Door:
Selma Zijlstra

20 mei 2015

Tags

europese schuldencrisisVOORBESCHOUWING – De alarmbellen rinkelen: er dreigt een nieuwe schuldencrisis. Niet alleen in Europa, maar ook (ja, alweer) in ontwikkelingslanden. Schuldenproblematiek staat dan ook prominent op de agenda op de Finance for Development conferentie in Addis Abeba. Vandaag deel I over het hoe en waarom van de nieuwe schuldencrisis, die een stuk complexer is dan de vorige, en alles te maken heeft met de financiële crisis in het westen.

Een schuldencrisis, alweer? Die was toch al voorbij?

Misschien heb je jaren geleden wel eens handtekeningen opgehaald, of er een gezet op een festival. Of heb je als activist actief gelobbied voor schuldenkwijtschelding via de Jubilee campagne. En met succes, want in 1996 werd het HIPC (voluit: Heavily Indebted Poor Countries) initiatief gelanceerd om de schuldenlasten van ontwikkelingslanden bij het IMF en Wereldbank tot acceptabele niveaus terug te brengen. In 2005 kwam daar het Multilateral Debt Relief Initiative bij, waarbij arme landen 100 % schuldkwijtschelding kregen van drie instituties: het IMF, het IDA-fonds van de Wereldbank, en het African Development Fund. Het kon toch immers niet zo zijn dat ontwikkelingslanden de MDG’s niet konden betalen, omdat ze tientallen miljoenen euro’s aan rijke landen moesten betalen? Een heleboel landen hebben van dit initiatief geprofiteerd, en het schuldenprobleem leek even tot het verleden te behoren.

Dat lijkt nu te vroeg gejuicht geweest te zijn. Een aantal Caribische landen zitten in een penibele situatie en Ghana heeft al bij het IMF aan moeten kloppen omdat het land bijna failliet is. De verwachting is dat de situatie de komende jaren alleen maar erger gaat worden, met name voor opkomende en hogere lage-inkomenslanden zoals India, Bolivia, Chili, Brazilië, Rwanda, Peru, Turkije en Zambia. De groei daar neemt af, en de landen raken uit de gratie bij beleggers.

Martin Khor, directeur van het South Centre, een gerenommeerde denktank die regeringen uit ontwikkelingslanden adviseert, maakt dan ook korte metten met het Africa Rising verhaal: ‘Er wordt gezegd dat de wereld is veranderd, het Zuiden opkomt, en het arme Noorden slechts met 1 % groeit. Dus we hoeven ons geen zorgen meer te maken over ontwikkelingslanden, behalve die in conflict en lage inkomenslanden. Maar dit is niet waar. De groei is gestopt.’

Schermafbeelding 2015-05-20 om 13.30.50‘We zien dat landen in dezelfde problemen zitten als in de jaren ’80 en ’90 toen de schuldencrisis uitbrak’

Aldo Caliari, directeur van Rethinking Bretton Woords van het in Washington gevestigde Centre of Concern, anticipeert op een ernstige crisis – en hij is niet de enige. ‘Die crisis is er nu nog niet, maar er dreigt er wel een aan te komen. We zien dat landen in dezelfde problemen zitten als in de jaren ’80 en ’90 toen de schuldencrisis uitbrak’, zegt de financieel specialist, die onder andere voor de Financial Times schrijft en regeringen en verschillende VN-organen adviseert.

Hoe komt het dat die landen weer in de problemen zitten?

Ten eerste profiteerden veel landen lange tijd van een zogenaamde “supercycle” in grondstoffenprijzen. Ghana vond bijvoorbeeld olie, Zambia had z’n mijnbouw, Mozambique z’n gas. ‘Hierdoor konden ze meer belasting ophalen en kregen ze inkomsten uit export’, legt Fanwell Bokosi, directeur van de Afrikaanse ngo Afrodad, uit. ‘Toen landen leenden maakten ze hun schattingen op basis van verwachtingen dat de grondstoffenprijzen wel weer zouden stijgen. En dat gebeurde dus niet.’Dit is een belangrijke reden waarom Ghana nu zo in de problemen is geraakt.

Ten tweede worden er door donoren veel leningen uitgegeven aan arme landen, die tellen als ontwikkelingshulp (hulp bestaat namelijk uit leningen en giften). Maar die leningen moeten wel terugbetaald worden, en daardoor kunnen landen in de problemen komen. Bij Eurodad, een een in Brussel gevestigde organisatie die zich bezighoudt met schulden, ontwikkelingshulp en armoedebestrijding, vinden ze het in elk geval erg raar dat die dynamiek er is. ‘Het is cynisch om het over hulp te hebben wanneer je verwacht dat een land het terug moet betalen. Beter zou je arme landen giften geven in plaats van leningen’, zegt Bodo Ellmers, analist bij Eurodad (lees daar hier meer over). Daarnaast wordt steeds meer hulp gegeven via publiek-private-partnerschappen, maar volgens Ellmers zorgen ook deze constructies voor toekomstige schulden. ‘In het begin lijkt het net alsof je als regering niets hoeft te betalen, maar je moet het bedrijf waar je het contract mee sluit na verloop van tijd wel terugbetalen. Dat betekent dat er schuld wordt gecreëerd. In Portugal bijvoorbeeld hebben publiek-private-partnerschappen bijgedragen aan de crisis, want de regering dacht dat ze wel genoeg winst zouden maken om de private sector terug te betalen. Dat gebeurde niet, en dus moet de regering zelf de private sector terugbetalen. Vaak gaat het om investeringen met hoge risico’s, en daar maken wij ons zorgen over.’

‘Het is cynisch om het over hulp te hebben wanneer je verwacht dat een land het terug moet betalen’

Maar de derde oorzaak is op het moment het meest nijpende en deze heeft alles te maken met de financiële crisis. Toen de crisis uitbrak in 2008, reageerde de VS door de rente te verlagen tot zo’n beetje 0 %, en extra geld in de economie te pompen via centrale banken. Dat deed de Federal Reserve bank in de Verenigde Staten (FED) en in financieel jargon heet dat: kwantitatieve versoepeling, QE oftwel Quantitative Easing in het Engels. QE komt er op neer dat de bank overgaat op het kopen van Amerikaanse schulden, oftewel staatsobligaties of obligaties van private partijen zoals banken. Het geld komt op rekening van banken te staan die vervolgens liquiditeit krijgen en weer leningen kunnen verstrekken. Niet alleen de FED, maar ook de Europese Centrale Bank is overgegaan op kwantitatieve versoepeling.

Er is dus opeens heel veel geld in omloop, en investeerders die willen dat kwijt. Bodo Ellmers (Eurodad) vertelt over de gevolgen: ‘De kapitaalmarkt werd overstroomd door een tsunami van goedkoop geld. Maar omdat er weinig winstgevende investeringsmogelijkheden waren in westerse landen, ging veel van dat geld naar opkomende landen of lage middeninkomenslanden zoals Ghana.’ Regeringen en private bedrijven in ontwikkelingslanden zijn namelijk obligaties op financiële markten uit gaan geven, iets wat ze voorheen nooit deden. Omdat het hoge-risicolanden zijn, hadden die obligaties ook veel hogere rentes dan ontwikkelde landen, van zo’n 6-8 %. Ellmers: ‘Gretige investeerders gebruikten dus het goedkope geld dat ze konden lenen met weinig rente uit de VS, om het te investeren in landen als Ghana, Zambia of Rwanda, waar ze hoge rentes kregen.’ Let wel: het gaat hier dus niet om investeringen in de ‘echte’ economie zoals in infrastructuur, maar puur om kapitaalmarkten.

Schermafbeelding 2015-05-20 om 13.32.41‘De kapitaalmarkt werd overstroomd door een tsunami van goedkoop geld dat naar ontwikkelingslanden ging’

Wat is daar mis mee?

Tot zover nog weinig vuiltjes aan de lucht, want extra geld is natuurlijk altijd welkom, te meer omdat sommige landen hun hulpstromen opgedroogd zagen vanwege de crisis. En gemakkelijk, want het geld kwam zonder allerlei moeilijke IMF-condities. Het probleem begint als de FED de kwantitatieve versoepeling (QE) loslaat, en haar rente weer verhoogt. Dat eerste is al gebeurd, en dat heeft nu al een aantal zichtbare gevolgen.

Zo wordt de schuld duurder, legt Caliari uit. ‘Tijdens de QE werd de dollar goedkoper, omdat er veel geld het systeem in werd gepompt. Maar nu die politiek wordt teruggedraaid, wordt de dollar weer duurder. En doordat de dollar meer waard wordt, wordt de schuld ook duurder. Veel bedrijven gaven hun obligaties namelijk uit in dollars, of gelinkt aan de dollar, terwijl de bedrijven winst maken in de munteenheid van hun eigen land. En als die in waarde daalt, vergeleken met de dollar, dan hebben we een probleem.’

Een andere dynamiek is dat valutakoersen gaan fluctueren. ‘Doordat investeerders naar landen als Brazilië, Uruguay of Peru gaan, stijgt de waarde van de munt. En daarom gaan ze ook munten opkopen. Dat leidt tot overwaardering van de munt. Maar als de FED weer geld uit de markt haalt, gaat de munt in waarde dalen en willen zij die munteenheden kwijt. Daardoor daalt de waarde weer. Dit zien we nu al gebeuren: de Braziliaanse real, de Indiase rupee, de Turkse lira: ze zijn allemaal naar beneden gegaan.’ En een lage koers ten opzichte van de dollar, zorgt voor een hogere schuldwaarde.

