Door:
Kees Knulst

26 februari 2015

Tags

Schermafbeelding 2015-02-25 om 22.33.50Kees Knulst, deelnemer van MP Watch, de masterclass van Woord en Daad over beleidscoherentie en voedselzekerheid, trapt vandaag af in een blogserie over thema’s gerelateerd aan beleidscoherentie in ontwikkelingssamenwerking. Iedere week, tot eind mei, zal een andere deelnemer van zich laten horen.

Het OS-beleid van Minister Ploumen richt zich sterk op ‘strategische partners’. De traditionele bilaterale relaties met partnerlanden lijken voorgoed tot het verleden te behoren. Hiermee snijdt de Minister zich, hopelijk onbedoeld, ernstig in de vingers. Toen ik begin februari in Uganda was, sprak ik met een vertegenwoordiger van de Nederlandse ambassade te Kampala. Meerdere malen viel het beladen woord ‘corruptie’, reden waarom de Nederlandse overheid liever samenwerkt met maatschappelijke organisaties en de private sector. Dat was vroeger wel anders. Hoewel, vroeger? Nog maar vijftien jaar geleden was het heel gewoon dat donoren een X-bedrag overboekten op rekening van ontvangende landen. Onder voorwaarden, dat wel. Deze praktijk werd in Nederland aangeduid met de ietwat pretentieuze naam ‘Algemene Begrotingssteun’, ofwel ABS. Daarnaast werd sectorale steun verleend. Door vrijwel iedere zichzelf respecterende westerse donor werd van dit instrument veelvuldig gebruik gemaakt. Tot genoegen van ontvangende partners, dat lijdt geen twijfel. Nederland gaf in de periode 2000-2011 zo’n €1,75 miljard uit aan deze vorm van ontwikkelingssamenwerking. Op voorwaarde van goed bestuur. Als er al sprake was van welgemeende spierballentaal, dan werd dat reeds in 2003 tenietgedaan door toenmalig Minister van OS Van Ardenne met de gevleugelde woorden dat ‘aldaar tenminste de intentie tot goed bestuur [dient] aanwezig te zijn, in combinatie met maatregelen ter verbetering.’ Weg illusie.  Heroriëntatie van OS-beleid… Totdat Ploumen de wacht op het Ministerie van Buitenlandse Zaken betrok. Toen was het uit. Zowel met ABS als met de bijbehorende voorwaarde van goed bestuur. In haar Nieuwe Agenda werd ABS zelfs niet één keer genoemd. Goed bestuur kwam wel aan de orde, maar slechts in fatale bewoordingen: ‘De budgetten op de doorsnijdende thema’s goed bestuur, milieu en onderwijs in lage- en middeninkomenslanden worden versneld afgebouwd.’ De keuze van Ploumen om goed bestuur niet langer als voorwaarde voor financiële steun aan partnerlanden aan te merken, is op zijn minst opmerkelijk te noemen. Een reden zou kunnen zijn dat er volgens de IOB geen aantoonbare correlatie bestaat tussen de effectiviteit van ABS en de door Nederland gestelde voorwaarde van goed bestuur. Dat verklaart echter niet waarom de Minister besloten heeft om ook ABS als instrument voor ontwikkelingssamenwerking los te laten. In de eerder genoemde evaluatie van de IOB luidt immers één van de conclusies dat begrotingssteun wel degelijk effectief kán zijn, mits donor en ontvanger het op hoofdpunten eens zijn over prioriteiten in beleid en uitgaven. Goed bestuur even terzijde gelaten. Er is meer aan de hand. Alles wijst erop dat Minister Ploumen het anders wil. Een Nieuwe Agenda, met Nieuwe Speerpunten (voedselzekerheid, vrouwenrechten en SRGR, water, veiligheid, rechtsorde) en met Andere Partners. Overheden hebben afgedaan, zoveel is zeker. Jarenlange investeringen in goed bestuur en deugdelijke mores, maar nauwelijks resultaat. En wie zijn dan de gedroomde opvolgers van vroegere, mislukte bondgenoten? Ploumen heeft het antwoord: duurzame ondernemingen en maatschappelijke organisaties (lokaal, nationaal en internationaal) krijgen haar vertrouwen. ‘De deelname van maatschappelijke organisaties in lokale, nationale en internationale beleidsprocessen is essentieel om zeker te stellen dat beleid inclusief en effectief wordt’, aldus de minister. Overigens laat de minister het aan de ambassades in partnerlanden over welke organisaties er ter plekke geschikt bevonden worden om die gewichtige rol op zich te nemen. Wat dat betekent voor de coherentie van het ontwikkelingsbeleid van de Minister laat zich raden. Maar dat terzijde. …is vlucht uit realiteit… Tot zover de strategie van Ploumen op papier. Nu de praktijk, althans, zoals die er uit zou kunnen zien. De minister wil intensiever samenwerken met maatschappelijke organisaties en bedrijven, maar heeft door regeerakkoord en economische crisis over de hele linie minder middelen beschikbaar. Dat laatste heeft ook zijn weerslag op de financiële steun aan overheden in partnerlanden. De samenwerking die er nog aanwezig is zal daaronder ernstig te lijden hebben. Een voorbeeld ter illustratie. Een belangrijke doelstelling van het ontwikkelingsbeleid van de Nederlandse ambassade in Uganda is het verstevigen van de concurrentiepositie van de Ugandese landbouwsector. Volgens de ambassade is het daarbij van groot belang om te investeren in Uganda’s ‘comparative advantage’, ofwel datgene waar Uganda goed in is. Bijvoorbeeld koffie of rijst. Maar ‘farmers cannot do it alone, and require enabling business environment and services.’ Wat houdt dit gunstig ondernemingsklimaat in? Voor de Ugandese boer: toegang tot leningen tegen betaalbare rentes, waardevermeerdering door efficiënte bewerking van ruwe producten, en vermindering of algehele afschaffing van handelsbarrières. Denk daarbij aan hoge in- en uitvoertarieven, evenals aan gebrekkige infrastructurele voorzieningen. Dat alles (en meer) door een bezielende samenwerking met het maatschappelijk middenveld en de private sector. Welkom in een ideale wereld, waarin we alles samen doen en we op macht en geld beluste overheden collectief in de ban hebben gedaan. Boeren in Uganda en andere partnerlanden gaan een gouden toekomst tegemoet. Als het aan Nederland ligt, natuurlijk. …met mogelijk ernstige gevolgen. MAAR. Een kanttekening. Welke organisatie geeft voortaan vergunningen uit? Welke speler op het maatschappelijk middenveld neemt in de toekomst de overheidstaak op zich om gaten in het wegdek te dichten? Wie kan er alleen voor zorgen dat een coherent landbouwbeleid in gang wordt gezet? Inderdaad. De overheid. De veronachtzaming van overheden door het Nederlandse OS-beleid van dit moment kan niet mis te verstane consequenties met zich meebrengen. Overheden blijven immers eindverantwoordelijk voor wat er in hun land gebeurt. Bovendien is het niet erg waarschijnlijk dat ze zich de Hollandse kaas van het brood laten eten. Naamloos1 Daarmee pleit ik overigens niet voor een terugkeer naar de oude praktijk van ABS. Evenmin wil ik beweren dat maatschappelijke organisaties in het geheel niets kunnen bereiken zonder de overheid. Trademark East-Africa, een Ugandese organisatie die zich ten doel stelt de handelsbelemmeringen in de regio te verminderen, boekt aanzienlijke successen. Haar tegenhanger vanuit de overheid, de Uganda Export Promotion Board, lijkt heel wat minder daadkrachtig te zijn. Wat ik wil zeggen is dat de minister er goed aan zou doen om álle spelers bij het spel te betrekken. Het zou toe te juichen zijn wanneer in de debatten over dit thema in het bijzonder wordt ingegaan op de rol van overheden. Die is immers nooit uitgespeeld. Althans, niet in déze wereld. Ik denk daarbij aan een ander, oer-Hollands spreekwoord: met stroop vang je meer vliegen dan met azijn!

