Door:
Bob van Dillen

20 juli 2015

Categorieën

bobvandillenBLOG – De meeste onderwerpen op de agenda van de FFD3 conferentie zijn de afgelopen weken uitgebreid besproken in pers en media. Dat geldt echter niet voor migratie en private gelden (remittances) die migranten en diaspora maandelijks overmaken naar familie en hun gemeenschappen. Daarover zijn in Addis Abeba belangrijke afspraken gemaakt, maar die gaan nog niet ver genoeg. Bob van Dillen, expert Migratie en Ontwikkeling bij Cordaid en coördinator bij het internationale netwerk MADE, maakt de balans op en kijkt vooruit naar de Post-2015 Top in september in New York. Eindelijk een compromis De afgelopen weken was er veel gesteggel over twee paragrafen waarover de week voorafgaand aan de Financing for Development conferentie uiteindelijk een compromis bereikt werd: paragraaf 111 over migratie en paragraaf 40 over remittances. In andere paragrafen zijn afspraken vastgelegd over toegang tot kwalitatief onderwijs voor kinderen van migranten en vluchtelingen (paragraaf 78) en het belang van onderscheidende data, waaronder op het vlak van migrantenstatus (paragrafen 125 en 126). Al met al een belangrijk resultaat, dat niet zonder slag of stoot tot stand kwam. Zo was de paragraaf over migratie lange tijd het mikpunt van talloze voorstellen voor amendementen bedoeld om de tekst te verzwakken of in zijn geheel te verwijderen. Dat laatste was ook bijna gelukt, maar mede dankzij Mexico, Zwitserland, Bangladesh en de EU is er toch een redelijke tekst uitgerold, die afspraken vastlegt over veilige en verantwoordelijke migratie; het beschermen van migrantenrechten (onafhankelijk van hun migrantenstatus!); het erkennen van diploma’s, skills en kwalificaties; het verlagen van de kosten van contractarbeid (en het aanpakken van malafide recruiters); en, ook belangrijk voor ons land: het aanpakken van xenofobie en bevorderen van sociale integratie van migranten. De paragraaf over remittances was ook controversieel, vooral omdat sommige overheden in ontwikkelingslanden hun onderdanen aanmoedigen om elders te gaan werken om zo buitenlandse valuta het land binnen te krijgen. Het bekendste voorbeeld is de Filipijnen, waarbij de overheid zich niet erg bekommert om het lot van de soms slavernij-achtige werkomstandigheden van domestic workers (hulp in de huishouding, maar dat gaat vaak veel verder tot zelfs seksslavernij) in de Golfstaten, of het sociale leed dat ontstaat doordat moeders jarenlang achtereen in het buitenland werken om dollars of euro’s terug te kunnen sturen om hun kinderen naar school te laten gaan. Je zou zeggen dat de Filipijnse overheid die toegang tot onderwijs zou moeten garanderen, zodat die moeders gewoon thuis kunnen blijven. Remittances geen alternatief ODA  Belangrijk is dat is afgesproken dat remittances niet gezien mogen worden als een alternatief voor Offical Development Aid (ODA): net als dat de Filipijnse overheid het niet als excuus mag gebruiken om minder publiek geld te steken in sociale basis voorzieningen, mag ook een donor als Italië de ODA doelstellingen niet verlagen omdat er vanuit Italië al zoveel remittances worden overgemaakt door diaspora aan landen van herkomst. En dat het om grote bedragen gaat blijkt uit de laatste cijfers van de Wereldbank: 440 miljard dollar in 2014 aan remittances (tegen 135 miljard dollar voor ODA) en de trend gaat richting de 500 miljard dollar in 2020. Paragraaf 40 begint met de erkenning van de bijdrage van migranten aan ontwikkeling. Daarbij wordt aangetekend dat de helft van deze migranten vrouwen zijn. Dat lijkt misschien een overbodige toevoeging, maar gezien hun precaire omstandigheden en de vele vormen van misbruik waaraan zij onderhavig zijn, is hiervoor hard gelobbyd. De tekst stelt ook dat remittances private gelden zijn, in eerste instantie bedoeld voor families en huishoudens, en daarmee dus niet gelijkgesteld kunnen worden aan ODA en andere publieke financiering voor ontwikkeling waarover door overheden wordt besloten. Tegelijk wordt de bijdrage van deze gelden aan ontwikkeling erkend, en zijn afspraken gemaakt over hoe deze bijdragen verder te vergroten. Hierbij wordt gedacht aan het aanbieden van toegankelijke en op maat van migranten toegesneden financiële diensten (inclusief financial literacy van migranten en hun familieleden overzee), zodat migranten en hun families beter en effectiever in staat zijn deze gelden in te zetten voor ontwikkeling. Ook zijn twee jarenlange knelpunten aangepakt die moeten leiden tot snellere, goedkopere en transparante geldovermakingen. Het eerste heeft te maken met de bijna monopolistische markt met Moneygram en Western Union