Door:
Francis Weyzig

9 juni 2015

Tags

 

Schermafbeelding 2015-06-09 om 11.02.08ANALYSE – Op deze website is de afgelopen weken intensief gedebatteerd over belastingontwijking. Voor wie de draad een beetje kwijt is geraakt zet Francis Weyzig, beleidsadviseur Tax Justice en economische ongelijkheid bij Oxfam Novib, de belangrijkste punten op een rij – mét heldere analyse. Ook heeft hij een aantal concrete aanbevelingen voor minister Ploumen voor de Financing for Development conferentie in Addis Abeba. ‘Niets staat Ploumen meer in de weg. Ze moet maximaal inzetten.’

Nee, deze blog gaat niet over uw belastingaangifte. Tenzij u een paar miljoen euro verborgen houdt op een Zwitserse bankrekening. Het dichten van belastinglekken is namelijk één van de onderwerpen die centraal staan tijdens VN-conferentie over financiering van ontwikkelingshulp, dit jaar gehouden in Addis Abeba. De discussie hierover op Vice Versa Online heeft de afgelopen weken een serie aan interessante bijdragen over belastingen opgeleverd. Tijd voor een beschouwing: waarop zou minister Lilianne Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking moeten inzetten in Addis Abeba?

Over het belang van hogere belastinginkomsten in ontwikkelingslanden bestaat een brede overeenstemming. De nadruk ligt soms dan wel op het verminderen van de donorafhankelijkheid en soms  op verhoging van het budget voor onderwijs en gezondheidszorg, maar de landen zijn wél met elkaar eens. Niemand bestrijdt dat het dichten van belastinglekken hoog op de agenda thuis hoort.

Opvallend genoeg gaat het debat vooral over belastingontwijking door multinationals. De eerdere aftrap van Mieke van Dixhoorn stelde belastingontduiking door rijke personen al aan de orde, een probleem dat minstens zo groot is. Alleen Arjen Tillema haakte daarop in met zijn pleidooi voor een register van de ‘echte’ eigenaren van bedrijven. Zo’n register helpt zowel corruptie en witwassing als belastingontduiking tegengaan. Hoog tijd om deze kant van het verhaal wat uit te diepen.

Belastingparadijzen

Daar is geen beter startpunt voor dan het onderzoek van de Franse econoom Gabriel , Samen met de Fransman Thomas Piketty, eveneens econoom, deed hij onderzoek naar private rijkdom. Het boek dat Zucman hierover schreef, Belastingparadijzen, is zojuist in het Nederlands verschenen en is een must read.

Het duurde even voordat het leeswerk internationale aandacht kreeg. Net als het boek van Piketty, “Capital in the Twenty-First Century”, verscheen dat van Zucman oorspronkelijke in het Frans. La richesse cachée des nations, is de titel. Het is een directe verwijzing naar de economische klassieker The wealth of nations (1776) van Adam Smith. Daarnaast zet Zucman net als Piketty al zijn cijfermateriaal online. Daar houden de overeenkomsten ongeveer op. Belastingparadijzen is een kort en zeer toegankelijk boek waarin, anders dan in “Capital in the Twenty-First Century”, geen controversiële formules voorkomen.

de Volkskrant vatte Zucmans conclusies kernachtig samen: de Zwitsers bestelen ons. En ze bestelen ook de ontwikkelingslanden, via het geheimzinnige Zwitserse banksysteem dat landen als Singapore inmiddels hebben gekopieerd. De onderstaande tabel uit één van zijn nieuwste artikelen geeft een conservatieve schatting van de bedragen die daarmee zijn gemoeid. Voor Afrikaanse landen gaat het ruwweg om een omgerekende 448 miljard euro aan vermogens, die rijke elites in belastingparadijzen hebben verstopt. Dit meestal in de vorm van beleggingen en bankrekeningen op naam van anonieme bedrijven of trusts. Er kan pas uitwisseling van informatie over deze bezittingen plaatsvinden, als de daadwerkelijke eigenaar bekend is. Vooruitgang lijkt in zicht: na jaren van keihard verzet maakte Zwitserland hier eíndelijk afspraken over met de Verenigde Staten en de en de Europese Unie. Toch maakt een mededeling van de Zwitserse overheid duidelijk dat ontwikkelingslanden niet op een gelijke behandeling hoeven te rekenen. Kortom: we zijn er nog lang niet.

