Door:
Mariette van Huijstee

17 juni 2015

Tags

ZARA4465218654_189de341ed_z kopie

BLOG – Het debat over de rol van bedrijven in ontwikkeling duurt voort. Met vandaag een case over de Spaanse modegigant Zara. Het grootste kledingbedrijf ter wereld kan, ondanks de machtige positie die Zara in de kledingindustrie inneemt, kan niet garanderen dat haar kleding onder goede arbeidsomstandigheden geproduceerd wordt. Dat zegt Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO), die samen met partnerorganisatie Repórter Brasil daarom pleit voor een wettelijke verankering van ketenverantwoordelijkheid. Alleen dán zullen bedrijven geprikkeld worden de regie over hun ketens terug te willen winnen.

SOMO en Repórter Brasil publiceerden afgelopen maand het rapport From moral responsibility to legal liability?, waarin wordt onderzocht op welke manier productieketen Inditex, het bedrijf achter kledingmerk Zara, haar bedrijfsvoering heeft verbeterd. Het onderzoek werd opgezet naar aanleiding van een schandaal over moderne slavernij binnen de keten, in 2011. In dat jaar ontdekte de Braziliaanse arbeidsinspectie dat orders van Zara via haar toeleverancier terecht waren gekomen in sweatshops, bedrijven waar werknemers onderbetaald krijgen en teveel werken onder vaak nauwelijks verdraagbare omstandigheden. In de sweatshops van het Spaanse modemerk bleken ongedocumenteerde migranten onder dwang kledingstukken in elkaar te naaien. Hoewel het schandaal een wake-upcall was voor Zara, die tot allerlei initiatieven en inspanningen leidde (zoals meer controles bij toeleveranciers en investeringen in de migrantengemeenschap), heeft de modegigant haar keten nog steeds niet onder controle.

Excessief overwerk

SOMO en Repórter Brasil vonden hier verschillende aanwijzingen voor in hun onderzoek. Afspraken die Inditex maakte met de Braziliaanse autoriteiten, onder meer over het meer en beter controleren van toeleveranciers en het melden van schendingen van de gedragscode bij de arbeidsinspectie, bleken niet te worden nageleefd. SOMO en Repórter Brasil kwamen er achter dat de rapportages van Zara aan de Braziliaanse autoriteiten fouten bevatten. Zo rapporteerde het bedrijf over leveranciers die al niet meer bestonden en bleken er verschillende arbeidsconflicten te lopen met leveranciers. Tegen de afspraken in bracht Zara de arbeidsinspectie hiervan niet op de hoogte. De conclusie van SOMO en Repórter Brasil wordt gesterkt door recente onderzoeksgegevens van de Braziliaanse arbeidsinspectie. Die signaleerde onder meer excessief overwerk en onveilige en ongezonde werkomstandigheden bij toeleveranciers van Zara.

Deze casus plaatst vraagtekens bij de haalbaarheid van ketencontrole voor merken zoals Zara. Is het voor een zo’n bedrijf, met enorme inkoopvolumes en honderden leveranciers die delen van orders uitbesteden – vaak zonder de opdrachtgever hierover te informeren – überhaupt wel mogelijk om de keten te controleren?

Is het voor een zo’n bedrijf, met enorme inkoopvolumes en honderden leveranciers die delen van orders uitbesteden – vaak zonder de opdrachtgever hierover te informeren – überhaupt wel mogelijk om de keten te controleren?

In de Braziliaanse rechtszaal betoogde Zara van niet. De modeketen ging in beroep tegen de maatregelen die de Braziliaanse overheid tegen haar nam, naar aanleiding van het schandaal uit 2011. Die maatregelen bestonden uit sancties zoals boetes en toevoeging aan een openbare ‘zwarte lijst’ van moderne slavernij. In de rechtsprocedure verklaarde Zara dat het de betreffende toeleverancier drie maanden voor de inval van de arbeidsinspectie had gecontroleerd, maar dat deze het controleteam had misleid. Ook stelde het bedrijf dat het nooit zou toestaan dat arbeiders aan enige vorm van moderne slavernij onderworpen zouden worden. Maatschappelijke verantwoordelijkheid zou volgens Zara los gezien moeten worden van juridische verantwoordelijkheid, omdat de modeketen niet aansprakelijk kan worden gesteld voor het gedrag van derden, dat niet honderd procent controleerbaar is.

Ketenaansprakelijkheid

SOMO en Repórter Brasil herkennen de beperkingen van controles, maar komen met een oplossing die daar haaks op staat. Zij stellen juist een wettelijke vorm van ketenaansprakelijkheid voor, waarmee grote bedrijven zoals Inditex aansprakelijk worden voor de arbeidscondities waaronder hun kleding wordt gemaakt, ook als die door derden worden geproduceerd. Hun argumentatie: complexe ketens zoals kledingketens zijn simpelweg niet te overzien, daarom moeten deze overzichtelijker. Bedrijven aan het einde van de keten (merken en winkelketens) zien echter geen enkele noodzaak: zij hebben baat bij de huidige ketenordening en zijn niet aansprakelijk voor eventuele misstanden, vinden ze. Toeleveranciers worden onder druk gezet om zo goedkoop en snel mogelijk te produceren, wat arbeidsrechtenschendingen in de hand werkt. De risico’s op boetes zijn dikwijls voor toeleveranciers dieper in de keten. Dat terwijl de winsten grotendeels bij de merken liggen. Een wettelijke aansprakelijkheid voor arbeidsrechtenschendingen zou de verdeling van kosten meer in balans brengen en een verandering in de ketenordening kunnen aanjagen, zoals stabielere ketenrelaties en kortere ketens.

Deze constatering zal door sommigen misschien als radicaal worden bestempeld, maar deze is eigenlijk niet meer dan een volgende stap in een ontwikkeling die gaande is. Dat geldt voor Brazilië, waar Zara onder meer boetes heeft gekregen voor de misstanden bij haar toeleveranciers, maar dat geldt ook voor Nederland.

Wet Aanpak Schijnconstructies

Hier treedt in 2016 de Wet Aanpak Schijnconstructies in werking. Deze wet maakt het mogelijk dat naast de directe werkgever (bijvoorbeeld een uitzendbureau) ook de uiteindelijke opdrachtgever aanspreekbaar is als CAO-afspraken niet worden nageleefd. Denk aan uitbuiting van migranten in de aspergeteeltsector of onderbetaling van pakketbezorgers. Hoewel deze wet er specifiek op is gericht dat onderbetaling van migranten in Nederland een halt wordt toegeroepen, zijn er ook wetten denkbaar die van toepassing zijn op internationale ketens. Deze zouden effect kunnen hebben op de arbeidsomstandigheden van arbeiders, die onze producten maken, ook al werken zij buiten Nederland.

Met de inzichten die het nieuwe rapport biedt, hopen de onderzoekers dat zij het debat over ketenaansprakelijkheid in Nederland aanzwengelen. Ook willen ze deze optie te agenderen in discussies over de aanpak van specifieke maatschappelijke risico’s in bepaalde sectoren. De belangrijkste boodschap die onderzoekers hebben voor partijen die betrokken zijn bij de sector-risicoconvenanten: met alleen toegenomen controle verander je nog geen ketens, daar zijn aanvullende prikkels voor nodig.

Unaniem aanvaard door de internationale gemeenschap: de zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SGD’s). Hét kader voor het werken aan economische, ecologische en sociale vooruitgang wereldwijd voor de komende vijftien jaar. Hoe draagt Nederland met haar beleid bij aan het behalen van de doelen? Wat zijn de ontwikkelingen wereldwijd?

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel