Door:
Esther van Ameijde

4 september 2015

 

cambodjanuijen
Michelle McLinden-Nuijen

Landroof, oftewel ‘landjepik’, krijgt de laatste jaren steeds meer aandacht. Maar de positie van vrouwen wordt daarbij vaak over het hoofd gezien. Hoe staat het er voor met landrechten voor vrouwen en wat wordt er aan gedaan om deze rechten te bevorderen? De wereldvraag naar voedsel, water, energie en grondstoffen is vanaf 2000 sterk toegenomen door de opkomst van grote middeninkomenslanden als Rusland, Brazilië, China en de Golf Staten. De grondstofprijs schoot daarmee omhoog en er dreigde een tekort aan voedsel en energie te komen. Dit leidde in productielanden als Rusland en Argentinië tot maatregelen om hun export te beperken. Er ontstond paniek over beschikbaarheid en de verdeling van voedsel, water, grondstoffen en energie. Dit leidde ertoe dat westerse landen en opkomende economieën, zoals Rusland en China, overgingen tot grootschalige landacquisitie in met name Afrika. Grote stukken land worden door overheden aan bedrijven geleased voor landbouwproductie. Registratie van landrechten ontbreekt vaak, waardoor land makkelijker wordt overgenomen of op een agressieve manier afgepakt van lokale boeren en boerinnen in Afrika, Azië en Latijns-Amerikaanse landen. Landacquisitie en gebrek aan landrechten ‘De voordelen van het verwerven van land is dat het goed is voor staten als investeerders in contact komen met landbouwproducenten,’ vertelt Guus van Westen, docent en onderzoeker International Development Studies aan de faculteit geowetenschappen van de Universiteit Utrecht en vice-voorzitter van LANDac (Netherlands Academy on Land Governance for Equitable and Sustainable Development, een samenwerking tussen Nederlandse organisaties die werken op landbeheer in ontwikkelingslanden). ‘Het zorgt voor vergroting van de voedselzekerheid, schept werkgelegenheid en bevordert nieuwe landbouwtechnieken. Het nadeel is dat land vaak wordt overgenomen van de lokale bevolking, die zich daar niet tegen kunnen verweren. In veel Afrikaanse landen is de staat eigenaar van het land en beslist wat ermee gebeurt. In de praktijk wordt dat land gebruikt en bewerkt door de lokale bevolking. Zij beschikken niet over eigendomsbewijzen om zich tegen de investeerders te verweren die met de centrale overheid een landdeal hebben gesloten.’ Gaynor Paradza, voormalig onderzoeker bij Institute for Poverty, Land and Agrarian Studies (PLAAS) en nu ontwikkelingswerker gevestigd in Johannesburg, legt uit wat daar de gevolgen van zijn. ‘De gemeenschap die het land bewoont en ervan leeft, wordt niet betrokken bij de onderhandelingen om het land over te dragen aan de investeerders. Dit betekent dat de gemeenschap geen voorwaarden kan stellen waaronder investeerders het land toegekend krijgen.’ Barbara van Paassen, senior beleidsmedewerker van ActionAid, stelt dat hoe zwakker landrechten beschermd zijn in een land, des te groter het risico dat grootschalige investeringen eindigen in landroof. Grootschalige investeringen gebeuren namelijk veelal in landen waar bescherming van landrechten slecht is. ‘Eigenlijk gaat het in bijna alle Afrikaanse landen wel mis. En vrouwen, die in veel landen het merendeel van de lokale voedselproductie voor hun rekening nemen, worden vaak het zwaarst getroffen door landroof.’ Genderverschil Verschillende rapporten van onder andere maatschappelijke organisaties als FIAN, TNI en ActionAid tonen aan dat vrouwen vaak het zwaarst worden getroffen door landroof. Hoe komt dat? Van Paassen: ‘Het land van vrouwen is minder goed beschermd. Dat komt mede door traditioneel gewoonterecht dat vaak patriarchaal is en waarbij vrouwen ondergeschikt zijn aan de man. Toegang voor vrouwen tot een eigen stuk land wordt geregeld door hun broer, vader of man. Daarbij komt ook nog eens dat de nationale wetgeving vaak geen oog heeft voor vrouwen of discrimineert tegen vrouwen als het gaat om toegang tot land, eigendom en controle van land. In Oost- en Zuid-Afrikaanse landen, zoals Mozambique, Tanzania, Kenia of Oeganda, is er wel betere wetgeving voor land en vrouwenrechten, maar is de implementatie zwak. In West-Afrika is het juist problematischer vanwege gebrekkige wetgeving omtrent die thema’s. Dat zijn veelal post-conflictlanden zoals Sierra Leone en Liberia.’ ‘Bovendien gebruiken vrouwen hun land voor de gemeenschap, anders dan mannen die vaker commerciële gewassen verbouwen. Op dit moment wordt land voor gemeenschappelijk gebruik, in plaats van commercieel gebruik, minder goed beschermd door wetgeving en wordt dat makkelijker onteigend’, aldus Van Paassen. Belang van landrechten voor vrouwen Naast dat vrouwen hierdoor vaker worden geraakt zijn de gevolgen van landroof op vrouwen ook groter. Paradza stelt dat vrouwen afhankelijk zijn van land als basaal levensonderhoud. ‘Het hebben van toegang tot land stelt vrouwen in staat om onderdeel van de gemeenschap te zijn. Vrouwen verbouwen gewassen voor de verkoop en verkrijgen hierdoor inkomen, waarmee zij bijvoorbeeld hun kinderen naar school kunnen sturen.’ Volgens Van Paassen zijn er wel maatregelen te nemen. Het WOLAR programma van ActionAid in Malawi is daar een voorbeeld van. Binnen dit programma zijn vrouwen in boerinnenbonden georganiseerd, om samen op te komen voor hun rechten en belangen. Hierdoor kregen zij verbeterde toegang tot land, zaden en gereedschap en daardoor een verdubbeling van de oogst. Het laat volgens Van Paassen zien dat landrechten voor vrouwen sterk kunnen bijdragen aan bredere vrouwenrechten, gelijkheid en zeggenschap over hun land. Zero tolerance voor landroof Door de vele verhalen over landroof lijkt het alsof landacquisitie altijd ten koste gaat van de leefomgeving van de lokale bevolking. Maar een aantal bedrijven zetten stappen in de goede richting. Recentelijk heeft Illovo Sugar, Afrika’s grootste suikerproducent, haar beleid op land en landrechten omgegooid naar het concept van Oxfam: zero tolerance voor landroof. Oxfam voelt zich medeverantwoordelijk voor de ommezwaai. In 2013 begon Oxfam met de campagne Behind the Brands en brengt daarmee de duurzaamheidsprestaties van de tien grootste voedingsmiddelenconcerns ter wereld, waaronder Coca-Cola en Associated British Foods (ABF), in beeld. De campagne spoort aan tot verantwoord ondernemen, het respecteren van landrechten en vrouwenrechten. Grote bedrijven als Unilever, Nestle, Coca-Cola en PepsiCo gingen Illovo voor met een zero tolerance-beleid voor landroof. Illovo levert onder andere suiker aan Coca-Cola en ABF is een groot aandeelhouder van Illovo Sugar. Hierdoor kwam het bedrijf onder de aandacht van Oxfam, zo vertelt Chloe Christman, landrechtenadviseur in Washington van Oxfam. ‘Het bedrijf is gevestigd in Zuid-Afrika en werkzaam in Malawi, Mozambique, Swaziland, Tanzania, en Zambia en daarmee de grootse suikerleverancier en een grote speler op de wereldmarkt. Dat maakt ze invloedrijk. Wanneer zo’n bedrijf voor zero tolerance gaat, geeft dat een duidelijk signaal af. Doordat Illovo als leverancier aan het begin van de keten zit en haar werkzaamheden uitvoert in Afrikaanse landen positioneert zij zich dichtbij de lokale gemeenschappen die te maken hebben met het doen en laten van het bedrijf’, zo legt Christman uit. ‘Wat Illovo uniek maakt is dat het geen Nederlands of Amerikaans bedrijf is, maar een Afrikaans bedrijf dat stelt het voorbeeld te willen geven en de wereld te willen verbeteren’, vult Monique Van Zijl, Behind the Brands-campagneleider van Oxfam in Zuid-Afrika aan. ‘Het beleid van het bedrijf kan als groot voorbeeld worden gezien.’