 

OffshoreUit:  G. Zucman (2014). Taxing across Borders: Tracking Personal Wealth and Corporate Profits. Journal of Economic Perspectives, 28(4), p, 140.

Geen simpele oplossingen

Volgens een aantal bijdragen aan het debat zouden belastingtrucs van grote bedrijven heel wat makkelijker aan te pakken zijn. Was het maar waar. Hieronder een paar voorbeelden:

Belastingadviseur Wiecher Munting ziet een betere gegevensvoorziening als oplossing. Als belastingdiensten precies weten wat multinationals uitspoken, is het snel afgelopen met die belastingtrucs, denkt Munting. Hoewel hij een punt maakt,  doet zijn betoog geen recht aan de complexiteit van het probleem. Sommige belastinglekken vereisen immers een internationale aanpak en kunnen niet door een afzonderlijk land worden gedicht.

Tom Cardamome, (managing director Global Financial Integrity), ziet een alomvattende handelsdatabank als hét medicijn. Hij illustreert dit aan de hand van een voorbeeld over de export van een partij rekenmachines uit een ontwikkelingsland. De rekenmachines worden verkocht voor een bedrag van 180 duizend dollar, terwijl de marktwaarde 230 dizend dollar is. Die lek van 50 duizend dollar, is te voorkomen door betere prijsinformatievoorziening. Een handige importeur zal echter beweren dat de lagere prijs correct is vanwege de kosten voor marketing en distributie, die bovenop de inkoopprijs komen. Dergelijke kosten zijn echter lastig te controleren en zijn niet terug te vinden in een handelsdatabank. Dat maakt de oplossing een stuk complexer.

Nederland is koploper als het gaat om het tegengaan van misbruik van belastingverdragen.

Nederland als koploper

Verder valt het op dat de herziening van 23 Nederlandse belastingverdragen met ontwikkelingslanden volop in de belangstelling staat. Geen wonder: met dit initiatief presenteert Nederland  zich als koploper als het gaan om het tegengaan van misbruik van belastingverdragen. Nog twee stappen en de Nederlandse aanpak is compleet. Stap één: onaangekondigd informatie uitwisselen over eventuele doorsluisfirma’s, ook als die firma’s aan de (betekenisloze) Nederlandse substance-eisen voldoen. Hierdoor weten partnerlanden wanneer ze de clausules tegen misbruik moeten toepassen. Stap twee: per verdrag jaarlijks rapporteren hoe vaak deze clausules worden toegepast. Die laatste stap lijkt een kleine moeite, omdat partnerlanden dit per geval aan Nederland moeten melden.

Belastingadviseur Jos Peters noemt de verdragsaanpassingen ‘een behoorlijke gok’, vanwege concurrentie door andere doorsluislanden. De politieke druk is op dit moment echter zo groot dat andere OESO- en G20-landen het Nederlandse voorbeeld wel moeten volgen. Binnen de OESO is hier inmiddels consensus over bereikt. Wel bestaat het gevaar dat het probleem zich verplaatst naar landen buiten de OESO, zoals Mauritius en de Verenigde Arabische Emiraten. De top in Addis Abeba gaat daaraan niets veranderen.

Toch mag het gezegd worden: de OESO-aanpak tegen verdragsmisbruik kan een succes worden. Het zal sommige ontwikkelingslanden tientallen miljoenen euro’s per jaar opleveren.

Verbijsterende falen

Op andere punten van het vijftien punten tellende actieplan komt de OESO echter niet verder dan zwakke compromissen. Dat de OESO zelfs faalt multinationals effectief te laten rapporteren over de verhouding tussen winst, belasting en economische activiteiten per land (country-by-country reporting) is ronduit verbijsterend.

Met haar vijftien punten tellende plan komt de OESO niet verder dan zwakke compromissen 

Diverse kenners/expert/etc., onder wie Ed Groot en Alvin Mosioma, benadrukken dat deze rapportages openbaar moeten zijn. Dan hoeven bedrijven wereldwijd maar één keer te rapporteren. Investeerders staan te springen om deze rapportages. Ook het publieke debat kan meer op basis van feiten worden gevoerd. Bovendien kunnen ngo’s dan gerichter te werk gaan, bijvoorbeeld wanneer overheden van ontwikkelingslanden zelf onnodige belastingvrijstellingen geven. Voor belastingdiensten zelf zijn de rapportages nuttig om een snelle inschatting te maken of een multinational winst verplaatst naar andere landen.

