Door:
Alette Paul

30 april 2015

Tags

Schermafbeelding 2015-03-05 om 08.15.49Vorige week analyseerde Kees Knulst, deelnemer aan MP-Watch, de masterclass van Woord en Daad, kritisch de EPA’s. Hij stipte al kort de incoherenties rondom de EPA’s aan. Deze week kijkt MP-Watch deelnemer Alette Paul verder naar de mogelijke incoherentie tussen de vrijhandel van de EPA’s enerzijds, en de doelstelling van ontwikkelingssamenwerking anderzijds om de lokale agrosector in ontwikkelingslanden te versterken. Wat voor invloed hebben de EPA’s op de regionale handel in bijvoorbeeld Oost-Afrika? En hoe draagt Nederland bij aan regionale handelsbevordering?  Om mogelijke incoherenties op te sporen tussen de EPA’s en regionale handel, is het van belang om te kijken naar het Nederlands beleid ter bevordering van de agrosector in ontwikkelingslanden. Maar eerst begin ik met een voorbeeld in welke mate regionale handel bepalend is voor een land in Sub-Sahara Afrika.  Sterk afhankelijk van regionale handel Veel ontwikkelingslanden zijn erg afhankelijk van de regionale handel. Neem bijvoorbeeld een land als Uganda. Dit exporteert 41% procent van de totale export in de eigen regio, naar landen als Sudan (15%), Rwanda (8,8%) en de DRC (8,7%). Landen als Kenya (9,7%) en Zuid-Afrika (5.5%) scoren hoog bij landen waarvan Uganda importeert. Een land als Uganda is veel meer afhankelijk van de regionale markt dan van de handel met Europa, ze exporteert dubbel zo veel binnen de regio als naar Europa. De versterking van de regionale markten in het Zuiden kan leiden tot minder afhankelijkheid van het Noorden en biedt kansen op het gebied van handel, productie en lokale werkgelegenheid. Nederland en de Europese Unie spelen daarin een grote rol. In de nota Wat de Wereld Verdient zegt minister Ploumen dat steeds meer zaken regionaal aangepakt gaan worden. Zoals het verbeteren van voedselzekerheid en het stimuleren van handel in de regio. Een voorbeeld van Nederlandse steun aan regionale handelsbevordering is binnen de Grote Meren Regio in Oost-Afrika. Daar steunt Nederland organisaties als Trademark East-Africa en International Conference on the Great Lakes Region (ICGLR), die beiden werken aan regionale integratie en handelsbevordering binnen de Grote Merenregio, waarbij 11 landen aangesloten zijn, onder andere Uganda. EPA’s destructief voor regionale handel? Kees Knulst legde haarscherp uit welke keerzijde de EPA’s kunnen hebben voor Oost-Afrika. Ook zijn er al veel artikelen geschreven over mogelijke gevolgen van de implementatie van de EPA in deze regio. Zo worden de EPA’s bekritiseerd omdat ze African Unity tegenwerken en bestaande economische, institutionele en politieke structuren doorbreken. De onderhandelingen over de EPA’s hebben namelijk de eerdere initiatieven en instituties voor Afrikaanse regionale samenwerking tot op zekere hoogte doorkruist. Bovendien zijn de EPA’s zelf tegenstrijdig met de doelen en ambities van de Joint Africa-EU Strategy. De ‘EPA regio’s’ waarmee de EU onderhandelt vallen niet in alle gevallen samen met bestaande regionale samenwerkingsverbanden, gelukkig voor Oost-Afrika wel (zie figuur 1). Dit zijn in zichzelf al incoherenties. De EPA’s sluiten dus niet overal goed aan op bestaande vormen van regionale economische integratie en creëren nieuwe structuren. De regionale handel die nu plaats vindt, kan ernstig verstoord worden als, door concurrentievoordelen, de producten die verhandeld worden ook vanuit Europa Oost-Afrika binnenstromen. Oorsprongsregels Een voorbeeld van een EPA-regel die de regionale handel beperkt zijn de oorsprongregels. De EPA’s versoepelen de oorsprongregels (Rules of Origin) alleen voor ACP-landen die een EPA hebben getekend en uiteindelijk ratificeren. Een product uit een niet-EPA land (bijv. Ethiopië), waaraan waarde toegevoegd wordt in een EPA-land (bijv. Kenia), mag geen Keniaans product genoemd worden, omdat Ethiopië geen EPA getekend heeft. Zelfs als alle landen van ECOWAS, EAC, SADC en Centraal Afrika die over een EPA onderhandeld hebben, deze zouden ratificeren, dan zijn er nog altijd veel Afrikaanse landen die zo’n EPA niet hebben. Dit heeft als gevolg dat alle intra-Afrikaanse handel tussen wel- en niet-EPA landen te maken krijgen met de beperkingen van de oorsprongsregels in de EPA’s. ‘Lock-in’ En ander punt is dat door de veranderende handelspreferenties een lock-in’ kan optreden. De EPA bindt landen binnen de regio waarmee ze hebben onderhandeld. Doordat er met verschillende regio’s en verschillende verbanden is onderhandeld, en de afspraken onderling verschillen, is het onduidelijk wat voor gevolgen deze binding heeft voor de regionale handel, zeker met landen die buiten een EPA-regio vallen. Een praktische agenda Stel dat de EPA er, ondanks alle incoherenties, toch zou komen, wat kan er dan praktisch gedaan worden in een regio als Oost-Afrika of West-Afrika om te voorkomen dat de EPA negatief uitwerkt op regionale handel?’ Voedselketens versterken In Uganda is meer dan 80% van de bevolking afhankelijk van (kleinschalige) landbouw. Voor onbewerkte landbouwproducten geldt de liberalisatie niet, daarvoor zijn uitzonderingen gemaakt. Maar voor veel bewerkte producten wel. Daarom is het van groot belang dat een land als Uganda, voordat de EPA’s geïmplementeerd gaan worden, een aantal ketens kiest die ze verstevigt en competitief maakt. Dit kan ze doen door te investeren in opslag, transport en verwerking van lokale producten alvorens ze verhandeld worden. Of door te investeren in systemen voor invoering en naleving van kwaliteitsstandaarden Zodat primaire producten van goede kwaliteit zijn en bewerkt worden, alvorens ze het land verlaten om op de internationale markt verhandeld te worden. Wegnemen handelsbarrières Voor de regio is het van belang dat ze voor de implementatie hard werken aan het wegnemen van regionale handelsbarrières. Zoals een organisatie van TradeMark East-Africa die daar al flink mee bezig is. Ook is het van belang dat ze als regio investeren in verbetering van datasystemen en handelsstatistieken. Dit is erg belangrijk in de onderhandeling met de EU en ook na de invoering van EPA om de resultaten te meten. Rol van Nederland Nederland zou haar rol als supporter van regionale ontwikkeling moeten herzien in het kader van een eventuele ratificatie en vervolgens implementatie van de EPA’s. Want door de wirwar van regels en verbanden lijkt het onmogelijk om regionale integratie te bevorderen. Als de EPA er komt, maar er geen flankerende maatregelen komen om de regionale economische integratie te versterken, kunnen de EPA’s de regionale integratie een gevoelige slag toebrengen. Op zijn minst zal Nederland op die flankerende maatregelen dus krachtig moeten inzetten.

