Door:
Paul Hoebink

30 maart 2015

Categorieën

Tags

07_paul-hoebinkOPINIE – Paul Hoebink, hoogleraar ontwikkelingssamenwerking aan de Radboud Universiteit Nijmegen, kreeg een deja vu gevoel toen hij minister Ploumen afgelopen weekend op een tweedehandsfiets uit Amsterdam zag stappen in een vluchtelingenkamp in Jordanië. Ploumen gaat volgens hem steeds meer op oud-minister Eegje Schoo lijken. Hoebink schrijft altijd te blijven strijden tegen de ‘idiotie’ van dit soort projecten.   Onze minister voor Buitenlandse Handel, Liliane Ploumen, begint steeds meer op oud-minister Eegje Schoo te lijken die eigenlijk ook vooral een minister voor Buitenlandse Handel was. De mooiste projecten voor Eegje Schoo waren het leveren van baggerschuiten, of waren het baggerwerken (daar ontstond namelijk een fors conflict over toen ze terugkwam van het onverwachts persoonlijk gevoerde bestedingsoverleg met de Indiase regering) aan India en het Maritiem Plan Indonesië, waarvoor Nederland onder andere een veerboot leverde die alleen met de minister een rondje heeft gevaren op de kust bij Lombok, nadat er speciaal voor de minister nog een damestoilet was aangelegd. Daarna lag hij te roesten op de rede. Weesfietsen Die gedachten kwamen bij me op toen ik onze huidige minister van Buitenlandse Handel dit weekend op een tweedehandsfiets uit Amsterdam zag stappen in een vluchtelingenkamp in Jordanië.  Cynisch genoeg worden dit  ‘weesfietsen’  genoemd, wat maar weer aanduidt dat ook qua taal de werkelijkheid altijd net iets harder is dan je kunt verzinnen. Liliane Ploumen reed vrolijk een rondje op die fiets, iets wat Eegje nooit heeft kunnen doen. Eegje Schoo was namelijk benaderd door de vader van de winnaar van een legendarische etappe in de Ronde van Italië, Eric Breukink, wiens vader directeur van de Gazelle Fabriek was. Die had hinder van allerlei tweedehands fietsen die achtergelaten waren en dan hersteld toch de Nederlandse markt op kwamen. Het aan twee kanten snijdende project dat hij voorstelde was dat werkelozen deze gedumpte fietsen zouden opknappen en dat ze dan aan Tanzania ‘gegeven’ zouden worden. Dat leidde tot uiterst cynisch commentaar van de tweede secretaris op de ambassade in Dar es Salaam, die later nog een hele mooie diplomatieke carrière zou maken: hij stelde dat dit allemaal tot vrolijke enthousiaste berichtjes in Nederland zou leiden, maar dat er niemand over nagedacht had, waar – als die fietsen nog een keer kapot zouden gaan – de reserveonderdelen vandaan zouden moeten komen van de tientallen verschillende merken. De enige te werk gestelde werkeloze hield er al snel mee op en Nederland had nota bene in een stimuleringsprogramma voor de verhoging van de landbouwproductie de aankoop van nieuwe fietsen uit India betaald, die veel goedkoper waren dan die tweedehands afdankertjes uit Nederland. Na een kleine krantenstorm stierf dit ‘project’ dan ook een stille dood en Eegje heeft nooit in de Tanzaniaanse bergen kunnen fietsen. Oh niet weer reacties U snapt dat de foto’s van Liliane op de fiets in Jordanië allerlei ‘oh niet weer reacties’ bij me oproept: kun je wel fietsen in dat kamp of kun je niet beter lopen? Zorgt de minister ook voor reserve-onderdelen en de opleiding van fietsenmakers? Voor je het weet hebben we aan weer een simplistisch idee (de geschiedenis van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking staat er bol van) een heel, jaren durend project gehangen. Ik snap dat u mij misschien cynisch vindt, want we zien op al die plaatjes toch vrolijke kinderen en vrouwen naast een nog vrolijker minister op de fiets. Dat kan zijn, maar eigenlijk interesseert me dat niets. Ik zie de laatste jaren een heftig terugkerend patroon dat wij hier denken in al onze ‘kennisplatforms’ te weten wat goed is voor landen, regeringen, mensen daar. Daar past het dumpen van tweedehands fietsen precies in en ik zal niet stoppen om de idiotie daarvan aan de kaak te stellen of het nu om energiezuinige kacheltjes à raison van 100 euro, pesticiden vretende pootaardappels van ZPC of tweedehands fietsen gaat. En, hoe je het ook wendt of keert, onze minister van incoherentie, die door haar eigen ambtenaren vooral gezien wordt als de minister van Buitenlandse Handel, is daar meer en meer het symbool van, fietsend en wel.  

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel