als ook landen met zwakke gezondheidssystemen voldoende (technische en financiële) ondersteuning krijgen. Daarbij speelt de WHO een cruciale rol. Voor Nederland valt de WHO in de categorie van ‘multilaterale organisaties, die een breder Nederlands beleidsbelang dienen en/of door hun aard en omvang een belangrijke schakel vormen in het mondiale ontwikkelingssysteem’ (In brief regering 33625-170. Hulp, handel en investeringen. Indiener: E.M.J. Ploumen, Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking).  Ik ben dan ook blij dat de ministers Schippers en Ploumen onlangs bij de beantwoording van de Kamervragen van het lid Taverne gezamenlijk erkennen dat het onverstandig zou zijn om de vrijwillige bijdrage van Nederland aan de WHO nog verder te verlagen. Die is al gezakt naar 14,2 miljoen euro per jaar voor de periode 2014-2017. Voor de jaren 2010-2013 was dat nog 17,6 miljoen per jaar. In het Kamerdebat over multilaterale organisaties stelde minister Ploumen terecht dat de WHO een belangrijke organisatie is omdat zij internationale normen zet. Dat leidt tot richtlijnen, standaarden en kaderverdragen die de organisatie ontwikkelt om op mondiale schaal publieke gezondheid te beschermen. Een goed voorbeeld daarvan zijn de al genoemde IHR. Momenteel lopen veel landen achter als het gaat om implementatie ervan, terwijl de IHR cruciaal zijn voor het voorkomen van uitbraken van infectieziekten. In de implementatie ervan is Nederland koploper en samenwerking rondom de implementatie van IHR is door VWS al geïnitieerd met de andere landen van het koninkrijk (Aruba, St. Maarten en Curaçao). Die inzet kan Schippers mijns inziens nog uitbreiden naar andere landen die achterlopen. Ook zou een grotere financiële vrijheid voor de WHO ervoor kunnen zorgen dat de WHO weer meer kan investeren in technische assistentie aan lidstaten die het niet alleen redden. Daar kunnen Schippers en Ploumen aan bijdragen door akkoord te gaan met een verhoging van de vaste contributies van de lidstaten. Dat is zinvol omdat het de WHO ruimte biedt om ‘zwakke’ lidstaten te assisteren op het vlak van versterking van lokale gezondheidszorgsystemen en adequate implementatie van de IHR. Tijdens de jaarvergadering van de WHO (mei jl.) zijn de leden akkoord gegaan met een verhoging van de budgetruimte van de WHO met 8%. Op die manier wenst directeur-generaal Chan de aanbevelingen uit de ebola-resolutie te kunnen doorvoeren. Nederland heeft zich echter tijdens de laatste jaarvergadering van de WHO kritisch uitgelaten over deze budgetverhoging omdat we eerst vooruitgang op de broodnodige hervormingen binnen de WHO willen zien. Dit verbaast me. Budgetneutraal verbeteren is lastig; dat weten we allemaal. En bovendien, intern de zaken op orde krijgen en investeren in preventie van een virusuitbraak is minder kostbaar dan de ziekte zelf bestrijden. Dit lijken mij juist zinvolle redenen voor budgetverhoging aan de WHO. Immers, de kosten van het indammen van een nieuwe pandemie zouden veel hoger zijn. Prioriteiten stellen Wel blijft Nederland de hervormingen binnen de WHO aanjagen. Tot nu toe heeft dit onder andere geleid tot het instellen van een extern panel dat de ebola-aanpak van de WHO onder de loep nam. Want dat WHO heeft gefaald in de ebola-crisis staat buiten kijf. Zoals ik kort geleden in een blog betoogde, hebben rijke landen zich te lang blind gestaard op hun eigen prioriteiten door deze centraal stellen bij de allocatie van financiën voor de WHO. Ook het ministerie van VWS richt zich bij het vaststellen van haar prioriteiten in de eerste plaats op de gezondheid van Nederlanders. Dat is ook de hoofdtaak van het ministerie van gezondheid, maar in een geglobaliseerde wereld lijkt het zinvol als minister Schippers, samen met minister Ploumen, ook haar verantwoordelijkheid pakt voor mondiale uitdagingen. Op die manier dragen zij samen bij aan het voorkomen van onnodige doden door infectieziekten, door resistentie en andere mondiale gezondheidsbedreigingen en -gevaren. Het is zaak dat overheden hun nationale gezondheidsbelangen en de gezondheidsprioriteiten die vanuit de ontwikkelingssector worden gesignaleerd, als één geheel afwegen. Als onze ministers coherentie hoog in het vaandel hebben, dan zie ik hen de ministeries van Buitenlandse Zaken en VWS vanaf nu gezamenlijk betrekken bij de versterking van gezondheidssystemen wereldwijd. Binnen die samenwerking zie ik mooie kansen voor het ministerie van VWS om haar expertise op het gebied van de IHR in te zetten voor verbetering van de implementatie ervan in andere landen. Dat zou ook perfect aansluiten bij de Nederlandse bijdrage aan de Global Health Security Agenda. Minister Ploumen liet al weten dat ze komt met een kamerbrief over coherentie. In de brief zal ze aankondigen dat ze zich samen met Schippers sterk zal maken voor toegang tot betaalbare medicijnen, hier en daar. Dat is hard nodig. Uitgelekte teksten van regionale handels- en investeringsverdragen doen vermoeden dat deze verdragen een opstuwende werking zullen hebben op de prijzen van medicijnen – een groot probleem zowel voor Nederlandse patiënten als voor zieken in lage inkomenslanden. In dat licht lijkt het mij onontkoombaar dat de ministers voortaan op meerdere gezondheidsthema’s samen optrekken. Er ligt vast binnenkort op mijn bureau ook een gezamenlijke update van deze ministers aan de Tweede Kamer met als titel: Nederlandse inspanningen ter verbetering van de volksgezondheid: hier en daar. Ik ga maar vast een Nederlandse krant benaderen die op de voorpagina kopt: ‘Ploumen en Schippers slaan handen ineen; daar wordt iedereen beter van’.

‘De allerarmsten worden niet geholpen. En dat kan wél.’

Door Marc van Dijk | 05 augustus 2020

Te vaak lanceren hulporganisaties projecten zonder eerst te praten met degenen om wie het gaat. Onderzoeker Anika Altaf sprak met de allerarmsten in Ethiopië, Benin en Bangladesh. Om hen te bereiken moet het roer om.

Lees artikel

Richt je niet alleen op laaghangend fruit

Door Marc Broere | 30 juli 2020

In zijn hoofdredactioneel commentaar in de nieuwe Vice Versa doet Marc Broere een oproep aan ontwikkelingsorganisaties om een extra mijl te lopen om ook de meest gemarginaliseerden in te sluiten in hun projecten. Onderzoeker Anika Altaf laat zien dat het kan.

Lees artikel

Column Eva Nakato: Van nadeel tot voordeel

Door Eva Nakato | 27 juli 2020

Wat vroeger in je leven als ‘ongepast’ werd gezien door je omgeving, blijkt vaak de sleutel tot succes in je latere leven te zijn. Ook voor onze columniste Eva Nakato. Vroeger werd ze soms gepest om haar zware stem, nu wordt ze juist hiervoor uitgekozen voor het spreken in het openbaar en het inspreken van teksten.

Lees artikel