als de twee dominante spelers (het gerucht gaat dat Western Union serieus nadenkt over de overname van Moneygram!). Afgesproken is dat de lidstaten competitie, transparantie en het gebruik van nieuwe technologie (denk aan M-Pesa in Kenia) gaan bevorderen. Het tweede knelpunt zijn de transactiekosten die wereldwijd sterk fluctueren, en ervoor zorgen dat van de 100 overgemaakte euro’s maar 80 euro bij de familie of vrienden aankomt. Het gemiddelde percentage aan transactiekosten ligt wereldwijd op 8 procent (in Nederland nog iets hoger), maar 20% is in veel landen geen uitzondering. Afgesproken is de transactiekosten te verlagen tot maximaal 3% in 2030. De Wereldbank heeft berekend dat elk percentagepunt verlaging een extra 5 miljard dollar oplevert die ten goede komt aan de migranten en hun families, en dus aan directe armoedebestrijding. Dat levert dus ten laatste in 2030 een verlaging op van 25 miljard dollar per jaar. Wat ons betreft kan dit veel ambitieuzer: de technologie staat het nu al toe om binnen 10 jaar de transactiekosten wereldwijd te verlagen naar 1%: 35 miljard dollar verlaging van kosten per jaar, ten laatste in 2025! De Addis Ababa Action Agenda (AAAA) stelt in paragraaf 69 dat de FFD follow-up moet samenvallen met de follow-up en review van de Post-2015 Agenda voor de Sustainable Development Goals (SDG’s) die in september in New York zal worden vastgesteld.  De tekst voor New York is nog in onderhandeling en een van de doelen (10.c) spreekt over de verlaging van transactiekosten tot maximaal 3% tegen 2030. Onze lobby voor 1% binnen 10 jaar roept op tot meer ambitie, en we zullen er in New York opnieuw voor pleiten. We zullen dan ook pleiten voor het faciliteren van zogenaamde diaspora bonds, waarmee een goede bestemming (en rente!) voor spaargeld van migranten gevonden kan worden, en  jaarlijks 50 miljard dollar beschikbaar kan komen voor ontwikkeling. Dat sluit aan bij de behoeft van veel migranten om bij te dragen aan de ontwikkeling in het thuisland. Bijdrage van migranten We zullen die bijdrage aan de SDG’s nog sterker voor het voetlicht brengen. Immers, migranten dragen niet alleen bij aan de SDG’s in het land van herkomst, maar ook aan het land van bestemming. Zwitserland gaf vorige week nog toe dat hun horloge-industrie door de Hugenoten uit Frankrijk was opgezet. Onze Gouden Eeuw idem dito. En ook anno 2015 is er nog helemaal niets veranderd. Recent onderzoek stelt opnieuw vast dat migratie bijdraagt tot ontwikkeling.  Er moeten derhalve meer mogelijkheden voor reguliere migratie komen, en flexibele mogelijkheden om regelmatig terug te keren (circulaire migratie). Mijn hoteleigenaar in Addis Abeba vertelde hoe hij in 1971 was geëmigreerd naar Amerika, daar zijn bedrijf had opgebouwd en elke maand geld overmaakte naar familie die de hongersnood van midden jaren ‘80 (herinneren we ons Live Aid nog?) maar ternauwernood overleefden. En hoeveel hij ook van New York hield is hij toch met zijn gezin zeven jaar geleden teruggekomen om iets terug te doen en mee te helpen aan de inmiddels in razend tempo verlopende wederopbouw van zijn geboorteland. Zijn verhaal laat zien hoe fragiele landen zich kunnen ontwikkelen richting voorlopers onder de midden-inkomenslanden, en in staat zijn om een internationale conferentie van 7000 mensen vlekkeloos te organiseren. Het laat ook zien hoe belangrijk de diaspora zijn, zowel in de fase van (post-)conflict als in de fase wederopbouw en  groei. En het laat zien hoe in de tussentijd de diaspora bijdraagt aan duurzame groei en werkgelegenheid zowel in het land van herkomst als in het land van bestemming, en daarmee aan het bereiken van de MDG’s en SDG’s in beide landen (hij gaat nog driemaal per jaar naar New York). Voorwaar een onderschatte en in toenemende mate gediscrimineerde groep, die in plaats daarvan respect en bewondering verdient! En een plaats aan de tafel van de internationale samenwerking. In de conceptagenda voor New York zijn naast het verlagen van de transactiekosten van remittances een aantal andere belangrijke doelen opgenomen, zoals  voor het verzekeren(!) van veilige en verantwoordelijke, reguliere migratie (10.7), het beëindigen van mensenhandel (5.2, 8.7 en 16.2), het bevorderen van decent work in het bijzonder voor vrouwlijke migranten (8.8), en het bijhouden en rapporteren van voortgang op basis van onderscheidende data, waaronder migrantenstatus (17.18).  Daarmee wordt het uitgangspunt van de SDG’s  “Leaving No One Behind” ook voor migranten, vluchtelingen, ontheemden en diaspora een term met concrete inhoud en waarborg voor hun rechten en behoeften, en voor hun rol als belangrijke actor in ontwikkeling.

