Door:
Ellen Mangnus

4 augustus 2015

Categorieën

Ellen-editBLOG – Hoe goed kennen ontwikkelingswerkers hun doelgroep en weten ze wat hen echt beweegt? Het nieuwste World Development Report is ontluisterend: misverstanden ondermijnen nog veel te vaak het effect van interventies. Ellen Mangnus legt uit waarom beter bewustzijn van ons irrationele gedrag tot beter ontwikkelingswerk kan leiden. Voedingsexperts Twan en Martha lopen al peinzende en discussiërende door een afgelegen dorpje gelegen aan de voet van het Atlasgebergte in Marokko. De Wereld Gezondheidsorganisatie heeft ze op pad gestuurd om te onderzoeken wat er gedaan kan worden aan de ondervoeding bij kinderen in deze streek. In vergelijking met andere plattelandsgebieden in Marokko is het aantal ondervoede kinderen hier opmerkelijk hoog. Martha: ‘Ik snap werkelijk niet waarom iedereen hier een televisie en schotelantenne heeft? Als deze mensen niet eens genoeg geld hebben om hun gezin te voeden, wat bezielt ze dan om te investeren in zulke apparaten?’ Twan: ‘Tja. Misschien zijn het cadeaus van familieleden die geëmigreerd zijn?’ Martha: ‘Bij alle huizen? Dat lijkt me sterk.’ Twan: ‘Of misschien was dit voorheen een welvarender regio?’ Martha: ‘Nee, dit is altijd al een achterstandsregio geweest. Laten we het aan de eigenaar van het winkeltje, Zaïd, vragen.’ Zaïd: ‘Waarom ik een televisie en dvd-speler heb, terwijl we maar één keer per dag kunnen eten? Ha! Jullie kunnen je zeker niet voorstellen hoe saai het leven hier in het dorp is als er niets te doen is op het land? Net als thee met heel veel suiker drinken met andere mannen, brengt een televisie ons gezelligheid. Met afleiding stillen we de honger. Andersom zou je met eten niet de verveling kunnen stoppen.’ Groepsdieren Dit verhaaltje en Twan, Martha en Zaïd heb ik verzonnen, maar het voorbeeld van een dorp in Marokko waar mensen liever een tv en schotelantenne kochten dan dat ze hun geld spaarden om hun kinderen te voeden, komt uit het boek Arm en Kansrijk van Abhijit Vinayak Banerjee 
en Esther Duflo. Ook het World Development Report van 2015 besteedt er uitvoerig aandacht aan: het gegeven dat mensen helemaal niet zulke rationeel-economisch handelende actoren zijn zoals in ontwikkelingsinterventies vaak verondersteld wordt. Of dat wat rationeel handelen voor de één is, niet rationeel hoeft te zijn voor iemand uit een andere omgeving of cultuur. Psychologische, culturele en sociale aspecten beïnvloeden ons gedrag. Het rapport stelt dat een groter inzicht in hoe mensen beslissingen maken zal leiden tot effectievere interventies. Het zet uiteen hoe ons handelen te maken heeft met de invloed van onze sociale omgeving en het functioneren van ons brein. Volgens gedragswetenschappers worden we in sterke mate beïnvloed door onze sociale context. Hoe we denken en hoe we reageren is afhankelijk van wat anderen in onze omgeving doen en denken. De mens is een groepsdier: we handelen niet alleen vanuit ons zelf, maar reageren ook op wat we denken dat anderen van ons verwachten. Daarom zijn de netwerken waarvan we onderdeel uitmaken, de normen en ideeën die daarin heersen zo van invloed op ons gedrag. Vaak hebben hechte groepen mensen een gedeelde kijk op de wereld om hen heen. De neiging om te socialiseren maakt ook dat er meer is dan economische prikkels waardoor de mens gedreven wordt. Drang naar status of erkenning, maar ook zaken als wederkerigheid en eerlijkheid sturen ons gedrag. In economische modellen wordt de mens vaak gepresenteerd als opportunistisch en winst najagend. In werkelijkheid blijken mensen veel meer waarde te hechten aan collectieve vooruitgang.  En zo kan het dat doelgerichte economische prikkels wel eens tot heel onverwachte resultaten leiden. Het World Development Report geeft een voorbeeld van een kinderdagverblijf in Israël, dat een boete instelde voor ouders die hun kinderen te laat kwamen ophalen. Het bereikte daarmee een tegengesteld effect: meer ouders kwamen te laat. Tot de invoering van de boete werd te laat komen als een immorele actie beschouwd, maar nu ouders voor hun fout konden betalen, werd het acceptabel. Ook is het zo dat mensen veel minder analytisch zijn dan vaak verondersteld wordt. We wegen helemaal niet alle alternatieven nauwkeurig tegen elkaar af. In het merendeel van de keuzemomenten vertrouwen we op een automatische piloot. We denken niet door maar reageren routinematig en op basis van eerdere ervaringen. Mensen zijn dus helemaal niet de opportunistische of strategische wezens zoals in veel beleid en projectplannen wordt veronderstelt. Een goed begrip van de sociale context, de heersende normen en omgangsvormen, is belangrijk om te snappen hoe mensen reageren, en daarmee de sleutel voor het ontwikkelingen van kansrijke projecten. Village immersion En ook wij ontwikkelingswerkers handelen irrationeel. We hebben bijvoorbeeld te maken met een bevestigingsbias. We werken vanuit  een eigen discipline, cultureel kader of ideologie en we zoeken zonder ons daar bewust van te zijn, naar bevestiging van onze ideeën. We omgeven ons met gelijkgezinden. We selecteren informatie die onze ideeën bevestigt en negeren tegengestelde bevindingen of alternatieven. Zo zou je zomaar kunnen denken dat het geven van gratis vaccinaties in Kenia het aantal zieke kinderen zal laten afnemen. Collega’s zijn het met je logica eens en je vindt cijfers van een programma dat dit heeft gerealiseerd. Maar vervolgens blijkt bij de implementatie dat moeders in Kenia maar sporadisch hun kinderen naar alle vijf vaccinatiesessies brengen, wat noodzakelijk is om effect te hebben. En dat is eigenlijk helemaal niet zo onlogisch. De moeders gedragen zich zoals wij dat doen met vervelende klusjes of goede voornemens. Hoeveel mensen verwezenlijken hun voornemen om wekelijks naar de sportschool te gaan, wetend dat dat goed is voor hun vitaliteit en toekomstige gezondheid? We denken anders over het heden dan over de toekomst. Ook al hebben velen van ons een tijd lang doorgebracht in een ontwikkelingsland, maar weinigen van ons hebben armoede aan den lijve ervaren. Doordat we redeneren vanuit een bepaalde sociale context, kan dit leiden tot verkeerde conclusies waarom mensen die in armoede leven bepaalde keuzes maken. Vliegen op de automatische piloot in onbekend gebied kan gevaarlijk zijn. Het World Development Report presenteert een paar strategieën die kunnen helpen om betere interventies te bedenken. Een voorbeeld is om mensen die niet hebben geholpen het programma te ontwikkelen de opdracht te geven om alle aannames aan de kaak te stellen. Zo wordt de projectleider uitgedaagd de automatische piloot uit te zetten en te reflecteren op de keuzes. Waarom zou iemand zijn kinderen laten vaccineren zonder dat het effect bewezen is? Hoe gaan mensen de afstand naar de polikliniek afleggen? Een andere strategie is de zogenaamde village immersion. De programmaleiders moeten een week lang leven in de omstandigheden van hun doelgroep en ervaren zo tegen welke problemen deze mensen werkelijk aanlopen. Zo ontdekken ze bijvoorbeeld dat het voor vrouwen een enorme klus is om naar de vaccinatiesessie te komen als ze ook nog acht andere kinderen hebben. Kwalitatief onderzoek Wetenschapper J. Beuving, die strijdt voor de erkenning van kwalitatief onderzoek, haalt in ‘Het verhaal vertelt vaak meer dan de cijfers’ NRC Handelsblad van 24 januari 2015 een voorbeeld aan uit zijn dissertatieonderzoek naar tweedehands autohandel in Cotonou, Benin. Daaruit blijkt dat het gedrag van autohandelaren niet te verklaren valt met behulp van economische modellen. De handelaren lijken helemaal geen kosten en baten tegen elkaar af te wegen, maar in hun keuzes te worden voortgedreven door het geloof dat ze ooit een groot succes zullen boeken. De enige manier om zulke gedrag te analyseren is volgens Beuving kwalitatief onderzoek. Daarmee gaat hij tegen de hedendaagse trend in van statistische analyses van databestanden. Het risico bij statistisch onderzoek is dat de resultaten geïnterpreteerd worden vanuit het kader van de analist dat niet overeenkomt met de werkelijkheid. Om te begrijpen waarom mensen handelen zoals ze doen, moeten we volgens Beuning met ze praten en hun situatie observeren. Gezien de bevindingen van het World Development Report over menselijk gedrag, lijkt me het pleidooi van Beuving ook belangrijk voor de ontwikkelingssector. Om werkelijk relevante ontwikkelingsinterventies te realiseren is het van cruciaal belang dat we ons verdiepen in de context van de doelgroep. Parkeer die automatische piloot en luister naar de verhalen van de mensen die je een handje wilt helpen.   Ellen Mangnus werkt voor het Koninklijk Instituut voor de Tropen en doet promotieonderzoek naar de praktijk van kleine boeren en handelaren in West-Afrika. Met Marc Broere schreef ze het boek Minder hypes, meer Hippocrates: een positieve injectie voor de ontwikkelingssector.