Binnen de OESO wisten tegenstanders openbare rapportages te blokkeren. Om die reden moeten multinationals alleen rapportages leveren aan de belastingdienst in het land waar hun hoofdkantoor is gevestigd. Vervolgens moeten belastingdiensten een systeem opzetten om de rapportages onderling uit te wisselen. Het is een administratief drama. Om de rompslop voor landen met veel hoofdkantoren te beperken, hoeven alleen multinationals met een wereldwijde omzet hoger dan 750 miljoen euro te rapporteren. Die drempel is veel te hoog, zeker voor kleine ontwikkelingslanden. De regel die zegt dat rapportages pas na een jaar binnen hoeven zijn, maakt het fiasco compleet. Daarna is nog drie tot zes maanden nodig voor uitwisseling tussen landen.

In het beste geval komen de rapportages van een beperkt aantal grote bedrijven veel te laat beschikbaar voor belastingdiensten. Maar, waarom makkelijk doen als het moeilijk kan?

Een nieuw VN comité blijft essentieel

Het debat gaat tenslotte over de manier waarop internationale belastingstandaarden tot stand komen. Nils Langemeijer van Buitenlandse Zaken zet in zijn gebalanceerde blog uiteen dat de huidige opzet, met een centrale rol voor de OESO, niet ideaal is. Maar, stelt Langemeier, ontwikkelingslanden worden wel steeds meer worden betrokken. Deels gebeurt dat via regionale organisaties, een systeem dat behoorlijk goed blijkt te werken.

Lijkt, want  de beperkingen zijn duidelijk zichtbaar. Omdat kleinere ontwikkelingslanden niet vanaf het begin zijn aangesloten, missen sommige van deze landen prioriteiten in het actieplan van de OESO. Irene Burgers, Hoogleraar Internationaal en Europees Belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, geeft als voorbeeld het beteugelen van de race to the bottom. Een IMF paper en G20 werkgroep wijzen daarnaast op belastingontwijking op de winst bij verkoop van bedrijven. Sectorspecifieke adviezen voor mijnbouw, olie- en gaswinning worden niet geleverd door de OESO, maar wel door een VN-expertcomité dat elk dubbeltje moet omdraaien.

Vandaar dat onder meer Alvin Mosioma (Tax Justice Afrika) en Esmé Berkhout (Oxfam Novib) pleiten voor meer zeggenschap voor ontwikkelingslanden. Dat moet op een structurele manier worden geregeld. Veel ontwikkelingslanden zien dat het liefst in de vorm van een VN-belastingcomité op politiek niveau. Nu valt er heel wat aan te merken op de effectiviteit van verschillende VN organen, maar de behoefte is legitiem en de VN heeft zeker geen monopolie op verbijsterend falen. Het is maar afwachten of de OESO-landen met een beter alternatief komen.

Speerpunten voor Ploumen

Op belastingterrein is de top in Addis Abeba al half mislukt. De eerste versie van het outcome-document, gepubliceerd op 16 maart, bevat vier cruciale onderdelen: een openbare rapportage van bedrijfsgegevens per land, een rapport van het zojuist besproken VN-comité, de openbare registers van ‘echte’ bedrijfseigenaren en als laatste de multilaterale automatische uitwisseling van informatie over privévermogens. Van die vier onderdelen zijn er al twee gesneuveld.

De versie van 6 mei vermeldt niet langer dat rapportage van bedrijfsgegevens per land openbaar moet zijn en weerspiegelt daarmee de afspraken die al binnen de OESO zijn gemaakt. Bovendien hoeft automatische gegevensuitwisseling niet meer multilateraal. Conclusie: het is ieder voor zich. Ontwikkelingslanden moeten zelf maar zien dat zij Zwitserland zo ver krijgen ook gegevens met hen te delen en de VS hoeven zich geen zorgen te maken over wederkerigheid. Erger nog, dit biedt een vrijbrief aan corrupte regimes, waarmee zij zich niet effectief hoeven aan te sluiten bij het systeem van automatische uitwisseling. Net zoals de Griekse regering niets deed met de Lagarde-lijst, staat de Soedanese regering vast niet te springen om belastingheffing over buitenlandse vermogens. De kansen liggen kortom bij het VN-comité en bij de openbare registers van bedrijfseigenaren.

