Door:
Manon Stravens

3 september 2015

Categorieën

Tags

Boek Boko HaramHoe een ideologische revolte in Nigeria uitgroeide tot een oorlogsmachine Boko Haram is geduid met een waaier aan beschrijvingen, maar tot op heden weten we bijzonder weinig van deze terreurgroep die het noordoosten van Nigeria al jaren in een bloedige greep houdt. Afgelopen maandag verscheen het eerste Nederlandstalige boek over de terreurgroep. We zijn in een opvangcentrum voor vluchtelingen, een groot zanderig terrein middenin het stadje Hadeija in het uiterste noorden van Nigeria. Op matten en stukken karton zitten, liggen of hangen honderden mannen en jongens in groepjes bij elkaar. De vrouwen zitten een eind verderop. Hun kinderen zijn uit bedelen gestuurd. Enkelen zijn bezig met het afladen van vis. Ze zijn allemaal gevlucht uit Borno, de meesten komen uit het vissersdorp Doron Baga bij het Tsjaadmeer. Dit dorp werd begin 2015 aangevallen door Boko Haram. Een van de bloedigste aanvallen met naar men zegt tweeduizend doden. Sommigen bivakkeren al maanden in Hadeija. ‘Hier slapen we, tussen de balen vis, zonder muskietennetten. Het stikt hier van de muggen.’ Maar ze voelen zich veilig. De plattelandsstaat Jigawa, is wonderbaarlijk vrij gebleven van terreurgeweld. Het is een ongewoon grote verzameling mensen zo middenin de stad. We worden al snel omringd door een massa jongemannen. Een tanige twintiger, gekleed in spijkerbroek en T-shirt, wordt naar voren geduwd. ‘Hier, hij heeft nog meer te vertellen.’ De jongen begint zijn verhaal van een aanslag op het eiland Karamga in het Tsjaadmeer eind april. ‘Boko Haram-strijders kwamen in boten, vroeg op de ochtend, net na het gebed. Sommige mensen waren nog in de moskee. Zwaarbewapend met AK-47’s en raketwerpers begonnen ze te schieten. Ze sloegen winkels en huizen kapot. Ze vielen ook de legerbasis aan en schoten soldaten dood. Sommigen werd de keel doorgesneden. Wij, de jongens, werden in groepen ingedeeld. Een aantal van ons werd vermoord. Er zijn heel veel doden gevallen, ook onder Boko Haram-strijders zelf. Boko Haram droeg ons op alle wapens te verzamelen en in de boten te leggen. Ze begroeven de lichamen van hun eigen strijders, andere namen ze mee. Het leger kwam de gesneuvelde soldaten met een helikopter ophalen.’ De aanslag, net twee maanden geleden, zit nog vers in het geheugen van de jongen. Boko Haram had het eiland, waar ook een militaire basis uit Niger is gelegerd, in februari ook al aangevallen. Deze keer zouden er bijna vijftig soldaten zijn omgekomen. De jonge vluchteling droomt van de kelen die werden doorgesneden. Als ik hem vraag waarom hij werd gespaard, zegt hij met een verlegen glimlach: ‘Het was mijn tijd nog niet.’ ‘Je hebt net met een Boko Haram-strijder gesproken,’ zegt mijn compagnon droogjes als we weer in de auto zitten. ‘De jongen sprak in de ik-vorm, maar je vertaler heeft het verdraaid.’ Het verbaast me nauwelijks. Het feit dat de jongen werd gespaard, zegt genoeg. Bij hun aanvallen zetten ze jongens en mannen voor het blok, de keuze is simpel: meedoen of sterven. ‘We brengen ze zelf ter wereld’ Smerig, agressief, gesluierd en zwaarbewapend. De strijders van Boko Haram spreken verschillende talen en zijn niet alleen van Nigeriaanse afkomst. Schattingen van hun leeftijd lopen uiteen van veertien tot veertig jaar. Het zijn de beschrijvingen die vluchtelingen van hun aanvallers geven. ‘Ze liepen scheef van de zware kogelriemen die om hun schouders hingen,’ voegt Rebecca toe, terwijl ze opstaat om het na te doen. Rebecca is een gevluchte hulpverleenster die ik in Jos spreek. Zelf overleefde ze een aanval van Boko Haram in de bossen op weg naar Chibok. Boko Haram’s grote groep jonge aanhangers is onder Shekau uitgegroeid tot een leger ‘voetsoldaten’ bestaande uit jongemannen, vrouwen en kinderen. Al dan niet gedwongen gerekruteerd, houden deze voetsoldaten de beweging op de grond gaande. Zij plegen de aanslagen of ondersteunen de beweging als kok, seksslaven of loopjongens. Anderen dragen eten, wapens, munitie en brandstof of vervoeren de strijders op motorfietsen. Boko Haram heeft een harde kern van ‘manschappen’ die zich ophoudt in kampen in de bossen van het uitgestrekte Sambisa-woud. Daarnaast heeft de groep middels gehaaide ronselstrategieën ook spionnen en sympathisanten in de ‘bewoonde wereld’. Er bestaat geen duidelijk profiel van de strijders, hun achtergrond, motivaties en hoe ze worden gerekruteerd. Ook is onbekend met hoeveel ze zijn en hoe hun leven als strijder eruitziet. Niettemin geven de verhalen van vluchtelingen, jongeren en hulpverleners die een aanslag overleefden wel een indruk van het voetvolk. Vluchtelingen vertellen wat ze gezien hebben tijdens een aanval. Jongeren weten wat hun leeftijdsgenoten beweegt, hoe ze kunnen radicaliseren en – tot op zekere hoogte – waarom ze zich aansluiten bij Boko Haram. Gedurende mijn reis in Nigeria is me duidelijk geworden dat de gelederen van Boko Haram bestaan uit ‘gewone jongemannen’, voor een deel althans. Ik herinner me de vrouw in het vluchtelingenkamp in Bosso in het zuidoosten van Niger, in november 2014, die sommige jongens die haar dorp Malam Fatori aanvielen, herkende als ‘zonen van eigen grond.’ Een hulpverleenster uit Niger, met wie ik over de markt in Diffa liep, waarschuwde me geen woord te zeggen over Boko Haram. ‘Je weet nooit of er niet toevallig eentje voor je neus staat.’ Het is verwarrend. Een ‘terrorist’ associeer ik met zware wapens, gesluierde gezichten en kogelriemen over de schouder. Niet met zo’n alledaagse Afrikaanse grensmarkt waar vrouwen handelen in groente, vis, zeep en slippers en waar jongens hun dagelijkse kost bij elkaar scharrelen door het wisselen van geld of als taxichauffeur. ‘Boko Haram komt voort uit ons en bevindt zich onder ons,’ zegt ook Justina, directeur van een organisatie in Jos die zich al jaren inzet voor dialoog en verzoening na conflict. ‘Wij vrouwen zetten deze jongens op de wereld of we trouwen met hen.’ Die vermenging met de bevolking heeft het conflict in Nigeria heel complex gemaakt, vindt ze. ‘Normaal weten we wie de vechtende partijen zijn. Nu hebben we geen idee wie “de vijand” is. Aanhangers van Boko Haram komen er niet altijd duidelijk voor uit dat ze van “de sekte” zijn. Het kan je buurman zijn of de taxichauffeur, het zijn gewone burgers, net als wij.’ Idris in de noordelijke stad Kano vertelt hoe een bekende van hem plotseling naar de stad Maiduguri vertrok, nog maar heel recent. Hij vertrok met zijn hele gezin. ‘Op naar het paradijs,’ zei hij nog, aldus Idris. Ahmed uit Maiduguri vertelt me telefonisch hoe zijn geradicaliseerde kleermaker hem probeerde te overtuigen zich aan te sluiten. ‘Op een heel vriendelijke manier,’ voegt hij toe. Een gevluchte dominee in Jos beschrijft hoe een jonge leider van Boko Haram voorheen zelfs bevriend was met zijn kinderen. ‘Ik kende hem. Hij kwam ook bij ons thuis.’ Die verwevenheid met de lokale bevolking maakt Boko Haram paradoxaal genoeg heel ongrijpbaar. Iedereen is voorzichtig. Liever verwijst men naar de groep als ‘de sekte’, ‘de jongens’ of gewoon afgekort ‘BH’. Sommige mensen beginnen zacht te praten, of praten liever helemaal niet. Bij anderen fronst even het gezicht als je over Boko Haram begint. ‘We zijn voorzichtig omdat je niet weet wie je voor je hebt, elk verkeerd woord kan je de kop kosten. Critici worden gebrandmerkt,’ zegt een jongerenwerker in Kano. ‘Voor je het weet komen “ze” terug om wraak te nemen.’ En hoe. ‘Om een telefoon te krijgen, zijn ze in staat het hele kantoor in de as te leggen,’ meent weer een ander. Het blijkt dan ook bijzonder moeilijk om (ex-)strijders te vinden, die hun mond willen opendoen. Niemand wil met de groep geassocieerd worden. In Kano was het bijna gelukt een ex-strijder te interviewen. Shehu, mijn lokale contactpersoon, kende er een en had dagenlang geprobeerd hem te overtuigen mee te werken aan een interview. Uiteindelijk nam de jongen de benen. Volgens Shehu durfde hij niet, bang te worden verraden. ‘Ex-strijders durven zich niet bloot te geven. Die worden hier meteen tot moes geslagen.’ Niet alleen maar arme Nigeriaanse jongemannen Als ik doorvraag over de achtergrond van zo’n ‘gewone’ jongeman, dan is ‘afkomstig uit een arme familie’ het gangbare antwoord. Slecht opgeleid, werkloos en met weinig toekomstperspectief. ‘Zij die weinig te verliezen hebben in het leven’, aldus Boko Haram-kenner Mausi Segun. ‘Als strijder hebben ze tenminste nog een paar glorieuze dagen. Ze gaan toch wel dood. They will die anyway.’ Hoewel het aannemelijk klinkt, is enkel uitzichtloze armoede en werkloosheid een onbevredigende verklaring. Er zijn tientallen miljoenen Nigerianen die in absolute armoede leven, maar die er niet voor kiezen zich aan te sluiten bij Boko Haram. En een land als Niger is vele malen armer dan Nigeria, maar daar ontsproot tot op heden geen terreurbeweging. Bovendien heeft Boko Haram ook aanhangers en sympathisanten onder welgestelden. De jongen die door Boko Haram als amir, een lokale leider, van het veroverde dorp Uba werd aangesteld en voorheen bevriend was met de kinderen van een dominee die ik sprak, kwam uit een welvarende familie.

