Door:
Nienke Zoetbrood

1 mei 2015

Categorieën

Tags

2Nepal feb2015_30 De Nepalese Karuna Foundation lukte het als een van de eersten om in de zwaar getroffen regio Rasuwa te komen. Het district ten noorden van Kathmandu is moeilijk bereikbaar en nog grotendeels verstoken van hulp. ‘Organisaties waren niet bereid om het risico te nemen’, zegt directeur Deepak Raj Sapkota, die zelf in Rasuwa ter plaatse was. Waarom lukte het hem wel? En hoe functioneren de overheid en de internationale hulporganisaties?  ‘We hebben geluk gehad’, vertelt de directeur van de Nepalese Karuna Foundation, die tevens voorzitter van de Association of International NGO’s in Nepal is. Het is druk op zijn kantoor in Kathmandu. Op de achtergrond van het telefoongesprek zijn veel stemmen te horen, en al snel verontschuldigt Deepak Raj Sapkota zich voor een dringend telefoontje: ‘noodgeval’. De organisatie, die bestaat uit een volledig Nepalees team in Kathmandu en een klein ondersteunend team in Nederland, is relatief goed uit de aardbeving gekomen, vervolgt hij. Eén medewerker ligt in het ziekenhuis, iemands nichtje is overleden en een ander haar huis kwijtgeraakt, somt Sapkota op. ‘Maar al met al valt dat mee.’ Zijn simpele inventarisatie gevolgd door de relativering maakt meteen duidelijk iedereen door de aardbeving geraakt is. ‘Vergeleken met andere gebieden is de situatie in Kathmandu nog redelijk goed’, vertelt de directeur. ‘Maar minstens 60% van de mensen verblijft nog buitenshuis, in tenten of slechte voorzieningen in de open lucht. Mensen zijn nog steeds bang om naar huis te gaan. Niemand wil op de vijfde verdieping van een gebouw zitten, voor het geval dat er nog een aardbeving komt.’ Noodhulp De Karuna Foundation richt zich normaalgesproken op structurele verbetering van het leven van gehandicapte kinderen. Maar, zegt Sapkota, ‘met zo’n grote ramp maak je geen verschil tussen kinderen met een handicap en zonder: je helpt iedereen die je kunt.’ Maar is een organisatie die zich vooral bezighoudt met het verbeteren van de levensomstandigheden van gehandicapte kinderen wel geschikt om noodhulp te verlenen? ‘Natuurlijk hebben noodhulporganisaties meer theoretische kennis en ervaring opgedaan in andere delen van de wereld’, antwoordt Sapkota. ‘Maar hier in Nepal is de situatie anders. Het systeem werkt anders, de mindset van de mensen is anders. Voor iemand die in Afrika of Zuid-Amerika noodhulpervaring opgedaan heeft, kan dat moeilijk te begrijpen zijn.’ Bij de Karuna Foundation zijn alle medewerkers Nepalees. Toeval of niet, de Karuna Foundation heeft als een van de eerste organisaties woensdag de zwaar getroffen regio Rasuwa ten noorden van Kathmandu bereikt. ‘Sindsdien vraagt iedereen me hoe ons dat gelukt is’, merkt Sapkota op. Rasuwa Dat was immers een hele uitdaging: er is geen openbaar vervoer, omdat veel chauffeurs in eerste instantie hun getroffen familieleden helpen. De weinige helikopters die Nepal heeft, zijn niet beschikbaar en de wegen zijn grotendeels onbegaanbaar. ‘Er zijn gebieden in het Rasuwa district die erg geïsoleerd zijn, sommige liggen op meerdere dagen loopafstand. Door lawines en kapotte wegen is dat nu extra lastig.’ ‘Het heeft me acht uur gekost om in Kathmandu een jeep te vinden, en uiteindelijk zijn we daarmee zover het district in gereden als we konden. Vanaf een bepaald punt konden we niet verder, en zijn we te voet verder gegaan.’ Inmiddels zijn er ook trucks met hulpgoederen naar het gebied vertrokken, en beginnen langzaamaan andere hulpteams te arriveren. ‘Maar het zal nog een aantal dagen duren voordat de gebieden echt geholpen kunnen worden.’ ‘In de lager geleden gebieden gaat het relatief goed,’ vertelt Sapkota over de situatie zoals hij die in Rasuwa aantrof, ‘maar hoger in de bergen is erg veel beschadigd. Bijna alle huizen zijn daar verwoest, omdat ze gebouwd zijn van modder en stenen. Noodhulp is daar essentieel, maar om de goederen daar te krijgen wordt een hele uitdaging. En niet alleen nu, maar ook op de langere termijn.’ Gebrekkige communicatie De reden waarom zijn organisatie als een van de weinigen erin slaagde om Rasuwa te bereiken, wijt hij aan een gebrek aan communicatie: mensen wisten gewoon niet hoe ze er konden komen. Er was geen telefoonverbinding met de afgelegen gebieden, vertelt Sapkota, en ook andere manieren van communicatie ontbraken. ‘Er was niets over de regio bekend, en mensen wisten simpelweg niet hoe ze er konden komen. We konden alleen afgaan op de berichten van het leger en de politie. Voor sommige mensen was het moeilijk om die berichten te krijgen. Ook begrepen anderen de situatie niet zo goed, en waren ze misschien ook niet bereid om het risico te nemen.’ Ondanks de gebrekkige communicatie vindt Sapkota dat de overheid over het algemeen goed gereageerd heeft: ‘Natuurlijk gaan er dingen fout. De overheid heeft een probleem met communicatie, coördinatie en het mechanisme werkt niet goed. Maar ik ben positief over hun inzet.’ Bovenal is Sapkota te spreken over de politie en het leger, die veel van de reddingsoperaties uitgevoerd hebben. ‘Zij proberen veel te coördineren en zijn op veel plekken aanwezig.’ Trage reactie? Ook de vele internationale hulporganisaties die in Nepal aanwezig zijn, waardeert hij voor hun inzet en goede intenties. Toch signaleert hij bij sommige organisaties een soort rush op noodhulp, waarbij men vooral op zoek lijkt naar erkenning van de buitenwereld. ‘Bij sommigen gaat het toch ook om het ego, om te kunnen laten zien wat voor goeds ze allemaal doen.’ Bovendien hebben veel buitenlandse organisaties moeite met het begrijpen van het Nepalese systeem, zegt Sapkota. ‘Wie regelt wat, en wie is waarvoor verantwoordelijk? Dingen verlopen trager omdat mensen het mechanisme van Nepal niet goed kennen.’ Is dat ook de reden dat de noodhulp traag op gang is gekomen? Die vraag vindt hij een moeilijke om te beantwoorden. Na een ramp duurt het altijd lang voordat hulp op gang komt, luidt zijn reactie. ‘Er was veel verwarring. Veel internationale organisaties waren heel snel ter plekke, maar hadden niet genoeg geld om ook daadwerkelijk te beginnen. En nogmaals, er ontbrak goede communicatie om alles te coördineren. Maar de overheid heeft proactief gereageerd, en vergeleken met andere grote rampen is er adequaat gereageerd.’ Toch heeft Sapkota ook veel begrip voor de mensen die boos zijn omdat de hulp zo lang op zich laat wachten: ‘Natuurlijk raken mensen nu gefrustreerd! Het is bijna een week na de aardbeving en nog steeds zitten veel mensen vrijwel onbedekt op straat.’ Maar uiteindelijk heeft hij een sterk vertrouwen in de Nepalese bevolking en de saamhorigheid die onder mensen heerst. Zelf sliep Sapkota de eerste drie dagen na de aardbeving in een tent met zijn familie en buren, in totaal wel honderd mensen. ‘Daar zag ik dat de gemeenschapszin heel sterk is, daar vertrouw ik op.’ Coördinatie De grootste uitdaging is nu om alle goederen op de plek te krijgen waar het nodig is, en om er voor te zorgen dat de distributie eerlijk verloopt, somt Sapkota op. ‘Ook moet erop toegezien worden dat het geld eerlijk verdeeld wordt, en goed wordt besteed. Er is bij rampen altijd het risico dat het geld op de verkeerde plaats belandt, en dat moet absoluut voorkomen worden.’ Maar op de vraag bij wie dat risico ligt, of hoe het voorkomen kan worden, schakelt Sapkota over op hoe dankbaar hij is voor de aandacht en hulp vanuit Nederland. ‘We zijn erg dankbaar voor de generositeit en solidariteit van de Nederlanders. Wat belangrijk is, is dat het geld nu niet alleen besteed wordt aan noodhulp, maar ook aan de wederopbouw. Ik zou de Nederlanders dus graag om begrip willen vragen dat er ook in de post-noodsituatie nog steeds veel gevaren liggen, bijvoorbeeld bij de uitbraak van een epidemie. Ook in dat geval moeten we kunnen blijven helpen.’ Dan is het tijd voor Sapkota om zich te haasten naar een overleg tussen de overheid en internationale ngo’s een volgende poging om de plannen van de verschillende (noodhulp)organisaties op elkaar af te stemmen. Daarin zullen ze bespreken hoe de situatie ervoor staat, en wie in welke behoeftes kan voorzien. Sapkota is er als initiator uiteraard ook bij, maar niet voordat hij een laatste wens uit: ‘Die taken waren al eerder verdeeld, maar deze vergadering gaat meer informatie geven over welke expertise er nu in het land aanwezig is en waar we op moeten focussen. Hopelijk zorgt dit voor betere coördinatie.’ Foto: Karuna Foundation 

