Door:
Roel Blesgraaf

21 april 2015

Tags

roelblesgraafOPINIE – Na vier jaar bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking worden de gevolgen voor maatschappelijke organisaties steeds duidelijker. Woensdag vindt in de Tweede Kamer het algemeen overleg plaats over het maatschappelijk middenveld. Hoe hebben ontwikkelingsorganisaties zich aangepast? Wat wordt cruciaal bij de uitvoering van de strategische partnerschappen? En hoe pakt de financiering via de zogenaamde ‘speerpunten’ van het beleid uit voor maatschappelijke organisaties? Roel Blesgraaf (Simavi) maakt zich zorgen. Sinds 2010 heeft het kabinet 24% bezuinigd op haar ODA-uitgaven, de eenmalige extra bijdrage voor noodhulp in 2014 uitgezonderd. Ondertussen is de ongelijkheid tussen armen en rijken toegenomen, zijn meer dan 50 miljoen mensen op de vlucht geslagen en zet klimaatverandering onze voedselvoorziening verder onder druk. Juist de arme mensen op de wereld lijden het meest onder deze ontwikkelingen. Maatschappelijke organisaties veranderen De maatschappelijke organisaties in Nederland passen zich aan aan de nieuwe werkelijkheid. Zij openen meer veldkantoren en verkleinen hun kantoren in Nederland. Natuurlijk wordt er meer gekeken naar buitenlandse donoren en publiek-private financiering. Samenwerking is meer dan ooit nodig. Helaas zijn concurrerende belangen binnen de sector soms groter dan onze gemeenschappelijke doelstelling om armoede uit te bannen. Bij Simavi zijn internationale fondsenwerving, business development en beleidsbeïnvloeding sinds begin 2014 meer geïntegreerd. We werken met subsidie van de Zwitserse overheid samen met ingenieursbureau Witteveen+Bos in Tanzania. En met nieuwe spelers in het veld, zoals de KNVB. Is deze nieuwe werkwijze eenvoudig? Nee. Maar we zien de kracht van andere partijen om samen uitdagingen aan te pakken. Risico’s van de strategische partnerschappen De minister legt in haar visie op het toekomstige maatschappelijk middenveld de nadruk op pleiten en beïnvloeden. Daarom gaat ze 25 partnerschappen aan in het kader van Samenspraak en Tegenspraak. Een begrijpelijke keuze en een logisch gevolg van de grote bezuinigingen en de gezamenlijke hulp en handel agenda. Ook is het moedig dat de minister juist voor het financieren van deze taak kiest, omdat dit wereldwijd beperkt gefinancierd wordt en de resultaten hiervan niet eenvoudig te meten zijn. Er schuilt echter een groot risico in de Strategische Partnerschappen. Voor een effectieve lobby zal de steun van het ministerie belangrijk zijn, zowel in Den Haag als op de ambassades. De bezuinigingen op het ambtenarenapparaat van Buitenlandse Zaken zijn de afgelopen jaren echter niet mals geweest. Hebben ambtenaren wel tijd om de uitvoering van de Strategische Partnerschappen mede tot een succes te maken? Hoe groot is het draagvlak binnen het ministerie voor de Strategische Partnerschappen? De evaluatie van het vergelijkbare ‘Governance and Transparency Fund’ van het Britse Department for International Development liet zien dat 1) vroegtijdige inzet en commitment van het ministerie en 2) het gezamenlijk met de maatschappelijke organisaties bepalen van een doelstelling cruciaal waren voor het succes van de partnerschappen. Financiering maatschappelijk middenveld via de speerpunten beperkt Ook heeft minister Ploumen meerdere malen aangegeven dat een steeds groter deel van de financiering van maatschappelijke organisaties via de speerpunten zal lopen. Voor Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (SRGR) waren er diverse fondsen voor maatschappelijke organisaties, sinds kort samengevoegd tot één SRGR-fonds. Ook voor het speerpunt Veiligheid en Rechtsorde zijn er speciale middelen in de vorm van het partnerschap Chronische Crisis. Voor Voedselzekerheid en Water zijn er speciale fondsen voor publiek-private partnerschappen (PPP’s). Deze PPP fondsen worden echter maar beperkt gebruikt door het maatschappelijk middenveld. Zo blijkt uit een terugblik op de eerste twee calls van Fonds Duurzaam Water dat projecten in dit fonds vooral gericht zijn op het opwaarderen van waterinfrastructuur in steden. Het blijkt lastig voldoende private financiering te vinden voor een PPP op het gebied van gedragsverandering, sanitatie, irrigatie en waterbeheer. Dit geldt in nog sterkere mate voor het platteland. De meest kwetsbare mensen vallen hierdoor buiten de boot. Maatschappelijke organisaties maken slechts zeer beperkt gebruik van dit fonds omdat de intekenperiode kort is en de gewenste projectomvang groot (tussen 1 en 20 miljoen euro). Daarbij blijkt het lastig om de private financiering te garanderen aan het begin van een project van vijf tot zeven jaar. Goed nieuws van minister Ploumen Maar er is goed nieuws. Minister Ploumen heeft afgelopen zaterdag tijdens het ‘Global Citizen Earth Day’ festival in Washington aangekondigd dat ze opnieuw 30 miljoen mensen wil voorzien van schoon drinkwater en 50 miljoen mensen van sanitaire voorzieningen. Met de duurzaamheidsdoelen die volgend jaar in zullen gaan, is dit een mooi begin. Maar hoe wil ze deze nieuwe doelen bereiken? En hoe gaat ze ervoor zorgen dat er ook duurzame gezondheidseffecten worden behaald? Dat kan alleen als de minister haar inzet voor maatschappelijke organisaties op het speerpunt Water intensiveert. Met een geïntegreerde aanpak van schoon drinkwater, sanitatie en hygiëne kan gezondheid duurzaam worden verbeterd. Ook voor het bereiken van de meest kwetsbare mensen is het maatschappelijk middenveld cruciaal. De IOB-evaluatie voor drinkwater en sanitatie uit 2012 liet zien dat maatschappelijke organisaties sterk zijn in het verlenen van subsidies of leningen voor de allerarmsten, bijvoorbeeld vrouwen en meisjes in afgelegen gebieden. Minister Knapen gaf als reactie op deze evaluatie aan extra aandacht te besteden aan een uitgewerkte armoedefocus en samenwerking met NGO’s. Laten we de resultaten van deze evaluatie niet uit het oog verliezen.  De bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking mag niet leiden tot een disproportionele bezuiniging op maatschappelijke organisaties. Dan zijn de allerarmsten dubbel de dupe. Roel Blesgraaf is Public Affairs Officer bij Simavi. Simavi werkt aan duurzame verbetering van de gezondheid van mensen in kwetsbare gemeenschappen in Azië en Afrika door te investeren in een gezonde basis: Water, Sanitaire voorzieningen en Hygiëne (WASH) en Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (SRGR).

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel