Door:
Jeroen Klomp

1 april 2015

Categorieën


Tags

JEROENKLOMPwageningen_MG_7333 kopieWETENSCHAP – Onlangs was het cycloon PAM, deze week waren het de overstromingen in Chili: natuurrampen laten een spoor van vernieling na. Maar wat is nu op de lange termijn het economische effect van een natuurramp? Jeroen Klomp, macro-econoom bij de vakgroep Ontwikkelingseconomie aan de Wageningen Universiteit, vertelt dat de wetenschap er eigenlijk nog maar erg weinig over weet. Hoe kan dat? Deze maand trok cycloon Pam over het eiland Vanuatu in de Stille Oceaan en liet aldaar een spoor van vernieling na. Alweer een ramp in de serie van natuurgeweld de laatste jaren. Volgens gegevens van het Centre for Research on the Epidemiology of Disasters (CRED) hebben er sinds de jaren zeventig meer dan 10.000 rampen plaatsgevonden die gezamenlijk ongeveer $2000 miljard aan schade hebben veroorzaakt en waarbij 7 miljard mensen op één of andere manier geraakt zijn. Verontrustend hierbij is dat het aantal grootschalige natuurrampen de afgelopen twintig jaar dramatisch gegroeid is, met ongeveer 5 procent per jaar. Een belangrijke vraag hierbij is wat nu de economische gevolgen van deze rampen zijn op de lange termijn. Hoewel de vraag vrij eenvoudig is, is het antwoord dat allerminst. De economische theorie geeft op deze vraag in elk geval geen sluitend antwoord. Er bestaan grofweg twee opvattingen. De meer traditionele neoklassieke economische theorie beargumenteert dat een ramp de kapitaal-arbeidsratio negatief beïnvloedt waardoor er minder kapitaal per persoon beschikbaar is en hierdoor daalt de productie en het inkomen van een land op lange termijn. Haaks hierop staat de zogenaamde ‘creative destruction’ theorie, dat als uitgangspunt neemt dat landen waar de productiecapaciteit op grote schaal is vernietigd opnieuw moeten investeren in productief kapitaal zoals bijvoorbeeld machines. Door deze investeringen bezitten deze landen dan vaak na een ramp een betere technologie dan voorheen waardoor zij meer kunnen produceren en hun inkomen dus juist boven het oude niveau van voor de ramp zal uitstijgen. Bepalende factoren in ontwikkelingslanden Doordat de economische theorie niet eenduidig is, is volgens veel economen de vraag naar de economische gevolgen van natuurrampen meer een empirische dan een theoretische. De laatste jaren is er dan ook een groot aantal studies gepubliceerd dat met behulp van kwantitatieve onderzoekstechnieken het effect analyseert van een natuurramp op de economische ontwikkeling van een land. De resultaten van deze studies lopen echter ook enorm uiteen. Zo is er het afgelopen jaar een kwantitatief literatuuroverzicht gepubliceerd gebaseerd op meer dan 700 schattingen waaruit blijkt dat een kwart van de schattingen een significant negatief effect van natuurrampen op economische groei meten, terwijl ongeveer vijftien procent van de schattingen positief is. Helemaal verrassend zijn deze uiteenlopende resultaten niet, nu de theorie al geen duidelijke verklaring heeft. Eén belangrijke conclusie die echter uit vrijwel alle empirische studies volgt, is dat de economische gevolgen van een natuurramp sterk afhangen van de economische en politieke situatie van voor de ramp. Zo zijn de positieve gevolgen van een natuurramp vooral te vinden in de geïndustrialiseerde landen, terwijl de negatieve effecten zich vooral voordoen in ontwikkelingslanden, waar ongeveer 80 procent van de totale wereldwijde directe schade aangericht wordt. Uit een recent onderzoek blijkt dat een natuurramp in deze landen in hetzelfde jaar leidt tot een inkomensdaling van 1,2 procent. Wanneer we alleen kijken naar grootschalige rampen (de top-1 procent gebaseerd op de veroorzaakte schade) dan daalt het inkomen met zelfs 6 procent. Hoe komt het eigenlijk dat natuurrampen met name in ontwikkelingsgebieden zo’n sterk effect op de economische groei hebben? De empirische literatuur geeft hiervoor vier redenen. De eerste reden is dat ontwikkelingslanden een groot deel van hun economische activiteit in landbouw hebben. Ontwikkelingslanden komen daardoor na een ramp vaker in een ‘poverty trap’ terecht dan landen die een meer gediversifieerde productiestructuur hebben. De tweede reden is de geografische ligging en het klimaat van ontwikkelingslanden. Deze factoren zorgen er namelijk voor dat deze landen meer kans hebben op een natuurramp door bijvoorbeeld extreme temperaturen of overvloedige regen. Daarnaast zijn eilanden bijzonder kwetsbaar omdat ze vaak in een cycloon-gevoelig gebied liggen en een grote kustlijn hebben. De derde reden dat natuurrampen vooral in ontwikkelingslanden zo’n sterk effect op de economische groei hebben, is dat juist deze landen vaak een doelmatig overheidsbeleid en de geschikte politieke instituties missen om een natuurschok te weerstaan. Zo worden veel van de meest getroffen ontwikkelingslanden bestuurd door corrupte en autocratische regeringen. De vierde reden is dat de financiële markten in veel ontwikkelingslanden slecht ontwikkeld zijn waardoor de private sector maar gering toegang heeft tot krediet. Hierdoor komen de herinvesteringen na een ramp pas laat op gang, en daarmee ook de economische groei. Indirecte effecten van natuurrampen Naast het directe effect van rampen op economische ontwikkeling zijn er ook indirecte effecten. Zo kan er in de periode na een natuurramp een flink begrotingstekort ontstaan doordat de overheidsuitgaven stijgen vanwege herstel van de infrastructuur terwijl de belastinginkomsten vaak dalen. Dit laatste komt mede doordat in een periode na een natuurramp het systeem van belastinginning vaak verstoord is. Als gevolg hiervan kunnen de overheidsfinanciën onhoudbaar worden. Volgens een vorig jaar door ratingbureau Moody’s gepubliceerd rapport hebben bijvoorbeeld veel landen in het Caribisch gebied een verhoogd risico op een schuldencrisis doordat ze geregeld blootstaan aan orkanen en stormen. Een ander indirect effect is dat het tekort op de handelsbalans stijgt. Doordat de productiecapaciteit van een land na een ramp daalt, zal de export teruglopen, terwijl tegelijkertijd de importen zullen toenemen. Als het tekort op de handelsbalans te groot wordt, komt de wisselkoers onder druk te staan, wat weer een internationale kapitaalvlucht tot gevolg kan hebben. Dit is dubbel zo ernstig omdat er na een ramp vaak een tekort is aan buitenlands kapitaal om de herstelinvesteringen te financieren. Dit tekort wordt overigens vaak wel gedeeltelijk gecompenseerd door de instroom van buitenlandse hulpgelden. Zo vloeide bijvoorbeeld na de Tsunami in 2004 meer dan 6 miljard Amerikaanse dollars naar de getroffen landen in Zuidoost Azië. Kortom, de effecten van rampen op economische ontwikkeling zorgen ervoor dat de gevolgen van een ramp niet stoppen bij het vernietigde kapitaal van een land, maar ook bijvoorbeeld een schuldencrisis of een tekort aan financiering voor wederopbouw tot gevolg kunnen hebben. Meten is weten Het feit dat de meeste natuurrampen in ontwikkelingslanden plaatsvinden, bemoeilijkt het onderzoek naar de economische effecten van natuurrampen. Een groot obstakel van het doen van macro-economisch onderzoek in deze landen is namelijk dat de gerapporteerde officiële economische gegevens niet erg betrouwbaar zijn en vaak grote meetfouten bevatten. Een mogelijk oplossing voor dit probleem is om te kijken naar alternatieve maatstaven die sterk met inkomen gecorreleerd zijn. Een voorbeeld hiervan is lichtintensiteit. Lichtintensiteit wordt gemeten door middel van satellietbeelden, waardoor de kans op meetfouten kleiner is. Ook zijn gegevens met betrekking tot het aantal slachtoffers of de directe schade niet altijd even nauwkeurig in deze landen. Het is bijvoorbeeld een bekend fenomeen dat overheden vaak het aantal slachtoffers in eerste instantie opdrijven om zo eerder aanspraak te kunnen maken op internationale hulp. Al met al weten we eigenlijk nog maar relatief weinig welke werkelijke gevolgen een natuurramp heeft op de economie van een land. Het is dan ook van belang dat de komende jaren hier meer onderzoek naar verricht wordt, met name hoe we landen kunnen beschermen tegen de gevolgen van een ramp en welke randvoorwaarden er nodig zijn voor een snel herstel. Dit ook omdat het vooral toch al de meest kwetsbare landen zijn die lijden onder natuurrampen.

Deugen de meeste mensen nu wel of niet?

Door Hans Beerends | 31 oktober 2019

Historicus Rutger Bregman stelt in zijn nieuwe boek dat de meeste mensen deugen, verwijzend naar de prehistorie. Daar staat volgens Hans Beerends tegenover dat veel deugende mensen zich ook gemakkelijk laten misleiden.

Lees artikel

Het Raadsel van de ander

Door Vice Versa | 08 oktober 2019

In de nieuwe Vice Versa die komend weekend verschijnt staat ‘de ander’ centraal en zoeken we naar een nieuw, progressief narratief. Angst voor de ander kun je alleen bestrijden met menselijke verhalen, schrijven Ayaan Abukar en Marc Broere.

Lees artikel

Bouwstenen voor een nieuw Latijns-Amerika beleid

Door Vice Versa | 01 oktober 2019

Hoewel Latijns-Amerika al een tijd verdwenen is uit de spotlichten van de Nederlandse politiek, hebben we meer met elkaar te maken dan we denken. Is het niet tijd voor een nieuw en actief Latijns-Amerika beleid? Op maandagmiddag 14 oktober gaan we hierover in Den Haag tijdens de bijeenkomst ‘Het Koninkrijk en zijn buren’ in gesprek met experts en politici.

Lees artikel