Door:
Florien Willems

8 september 2015

Categorieën

Black-White-Handshake-336051EVALUATIE – Tien jaar na de lancering van het Aid for Trade Initiative en 246,5 miljard US dollar verder, is het tijd voor een grondige evaluatie. De OESO en de WTO hebben in samenwerking met andere partijen zoals de Wereldbank een 464 pagina’s tellend rapport uitgebracht dat tien jaar Aid for Trade evalueert. De resultaten zijn positief, maar er moet nog veel gebeuren.

Sinds de start van het Aid for Trade Initiative (zie kader) hebben donorlanden 246,5 miljard US dollar Official Development Aid (ODA) én 190,7 miljard US dollar uit handelsgerelateerde andere geldstromen uitgegeven. Dit is in 146 landen aan 250.000 verschillende Aid for Trade projecten besteed. Deze projecten hebben als doel het bevorderen en versterken van handel, voornamelijk door aansluiting bij de wereldmarkt te verbeteren en door handelskosten (transportkosten, importbelasting of distributiekosten) te verlagen.

Wat is Aid for Trade?

Aid for Trade is onderdeel van de reguliere ontwikkelingshulp. Het geld dat in Aid for Trade projecten wordt gestoken komt deels uit ODA en deels uit andere handelsgerelateerde geldstromen. Projecten zijn specifiek bedoeld om de rol van ontwikkelingslanden in het internationale handelssysteem sterker te maken zodat zij gebruik kunnen maken van handel voor hun ontwikkeling. Al jaren steunen donoren programma’s om handel in ontwikkelingslanden te bevorderen, maar de focus is in de loop der jaren verbreed: van kleinschalige assistentie bij onderhandelingen tot een holistische benadering nu.

Aid for Trade heeft nu een diverse invulling: van technische assistentie en capaciteitsopbouw tot het aanleggen of verbeteren van infrastructuur, douane, maar ook helpen met tarief reducties en andere specifieke handelsgerelateerde zaken (bron: WTO, 2015)

De Aid for Trade projecten werpen vruchten af: De belangrijkste conclusie die uit het OESO-rapport naar voren komt is dat er een empirisch bewezen positieve correlatie is tussen Aid for Trade projecten en stijgingen in handel. Zo is er nu bijvoorbeeld bewijs dat het verlagen van handelskosten een positief effect heeft op handel.

Ontwikkelingslanden betalen een buitenproportioneel groot aandeel van de wereldwijde handelskosten in vergelijking met Westerse landen. Dat komt onder andere door slechte infrastructuur en gebrek aan goede logistieke organisatie. Ook inefficiëntie bij de grens en corruptie verhogen de kosten. Hoge handelskosten zorgen ervoor dat veel ontwikkelingslanden niet optimaal gebruik kunnen maken van de kansen die de internationale handelsmarkt biedt. Aid for Trade projecten hebben er op ingezet deze kosten te verlagen. Zoals nu bewezen werkt dit inderdaad om mee te kunnen draaien op de internationale handelsmarkt. Lagere handelskosten betekent dus meer handel, volgens het rapport, dat is gebaseerd op evaluaties uit 62 landen.

Lagere handelskosten

Om lagere handelskosten te krijgen zijn veel Aid for Trade programma’s opgezet. Een belangrijke gemaakte stap in het verlagen van handelskosten is volgens het OESO-rapport het Agreement on Trade Facilitation (TFA). Deze overeenkomst van de WTO is een onderdeel van het Aid for Trade Initiative. In de overeenkomst staan afspraken over het transporteren en inklaren of doorsturen van goederen. Ook over douanerechten en over een betere samenwerking tussen douanes en andere handelsautoriteiten zijn afspraken gemaakt. Daarnaast bevat het TFA afspraken om technische assistentie en capaciteitsopbouw in ontwikkelingslanden te stimuleren. Uit evaluaties blijkt dat TFA positieve resultaten opgeleverd heeft sinds de implementatie in 2005, zo staat in het OESO-rapport. De overeenkomst loopt nog steeds, het is nu zaak om steun van donoren te behouden om afspraken uit de overeenkomst door te kunnen zetten en meer positieve resultaten te behalen.

Voor het verlagen van de handelskosten blijken regionale projecten effectiever te zijn dan (inter)nationale, concludeert de OESO uit evaluaties. Verschillende Aid for Trade projecten hebben zich specifiek gericht op regionale handel en hierdoor is de samenwerking op regionaal gebied aanzienlijk verbeterd. Door gebruik te maken van al bestaande regionale netwerken kon met relatief weinig inspanning toch veel worden bereikt. Documentatie van goederen is versimpeld en douanes werken beter samen, waardoor handel met buurlanden soepeler, sneller en dus goedkoper verloopt. Sierra Leone en Zambia zijn goede voorbeelden waar dit is gebeurd. Dit had een positief effect want de handelskosten zijn daar wezenlijk lager geworden en handel met de omliggende landen is gestegen.

Indirecte steun

Een ander positief punt van Aid for Trade volgens de OESO is dat er nu meer bewustzijn is in ontwikkelingslanden over de positieve rol die handel kan spelen in economische groei en ontwikkeling. Zo is bijvoorbeeld de overheid van Costa Rica de voordelen van buitenlandse handel gaan promoten in alle regio’s van het land. Ook zijn ontwikkelingslanden aangespoord om handel prioriteit te geven in ontwikkelingsbeleid. Met succes, want in 93 procent van de landen die aan de evaluatie meededen is gebleken dat handel meer prioriteit heeft gekregen in beleid en in 44 landen staat handel nu zelfs in de top drie van aandachtspunten in beleid.

