Door:
Evert-Jan Brouwer

27 januari 2015

Categorieën

Tags

Evert Jan BrouwerDe EPA’s. Jarenlang waren ze een begrip in de ontwikkelingswereld. Door nogal wat NGO’s werden felle campagnes gevoerd tegen deze vrijhandelsverdragen tussen de EU en de ACP landen. Ze zouden een regelrechte bedreiging vormen voor de nog fragiele economieën in Afrika, de Cariben en de Pacific. Die campagnes zijn nagenoeg verstomd. De enige regio waar inmiddels een EPA van kracht is, is het Caribisch gebied. Vanaf 1 januari 2008 bepaalt de EPA de verhouding tussen de EU en CARIFORUM, het verband van Caribische staten. Evert-Jan Brouwer, politiek adviseur bij stichting Woord en Daad, kijkt welke lessen er getrokken kunnen worden voor andere EPA regio’s. Terwijl de NGO’s in Europa het campagne voeren moe raakten, of hun aandacht verlegden naar TTIP, het nieuwe monster aan de horizon, onderhandelden Europese diplomaten in 2014 onverdroten met Afrikaanse landen om tot een akkoord te komen over de precieze inhoud van de EPA’s. Na de nodige strubbelingen lukte dit, in het voorjaar met West Afrika (ECOWAS) en Zuidelijk Afrika (SADC), in het najaar met Oostelijk Afrika (EAC). Nederland als honest broker Nederland liet zich in die onderhandelingen niet onbetuigd. Minister Ploumen wierp zich op als honest broker tussen de EU en de ACP landen. Een rol die diplomatieke evenwichtskunst vereist, want het onderhandelingsprimaat voor de EPA’s ligt bij de Europese Commissie, en niet bij de EU lidstaten. Doel van de honest broker rol was om de EU zover te krijgen dat ze de belangen van ontwikkelingslanden zwaarder zou meewegen in de onderhandelingen. Nieuwe hobbels op de weg Maar het bereiken van een technische deal tussen ambtenaren wil nog niet zeggen dat de verdragen rond zijn en van kracht kunnen worden. Daar zit nog een heel traject tussen. Officieel moeten de regeringsleiders of gevolmachtigde ministers van de verdragslanden er hun handtekening onder zetten. Daarna gaat het verdrag naar het nationale parlement voor de ratificatie. En zie daar, nu blijken die EPA’s opnieuw op weerstand te stuiten. Zo had de EU gehoopt dat ter gelegenheid van de RBZ Ontwikkelingsraad in december 2015 alle vijftien lidstaten van ECOWAS de EPA met West Afrika zouden tekenen, en daarna aan hun parlementen zouden aanbieden ter goedkeuring. Maar het liep anders. Volgens West-Afrikaanse media tekenden vijf landen de EPA vooralsnog niet: Gambia, Sierra Leone, Mauritanië, Nigeria en Togo. Volgens de minister waren het er vier, waarvan ze de naam niet openlijk wilde noemen. West Afrikaanse maatschappelijke organisaties zoals ROPPA en ENDA-CACID ruiken bloed. Samen met Europese partnerorganisaties maken ze zich op om hard te lobbyen tegen ondertekening en ratificatie van de verdragen. In de Afrikaanse pers doen slogans de ronde als: ‘De EPA’s ofwel de geprogrammeerde dood van 90% van de Burkinabé’. In een politiek klimaat waarin tegenstanders van de vrijhandelsverdragen zich opmaken om een loopgravenoorlog te voeren, is het van belang om voor- en tegenstanders rond de tafel te krijgen op basis van zakelijke argumenten. Nu wil het geval dat juist onlangs een onderzoek het licht zag naar vijf jaar werking van de EPA met het Caribisch gebied. In zekere zin zijn de Caribische landen de proefkonijnen geweest. Zij kunnen na vijf jaar EPA een begin van een antwoord geven op de vraag: EPA vloek, zegen, of iets daar tussen in? Reisje naar de Cariben Een rondje Cariben dus. Wat zijn de eerste bevindingen van deze eilandstaatjes na vijf jaar van liberalisering? Kort gezegd: deze zijn heel gemengd. Als het gaat om de handel met Europa, is de export van sommige producten uit de regio naar de EU toegenomen, waarschijnlijk mede door de EPA. Denk aan bananen, suiker, sigaren, groeten, cacaobonen, rijst, bevroren garnaal, citrusvruchten en rum. Mede omdat de wereldwijde recessie juist rond 2008 en de jaren daarna toesloeg, is die toename echter niet te zien voor andere producten. De import vanuit de EU is niet gestaag toegenomen zoals voorspeld, maar fluctueerde sterk. De Caribische landen uitten in de achterliggende jaren regelmatig ernstige bezorgdheid over de dreiging die van de EU markt zou uitgaan voor eigen traditionele landbouwproducten. Die bezorgdheid is nog niet bewaarheid. Alles bijeen genomen is er op het terrein van de import en export van goederen nog geen goed beeld te geven van de effecten van de EPA voor het Caribisch gebied. Ook niet voor Haïti, dat de EPA nog niet geratificeerd heeft en tevens het enige ontwikkelingsland in de regio is. Op het gebied van diensten en investeringen is nog geen helder beeld te geven, deels omdat de handel daarin door de economische crisis stevig getroffen is, deels vanwege gebrek aan data. Ook de handel tussen de Caribische landen onderling is niet navenant toegenomen, terwijl dit wel één van de doelstellingen van de EPA was. Waar de eilandstaatjes in de Caribische Zee het zwaar mee gehad hebben is de inrichting van instituties voor markttoezicht, de aanpassing van wet- en regelgeving (bijvoorbeeld voor mededinging) en de daadwerkelijke toepassing en uitvoering van de verdragsbepalingen. Het verdrag zei wel wat