De roep om inclusieve ontwikkeling komt uit het zuiden

Door Lieke Scheewe | 03 december 2020

In de geschiedenis van internationaal beleid rond handicap heeft het mondiale zuiden ondanks scheve machtsverhoudingen een belangrijke rol gespeeld. Het VN Verdrag Handicap, dat door Nederland als een van de laatste landen ter wereld werd geratificeerd, daagt ook ons uit om nu eindelijk in actie te komen en ontwikkelingssamenwerking meer inclusief te maken, schrijven Lieke Scheewe (Dutch Coalition on Disability and Development) en Paul van Trigt (Universiteit Leiden).

Lees artikel

Dangote wants to increase Nigeria’s self-reliance on food

Door Emmanuel Ndadozie | 30 november 2020

Nigeria relies largely on imported food to feed its population. Some years ago, the Nigerian multinational Dangote decided to change this situation. It started by purchasing six rice mills that will become operational in the next 18 months. Dangote Rice has started restructuring the rice farming sector tells Robert Coleman, Agricultural Director of Dangote’s rice business in Nigeria. ‘I believe agriculture is the future of Africa.’

Lees artikel

Minister Wiebes: woordvoerder van Shell of Nederlands Minister voor Economische Zaken en Klimaat?

Door Jurrian Veldhuizen | 25 november 2020

Inmiddels twee maanden geleden stelde Lammert van Raan van de Partij voor de Dieren 25 zeer kritische Kamervragen aan Minister Hoekstra van Financiën en Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat over de twijfelachtige klimaatplannen van olie- en gasbedrijven. Minister Wiebes had lang de tijd nodig om antwoord te geven. Toen het uiteindelijk kwam, bleek de minister een uitstekende woordvoerder voor Shell en een kampioen in het ontwijken van vragen en daarmee verantwoordelijkheden, schrijft Jurrian Veldhuizen namens Building Change.

Lees artikel