Verder is nu bewezen dat het geven van indirecte steun – in de vorm van Aid for Trade projecten – aan overheden, lokale banken en bedrijven beter werkt dan het geven van directe financiële steun. Bijvoorbeeld capaciteitsopbouw en kennisoverdracht, maar ook het toegankelijk maken van financiële steun voor kleine bedrijven door lokale banken te versterken of het verbeteren van infrastructuur.

Door deze steun hebben ontwikkelingslanden uiteindelijk zelf de capaciteit om (financiële) obstakels, zoals hoge transportkosten, te overkomen. Zo is in Burkina Faso de logistieke organisatie voor transport stukken beter geworden, en de kosten transparanter. Op die manier zijn transportkosten met bijna 50 procent gedaald. In Malawi zijn grenscontroles beter georganiseerd waardoor transport efficiënter is geworden. De internationale handelsmarkt wordt zo beter bereikbaar voor ontwikkelingslanden, en op die manier kunnen zij gebruik maken van de mogelijkheden die deze markt biedt voor ontwikkeling.

Rol private sector

Het Aid for Trade Initiative heeft veel goede uitwerkingen, maar in het rapport worden ook een paar punten genoemd waaraan nog hard gewerkt moet worden. Een betere aansluiting van ontwikkelingslanden bij global value chains is er daar één van. De moeizame aansluiting heeft voornamelijk te maken met hoge handelskosten. Met het TFA wordt er al hard gewerkt om de connectie met global value chains te versoepelen door handelskosten te verlagen.

Een andere grote uitdaging is ondersteuning krijgen van de private sector in Aid for Trade projecten. De private sector kan een belangrijke rol spelen in overleg en samenwerking met overheden en beleidsmakers door mee te denken over mogelijkheden om handelskosten te verlagen, en zal daar zelf ook baat bij hebben. Daarnaast creëert de private sector werkgelegenheid, inkomen en heeft natuurlijk een groot aandeel in economische groei. Door het (internationale) netwerk kan zij ook bijdragen aan een betere connectie met global value chains. Overheden en de private sector zouden volgens de OECD en de WTO eigenlijk continue met elkaar moeten samenwerken om alle mogelijkheden van handel optimaal te benutten.

Integratie in SDG’s

Aid for Trade gaat in de nabije toekomst te maken krijgen met de uitdaging die Sustainable Development Goals (SDG’s) heet. Volgens de OESO moet Aid for Trade geïntegreerd worden in deze SDG’s. Om die agenda te financieren is handel namelijk essentieel, maar handel is ook een middel voor het bereiken van sommige losse doelstellingen. Deze integratie kan een uitdaging worden: beleidsmakers moeten alert zijn op non-tariff measures die alsnog handel voor ontwikkelingslanden kunnen bemoeilijken, door bepaalde kwaliteitseisen aan producten te stellen of vergunningen voor export te verplichten. Daarnaast is het van belang om goed te kijken naar manieren om Least Developed Countries (LDC’s) ook te betrekken in internationale handel. Zij ontvangen momenteel slechts een klein aandeel van het voor Aid for Trade beschikbare geld, omdat daar andere prioriteiten gelden die om aandacht vragen.

Voor een goede integratie moet ook gekeken worden naar de duurzaamheid van resultaten uit Aid for Trade projecten, wil Aid for Trade daadwerkelijk iets bijdragen aan de SDG’s. Uit de evaluatie blijkt dat veel landen goede hoop hebben dat Aid for Trade bijdraagt aan het behalen van de nieuwe doelen, specifiek die over economische groei en armoedebestrijding. Een integratie van Aid for Trade in de SDG’s is volgens de OESO ook noodzakelijk om LDC’s te kunnen ondersteunen in internationale handel en de vruchten die zij daar vervolgens van kunnen plukken. Handel als middel voor economische groei, maar ook in de vorm van financieel bijdragen aan ontwikkeling én aan de SDG’s.

Rapport: OECD/WTO (2015),  Aid for Trade at a Glance  2015: Reducing trade costs for inclusive, sustainable growth. OECD Publishing, Parijs.

Nieuwe burgerbewegingen op de bres voor Europese waarden

Door Guido Deuzeman | 08 mei 2019

Op 23 mei mogen we weer naar de stembus en er staat wat op het spel. De waarden onder de EU zelf staan onder druk. Ook in ons eigen land, zegt Guido Deuzeman. Maar gelukkig is er een groeiende beweging in Europa en Nederland van mensen die een grens willen trekken en zich laten horen. En werken ngo’s vaker succesvol samen om die mensen te mobiliseren. De campagne Hart boven Hard is een goed voorbeeld.

Lees artikel

‘Van deze rechtsstaat-in-naam wens ik de versierselen niet langer te dragen’

Door Marc van Dijk | 19 april 2019

Trots en dankbaar was Nico Keulemans toen hij door de koningin geridderd werd, na een leven vol ontwikkelingswerk. Nu stuurt de 88-jarige zijn onderscheiding terug. Hij herkent de rechtsstaat Nederland niet meer.

Lees artikel

Zijn we klaar voor verandering?

Door Siri Lijfering | 08 april 2019

Maatschappelijke organisaties staan wereldwijd onder druk. Dit kan het einde betekenen van het bestaan van een kritisch maatschappelijk middenveld én van internationale samenwerking. Door lokale organisaties te brandmerken als spreekbuis van het westen, proberen overheden kritische organisaties vleugellam te maken. Lokale fondsenwerving en mobilisatie van een sterke achterban zijn daarmee belangrijker geworden dan ooit.

Lees artikel