er veranderen moest, maar de beloofde financiële en technische steun daarvoor vanuit de EU kwam traag op gang en bleef beperkt. Gelet op de beperkte bestuurlijke capaciteit van de CARIFORUM landen mag het niet verwonderen dat exportbelastingen slechts gedeeltelijk afgeschaft werden, herziening van oorsprongsregels nog niet plaatsgevonden heeft, en tariefreducties slechts deels zijn toegepast. Aan de andere kant hebben de eilandstaten de noodremprocedures in de EPA niet gebruikt, zelfs niet toen ze heftig door de recessie getroffen werden Onafhankelijke monitoring van de EPA met CARIFORUM door wetenschappers en maatschappelijke organisaties bleef uit, omdat de EU en de Caribische staten treuzelden met de instelling van een Consultative Committee. Pas eind 2014 was de oprichting van het CC een feit en vond de eerste vergadering in Brussel plaats, met een duidelijk statement over de werking van de EPA. Lessen voor Afrikaanse landen Welke lessen kunnen we uit dit alles trekken voor Afrikaanse landen ? Allereerst dat een EPA geen snelweg naar succes is. Dat succes wordt door heel wat meer factoren bepaald. Zo wist niemand bij de totstandkoming van de EPA met CARIFORUM dat een economische crisis roet in het eten zou gooien. Daarnaast bepaalt een EPA maar een deel van de handelsstromen. In toenemende mate spelen voor Afrika ook de handelsbetrekkingen met Azië een rol. Om over TTIP nog maar te zwijgen. Kansen voor handel In de tweede plaats dat EPA’s mogelijk ook kansen bieden voor export van Afrikaanse producten naar de EU. Ook vanuit de Cariben is de export van bepaalde producten immers toegenomen. Wel past hier een kanttekening. Weliswaar zijn primaire landbouwproducten uitgezonderd van liberalisering, maar voor verwerkte of bewerkte producten geldt dit niet in alle gevallen. Dit zal dus mogelijk van product tot product verschillen. Bovendien zullen de producenten dan een belangrijke horde moeten nemen: het voldoen aan de in Europa gangbare kwaliteitsstandaarden. Voorbereiding zware kluif In de derde plaats dat inwerkingtreding en toepassing van de EPA’s een enorme kluif is voor lage-inkomenslanden met een geringe bestuurlijke capaciteit. Toezicht op mededinging, regelgeving voor investeringen, hervorming van het douaneapparaat, versterking van toezicht op de kwaliteit van goederen, verbetering van de infrastructuur en legio andere zaken komen op het bordje van de ACP landen. In de CARIFORUM regio kwam de Europese steun voor deze aanpassingen laat op gang en was ze zeker niet altijd toereikend. Dit terwijl de Europese landen grotendeels wel klaar zijn voor de liberalisering. Het is de vraag of de EU, en dus ook Nederland, op dit moment niet veel meer aandacht zou moeten geven aan het bijstaan van de partnerlanden in Afrika in het doorvoeren van deze noodzakelijke hervormingen. De politieke aandacht gaat momenteel wel erg sterk uit naar de ondertekening en ratificatie van de verdragen. Regionale integratie Ten vierde: regionale economische integratie, formeel een hoofddoel van de EPA’s, komt zeker niet vanzelf. Ook voor Afrikaanse landen geldt dat een groot deel van hun handel, bijvoorbeeld in landbouwproducten, gericht is op buurlanden in de regio, en niet op de wereldmarkt of op Europa. Juist bij die regionale handel zijn nog heel wat barrières te slechten. Ook los van de EPA’s zal het de EU en Nederland sieren als zij zich hier maximaal voor inzetten. Goede monitoring Tot slot: laten de EU en Nederland als EU lidstaat zich ervoor inzetten dat een goede monitoring van de effecten van de verdragen, mochten ze van kracht worden, niet pas vijf jaar na inwerkingtreding van de grond komt. Nog recentelijk heeft de Minister zich sterk gemaakt voor die monitoring.  Dat schept verwachtingen voor haar inzet in Brussel en de Afrikaanse partnerlanden. Zeker als bij die monitoring alle actoren betrokken worden, ook tegenstanders uit het maatschappelijk middenveld. Disclaimer Zeker, er zijn grote verschillen tussen de Cariben en de Afrikaanse ontwikkelingslanden. Het zijn andere economieën met andere verhoudingen tot Europa. Maar met die disclaimer, heeft het reisje naar de Cariben op zijn minst laten zien dat een kritische blik nodig blijft, ook na een eventuele inwerkingtreding van de EPA’s met de Afrikaanse regio’s.

Een klimaatlijst voor Kaag

Door Joris Tielens | 13 september 2019

Stoppen met subsidies en exportkredieten voor fossiele brandstoffen, het beprijzen van CO2 en het tegengaan van belastingontduiking door de fossiele industrie. Het zijn een aantal zaken waarvoor minister Kaag internationaal moet pleiten tijdens de klimaattop in New York op 23 september, volgens de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV).

Lees artikel

De vergeten klimaattafel

Door Joris Tielens | 04 september 2019

Het klimaatakkoord is veelbesproken, maar de helft van de ‘Nederlandse’ CO2-uitstoot blijft onderbelicht: die in het buitenland. Valt klimaatverandering te beperken door geen subsidies meer te geven aan de fossiele industrie, door meer klimaatdiplomatie? Heleen de Coninck en Marcel Beukeboom kijken voorbij de grenzen.

Lees artikel

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel