Door:
Jack van Ham

9 maart 2015

Categorieën

Tags

jack van hamDe kennis en ervaring van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking is door politieke maakbaarheidsacties van achtereenvolgende kabinetten onbruikbaar en kostbaar versnipperd. Dat schrijft Jack van Ham, oud-directeur van ICCO en het Rode Kruis, in deze opiniebijdrage. De huidige reorganisatie van subsidies aan het maatschappelijk middenveld door strategische partnerschappen is volgens hem de volgende stap. Ik zit in de trein en ben nog maar net door de eerste pagina’s van Joris Luyendijk  ‘Dit kan niet waar zijn’ heen als een irritant piepje in mijn oren klinkt. Een ‘Whats App’, tegenwoordig het medium om snel aan de wereld te laten weten wat je kwijt wilt. ‘De lijst van Ploumen is uit’,  luidt de boodschap en als relatieve insider weet ik wat er wordt bedoeld. Voor de zoveelste keer is er weer een ‘gedegen en eerlijk’ toewijzingssysteem van ontwikkelingssamenwerkingsubsidie tot een einde gebracht, waarmee een deel van de indieners voor een strategisch partnerschap met de minister gelukzalig de toekomst ingaat en het overgrote andere deel gefrustreerd achterblijft. Van alle kanten bekeken Dat deert het systeem echter niet. Het is door ambtenaren en juristen (of allebei gelijk)  langs alle kanten bekeken, en het klopt. Weinig kans op juridische procedures van pechvogels. Dit keer een systeem van A, B, en C- tjes, die moeten aangeven of je goed gaat werken, of je goed werk gedaan hebt, in voldoende omvang en lang genoeg. En, natuurlijk of je een goede Theory of Change hebt. Dit alles niet te verwarren met common sense waaruit blijkt dat je naast een goed geoutilleerde en voorgesorteerde organisatie, uitstekend opgeleide en ervaren mensen met een zeer goed en groot netwerk voor ‘Pleiten en Beïnvloeden’, ook daadwerkelijk inhoud kunt geven aan het gewenste beleid (track record en absorptiecapaciteit heet dat). Subsidietombola Neen, het systeem, in korte tijd het zoveelste bedachte nieuwe beleid, heeft wederom voorrang. Ik heb geen oordeel of de organisaties die in deze ‘subsidietombola’ de winnende nummers hebben getrokken dat allemaal terecht hebben gekregen. De vraag die ik naar aanleiding van dit systeem en de trekking eens graag wil stellen is of het mangrovewoud van ontwikkelaars, beslissers en beoordelaars in en van deze bureaucratie zich nog wel eens een moment afvraagt ten koste van hoeveel transitiegeld, kapitaal- en relatievernietiging en nodeloze systeemwijziging (en dus gewenst resultaat) dit allemaal gaat. In 14 achtereenvolgende jaren is de sector ‘Ontwikkelingssamenwerking’ (4 miljard per jaar) bestuurd door zes langere of korter dienende ministers die hun short track management inhoud moesten geven. Achtereenvolgens Eveline Herfkens (‘breek de macht van medefinanciering’), Agnes van Ardenne (‘alles is bedrijfsleven’), Bert Koenders (‘De reeds vervlogen en kostbare Schokland akkoorden’), Maxime Verhagen (?), Ben Knapen (WRR en gevolg) en Lilianne Ploumen (‘de vrouw van 1 miljard’). Zij hebben het beleid gedraaid, gekeerd en van eindeloos nieuwe rijen prioriteiten voorzien om helder te maken dat het  onder hun bezielende leiding  ‘eindelijk wat zou worden in de wereld van armoe en gebrek’. Een onvermijdelijk politiek adagium. Vernield en versnipperd De kennis en ervaring die Nederland decennia heeft gehad en die het een bijzondere naam op het internationale toneel verschafte is door deze politieke maakbaarheidsacties of grondig vernield of onbruikbaar versnipperd. In een periode van vijf jaar is en zal opnieuw een zorgvuldig opgebouwd netwerk van duizenden organisaties in ontwikkelingslanden dat voor Pleiten en Beïnvloeden onontbeerlijk is tot op het bot worden uitgekleed. De nieuwe ‘geluksvogels’ die in het ABC’tje  positief zijn beoordeeld moeten nagenoeg weer van vooraf aan beginnen. De organisaties die het netwerk hebben en hadden zijn de komende jaren bezig hun goed en duur opgeleide mensen (kostbaar) te ontslaan of van ‘werk naar werk’ te helpen. In 2011 werden deze organisaties in twee maanden tijd met 50% gekort, in 2015 nogmaals met 75 tot 90 % . Voor geen enkele organisatie is een dergelijke omvangrijke en snelle bestuursverandering te absorberen. In een volgende ‘nieuwe ronde nieuwe kansen’ tombola voldoet men dan al snel niet meer aan de (nieuwe)maakbaarheid ABC tjes. Niet omdat zij hun werk niet fatsoenlijk deden of de kwaliteit niet hadden. Lees daarvoor decennia lang de positieve beoordelingen, maar omdat de politieke opportuniteit daarom vraagt. Zoals in de Zorg en in het Onderwijs wordt ook in Ontwikkelingssamenwerking aan de verkeerde kant met geld gesmeten. Er gaat geen jaar of minister meer voorbij of de zaak wordt gekeerd, gedraaid, en vernieuwd. Hoewel mijn welgemeende sympathie uitgaat naar deze ongelooflijk hard werkende , gemotiveerde en betrokken minister kan ik niet anders dan vaststellen dan dat het politieke systeem van korte termijn en maakbaarheid ons en de betrokkenen zelf, ten koste van zeer veel geld, gijzelt . De tijd nemen In elke sector, en dat is geen rocket science, is resultaat het best geborgd en gegarandeerd als een belangrijk deel van die sector de gelegenheid heeft ervaring op te doen, te leren, track record op te bouwen met gewenst beleid. Kortom de tijd nemen om organisaties  aan dat beleid te laten wennen en aan te passen. De politiek moet het geduld en de moed opbrengen de mensen die gebruik moeten maken van de resultaten en kennis in die sectoren centraal te stellen. ZIJ moeten de beneficiant zijn van zaken die met publiek geld worden gefinancierd. Niet opportunisme en politiek ongeduld. Minder piloten Joris Luyendijk beschrijft in de eerste pagina’s van zijn boek ‘Dit kan niet waar zijn’ de wijze waarop de financiële sector wordt bestuurd. ‘In een crisis situatie in een vliegtuig blijkt er uiteindelijk niemand in de cockpit te zitten die het ding bestuurt.’ Je zou Onderwijs, de Zorg en Ontwikkelingssamenwerking in Nederland gunnen, je zou er bijna voor ‘Pleiten en Beinvloeden’, dat de cockpit een tijdje wat minder piloten zou herbergen. Zou een boel schelen in de kosten en resultaten.

