Skip to content

 

Door:
Eva Huson

16 januari 2015

Categorieën

Tags

 

Schermafbeelding 2015-01-15 om 12.55.25

Jého-Nephtey Abraham

Ze zijn luidruchtig, slepen met zakken lokale handelswaar en overbruggen dagelijks vele kilometers: de ‘Madames Sara’, Haïti’s rondreizende marktvrouwen. Inkoper, transporteur en distributeur ineen. Hoe werkt hun informele en organisch roterende marktsysteem? Eva Huson reisde af voor de special over voedselketens naar de Caraïben en zocht het uit. ‘Nee, lager ga ik niet. Geen cent’. ‘Die kroppen zijn anders behoorlijk klein. Kom op, iets minder.’ Twee grote vrouwen staan wijdbeens tegenover elkaar. In luid Creools onderhandelen ze over het koopwaar dat tussen hen in ligt: een twintigtal zanderige koolkroppen. Het is dinsdagochtend en de regionale markt op de hoogvlakte van Goyavier, een dorp weggestopt tussen de groene bergen van West-Haïti, is in volle gang. Boeren zitten kriskras door elkaar. Bonen en avocado’s liggen op smoezelige zeiltjes of de roodbruine grond. Terwijl cassavesnacks zachtjes knetteren in het frituurvet, klinkt een kakofonie van verkoopkreten, mekkerende geiten en het gekakel van aan lotgenoten vastgebonden kippen. De markt is zo goed als onoverdekt. De Caribische zon brandt en zweet gutst. De onderhandelingen worden er niet minder om. ‘Voila, één dozijn koop ik van je en niet meer’, besluit Frederique Yolene, een van de vrouwen bij de kolen. De boerin tegenover haar, een vaste zakenpartner, knikt instemmend. In rap tempo raapt Yolene de kroppen op en duwt ze in een beige zak. Het is al elf uur, ze moet opschieten. Yolene is een Madam Sara, een rondtrekkende marktvrouw die agrarische producten van het Haïtiaanse platteland inkoopt, transporteert en distribueert. Zoals de gelijknamige Haïtiaanse vogel, zijn Madames Sara bedrijvig, luidruchtig en niet weg te denken uit het Haïtiaanse landschap. Hoeveel Madames Sara Haïti precies telt is onduidelijk, maar hun bedrijvigheid is goed voor meer dan tachtig procent van de omvangrijke informele economie. Ze zijn de spil in het Haïtiaanse voedselsysteem. Komt de boer vaak niet verder dan de buurtmarkt op de volgende heuvel, een Madam Sara transporteert de gewassen gerust negentig kilometer verderop naar de hoofdstad Port-au-Prince. Op deze wijze verbinden de dames Haïti’s 700 duizend kleinschalige boeren met de consumenten in de stad. Ze zijn de zenuwen van Haïti, de ruggengraat van de economie, de onmisbare schakel. Overigens kunnen Madames Sara onderling sterk verschillen. Zo varieert hun handelswaar in omvang en soort. Sommige verhandelen grote zakken seizoensgebonden groenten, anderen verkopen losse producten zoals zakjes rijst. Hetzelfde geldt voor de afstand van hun vaste werkroutes. De ene doorkruist meerdere provincies met haar koopwaar, de andere kiest voor de markt beneden in het dal. En waar de ene met slechts enkele dollars haar handelsactiviteiten aanzwengelt, bezit de andere ezels of een lap grond waarop ze producten verbouwt. ‘Dit is pas het begin’, zegt Yolene, wijzend naar de beige zak koolkroppen. Ze moet eerst haar marktronde afmaken hier op de berg van Goyavier en daarna begint ze met haar volgepakte ezeltjes aan de afdaling. Geen gemakkelijke opgave, want het pad naar het dal is stijl en hobbelig. Als de weg halverwege de berg vlakker wordt, staat daar altijd een groep jongens met glimmende zonnebrillen en gebleekte jeans: de motortaxi’s. Tijd voor Yolene om haar naam op haar handelswaar te krabbelen en naar huis te lopen. De jonge mannen binden de bobbelige zakken op hun motors en rijden naar een lager gelegen plateau. Daar is de weg hard en breed genoeg om zware trucks te dragen en komt Yolene’s koopwaar, als alles goed gaat, vóór 4 uur ’s middags aan. Een vrachtwagenchauffeur neemt vervolgens het stokje over. Terwijl haar handel in de truck over Haïti’s bochtige wegen naar Pont-Sondé kronkelt, zal Yolene rond middernacht ontwaken en zelf een truck pakken naar het noorden. Bij aankomst op de markt in Pont-Sondé zal haar handelswaar liggen wachten. Klaar voor de verkoop. Maar zover is het nog niet. Yolene krabbelt haar telefoonnummer voor mij op een papiertje en verdwijnt in de marktmenigte van Goyavier. Flarden van haar laatste groet komen nog net boven een tetterende megafoon uit. ‘Bel maar als je morgen in Pont-Sondé bent. Dan vertel ik je meer.’ Boerenstempel ‘Zonder de Madam Sara kan de Haïtiaanse boer momenteel niets’, zegt Jean Levêque Beaulieu. Hij is econoom en regionaal coördinator van ITECA, een Haïtiaanse boerenorganisatie die zich inzet voor ontwikkeling op het Haïtiaanse platteland door, onder andere, boeren te trainen in handel en landbouwtechnieken. ITECA is sinds 2012 partner van het Nederlandse Cordaid op het gebied van voedselzekerheid. Beaulieus woorden galmen door de bovenverdieping van het regiokantoor, een witte villa net buiten de westelijke stad Saint Marc. Het pand, met protserige torentjes en een brede spiraaltrap, is van een kennis van Beaulieu en fungeert als tijdelijk onderkomen. Beaulieus zevenkoppige team werkt én woont hier. Want dagelijks naar huis reizen, is te ver en te duur. Op dit moment zet ITECA een trainingsprogramma op voor Madames Sara. Een vanzelfsprekendheid, vindt Beaulieu, want de rondreizende marktvrouwen zijn cruciaal voor de drieduizend boeren die hij hier, in de provincie Arbonite, probeert te versterken. Deze boeren hebben het niet makkelijk. Zo’n 88 procent van de Haïtiaanse plattelandsbewoners, ongeveer de helft van Haïti’s bevolking, moet het doen met minder dan twee dollar per dag. Eveneens minimaal is de waardering van de stedelingen voor het plattenland, aldus Beaulieu: ‘Boeren krijgen weinig respect en worden vaak weggezet als leeghoofden. Vroeger stempelden we zelfs “boer” op de geboorteakte van plattelandsbewoners. Bizar, want boer ben je niet, dat word je. Deze stigmatisering leidde tot schaamte en pesterijen.’ Hoewel toenmalig president Aristide de boerengeboorteaktes in 1995 afschafte, zijn de gevolgen van het tweederangs burgerschap nog steeds voelbaar. Basisvoorzieningen zoals elektriciteit of drinkwater zijn niet of nauwelijks aanwezig in de binnenlanden, en ook de politieke aandacht voor deze regio blijft allerkleinst. ‘En nog steeds gebruiken Haïtianen het woord “boer” als scheldwoord voor iemand die iets doms doet.’ Toch spreekt Beaulieu liever niet van een ‘kloof’ tussen stad en plattenland, maar van ‘een groot verschil’. ‘Er zijn iets meer mogelijkheden dan vroeger. De voorzieningen in de stad zijn nog steeds veel beter dan hier, maar tegenwoordig is het mogelijk om als boer je kinderen naar de stad te sturen voor een goede opleiding of werk.’ Dat zulke kansen bestaan en je die ook kunt grijpen, probeert Beaulieu de boeren in Arbonite duidelijk te maken via ITECA’s bewustwordingsprogramma’s over burgerschap. ‘Aan alleen landbouwkennis heb je niet genoeg. Wij maken boeren ook bewust van hun rechten en plichten als burger, zodat ze voor zichzelf kunnen opkomen en kansen creëren.’ Maar met alleen zo’n campagne zijn de boeren er nog niet. Naast de politiek-economische verwaarlozing van het platteland, zijn ook Haïti’s agrarische omstandigheden zwaar. Zo is de helft van Haïti’s land steiler dan 40 procent en leent slechts een derde zich voor landbouw. ‘En de grond die wél vruchtbaar is, staat vaak vol met illegale huizen’, verzucht Beaulieu. Bij het gebrek aan grond en de behoefte aan houtskool zijn bovendien veel heuvels kaalgekapt, met erosie, overstromingen en mislukte oogsten als gevolg. Ook missen veel boeren de juiste technieken en het kapitaal om meer en beter te produceren. ‘Delen van onze grond zijn gortdroog. Met de juiste irrigatiesystemen kun je daar best iets van maken en gewassen verbouwen. Maar er is geen geld voor.’ Daarbij heeft Haïti een ogenschijnlijke magneetwerking op natuurgeweld. Behalve met de grote aardbeving op 12 januari 2010, kampte het land afgelopen decennia met een bijna bizarre hoeveelheid tropische orkanen, overstromingen en epidemieën. Dit leidde tot vele hectares verwoeste landbouwgrond en economische ontwrichting. Bovendien ondervindt de Haïtiaanse markt stevige concurrentie van de buren, sinds de door de Wereldbank en het IMF gestimuleerde liberaliseringen in de jaren negentig. Goedkope Dominicaanse groenten en Amerikaanse rijst overspoelen de markt van een land waar de bevolking grotendeels afhankelijk is van kleinschalige landbouw. Een serieuze bedreiging dus, vindt Beaulieu. Het hele verhaal lezen? Neem dat nu een abonnement op Vice Versa en krijg de special over voedselketens nagestuurd! En ontvang bovendien een boek naar keuze.

