Door:
Joris Tielens

18 juni 2015

Tags

VANUATU16673894138_e917f1e33c_k kopie

INTERVIEW – Als vervuilende landen hun verplichtingen voor klimaatfinanciering niet nakomen, zullen ontwikkelingslanden in de toekomst vaker naar de rechter gaan om hun rechten op te eisen en een schadevergoeding te eisen voor klimaatschade. Dat verwacht onderzoeker Margreet Wewerinke, die wijst op een groeiend aantal initiatieven.

Onderzoeker milieurecht Margreet Wewerinke promoveerde afgelopen voorjaar op de vraag hoe landen die het meest hebben bijgedragen aan klimaatschade internationaal aansprakelijk gesteld kunnen worden voor de schade die ze veroorzaken. Ze woont en werkt op Vanuatu, een van de eilandstaten in de Stille Oceaan. Die eilandstaten zijn kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering, wat Vanuatu eind maart aan den lijve ondervond toen cycloon Pam de kleine eilanden teisterde en elf mensen doodde, ruim drieduizend ontheemd maakte en 90 procent van de infrastructuur van het eiland vernielde.

In Vanuatu zijn de eerste stappen gezet om bedrijven die klimaatveranderingen veroorzaken aansprakelijk te stellen

Inheemse leiders uit Vanuatu hebben vorige week, samen met mensen uit andere eilandstaten en de Filippijnen, de eerste stappen gezet om internationale olie- en mijnbouwbedrijven die klimaatverandering veroorzaken daarvoor aansprakelijk te stellen. Ze tekenden een verklaring die is opgesteld in samenwerking met Greenpeace, waarin ze de intentie uitspreken de bedrijven aan te klagen op basis van de schendingen van mensenrechten als gevolg van klimaatverandering. Wewerinke licht toe: ‘De basis hiervoor is internationaal recht, met name de rechten van de mens. Het is nog niet duidelijk welk proces of tribunaal in dit geval met een claim benaderd gaat worden.’

Er zijn voorbeelden van rechtszaken die al gevoerd worden om de veroorzakers (landen of bedrijven) van klimaatverandering aansprakelijk te stellen. In eigen land hebben we natuurlijk de zaak van Urgenda tegen de Nederlandse overheid. Maar er zijn ook zaken vanuit ontwikkelingslanden, zoals de boer uit Peru die voor de Duitse rechtbank energiebedrijf RWE aanklaagt, met hulp van het Center for International Environmental Law, en een schadevergoeding eist voor de maatregelen die hij moest nemen om zich te beschermen tegen overstroming van het stuwmeer hogerop in de bergen. Het stuwmeer dreigt te overstromen door het smelten van de gletsjer als gevolg van klimaatverandering. In een andere zaak klaagden vertegenwoordigers van de Inuit, met hulp van de milieuorganisatie EarthJustice, de VS aan als veroorzaker van het smelten van sneeuw en ijs in hun woongebied. Zij deden dit voor de Inter-Amerikaanse Commissie voor Mensenrechten.

Wewerinke denkt dat claims op basis van schending van mensenrechten als gevolg van klimaatverandering zeker een kans zullen maken

Het gaat om juridische speldenprikken met een experimenteel karakter. Rechtbanken hebben nog maar weinig ervaring met dit soort claims. De aanklacht van de Inuit werd door de Inter-Amerikaanse Commissie niet eens formeel in beschouwing genomen. Maar Wewerinke denkt dat in de toekomst claims op basis van schending van mensenrechten als gevolg van klimaatverandering zeker een kans zullen maken. Er is niet alleen steeds meer klimaatschade waardoor kwetsbare mensen en volkeren getroffen worden, maar de wetenschap kan ook steeds beter de verbanden aantonen tussen klimaatverandering en specifieke schade.

‘Vaak hoeft maar een kleine stap gezet te worden om het voorleggen van een claim technisch mogelijk te maken’

Wewerinke denkt bijvoorbeeld aan zaken die voorgebracht kunnen worden voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag, het hoogste hof ter wereld dat geschillen regelt tussen landen. Niet te verwarren met het Internationaal Strafhof, dat een mandaat heeft om individuen te vervolgen en berechten voor bijvoorbeeld oorlogsmisdaden. Wewerinke onderzocht wat ervoor nodig is om landen die het meest hebben bijgedragen aan klimaatschade internationaal aansprakelijk te stellen. ‘Het hangt af van de aanklagers, de aangeklaagden, de juridische basis voor de claim en het juridische of quasi-juridische orgaan. Mijn conclusie is dat vaak slechts een kleine stap gezet hoeft te worden om het voorleggen van een bepaalde claim technisch mogelijk te maken. Sommige claims zouden nu waarschijnlijk al voorgebracht kunnen worden. De Marshall Islands (een groep kleine eilanden in de Stille Oceaan) en een heel aantal Afrikaanse landen heeft bijvoorbeeld de verplichte jurisdictie van het Internationaal Gerechtshof recentelijk erkend, wat betekent dat het claims over schending van de mensenrechten als gevolg van klimaatverandering kan voorleggen tegen staten die ook die jurisdictie van het Hof erkend hebben.’ En dat zijn de meeste ontwikkelde landen, waaronder Nederland. De juridische basis voor zo’n claim zou het Klimaatverdrag zelf kunnen zijn, eventueel gecombineerd met claims gebaseerd op mensenrechten, zoals het recht op zelfbeschikking, het recht op cultuur en het recht op voedsel. ‘Als landen elkaar aanklagen, zou het Hof met een bindende uitspraak kunnen komen’, zegt Wewerinke. ‘Een andere mogelijkheid voor getroffen landen is het aanvragen van een zogenaamde adviesopinie. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties zou het Hof bijvoorbeeld kunnen vragen om verduidelijking van de juridische gevolgen van uit de hand gelopen klimaatverandering voor landen die hun verplichtingen onder het verdrag niet zijn nagekomen. Zo’n opinie is strikt genomen niet juridisch bindend. Maar als het van dit hoogste hof ter wereld komt, zal men dat toch niet snel naast zich neerleggen.’

Hoeveel van dit soort zaken we in de toekomst zullen zien, zegt Wewerinke, zal in de praktijk ook afhangen van hoe ontwikkelde landen omgaan met de verplichtingen. Bijvoorbeeld de verplichtingen die ze aangegaan zijn om (naast ontwikkelingshulp) financiële steun te geven aan ontwikkelingslanden: geld om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan, en geld waarmee  de ontwikkelingslanden zich kunnen aanpassen aan klimaatverandering. Het aantal zaken zal ook afhangen van wat daarover wordt afgesproken tijdens de top over financiering voor ontwikkeling in Addis Abeba en de klimaattop in Parijs. Van de door ontwikkelde landen gezamenlijk beloofde 100 miljard dollar per jaar voor het Green Climate Fund, is nog maar 10 miljard door individuele landen concreet toegezegd. Wewerinke: ‘Ik verwacht dat ontwikkelingslanden meer juridische claims gaan maken, als in de komende maanden niet méér op tafel gelegd wordt waaruit blijkt dat gemaakte afspraken nagekomen worden.’ Innovatieve financiering kan helpen om meer geld in de fondsen te krijgen, zegt Wewerinke. Bijvoorbeeld nieuwe heffingen waarmee ontwikkelde landen de private sector mede verantwoordelijk stellen voor de gevolgen van hun emissies. ‘Zonder dat je buiten de kaders van het Klimaatverdrag gaat werken en daardoor transparantie verliest en de integriteit van het multilaterale systeem ondermijnt.’

‘Schade is niet of nauwelijks voorzien in het Klimaatverdrag’

Nog los van mitigatie en adaptatie, zou het in Parijs ook moeten gaan om schade en verlies, vindt Wewerinke. ‘Dat is een heel ander verhaal. Schade is niet of nauwelijks voorzien in het Klimaatverdrag. Het doel van het Klimaatverdrag is immers het voorkomen van gevaarlijke klimaatverandering. Nu deze doelstelling niet gehaald is, en met nog veel ernstigere gevolgen in het vooruitzicht, dient de vraag hoe we met schade moeten omgaan zich steeds duidelijker aan. Tijdens de klimaattop in Warschau in 2013 hebben landen afgesproken een loss and damage mechanism op te zetten om met schade om te gaan. Hoe dit vorm gaat krijgen is nog niet duidelijk, en zou in december dit jaar in Parijs bepaald kunnen worden. Als er geen goede afspraken over gemaakt kunnen worden, of als de resultaten onbevredigend zijn voor de getroffen landen, wordt de kans op meer juridische claims voor schendingen van het Klimaatverdrag, mensenrechten of ander klimaatgerelateerd recht natuurlijk groter.’

Wewerinke beaamt dat innovatieve claims in eerste instantie waarschijnlijk niet succesvol zullen zijn. ‘Maar op den duur zal er toch een trend van aansprakelijkheid ontstaan. Zo ging het ook met aansprakelijkheid van de tabaksindustrie voor de gevolgen van roken. De eerste zaken werden gewonnen door tabaksfabrikanten, maar na een aantal successen voor de aanklagers keerde het tij en werden zelfs grootschalige claims mogelijk.’

Unaniem aanvaard door de internationale gemeenschap: de zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SGD’s). Hét kader voor het werken aan economische, ecologische en sociale vooruitgang wereldwijd voor de komende vijftien jaar. Hoe draagt Nederland met haar beleid bij aan het behalen van de doelen? Wat zijn de ontwikkelingen wereldwijd?

Blog: Gezondheidszorg voor iedereen of alleen de happy few?

Door Remco van der Veen | 12 december 2018

Vandaag is het Universal Health Coverage Day. Ministers van Financiën zien gezondheidszorg helaas vaak slechts als een uitgavenpost en geven prioriteit aan productieve investeringen in landbouw en infrastructuur. Dat moet anders, schrijft Remco van der Veen, director International Offices bij Cordaid.

Lees artikel

‘De oudere generatie heeft kennis, de jongere generatie heeft de energie en de toekomst.’

Door Lys-Anne Sirks | 11 december 2018

In haar beleidsnota ‘Investeren in perspectief’ zet minister Kaag sterk in op jongeren, maar wat vinden die zelf eigenlijk van de nota en de rol die hen daarin wordt opgelegd? Volgens Francis Arinaitwe, een jonge ondernemer uit Kenia,  is het vooral cruciaal om ‘jongeren zeggenschap te geven over hun eigen toekomst’.  

Lees artikel

Bossen: onze krachtigste high-tech klimaatoplossing

Door Han de Groot | 03 december 2018

Als we over klimaat oplossingen praten, gaat het gesprek bijna altijd over de vermindering van fossiele brandstoffen. Maar volgens Han de Groot, CEO van de Rainforest Alliance, is dat maar een deel van de oplossing en zou het veel meer over bossen moeten gaan: de meest krachtige en efficiënte CO2 opnemende technologie die het wereld ooit heeft gezien.

Lees artikel