Vechten voor het recht op liefde

Door Siri Lijfering | 05 december 2019

De antihomowet die in Nigeria is ingevoerd, maakt de lhbt-gemeenschap nòg kwetsbaarder. Zo is opkomen voor lesbische vrouwen zowel broodnodig als gevaarlijk; een kat-en-muisspel met hoge inzet. Hoe gaat het strategisch partnerschap Count Me In! ermee om?

Lees artikel

Venezolaanse vluchtelingen op Curaçao vallen tussen wal en schip

Door Bob van Dillen | 05 december 2019

Nu er een humanitaire crisis is in onze eigen regio, geeft de Nederlandse overheid niet thuis. Dat schrijft Bob van Dillen van Cordaid, die de situatie nauwgezet volgt, in deze opiniebijdrage. Ondertussen wordt de situatie steeds nijpender en krijgen vluchtelingen op Curaçao geen menswaardige behandeling.

Lees artikel

Strijd op twee fronten

Door Siri Lijfering | 04 december 2019

De Nigerdelta is aantrekkelijk voor sekswerkers, maar ook gevaarlijk: geweld en vervolging liggen op de loer. Het strategisch partnerschap Count Me In! probeert hun rechten te beschermen; beeldvorming en beïnvloeding van beleid lijken de sleutel te zijn. Twee sekswerkers doen hun verhaal.

Lees artikel