Continued emphasis on “leaving no one behind”, with specific reference to migrants and people in areas affected by conflict and complex humanitarian emergencies among vulnerable sections of the population in need of empowerment and whose needs are reflected in the goals and targets (paragraaf 57f).

Je hebt een veilige omgeving nodig om te veranderen

Door Marc Broere | 23 juni 2019

Wat houdt dat nu precies in: meer zeggenschap van het Zuiden in de internationale ontwikkelingsagenda? Flexibel en vrij besteedbaar geld voor zuidelijke organisaties, maar vooral ook: aandacht voor machtsstructuren. ‘Dit gaat niet alleen over geld, maar vooral over mensen in staat stellen te doen wat voor hun op dat moment belangrijk is. Dat is eigenaarschap!’

Lees artikel

Tip 1 aan Kaag: ‘Laat noordelijke organisaties verplicht samenwerken met zuidelijke partners’

Door Lizan Nijkrake | 20 juni 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Hajer Sharief, medeoprichter van Together We Build It, een ngo die werkt aan jongeren-en vrouwenparticipatie in Libië’s vredesproces.

Lees artikel

‘Het gedrag van ontwikkelingsorganisaties lijkt op het orkest van de Titanic: doorspelen en doen alsof er niets aan de hand is’

Door Fons van der Velden | 18 juni 2019

De macht van het geld en van connecties spelen in particuliere ontwikkelingssamenwerking helaas nog steeds een doorslaggevende rol, betoogt Fons van der Velden. Dat belemmert een écht gelijkwaardige relatie met zuidelijke partners, terwijl juist daarin de sleutel tot legitimiteit en succes schuilt.

Lees artikel