Minister Lilianne Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft zich de afgelopen tijd een voorvechter getoond van meer zeggenschap voor ontwikkelingslanden

Minister Lilianne Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft zich de afgelopen tijd een voorvechter getoond van meer zeggenschap voor ontwikkelingslanden. Mede dankzij haar inspanningen zitten landen als Bangladesh, Kenia en Peru nu aan tafel tijdens de laatste onderhandelingen over het OESO-actieplan. Het zou de kroon op haar werk zijn als zij in Addis Abeba voldoende steun weet te mobiliseren voor een structurele oplossing. Als dat niet lukt in de vorm van een VN-comité, dan op een andere manier. De kern blijft dat de top een concrete afspraak moet opleveren, over de manier waarop ontwikkelingslanden voortaan een gelijkwaardige stem krijgen.

Daarnaast moet Nederland voor elkaar krijgen dat openbare registers van bedrijfseigenaren de eindverklaring halen. Openbaarheid is essentieel, omdat ngo’s in ontwikkelingslanden zo meer inzicht krijgen in de tot nu toe verborgen economische belangen van ministers en parlementsleden. Minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën sprak daar afgelopen december namens de regering zijn steun voor uit, dus niets staat Ploumen meer in de weg. Ze moet maximaal inzetten.

Beslissen ontwikkelingslanden voortaan mee over de internationale belastingagenda en komt er eindelijk een einde aan anonieme bedrijven en trusts? Of wordt de belastingagenda van Addis Abeba de internationale gemeenschap fataal? Dit zijn de twee concrete speerpunten voor Ploumen, de ze met alle macht zal moeten verdedigen. Makkelijker kunnen we het niet maken, helaas.

Kom morgen ook naar het live debat waar Francis Weyzig met belastingadviseur Aart Nolten (Deloitte) en Ramon Dwarkasing (Dwarkasing & Partners, voorheen: Universiteit Maastrict) in debat gaat – gevolgd door een debat tussen minister Ploumen en OxfamNovib directeur Farah Karimi. Er zijn nog een paar plaatsen vrij – meld je dus snel aan via aanmeldenFFD[a]oxfamnovib.nl

Unaniem aanvaard door de internationale gemeenschap: de zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SGD’s). Hét kader voor het werken aan economische, ecologische en sociale vooruitgang wereldwijd voor de komende vijftien jaar. Hoe draagt Nederland met haar beleid bij aan het behalen van de doelen? Wat zijn de ontwikkelingen wereldwijd?

Blog: Gezondheidszorg voor iedereen of alleen de happy few?

Door Remco van der Veen | 12 december 2018

Vandaag is het Universal Health Coverage Day. Ministers van Financiën zien gezondheidszorg helaas vaak slechts als een uitgavenpost en geven prioriteit aan productieve investeringen in landbouw en infrastructuur. Dat moet anders, schrijft Remco van der Veen, director International Offices bij Cordaid.

Lees artikel

‘De oudere generatie heeft kennis, de jongere generatie heeft de energie en de toekomst.’

Door Lys-Anne Sirks | 11 december 2018

In haar beleidsnota ‘Investeren in perspectief’ zet minister Kaag sterk in op jongeren, maar wat vinden die zelf eigenlijk van de nota en de rol die hen daarin wordt opgelegd? Volgens Francis Arinaitwe, een jonge ondernemer uit Kenia,  is het vooral cruciaal om ‘jongeren zeggenschap te geven over hun eigen toekomst’.  

Lees artikel

Bossen: onze krachtigste high-tech klimaatoplossing

Door Han de Groot | 03 december 2018

Als we over klimaat oplossingen praten, gaat het gesprek bijna altijd over de vermindering van fossiele brandstoffen. Maar volgens Han de Groot, CEO van de Rainforest Alliance, is dat maar een deel van de oplossing en zou het veel meer over bossen moeten gaan: de meest krachtige en efficiënte CO2 opnemende technologie die het wereld ooit heeft gezien.

Lees artikel