Door:
Bob van Dillen

26 augustus 2015

Categorieën

bobvandillenBLOG – Op 20 juli oordeelde Bob van Dillen over de rol van migranten en diaspora in de Financing for Development conferentie in Addis Abeba. Drie weken later werden in New York de duurzame ontwikkelingsdoelen met algemene stemmen goedgekeurd. Deze zullen eind september formeel worden aangenomen tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Samen met de Addis Ababa Action Agenda (AAAA) zullen de Sustainable Development Goals (SDG’s) de komende 15 jaar de agenda voor internationale samenwerking bepalen. Welke plaats en rol is daarbij ingeruimd voor vluchtelingen, migranten en diaspora? Leaving no one behind stond centraal in de discussies over de Post-2015 Agenda en de SDG’s. Het idee, dat geen van de doelen bereikt zou kunnen worden zonder dat deze voor iederéén bereikt worden, is goed vertegenwoordigd in het slotdocument Transforming our world: the 2030 agenda for sustainable development. Dit betekent dat alle rechten en mogelijkheden die in de SDG’s zijn opgenomen voor elke individuele migrant gelden – in landen van herkomst, doorgang en vestiging –ongeacht zijn of haar migratiestatus. Dat is een grote verbetering ten opzichte van de Millennium Development Goals (MDG’s) waar eigenlijk geen speciale aandacht was voor kwetsbare groepen zoals migranten en vluchtelingen. We zijn nu vijftien jaar verder, en inmiddels is er volop aandacht in de SDG’s voor vulnerable groups, dat wil zeggen de armste, zwakste en meest achtergestelde mensen. Binnen de definitie van vulnerable groups worden migranten, vluchtelingen en ontheemden speciaal genoemd. Ook dat is vooruitgang. Die vooruitgang is ook eigenlijk volstrekt logisch: ongeveer 1 miljard mensen (een op de zeven wereldburgers) zijn interne of internationale migranten, en niemand zou vandaag de dag nog betwisten dat migratie van invloed is op ontwikkeling en andersom. Onderzoek uit dat migranten niet alleen bijdragen aan economische groei en welvaart in de landen waar zij zich vestigen, maar ook in de landen waar zij vandaan komen, bijvoorbeeld door het terugzenden van geld (remittances) aan familie en vrienden, of door als sociale ondernemers te investeren in hun geboortedorp. Er wordt verwacht dat de SDG’s deze belangrijke bijdragen van migranten zullen ondersteunen en vergemakkelijken. Tegelijk zijn migranten ook kwetsbaar, in landen van herkomst en vestiging maar vooral ook onderweg op hun tocht over land en zee. Alleen al dit jaar zijn er meer dan 2300 migranten verdronken bij hun poging de Middellandse Zee over te steken. Een medewerker van Artsen Zonder Grenzen vertelt dat bijna alle onderzochte vrouwen in kampen in Italië verkracht zijn, waarvan een groot aantal 2-3 maanden zwanger. Op televisie zien we 3000 migranten, bivakkerend in tenten in Calais (een zwerm, volgens Britse premier David Cameron, en een gevaar voor de Europese levensstandaard, volgens de minister van Buitenlandse Zaken Phillip Hammond), wachtend op een levensgevaarlijke kans om het Kanaal over te steken. We zien hoe Fort Europa het door schulden geplaagde Griekenland grotendeels alleen laat staan in het reguleren van een stroom van tienduizenden migranten (50.000 alleen al in juli). En we zien EU-leiders worstelen (en falen!) om 40.000 vluchtelingen te herverdelen over de lidstaten. Het is dus goed dat in New York niet alleen erkend werd dat migratie en migranten een positieve kracht voor duurzame ontwikkeling zijn, maar ook dat de SDG’s de rechten en het welzijn van migranten moeten bevorderen. Kort samengevat erkent paragraaf 35 de bijdrage van migranten aan inclusieve groei en duurzame ontwikkeling en promoot het de volledige naleving van mensenrechten en de menswaardige behandeling van migranten ongeacht hun migratie status; paragraaf 14 brengt onder de aandacht dat gedwongen ontheemding een bedreiging vormt voor het ontwikkelingsproces; paragraaf 23 schaart migranten, vluchtelingen en interne ontheemden onder kwetsbare personen; paragraaf 25 stelt vast dat migranten hun leven lang toegang  hebben tot educatie; paragraaf 27 bevat het streven om mensenhandel te stoppen; en paragraaf 74.g stelt vast dat de monitoring van de uitvoering en het meten van de bereikte resultaten gedaan moeten worden op basis van op migratie status uitgesplitste data. In een aantal duurzame ontwikkelingsdoelen wordt expliciet gerefereerd aan migratie en migranten, namelijk economische groei, werkgelegenheid en waardig werk (SDG 8), ongelijkheid (SDG 10), en methoden van uitvoering (SDG 17). Deze omvatten specifiek:

