Skip to content

 

Door:
Eva Huson

9 april 2015

Categorieën

Tags

DG ECHO

DG ECHO

ACTUEEL – ‘Too much to do, too little time’. Minister Lilianne Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking en  Buitenlandse Handel) heeft de handen vol aan het noodhulpdossier. Dat doet ze best goed, oordeelde de Tweede Kamer gistermiddag tijdens het Algemeen Overleg Noodhulp. Er is alleen wel dringend structurele hulp nodig in Libanon en de door ebola getroffen landen in West Afrika, vinden D66 en SP.

Terwijl het conflict in Syrië inmiddels het vijfde jaar is ingegaan, blijft de humanitaire situatie verslechteren. Bijna vier miljoen Syriërs zijn inmiddels het land ontvlucht, veelal naar buurlanden Jordanië en Libanon. Reden voor Kamerlid Sjoerd Sjoersma (D66) om minister Ploumen een voorstel te doen: geef deze gastlandenlanden structurele hulp door hen partnerland te maken.

‘Libanon is officieel geen ontwikkelingsland, maar het werkt ontwrichtend als een kwart van je inwoners vluchteling is. Dan dreig je een fragiele staat te worden’, aldus Sjoerdsma.  ‘Dus waarom zouden we niet mogen tornen aan de partnerlandenlijst?’ Financiële steun kan volgens hem gehaald worden uit het stopgezette ontwikkelingsgeld in Yemen of het versneld afbouwen van de transitielanden.

Alternatieve samenwerking

Hoewel Sjoerdsma instemming vond bij Eric Smaling (SP), toonde de minister zich minder toegeeflijk.  Ploumen: ‘Is het nodig om de vijftien partnerlanden uit te breiden? We kunnen doen wat we moeten doen en dat hoeft niet per se langs lijnen van partnerlanden. Nee dus.’

Als vruchtbaar alternatief noemde de minister de gezamenlijke aanpak van VNG International en de gemeente Amsterdam in en rond het vluchtelingenkamp Al-Za’atari in Jordanië. Ze kijkt nu of een dergelijke aanpak ook kan worden toegepast in andere gastlanden in het Midden Oosten. Verder heeft ze de Wereldbank opgeroepen om een aantal instrumenten die normaal niet bedoeld zijn voor hoge middeninkomenslanden als Libanon en Jordanie, toch voor deze landen open te stellen.

Daarnaast onderzoekt de minister verdere samenwerkingsmogelijkheden met het ministerie van Defensie. Dit naar aanleiding van de inzet van marineschip Karel Doorman, dat de noodhulpsector een dienst bewees door hulpgoederen te transporteren naar de door Ebola-geteisterde landen in West-Afrika.

Financiering ‘Relief Fund’

Over het in september opgerichte Relief Fund liet de minister de Kamer weten dat er dit jaar zes gezamenlijke programma’s van het consortium van 12 Nederlandse ngo’s op de noodhulpagenda staan. Deze zullen plaatsvinden in Zuid-Sudan, Syrië, Irak, CAR, Nigeria, en de Ebola-regio in West-Afrika. De definitieve goedkeuring voor de noodprogramma’s verwacht ze binnen twee weken te kunnen geven.

Het Relief Fund werd afgelopen september opgericht en stelt voor de periode 2015-2017 570 miljoen euro beschikbaar. Het fonds richt zich in het bijzonder op acute noodhulp, de regionale opvang van vluchtelingen en rampenpreventie. Voor dit jaar is 170 miljoen euro uit het fonds beschikbaar. Dat brengt de totale begrote Nederlandse humanitaire bijdrage voor 2015 op 376 miljoen euro.

Een aanzienlijk deel van het fonds,  €120 miljoen euro, is voor de Nederlandse NGO’s met eenkeurstempel, een  Framework Partnership Agreement,  uitgetrokken voor de periode 2015-2017. Over de precieze budgettaire verdeling voor dit jaar kan de Kamer, op verzoek van Voordewind (ChristenUnie), een brief verwachten. Ploumen zal daarin ook het internationale fonds ‘Start Fund’ meenemen dat is bedoeld om de noodhulprespons internationaal te versnellen. Nederland draagt dit jaar 1 miljoen bij aan het fonds dat verder wordt gefinancierd door DfID en Irish Aid.