Bovendien vliegt kapitaal het land uit. Caliari: ‘Investeerders die afhankelijk zijn van de financiering van de FED, kunnen nu niet meer zo goedkoop lenen en draaien hun investeringen in obligaties terug. Het wordt weer winstgevender om in de VS te investeren en dus vliegt het kapitaal het land uit. Beleggers willen hun obligaties snel kwijt, en die gaan in waarde dalen. Ook daardoor wordt de schuld hoger.’

Schermafbeelding 2015-05-20 om 12.06.58

Bron: Eurodad

Prima toch, dan zijn die landen tenminste van dat geld af.

Ja, maar ondertussen heeft dat kapitaal wel een chaos achtergelaten. Caliari: ‘De valuta-eenheden raakten overgewaardeerd, landen kwamen in de schulden omdat het zo makkelijk was om geld te lenen – en nu het kapitaal weggaat gebeurt het omgekeerde. De valutakoersen gaan naar beneden en de koers van de dollar omhoog. Een lage koers is goed voor export, maar die boost is meestal niet genoeg om te compenseren voor de negatieve financiële impact van landen die blijven zitten met hogere schulden.’

En als de FED haar rente verhoogt, iets waar druk over gespeculeerd wordt en volgens kenners ergens in 2016 zal gebeuren, wordt die dynamiek versterkt. Want landen die niet direct hun schulden kunnen terugbetalen, moeten weer opnieuw lenen: zij moeten dus nieuwe obligaties uitbrengen. Maar zij komen niet langer weg met de rentestanden van 6-8 % die ze voorheen hadden. ‘Omdat de rente in de VS straks weer hoger wordt, zeg 4 %, zijn landen gedwongen hun rente te verhogen – van 8 % naar wel 12 %. Anders wil immers geen enkele investeerder meer hun obligaties opkopen. Zo wordt de rente steeds hoger en wordt het steeds duurder om schulden terug te betalen. En uiteindelijk belanden die landen in een schuldenval’, zo legt Ellmers uit.

Caliari: ‘De vorige shocks in de jaren ’80 en ’90 gebeurden ook doordat de FED de rente verhoogde. Nu al lijden de landen onder het terugtrekken van QE, dus als de rente ook nog eens omhoog gaat, kun je je voorstellen dat dat enorme impact heeft.’

Ondertussen heeft dat kapitaal wel een chaos achtergelaten in ontwikkelingslanden

Volgens Caliari zijn het momenteel vooral schulden van banken en bedrijven die de problemen veroorzaken. De schulden van landen zelf, oftewel de soevereine schulden, zijn helemaal niet zo enorm hoog in ontwikkelingslanden, een aantal uitzonderingen daargelaten.

Bron: Afrodad

Bron: Afrodad

Dit in tegenstelling tot Europese landen, waar de schulden in verhouding met het BNP torenhoog zijn. Ontwikkelingslanden lijken hun overheidszaakjes vooralsnog beter op orde te hebben, maar Caliari waarschuwt voor optimisme. ‘Als de private schulden exploderen, worden dat publieke schulden’, vertelt hij. ‘Dat hebben we in het verleden gezien. Veel landen in bijvoorbeeld Mexico, Bolivia of Peru, moesten hun bankensectoren redden, want ze waren “too big to fail”. En dat zien we nu ook in Europa. In Griekenland bijvoorbeeld was het grootste deel van de schuld ook privaat. Maar toen bedrijven en banken omvielen, werden die schulden publiek. En dat komt uiteindelijk neer op de belastingbetaler.’

Bron: Eurodad

Bron: Eurodad

Het is toch ook een beetje hun eigen schuld?

Deels wel en deels niet. Voor sommige landen was het pure overmacht, zoals voor Grenada dat werd geraakt door orkaan Mitch, of West-Afrikaanse landen die werden getroffen door ebola. Het IMF heeft daar ook op gereageerd door schulden van deze landen te verlichten. Daarnaast konden landen niet helemaal voorzien dat de grondstoffenprijzen gingen dalen, en bleven landen lenen doordat ze dachten dat die prijzen toch wel zouden stijgen. ‘Dat was misschien niet het slimste om te doen’, geeft Ellmers toe. Fanwell Bokosi van Afrodad vindt het dan ook belangrijk dat er checks and balances zijn. ‘Zo kunnen we als civil society de regering controleren of het wel verantwoordelijkheid neemt.’

Tegelijkertijd, zo vinden veel ngo’s, is het oneerlijk dat alleen de schuldenaar voor de gevolgen opdraait. Ellmers: ‘It takes two to tango’. Er zijn immers twee verantwoordelijken bij een contract: een schuldenaar en een schuldeiser. Beiden nemen een risico. Waarom zou dan slechts één partij voor de risico’s opdraaien?’