  • 8.8 Bescherming van arbeidsrechten en het bevorderen van een veilige werkomgeving voor alle arbeiders, inclusief arbeidsmigranten, in het bijzonder vrouwelijke migranten, en degenen in onzekere banen;
  • 10.7 Faciliteren van ordelijke, veilige, gereguleerde en verantwoordelijke migratie en mobiliteit van mensen, onder meer door de uitvoering van een goed gepland en beheerd migratiebeleid;
  • 10.c Tegen het jaar 2030, de transactie kosten van remittances van migranten verminderen tot minder dan 3 procent, en het elimineren van remittance corridors met kosten die boven de 5 procent liggen;
  • 17.18 Tegen het jaar 2020, het verhogen van capacity building steun aan ontwikkelingslanden […] om de beschikbaarheid van kwalitatief hoogstaande, tijdige en betrouwbare gegevens, uitgesplitst naar status, significant te verhogen.

Daarnaast zijn er in drie doelen afspraken gemaakt over het stoppen van uitbuiting en mensenhandel, vooral van meisjes en vrouwen. Samen met de Addis Abeba Action Agenda (AAAA) van de Financing for Development conferentie betekent dit een grote stap voorwaarts wat betreft het integreren van migranten en migratie in de internationale ontwikkelingsagenda. De AAAA beschrijft beleid en actieplannen gerelateerd aan het verzekeren van veilige, ordelijke en gereguleerde migratie die respect voor mensenrechten en fundamentele vrijheid voor alle migranten volledig in acht nemen, ongeacht hun status; het beëindigen van mensenhandel; toegang tot en overdraagbaarheid van verdiensten; onderwijs voor kinderen van migranten en vluchtelingen; erkenning van vaardigheden; het verlagen van de kosten voor werving en remittances (goedkopere, snellere en veiligere overschrijvingen, met daarbij het bevorderen van competitie, transparantie en het gebruik van nieuwe technologieën, het uit de weg ruimen van obstakels die de stroom aan remittances in de weg staan, en het verbeteren van dataverzameling); financiële integratie, diensten en geletterdheid; het tegenstrijden van xenofobie; en het faciliteren van sociale integratie. Om regelmatig vast te kunnen stellen of de doelen worden bereikt, zullen allereerst uitgesplitste data nodig zijn. Experts op het gebied van internationale ontwikkelingssamenwerking pleiten voor sterkere dataverzameling en –metingen, en meer financiële steun voor nationale statistische bureaus zoals het CBS in Nederland.  Zo zullen er voor verbeterde data betreft meisjes zowel kwalitatieve als kwantitatieve methoden nodig zijn, onder meer omdat percepties van veiligheid en toegang tot diensten vaak weerspiegelen hoe goed programma’s geïmplementeerd zijn. Dit geldt evenzeer voor minderjarige migranten en migranten in het algemeen, de reden waarom het belangrijk is migranten als onderdeel van ‘kwetsbare groepen’ te zien. Het is zeer belangrijk dat het maatschappelijk middenveld bijdraagt aan de verzameling van zulke kwalitatieve en kwantitatieve data, en overheden verzoekt deze data mee te nemen in rapportages of in het aanpassen van beleid. Daarnaast zijn er ook meetbare indicatoren nodig. Het zal niet gemakkelijk zijn om een doel als eerlijke, veilige, geregelde en verantwoordelijke migratie te meten. Dit is echter wel van cruciaal belang om ervoor te zorgen dat overheden daadwerkelijk voortgang maken met bijvoorbeeld het reduceren van het aantal drenkelingen in de Middellandse Zee of het aantal slachtoffers van moderne