Cambodja Michelle McLinden-Nuijen deed voor haar PhD veldonderzoek naar landroof in Cambodja. ‘Boeren werden letterlijk op een dag wakker en ontdekten dat hun landbouwgrond was verwoest door tractors. De tractors werden beschermd door gewapende militairen. De Thaise bedrijven konden hierdoor ongestoord het land overnemen en bewerken voor het produceren van suiker. Dit gebeurde in het kader van het handelsplan van de Europese Unie (EU) genaamd Everything but Arms. Een initiatief van de EU, waarbij alle Europese import uit de minst ontwikkelde landen belastingvrij en quotavrij zijn, met uitzondering van de wapens.’ ‘In Cambodja zijn mensen beschermd door de grondwet en andere wetten en beleid. Maar door corruptie, oneerlijke verdeling van grondstoffen en commerciële belangen in het land, zijn veel mensen niet in staat om hun rechten op te eisen. Het verlies van land betekent ook verlies van belangrijke gemeenschappelijke hulpbronnen zoals bossen, weidegrond, toegang tot water en visserij. Voor huishoudens komt dit neer op verminderde voedsel- en waterveiligheid en verminderde gezondheid in het bijzonder voor vrouwen die minder gaan eten om andere familieleden te voeden. Voor vrouwen geldt ook dat wanneer ze opkomen voor landrechten ze vaak meer risico lopen op misbruik, geïntimideerd te worden en gewond te raken’, zo vertelt Nuijen vanuit haar standplaats in Cambodja.