‘It takes two to tango. Waarom zou dan slechts één partij voor de risico’s opdraaien?’

Verantwoording delen: dat is dan ook iets waar ngo’s en ontwikkelingslanden altijd voor hebben gepleit. ‘Dat stond zelfs in het Monterrey document [Monterrey was de eerste Financing for Development conferentie, red]: dat debiteuren en crediteuren gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben. Het feit dat daar nog weinig mee gebeurt, geeft helaas aan dat regeringen zich weinig aantrekken van het FfD proces’, aldus Ellmers.

Moeten er dan niet betere kapitaalregulaties komen?

Ja, zullen veel ngo’s zeggen. Caliari: ‘Maar niet ieder land was daar heel happig op, want op het moment dat je al dat kapitaal het land in ziet stromen, willen politici die situatie ook niet verpesten en laten ze het vaak gaan.

Tegelijkertijd hebben ontwikkelingslanden er ook wel voor gepleit om kapitaal te kunnen reguleren’, gaat Caliari verder. ‘Zodat ze tenminste een onderscheid kunnen maken tussen kapitaal dat goed voor hen is, en kapitaal waar ze niets aan hebben. Sommige landen hebben dat ook wel gedaan, maar die zijn voortdurend in gevecht met IMF, die vinden dat kapitaalregulatie slecht is en je dat alleen moet doen in een noodgeval.’

Ellmers ziet dat het IMF die gedachte nu wel een beetje loslaat. ‘Maar dat is vooral in hun onderzoekpapers, en niet zozeer in beleid. Het advies en de voorwaarden die het IMF geeft voor hulp en leningen aan ontwikkelingslanden vertelt nog steeds vooral het liberaliseringsverhaal.’

Martin Khor (South Centre) vindt het in elk geval essentieel dat er meer regulatie komt. En dat is helemaal niet zo radicaal. ‘Toen Keynes het Bretton Woods systeem opzette, werd bepaald landen niet zomaar geld in- en uit mogen laten vloeien – tenzij het voor handel of FDI is. Geen speculatie, dus. Dit beleid werd in de jaren ’70 door de OECD losgelaten. Nu zie je het weer wat terugkomen, met de Financial Transaction Tax bijvoorbeeld. Het zijn kleine stapjes, maar alles bij elkaar kun je het systeem wel degelijk veranderen.’

Hoe moeten we nu omgaan met de schuldencrisis? En wat moet er gebeuren in Addis Abeba om iets aan die schulden te doen? Lees dat in het vervolg op dit artikel: ‘Gaat een nieuwe schuldenrechtbank in de VN de schuldencrisis oplossen?’

Lees meer over de schuldencrisis in dit rapport van Eurodad.

Bekijk ook deze interessante documentaire van Zembla die de Europese schuldencrisis uitlegt.

Unaniem aanvaard door de internationale gemeenschap: de zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SGD’s). Hét kader voor het werken aan economische, ecologische en sociale vooruitgang wereldwijd voor de komende vijftien jaar. Hoe draagt Nederland met haar beleid bij aan het behalen van de doelen? Wat zijn de ontwikkelingen wereldwijd?

Nieuwe burgerbewegingen op de bres voor Europese waarden

Door Guido Deuzeman | 08 mei 2019

Op 23 mei mogen we weer naar de stembus en er staat wat op het spel. De waarden onder de EU zelf staan onder druk. Ook in ons eigen land, zegt Guido Deuzeman. Maar gelukkig is er een groeiende beweging in Europa en Nederland van mensen die een grens willen trekken en zich laten horen. En werken ngo’s vaker succesvol samen om die mensen te mobiliseren. De campagne Hart boven Hard is een goed voorbeeld.

Lees artikel

‘Van deze rechtsstaat-in-naam wens ik de versierselen niet langer te dragen’

Door Marc van Dijk | 19 april 2019

Trots en dankbaar was Nico Keulemans toen hij door de koningin geridderd werd, na een leven vol ontwikkelingswerk. Nu stuurt de 88-jarige zijn onderscheiding terug. Hij herkent de rechtsstaat Nederland niet meer.

Lees artikel

Zijn we klaar voor verandering?

Door Siri Lijfering | 08 april 2019

Maatschappelijke organisaties staan wereldwijd onder druk. Dit kan het einde betekenen van het bestaan van een kritisch maatschappelijk middenveld én van internationale samenwerking. Door lokale organisaties te brandmerken als spreekbuis van het westen, proberen overheden kritische organisaties vleugellam te maken. Lokale fondsenwerving en mobilisatie van een sterke achterban zijn daarmee belangrijker geworden dan ooit.

Lees artikel