slavernij en mensenhandel. Het is overigens van belang om de universaliteit van de SDG agenda nog eens te uit te lichten, wat concreet betekent dat deze agenda, door consensus overeengekomen, even toepasbaar is op Frankrijk, Griekenland en het Verenigd Koninkrijk als op Nederland, de Filipijnen, Eritrea en Mexico. Ontwikkelde landen zullen er dus zorg voor moeten dragen dat er in de eigen samenleving niemand wordt vergeten. Dat betekent bijvoorbeeld voor een land als Nederland dat de regering haar beleid ten opzichte van ongedocumenteerde migranten moet herzien. Zonder Burgerservicenummer of geldig legitimatiebewijs hebben deze mensen, waarvan wordt geschat dat het aantal rond de 90.000 ligt, niet de mogelijkheid om naar de dokter te gaan of om hun kinderen naar school te sturen. Niemand kan hen een baan aanbieden, en een appartement mogen ze niet huren. Vorig jaar november heeft de Europese Commissie geoordeeld dat de Nederlandse overheid de plicht heeft om iedereen bed, bad en brood aan te bieden, dus ook aan uitgeprocedeerde asielzoekers die niet werken aan vrijwillige terugkeer, of die wegens administratieve redenen niet terug kunnen keren. Het besluit van de Europese Commissie is echter niet bindend, en het heeft maanden geduurd voordat er een compromis werd gesloten die uiteindelijk niemand tevreden stelde. Op dit moment wordt het aantal beschikbare plaatsen voor onderdak verminderd, en afgewezen asielzoekers moeten bewijzen dat zij meewerken aan terugkeer voordat zij hier gebruik van kunnen maken. Vanuit het oogpunt van de SDG’s zouden deze mensen niet alleen toegang moeten krijgen tot bed, bad en brood, maar ook tot onderwijs dat hen helpt bepaalde vaardigheden aan te leren en kennis te verwerven die nodig zijn om deel te nemen aan de samenleving. Nadat de SDG’s eind september formeel zijn aangenomen zullen overheden van ontwikkelde en ontwikkelingslanden een passend en doelmatig beleid op moeten stellen waarin de SDG’s op een adequate manier worden vertaald naar nationaal beleid. De ervaringen met de MDG’s leren ons dat dit bepaald geen automatisme is. Het is aan het parlement en het maatschappelijk middenveld ze hieraan te houden en toe te zien op een goede uitvoering. Het welzijn van migranten en vluchtelingen is daarvan afhankelijk.

‘Niets dan verwoesting van ons land’

Door Siri Lijfering | 10 december 2019

De olie-industrie levert de Nigeriaanse staat miljarden op, maar de bevolking van de Nigerdelta ziet haast niets ervan terug en lijdt zeer onder de vervuiling. De lokale koning daagt Shell voor de rechter en twee strategische partnerschappen gaan de problemen te lijf. Vandaag: deel één.

Lees artikel

‘Wie ik tegenkom, wil ik in beweging brengen’

Door Lizan Nijkrake | 09 december 2019

Houda Loukili was Nederlands jeugdkampioen kickboksen en baande zich, als meisje met Marokkaanse achtergrond, een weg door een traditioneel mannelijke wereld. Nu geeft ze sporttraining aan kinderen en vrouwen buiten de boksring. ‘Ik wil doen wat mijn coach voor míj heeft gedaan.’

Lees artikel

Vechten voor het recht op liefde

Door Siri Lijfering | 05 december 2019

De antihomowet die in Nigeria is ingevoerd, maakt de lhbt-gemeenschap nòg kwetsbaarder. Zo is opkomen voor lesbische vrouwen zowel broodnodig als gevaarlijk; een kat-en-muisspel met hoge inzet. Hoe gaat het strategisch partnerschap Count Me In! ermee om?

Lees artikel