De meest belangrijke elementen die andere bedrijven zouden moeten overnemen zijn volgens Christman: ‘Een: zero tolerance voor landrechtenschendingen van begin tot eind in de keten. Twee: richten op specifieke casussen waar landrechtenkwesties spelen en proberen een oplossing te bieden. Drie: Mocht er toch iets fout gaan dan direct ingrijpen en eventuele schade herstellen. Vier: Multistakeholderdialogen, waarbij alle belanghebbenden rond de tafel gaan. Vijf: Het respecteren van het recht op zelfbeschikking van mensen. Dat betekent dat gemeenschappen inspraak moeten hebben op de activiteiten of projecten die invloed kunnen hebben op henzelf, hun land, gebied of middelen.’ Hoe de toekomst van Illovo eruit gaat zien kunnen de dames van Oxfam niet voorspellen. ‘Het bedrijf maakt nu een eerste stap in de goede richting. Ze binden zich aan een beleid waar ze zich in de toekomst aan moeten gaan houden als er een landrechtenkwestie speelt. Het zal een heel proces worden om uit te zoeken hoe het beleid te implementeren’, aldus Christman. Van Zijl: ‘Illovo is van plan om zich dit jaar in ieder geval te gaan richten op twee casussen in Mozambique en Malawi. Hier spelen op het moment landrechtenkwesties. Het bedrijf zal met lokale aandeelhouders en de overheid moeten kijken wat ze samen kunnen doen en oplossen. Aan Oxfam nu de taak om het bedrijf te adviseren, maar ook de waakhond te zijn.’ Roadmap naar zero tolerance In een e-mail leggen Kate Mathias, ontwikkelingsadviseur Illovo, en Chris Fitz-Gerald, communicatiemanager Illovo, namens het bedrijf de beweegredenen uit voor het zero tolerance-beleid voor landroof: voor de ommezwaai had Illovo geen gedocumenteerd beleid op land en landrechten. Het bedrijf wil welkom zijn in gemeenschappen waar ze werken en hebben hun steun nodig. ‘Illovo’s investeringen vereisen grote stukken land in landelijke gebieden met een tropisch klimaat, die vaak gelegen zijn nabij zeer kwetsbare gemeenschappen.’ Door de toename van landrechtenkwesties en de bezorgdheid van consumenten rondom de ethiek van producten die ze gebruiken, is er druk ontstaan om de voorwaarden in de productieketen te verbeteren. ‘Zero tolerance is een cruciaal onderdeel van de duurzaamheid van ons bedrijf en niet optioneel.’ Het grootste verschil is dat het bedrijf transparantie geeft en rapporteert over zijn doen en laten. Op het moment is Illovo nog bezig met het ontwikkelen van een roadmap to zero tolerance die in het hele bedrijf kan worden geïmplementeerd. Gender is een sleutelcomponent in die roadmap. ‘Een externe deskundige komt ons bedrijf helpen om de risico’s voor vrouwen van onze activiteiten en land te identificeren.’

Tanzania

hubauzageni
Boerin Huba S. Uzageni ©Adam Woodhams/ActionAid

Van Paassen vertelt over een ontwikkelingsproject als onderdeel van de New Alliance for Food Security and Nutrition, die inzet op duurzame inclusieve, landbouw- geleide groei in Afrika, in het district Bagamayo, Tanzania. Een Zweeds bedrijf, EcoEnergy, wil op ruim 20.000 hectare vruchtbare landbouwgrond een suikerrietplantage aanleggen, maar op deze grond wonen en werken kleinschalige boeren en boerinnen. ‘De gemeenschap was op de hoogte gebracht van het project, maar er is een grote kans dat 1300 mensen hun huis en land verliezen zonder dat ze daar echt vrije keus in hebben. In Tanzania is het meeste land in bezit van de overheid, waarbij de gebruikers heel weinig rechten hebben of die nauwelijks worden erkend. In Tanzania is wel betere wetgeving voor land en ook op gebied van vrouwenrechten, maar de implementatie ervan is slecht. Het is een duidelijk voorbeeld van een nationale overheid die zelf land vrijmaakt voor private investeringen en geen rekening houdt met de lokale bevolking’, aldus Van Paassen.