Op verzoek van onder meer Kamerlid Mulder (CDA) zal Ploumen ook ingaan op de thematische financiering van het Relief Fund. Zo gaat er 5 miljoen euro naar het innovatiefonds dat, op eerder verzoek van Sjoerdsma, is opgericht. Daarnaast is 13 miljoen euro gereserveerd voor rampenpreventie, gaat er 10 miljoen naar regionale opvang en kan het thema ‘veiligheid’ op 2 miljoen euro rekenen.

Ebola: onderzoek en handelsmissie

Naast financiële opheldering, gaat Ploumen op aandringen van Sjoerdsma ook het functioneren van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) onder de loep nemen. In 2009 en 2011 werd herhaaldelijk gewaarschuwd dat het VN-orgaan niet klaar was voor een pandemisch virus, zoals de huidige Ebola-epidemie in West-Afrika pijnlijk liet zien. Hoe kon het gebeuren dat de WHO wel hervormingsaanbevelingen aannam, maar deze vervolgens niet opvolgde? Sjoersdma stelde eerder via een motie voor om in EU-verband een ‘medische flitsmacht’ voor acute gezondheidscrisis op te tuigen. De minister gaat het WHO-optreden nader onderzoeken en zal in het bijzonder kijken naar de geleerde lessen voor de Nederlandse regering. Ook wil ze op verzoek van Sjoerdsma nadenken over een IOB-evaluatie.

Als het gaat om de Ebola-crisis kijkt de minister, aangemoedigd door Kamerleden Smalig en Van Laar (PvdA), graag vooruit. Hoe kan Nederland de drie getroffen Ebola-landen in West-Afrika het beste helpen met hun structurele ontwikkeling? Het antwoord op die vraag gebiedt volgens Ploumen de koopmanspet: ze kondigde een handelsmissie in juni aan en een investeringsconferentie later in het jaar. “Ik ben niet geïnteresseerd in ‘witte olifanten’. Het gaat juist om bedrijven die volgens de drie landen interessant zijn”, aldus Ploumen. Ze hoopt onder meer de Nederlandse belastingexpertise in te zetten.

World Humanitarian Summit

Tot slot heeft Ploumen de Kamer toegezegd een brief te sturen voor het AO in juni waarin ze toelicht wat de Nederlandse inzet zal zijn tijdens de World Humanitarian Summit in Istanbul in mei 2016. Effectieve en effectieve noodhulp wereldwijd staan centraal tijdens deze door de VN georganiseerde Top. Ze houdt daarbij ook rekening met de wens van Roelof van Laar (PvdA) om speciaal aandacht te besteden aan vrouwen en kinderen.

Zonder mondiale solidariteit komt corona als een boemerang bij ons terug

Door Marielle Bemelmans | 03 april 2020

In deze bijdrage legt Wemos-directeur Mariëlle Bemelmans uit waarom de Covid-19 crisis het belang van mondiale solidariteit blootlegt. ‘Het heeft geen zin om alleen de eigen zorg te verbeteren, en die elders te verwaarlozen – een virusuitbraak elders bereikt ons uiteindelijk toch in deze geglobaliseerde wereld. Zonder mondiale solidariteit, komt Corona als boemerang bij ons terug. ’

Lees artikel

Wat doet de corona-pandemie met de ontwikkelingssector?

Door Sarah Haaij | 31 maart 2020

Investeren in internettoegang, cursussen online aanbieden en digitaal collecteren – flexibiliteit en aanpassingsvermogen zitten in het DNA van de sector. Maar de angst voor een massale uitbraak in landen met een zwakke gezondheidszorg is groot. Vier ngo-directeuren vertellen over de impact van de crisis op hun werk.

Lees artikel

Corona in Afrika: ‘Als de lockdowns aanhouden, komen er hongersnoden’

Door Frank van Lierde | 30 maart 2020

Het Afrikaanse continent zet zich schrap voor corona. Veel landen kiezen meteen voor het zwaarste scenario: de lockdown. Wat moet er gebeuren om een ramp af te wenden? Wat kunnen ontwikkelingsorganisaties doen? Gesprek met Jos Dusseljee, de gezondheidsexpert van Cordaid. ‘Virussen die de wereld voor lange tijd kunnen bedreigen, moet je als wereldgemeenschap bestrijden, in elk land waar ze bestaan of uitbreken.’

Lees artikel
Scroll To Top