De roep om inclusieve ontwikkeling komt uit het zuiden

Door Lieke Scheewe | 03 december 2020

In de geschiedenis van internationaal beleid rond handicap heeft het mondiale zuiden ondanks scheve machtsverhoudingen een belangrijke rol gespeeld. Het VN Verdrag Handicap, dat door Nederland als een van de laatste landen ter wereld werd geratificeerd, daagt ook ons uit om nu eindelijk in actie te komen en ontwikkelingssamenwerking meer inclusief te maken, schrijven Lieke Scheewe (Dutch Coalition on Disability and Development) en Paul van Trigt (Universiteit Leiden).

Lees artikel

Dangote wants to increase Nigeria’s self-reliance on food

Door Emmanuel Ndadozie | 30 november 2020

Nigeria relies largely on imported food to feed its population. Some years ago, the Nigerian multinational Dangote decided to change this situation. It started by purchasing six rice mills that will become operational in the next 18 months. Dangote Rice has started restructuring the rice farming sector tells Robert Coleman, Agricultural Director of Dangote’s rice business in Nigeria. ‘I believe agriculture is the future of Africa.’

Lees artikel

Minister Wiebes: woordvoerder van Shell of Nederlands Minister voor Economische Zaken en Klimaat?

Door Jurrian Veldhuizen | 25 november 2020

Inmiddels twee maanden geleden stelde Lammert van Raan van de Partij voor de Dieren 25 zeer kritische Kamervragen aan Minister Hoekstra van Financiën en Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat over de twijfelachtige klimaatplannen van olie- en gasbedrijven. Minister Wiebes had lang de tijd nodig om antwoord te geven. Toen het uiteindelijk kwam, bleek de minister een uitstekende woordvoerder voor Shell en een kampioen in het ontwijken van vragen en daarmee verantwoordelijkheden, schrijft Jurrian Veldhuizen namens Building Change.

Lees artikel