‘In Guatemala hebben politici altijd geld van het volk geroofd. Maar Morales rooft ook de rechtsstaat’

Door Marjolein van de Water | 14 januari 2019

Als hoofdaanklager van het Openbaar Ministerie ontrafelde Thelma Aldana samen met de Internationale Commissie tegen Straffeloosheid in Guatemala (CICIG) een reusachtig corruptieschandaal. Een hoogtepunt in de strijd tegen corruptie en een voorbeeld voor de regio. Maar de huidige president Morales besloot CICIG het land uit te zetten, terwijl Aldana vreest voor haar leven. ‘Wat er ook gebeurt de komende maanden, een ding is voorgoed veranderd: de corruptie is zichtbaar geworden. De beerput kan niet meer dicht.’

Lees artikel

Water als wondermiddel?

Door Sarah Haaij | 20 december 2018

Een slokje water drinken, de wc doortrekken, handen wassen; het is allemaal even vanzelfsprekend. Totdat je je een keer terugvindt in Nepal vlak na de aardbeving, op een plattelandsschool in Kirgizië of in de migratieregio van Burkina Faso, dan is schoon water een kwestie van (over)leven. In 2030 moet iedereen toegang tot drinkwater hebben. Wat is de weg erheen? Drie experts vertellen.

Lees artikel

 Wie al kwetsbaar is, wordt kwetsbaarder

Door Joris Tielens | 19 december 2018

Waterschaarste neemt toe en wordt almaar vaker gezien als veiligheidsprobleem. Maar de relatie tussen gebrek aan zoet water, klimaatverandering en conflict en migratie is complex, stellen deskundigen. Schaarste kan mensen ook bijeenbrengen. Zeker is: kwetsbare mensen worden het hardst erdoor getroffen. Wat valt eraan te doen, ook door Nederland?

Lees artikel