‘Als strijder hebben ze tenminste nog een paar glorieuze dagen. Ze gaan toch wel dood.’

Afgaande op de getuigenissen heeft Boko Haram een heel diverse groep mensen aan zich weten te binden. Hun aanhangers verschillen in etnische en sociaal-economische achtergrond, motivatie en nationaliteit. Behalve arme en ongeletterde jongemannen hebben door de jaren heen ook scholieren, afgestudeerden, vrouwen, geestelijken, elitekinderen, christenen, vrijgelaten gevangenen en bandieten zich bij Boko Haram aangesloten. Jonge Nigerianen met een diploma in scheikunde, natuurkunde of engineering zijn bijvoorbeeld als bommenmakers gerekruteerd, meent veiligheidsanalist Bawa Abdullahi. Twee gevluchte vertegenwoordigers van een grote kerkgemeenschap vertelden afzonderlijk van elkaar dat ze ook christenen kenden, die zich hadden aangesloten. ‘Vanwege het geld.’ Wat betreft etnische achtergrond zijn de aanhangers niet allemaal Kanuri, zoals een groot deel van het leiderschap, inclusief opperman Shekau. Boko Haram is multi-etnisch. Aanhangers kunnen net zo goed Fulani, Hausa of van een andere etnische groep zijn, getuige de verschillende talen die strijders spreken. En hoewel veel rekruten van eigen bodem komen, zijn er ook strijders van Tsjadische, Nigerese of Kameroense afkomst. Sommige vluchtelingen vertellen dat ze strijders zagen met een ‘Arabisch uiterlijk, een lichte huidskleur en lang haar.’ De voormalige woordvoerder Abdul Qaqa beweerde in 2012 dat ‘vreemdelingen’ uit Kameroen en Tsjaad op sleutelposities binnen de beweging staan. Zo komt topman Mamman Nur uit Kameroen of Tsjaad. Ook de ouders van de huidige leider Abubakar Shekau zouden uit Niger komen. Door de jaren heen zijn naar verluidt ook Somaliërs en Soedanezen gearresteerd. In juni 2011 zijn tientallen Kameroeners Nigeria uitgezet, op verdenking lid te zijn van Boko Haram. Het merendeel van de 185 gearresteerde personen na de grote aanslagen in Kano in januari 2012 was volgens de regering afkomstig uit Tsjaad. En zo doen meer verhalen de ronde over de nationaliteit van Boko Haram-aanhangers, al zijn die berichten doorgaans niet makkelijk te verifiëren. Bovendien is het totaal onduidelijk om hoeveel ‘buitenlanders’ het precies gaat en of dat significante aantallen zijn. Sommige van deze ‘vreemdelingen’ sluiten zich in hun eigen land aan, anderen worden over de grens door de groep gerekruteerd. Het is bekend dat Boko Haram actieve cellen in Kameroen, Niger en de Tsjadische hoofdstad N’Djamena heeft, of had. Dat is niet zo vreemd, de grenzen zijn uiterst poreus en er bestaan intensieve etnische en linguïstische banden tussen de verschillende landen. Bovendien mogen inwoners van de ECOWAS- regio, de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse staten, zich tussen de landen vrij bewegen. Er is bijzonder veel mobiliteit, handel en migratie tussen de verschillende landen. Dat komt mede door een vrijwel afwezige overheid in bijvoorbeeld het zuidoosten van Niger en het noorden van Kameroen, aldus Boko Haram-onderzoeker Mausi Segun. Mensen in deze regio’s leven in vergelijkbare omstandigheden als die in Noord-Nigeria. Er is een hoge werkloosheid en veel armoede. Kameroen is, net als Nigeria, min of meer verdeeld in een islamitisch noorden en een christelijk zuiden, waarbij het zuiden economisch beter af is. Door de jaren heen zijn er veel jongeren vanuit die landen naar Nigeria vertrokken, op zoek naar werk. Ze houden zich bezig met kleinschalige handel of de smokkel van brandstof, tabak en textiel. Andere jongeren kiezen er ervoor zich aan te sluiten bij Boko Haram.

