Door:
Sarah Haaij

30 januari 2015

Tags

Schermafbeelding 2015-01-29 om 23.34.37

Martijn Payens

Twee jaar geleden kondigde koffiemerk Moyee een revolutie aan in de koffie-industrie. Door koffiebonen in het land van herkomst te branden, kon de lokale boer meer verdienen. De media rapporteerden enthousiast over deze hemelbestormers. Nu zijn we twee jaar verder. Lukt het Moyee het ideaal van een eerlijke koffieketen te realiseren? Als je de drempel over stapt van koffiebranderij Moyee in Addis Abeba, betreed je een nieuwe wereld. De druk van zware uitlaatgassen maakt plaats voor de prikkelende geur van geroosterde koffieboon. Hier, vanuit een interieur dat niet zou misstaan in een Amsterdamse espressobar, is in de woorden van Moyee een ‘Ethiopische koffierevolutie’ gaande. De bonen die hier terechtkomen verlaten het land niet groen, zoals 99 procent van de Ethiopische koffiebonen, maar bruingebrand. Zo hebben deze gebronsde boontjes het geluk terecht te komen in wat Moyee ‘het eerste fair chain kopje koffie’ noemt. Met een enthousiasme dat doet vermoeden dat hij zelf al flink wat bakjes op heeft, verwelkomt de manager van Moyee Ethiopië, Ahadu Woubshet, ons in ‘zijn’ branderij. ‘Het idee is simpel’, legt hij direct uit, ‘normaal worden bonen allemaal geëxporteerd en gebrand in westerse fabrieken. Door ze hier in Ethiopië te branden, zorgen we dat de toegevoegde waarde het land niet direct verlaat maar hier achterblijft.’ De detailhandelprijs van een gebrande boon ligt namelijk al snel zeven keer hoger dan die van een groene boon. In de huidige keten komt die winst terecht bij de grote koffiebedrijven en niet, zoals Moyee graag zou zien, bij ondernemers in koffieproducerende landen die zo minder afhankelijk kunnen worden van ontwikkelingshulp. Het bedrijf is dan ook een 50-50 partnerschap tussen Ethiopië en Nederland. Woubshet: ‘Het is te gek voor woorden dat koffiebonen nu vaak door een bedrijf als Nestlé in Ethiopië worden gekocht, naar de haven van Djibouti gaan, naar Hamburg worden geëxporteerd, worden doorgevoerd naar Frankrijk, daar worden gebrand en verwerkt, om weer te worden verscheept naar consumenten over de hele wereld. Zelfs Ethiopië!’ Koffieketen op zijn kop Met zijn vliegensvlugge gebaren en dito intonatie verbaast het niet dat Ahadu Woubshet een deel van zijn carrière op de Amerikaanse beursvloer heeft doorgebracht. Een paar jaar geleden besloot hij echter terug te keren en zijn werkervaring in te zetten voor de ontwikkeling van zijn geboorteland Ethiopië. Op een international congres liep hij de Nederlandse ondernemer Guido van Staveren tegen het lijf. Hun beider verontwaardiging over de werkwijze van koffiemultinationals, gecombineerd met economisch fingerspitzengefühl, bracht de mannen samen. ‘Ik ben geen koffie gaan verkopen om koffie te verkopen; er zijn eenvoudiger manieren om geld te verdienen’, zegt Van Staveren. ‘Wat wij willen is de koffieketen veranderen.’ Het zijn klinkende woorden voor wat, bij het betreden van de branderij, wel een erg klein brandapparaat lijkt. Kun je met dit geschut de koffiemarkt bestormen? ‘Het is een begin’, beaamt Woubshet. ‘Maar vergis je niet: met wat hier staat verwerken we 60 duizend kilo koffiebonen per jaar.’ Het echte lokale branden wordt pas sinds drie maanden gedaan. Er gingen ruim twee jaar aan vooraf waarin de koffiemannen contacten legden met boeren, een crowdfundingcampagne startten en marktonderzoek deden. ‘De smaak van de koffie moet goed worden afgestemd op de Nederlandse consument.’ Van Staveren: ‘Wij doen dit ook voor het eerst en het was een hele toer om de juiste machines in Ethiopië te krijgen. Bepaalde vormen van bureaucratie zijn ook Ethiopië niet vreemd’, voegt hij lachend toe. ‘Nu zijn we eindelijk begonnen en in de komende maanden zullen we de eerste ladingen gebrande bonen uit onze Ethiopische branderij importeren. Natuurlijk zijn we nog peanuts vergeleken met de grote koffiejongens. Maar we hebben een sterk geloof dat we op de goede weg zitten en dat deze benadering een plek verdient in de koffiewereld. Dat zien we ook aan de grote klanten die zich bij ons aansluiten.’ Verder lezen? Neem dan een abonnement op Vice Versa en krijg de special met dit artikel nagestuurd! PLUS het laatste nummer van de reguliere Vice Versa en een special over bijbelse inspiratie. Of, bestel het nummer los.

‘In Guatemala hebben politici altijd geld van het volk geroofd. Maar Morales rooft ook de rechtsstaat’

Door Marjolein van de Water | 14 januari 2019

Als hoofdaanklager van het Openbaar Ministerie ontrafelde Thelma Aldana samen met de Internationale Commissie tegen Straffeloosheid in Guatemala (CICIG) een reusachtig corruptieschandaal. Een hoogtepunt in de strijd tegen corruptie en een voorbeeld voor de regio. Maar de huidige president Morales besloot CICIG het land uit te zetten, terwijl Aldana vreest voor haar leven. ‘Wat er ook gebeurt de komende maanden, een ding is voorgoed veranderd: de corruptie is zichtbaar geworden. De beerput kan niet meer dicht.’

Lees artikel

Water als wondermiddel?

Door Sarah Haaij | 20 december 2018

Een slokje water drinken, de wc doortrekken, handen wassen; het is allemaal even vanzelfsprekend. Totdat je je een keer terugvindt in Nepal vlak na de aardbeving, op een plattelandsschool in Kirgizië of in de migratieregio van Burkina Faso, dan is schoon water een kwestie van (over)leven. In 2030 moet iedereen toegang tot drinkwater hebben. Wat is de weg erheen? Drie experts vertellen.

Lees artikel

 Wie al kwetsbaar is, wordt kwetsbaarder

Door Joris Tielens | 19 december 2018

Waterschaarste neemt toe en wordt almaar vaker gezien als veiligheidsprobleem. Maar de relatie tussen gebrek aan zoet water, klimaatverandering en conflict en migratie is complex, stellen deskundigen. Schaarste kan mensen ook bijeenbrengen. Zeker is: kwetsbare mensen worden het hardst erdoor getroffen. Wat valt eraan te doen, ook door Nederland?

Lees artikel