Zonder mondiale solidariteit komt corona als een boemerang bij ons terug

Door Marielle Bemelmans | 03 april 2020

In deze bijdrage legt Wemos-directeur Mariëlle Bemelmans uit waarom de Covid-19 crisis het belang van mondiale solidariteit blootlegt. ‘Het heeft geen zin om alleen de eigen zorg te verbeteren, en die elders te verwaarlozen – een virusuitbraak elders bereikt ons uiteindelijk toch in deze geglobaliseerde wereld. Zonder mondiale solidariteit, komt Corona als boemerang bij ons terug. ’

Lees artikel

Wat doet de corona-pandemie met de ontwikkelingssector?

Door Sarah Haaij | 31 maart 2020

Investeren in internettoegang, cursussen online aanbieden en digitaal collecteren – flexibiliteit en aanpassingsvermogen zitten in het DNA van de sector. Maar de angst voor een massale uitbraak in landen met een zwakke gezondheidszorg is groot. Vier ngo-directeuren vertellen over de impact van de crisis op hun werk.

Lees artikel

Corona in Afrika: ‘Als de lockdowns aanhouden, komen er hongersnoden’

Door Frank van Lierde | 30 maart 2020

Het Afrikaanse continent zet zich schrap voor corona. Veel landen kiezen meteen voor het zwaarste scenario: de lockdown. Wat moet er gebeuren om een ramp af te wenden? Wat kunnen ontwikkelingsorganisaties doen? Gesprek met Jos Dusseljee, de gezondheidsexpert van Cordaid. ‘Virussen die de wereld voor lange tijd kunnen bedreigen, moet je als wereldgemeenschap bestrijden, in elk land waar ze bestaan of uitbreken.’

Lees artikel
Scroll To Top