Over het boek Jama’atu Ahlis Sunna Lidda’Awati Wal-Jihad, bekend als Boko Haram, houdt Nigeria al jaren in de greep en heeft duizenden burgerdoden op de kerfstok. Toch beginnen de internationale alarmbellen pas echt te rinkelen na de ontvoering van de 276 ‘Chibok-meisjes’ in 2014. Beschreven als een radicale religieuze sekte, terreurorganisatie, criminele bende, sociale beweging en politiek instrument, weten we tot op heden weinig van Boko Haram. Maar opererend in de ontvlammende Sahel, waar landsgrenzen niets voorstellen en waar ook Al Qaida en ISIS zich ophouden, is aandacht voor dit soort lokale bewegingen juist cruciaal. Hoe groeide een ideologische revolte uit tot een moordmachine? Wie zijn ze, wat willen ze en hoe worden ze gefinancierd? En waarom kan Nigeria, ‘Gigant van Afrika’, haar niet verslaan? Het boek ‘De opstand van Boko Haram’ kijkt verder kijken dan de berichtgeving over de terreur die het leven van Nigerianen in noordoost-Nigeria tot een hel maakt. Ook kijkt het boek niet vanuit de bril van de mondiale antiterreur-retoriek, waarin vooral de banden met Al Qaida of IS worden belicht. Om de wortels en het waarom van Boko Haram beter te begrijpen, moeten we veel verder terug dan hun officiële, vaak opgevoerde oprichtingsjaar 2002. Diep de politieke, sociaal-economische, militaire en religieuze geschiedenis in. Dan pas begrijpen we dat Boko Haram tot op zekere hoogte past in een rijke traditie van al dan niet militante hervormingsbewegingen, in een opstandig Noord-Nigeria. In een corrupt, verdeeld, divers en diep religieus land met een uiterst turbulent verleden. Boko Haram is allesbehalve een uniek religieus fenomeen of een opstand van straatarme jongens. Het heeft een ingewikkelde voedingsbodem met vele kiemen. Of zoals bisschop Mathew Kukah uit Sokoto ooit eens zei: It is a problem with many faces; we have not done much to look very closely at it. Het boek is uitgegeven door uitgeverij Conserve en kwam tot stand met steun van het fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Manon Stravens – De opstand van Boko Haram – Hoe een ideologische revolte uitgroeide tot een oorlogsmachine – 224 pagina’s met veel foto’s van de auteur, uitgeverij Conserve, ISBN 978 90 5429 400 9, € 14,99 te bestellen bij www.conserve.nl en www.bol.com

Over de auteur Manon Stravens (Breda, 1977) is ontwikkelingswerker en zelfstandig journalist en heeft West-Afrika veelvuldig bereisd en beschreven. Bijna vier jaar werkte ze in Mali. In 2013 verscheen het boek Bamako Bonjour – Over heethoofden, hulp en humor in crisistijd. Meer informatie: www.manonstravens.nl

‘Empathie gaat armoede niet oplossen’

Door Lys-Anne Sirks | 18 oktober 2018

Tien jaar lang werkte de Oegandees Sean Patrick binnen de ontwikkelingssector. Maar omdat hij daar naar eigen zeggen geen duurzame verandering kon bewerkstelligen, begon hij als ‘pastarebel’ zijn eigen bedrijf, de Green Banana Food Company. Hoe kijkt hij aan tegen de beleidsnota ‘Investeren in perspectief’ van minister Kaag?

Deel 1 van een serie waarin zuidelijke experts hun visie op de beleidsnota geven.

Lees artikel

Internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen staat nog in de kinderschoenen

Door Lennaert Rooijakkers | 15 oktober 2018

Iedereen heeft de mond vol over internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO). En inmiddels zijn er al vijf convenanten die dat moeten bevorderen van kracht en zitten er nog vier in de pijplijn. Maar is het daarmee ook al integraal onderdeel van het zaken doen in het buitenland geworden?Vice Versa duikt aan begin van week twee van het dossier hulp en handel in de wondere wereld van IMVO.

Lees artikel

‘Beleid hulp en handel alleen succesvol als Nederlandse bedrijven meer lokaal inkopen’

Door Joris Tielens | 12 oktober 2018

De Nederlandse overheid moet Nederlandse bedrijven in Afrika aansporen om lokaal grondstoffen in te kopen, werk te bieden aan Afrikanen en te investeren in Afrikaanse bedrijven. Alleen dan kan het beleid van minister Kaag een succes worden, denkt prof. Chibuike Uche, hoogleraar bij het Afrika Studie Centrum.

Lees artikel