‘Niets dan verwoesting van ons land’

Door Siri Lijfering | 10 december 2019

De olie-industrie levert de Nigeriaanse staat miljarden op, maar de bevolking van de Nigerdelta ziet haast niets ervan terug en lijdt zeer onder de vervuiling. De lokale koning daagt Shell voor de rechter en twee strategische partnerschappen gaan de problemen te lijf. Vandaag: deel één.

Lees artikel

‘Wie ik tegenkom, wil ik in beweging brengen’

Door Lizan Nijkrake | 09 december 2019

Houda Loukili was Nederlands jeugdkampioen kickboksen en baande zich, als meisje met Marokkaanse achtergrond, een weg door een traditioneel mannelijke wereld. Nu geeft ze sporttraining aan kinderen en vrouwen buiten de boksring. ‘Ik wil doen wat mijn coach voor míj heeft gedaan.’

Lees artikel

Vechten voor het recht op liefde

Door Siri Lijfering | 05 december 2019

De antihomowet die in Nigeria is ingevoerd, maakt de lhbt-gemeenschap nòg kwetsbaarder. Zo is opkomen voor lesbische vrouwen zowel broodnodig als gevaarlijk; een kat-en-muisspel met hoge inzet. Hoe gaat het strategisch partnerschap Count Me In! ermee om?

Lees artikel