Op de website van LandFor, de internationale campagne tegen landroof van ActionAid, vertelt boerin Huba S. Uzageni haar verhaal: ‘We zijn voor alles afhankelijk van het land. Onze familie leeft van dit land en zonder land zouden we geen eten hebben. We hebben dit land ontwikkeld tot wat het vandaag is. Nu is het maar de vraag wat ermee gaat gebeuren. Wij worden geenszins betrokken bij de onderhandelingen.’

Binnenkort zal Illovo in Malawi de landsituatie gaan beoordelen. ‘Belangrijk om te beseffen is dat er niet een enkele oplossing is voor alle landproblemen, elke landrechtenkwestie is anders.’ Toch hoopt het bedrijf een voorbeeld voor anderen te zijn: ‘De kosten van zo’n beleidsverandering kunnen aanzienlijk groot voelen, maar de kosten om het niet doen zullen veel hoger zijn.’

De Nederlandse overheid Wereldwijd investeren Nederlandse bedrijven en financiers veel. Daarnaast is Nederland ook doorvoerland van een enorm aantal producten. Op deze manier is Nederland direct en indirect betrokken bij veel investeringen in land. De Nederlandse overheid is daarom actief bezig met het opstellen van beleid op landroof. Nederland stimuleert het zero tolerance voor landroof en het vergroten van de toegang tot land voor vrouwen is een van de doelstellingen van het Nederlandse land governance beleid. Tijdens het Algemeen Overleg landroof van 18 september 2013 stelde Lilianne Ploumen, Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking: ‘Gelijke rechten voor vrouwen in de toegang tot land is een doelstelling van het Nederlandse beleid en vormt dan ook een terugkerend thema in door Nederland ondersteunde land governance programma’s.’ Het is een uitdagend thema dat veel aandacht verdient. Jeroen Roodenburg, ambassadeur Bedrijfsleven en Ontwikkelingssamenwerking op het Ministerie van Buitenlandse Zaken legt uit: ‘Nederland realiseert zich dat het recht van vrouwen op (toegang tot) land en andere natuurlijke hulpbronnen in veel landen nog steeds niet formeel erkend wordt. En waar rechtsgelijkheid tussen mannen en vrouwen wettelijk is vastgelegd hebben vrouwen vaak te maken met obstakels die voortkomen uit het gewoonterecht, erfrecht, huwelijksrecht en discriminerende praktijken in de toewijzing van land. Om die reden zet Nederland niet alleen in op betere wetgeving en uitvoering daarvan, maar ook op versterking van vrouwenorganisaties om voor hun rechten op te komen en op toegang van vrouwen tot markten en financiële diensten.’ ‘Wetgeving en gewoonterecht zijn niet van de ene op de andere dag te veranderen. Het meten van de impact van activiteiten op capaciteitsversterking en aanpassing van wet- en regelgeving is ook lastig. Binnen specifieke projecten, die indicatoren hebben voor betere landrechten voor vrouwen kan dat wel, maar binnen programma’s die zich meer richten op lobby en advocacy is dat bijna niet te doen.’ Een voorbeeld dat tegenstrijdig is aan deze inspanningen van de overheid is de afgelopen handelsmissie naar de post-conflictlanden Sierra Leone en Liberia. De missie richtte zich met name op investeringen in palmolie en mijnbouw. En dat is heel onverstandig, vindt Van Paassen. ‘Denk aan de risico’s van ontbossing, landrechten en conflicten. Nederland zou dan echt naar andere investeringen moeten kijken die kleinschaliger en innovatiever zijn. En uitgaan van lokale behoeften van boeren en boerinnen, zoals hulp bij voedselzekerheid. Deze optie is minder makkelijk en vereist meer tijd, maar is wel duurzamer’, aldus Van Paassen. Internationale richtlijnen Ook op internationaal niveau wordt gepoogd landroof aan banden te leggen. Voor bedrijven en overheden bieden internationale richtlijnen mogelijkheden om landrechten voor vrouwen meer aandacht te geven en te verbeteren. In bijvoorbeeld de Voluntary Guidelines on the Responsible Governance of Tenure of Land, Fisheries and Forests (TG’s) van de Verenigde Naties (VN) is gender een van de sleutelprincipes. De richtlijnen zijn in 2012 aangenomen. De Food and Agriculture Organisation (FAO) van de VN probeert door middel van e-learning, activiteiten en voorziening van informatie en nieuws ervoor te zorgen dat de richtlijnen worden uitgevoerd. Van Westen legt uit dat het meer is dan alleen uitleggen en monitoren van de TG’s. ‘Doel-en herkomstlanden moeten beiden worden aangesproken op hun verantwoordelijkheden. Het blijven natuurlijk wel vrijwillige richtlijnen, er kan geen juridisch beroep op worden gedaan.’ De internationale richtlijnen op land governance worden op grote schaal erkend en besproken. Michelle McLinden-Nuijen, PhD-kandidaat sociale geografie en planologie bij International Development Studies in Utrecht, stelt dat ‘de TG’s een beginpunt vormen voor een bredere kennis over gender-rechtvaardig landbeheer.’ Uit haar onderzoek blijkt echter dat dit beleidsproces bepaald wordt door invloedrijke spelers, onder andere investeerders, die erop uit zijn om in korte tijd zoveel mogelijk winst te maken. ‘Het is work in progress’, aldus Nuijen. Van Paassen stelt dat de Tenure Guidelines inderdaad best sterk zijn op vrouwenrechten. ‘De richtlijnen bieden goede kansen en mogelijkheden, omdat ze met een brede consensus zijn aangenomen. Op het moment worstelen overheden hoe ze het moeten toepassen. Zij hebben de primaire verantwoordelijkheid om de richtlijnen in de nationale wetgeving en beleid te implementeren, zowel in zuidelijke als in noordelijke landen. Daar kunnen internationale processen, zoals de implementatie van de richtlijnen door FAO, wel bij helpen.’ De TG’s zijn niet de enige richtlijnen. The Land Policy Initiative (LPI) is een gezamenlijk programma van de Afrikaanse Unie, de African Development Bank Group en de United Nations Economic Commission for Africa, waarmee gestimuleerd wordt om het gebruik van landontwikkeling in Afrika te bevorderen. LPI heeft de 13 Guiding Principles ontwikkeld om Afrikaanse overheden zelf te begeleiden in de onderhandelingen met plegers van landroof. ‘Dit soort initiatieven kunnen helpen om de zichtbaarheid van de impact van landroof op vrouwen te vergroten. Ook geven ze landen hulpmiddelen voor het monitoren van genderimpact’, voegt Paradza toe. Tegelijkertijd zijn er ook internationale initiatieven die tegen de TG’s in lijken te gaan, waarbij juist grootschalige landbouw wordt gepromoot zonder voldoende rekening te houden met landrechten, stelt Van Passen. ‘Denk bijvoorbeeld aan de New Alliance for Food Security and Nutrition, het Afrikaanse landbouwinitiatief van de G8, dat samen met grote bedrijven als Unilever, Monsanto, Syngenta grote investeringen in Afrika willen bevorderen. Hier spelen tegenstrijdige belangen. De belangen van het internationale bedrijfsleven lijken prioriteit te hebben. Bedrijven geloven vaak dat zowel zij als de lokale gemeenschap evenveel kunnen profiteren, terwijl hiervoor de condities ontbreken. Ondanks dat we zien dat bijna alle landinvesteringen misgaan is er nog steeds het idee dat het goed kan gaan met het stellen van enkele voorwaarden. Om het echt goed te doen is echter een heel ander investeringsmodel en denken nodig, dat bouwt op lokale behoeften, zoals voedselzekerheid.’ De eerste stappen voor landrechten voor vrouwen worden gezet. Maar er is nog wel een slag te halen als het gaat om de uitvoering van nationale wetgeving en internationale richtlijnen. ‘De kwetsbaarheid van de landrechtenpositie van vrouwen moet zichtbaarder worden, vindt Paradza. ‘Ook moeten er meer maatregelen komen om landrechten voor vrouwen te beschermen. Landrechtencampagnes zouden de druk moeten opvoeren op beleidsmakers en landrooflanden om hier nog meer verantwoordelijkheid in te nemen.’ Van Paassen voegt toe: ‘Veel beleidsmakers en bedrijven blijven genderblind en er wordt structureel vergeten dat het hebben van land, leven betekent voor mensen.’

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel