Door:
Lennaert Rooijakkers

15 januari 2015

Categorieën

Tags

Schermafbeelding 2015-01-14 om 23.47.20Aspirant-ondernemers in Afrikaanse landen hebben toegang tot talloze microkredietverstrekkers, maar weten amper hoe te werk te gaan bij het opstarten van een specifiek bedrijfje. Toen de Nederlandse ondernemer Peter Meijer een aantal jaren in Malawi gevestigd was, zag hij dat het voor veel mensen niet eenvoudig is voor zichzelf te beginnen. Daar moet wat aan gedaan worden, dacht hij, zeker omdat het gros van de start-ups binnen een jaar na oprichting over de kop gaat. Het resultaat: business-in-a-box, dat middels een simpel stappenplan uitlegt hoe een specifieke onderneming te starten. Toen Peter Meijer acht jaar geleden door Malawi reisde, viel hem één ding direct op: overal waar je komt proberen mensen goederen of personen per fiets te vervoeren. Dat dit niet altijd even goed ging, sprong ook direct in het oog. Wat kan ik hieraan doen en waaraan zou nog behoefte zijn?, vroeg de Nederlander zich stilaan af. Wat begint als een klein onderzoek, leidt uiteindelijk tot een concreet plan om fietstaxi’s te gaan maken en een deelname aan een internationale businessplancompetitie waarbij zijn verhaal aanslaat. Een investeerder besluit geld te steken in Meijers idee. Even later trekt hij naar Zuidelijk-Afrika en richt Sakaramenta op, dat vooral bekendheid verwerft met het produceren van ambulancetaxi’s. Hij leidt het bedrijf uiteindelijk viereneenhalf jaar, waarna hij terugkeert naar Nederland. Sakaramenta was het eerste bedrijf dat Meijer opstartte. ‘Het was trial on error, kijken wat wel en niet werkt, zegt hij over zijn eerste stappen op ondernemersgebied. ‘Als ik nu opnieuw zou moeten beginnen, dan zijn er wel twintig dingen die ik anders aanpak. Ik kan dus goed aan iemand uitleggen waar op te letten bij het opstarten van een bedrijf.’ Als de zaak eenmaal loopt, krijgt Meijer van enthousiastelingen uit Namibië en Oeganda de vraag hoe je een fietsambulance maakt. Wanneer hij een aantal technische tekeningen en lappen tekst op de bus doet, realiseert hij zich dat de belangstellenden niet gebaat zijn bij het ontvangen van slechts wat bouwinstructies. ‘Waar koop je materiaal in, wie is je klant, hoe maak je een marketingplan, wanneer zou je onderneming break even kunnen zijn? Dat vertel je niet in een paar tekeningen, terwijl daar wel behoefte aan is’, legt hij uit. ‘Daarnaast viel mij destijds op dat er in Malawi enorm veel microkredietverstrekkers waren, maar dat je nergens terecht kon voor simpel advies bij het opzetten van een eigen onderneming. Natuurlijk, algemene businesstrainingen gericht op marketingstrategie en het aannemen van personeel waren er wel, maar daarmee hield het ook op. Toen bedacht ik dat het handig zou zijn om starterspakket samen te stellen van mijn bedrijf Sakaramenta, dat toekomstige ondernemers op weg kan helpen.’ IKEA-handleiding Samen met twee stagiairs van de Eindhovense Design Academy brainstormt Meijer over een opzet voor een starterskit, waaruit later business-in-a-box voortkomt. Een van de stagiairs, Luc van Hoeckel, besluit als afstudeerproject een prototype voor een dergelijk pakket te maken. ‘In Noord-Oeganda maakte hij een kit voor het produceren van calendulazalf, dat veel op littekens wordt gesmeerd’, zegt Meijer. Een verder ontwikkelde versie hiervan wordt momenteel aangeboden door Meijers huidige onderneming Single Spark, dat hij in 2013 samen met ontwerper Sam van Veluw opricht. Bij de ontwikkeling van de boxen heeft Single Spark onderzoek gedaan naar veel voorkomende ondernemingen in Afrika. Zo biedt het op dit moment starterskits aan om zalf, zeep en honing te produceren en om bijen en kippen te houden. Een box, letterlijk een kartonnen doosje, bestaat uit een aantal strak vormgegeven boekjes op A4-formaat. Wie niet beter weet denkt na het openen ervan een aantal IKEA-gebruiksaanwijzingen in handen te hebben. De plaatjes in de handleidingen leggen op eenvoudige wijze uit wat de benodigdheden zijn voor het starten van dat bedrijfje. ‘Het is belangrijk dat er zo weinig mogelijk met tekst wordt gewerkt en op elke afbeelding een persoon staat’, zegt Meijer. ‘Zo is voor iedereen duidelijk hoe een handeling uitgevoerd moet worden. Daarnaast wordt uitgelegd wat je nodig hebt en waar je dat koopt, wat prioriteit behoeft en hoe je het uiteindelijke product maakt. Ook bevat een pakket marketingmateriaal en wordt bijvoorbeeld uitgelegd hoe je een boekhouding opzet. Er bestaan wel kits waarin wordt uitgelegd hoe je gewassen verbouwt, maar niet hoe je daarna je groenten verkoopt. Dat maakt business-in-a-box uniek’, meent Meijer. Pindakaas of bakstenen In de toekomst moeten talloze starterspakketten verschijnen. Dat de mogelijkheden legio zijn, toont Meijer aan als hij opstaat en even later terugkomt met een lijstje met daarop ruim tweehonderd verschillende ondernemingen. ‘Of je nu pindakaas wil produceren, ambieert om bakstenen te maken of een kinderdagverblijf wil starten, het kan allemaal. Op deze lijst staan bedrijfjes die je in heel veel Afrikaanse landen ziet, maar waarvan je wel moet weten hoe je die exact opzet’, zegt hij. ‘Business-in-a-box moet daarbij een simpel stappenplan bieden. Voorwaarde is wel dat zo’n plan door twintig of dertig ondernemers gebruikt wordt. Of ik denk dat dit haalbaar is? Ja, het maakt immers niet uit of jij zeep maakt in Malawi of Burundi. Voor tachtig procent doe je namelijk precies hetzelfde. Het probleem is echter dat het duur en tijdrovend is om die ‘tachtig procent’ zelf uit te zoeken. Als je een pakket hebt dat je snel op weg helpt, is de stap tot ondernemen veel kleiner. In het geval van de overige twintig procent moet je zorgen onderscheidend te zijn, jouw product moet opvallen en in de markt passen.’ Een groot percentage van de kleine ondernemingen in Afrika gaat in het eerste jaar failliet. Of daar een specifieke reden voor is, weet Meijer niet. ‘Wie een bedrijf opzet moet vaak het eerste jaar zonder salaris werken, maakt alleen maar kosten. Het duurt uiteindelijk een half jaar, soms een twaalf maanden, voordat je een product kunt gaan verkopen. Ik ben veel mensen tegengekomen die best voor zichzelf willen beginnen, maar vaak is de stap te groot of moeilijk. Een pakket waarin staat welke machines jij bijvoorbeeld moet kopen, kan dan uitkomst bieden. Business-in-a-box moet helpen je opstarttijd te verkorten, waardoor een bedrijf hopelijk sneller winstgevend zal zijn.’ ‘Net als Sakaramenta wilde ik dit concept per se zonder donor geld opzetten. Waarom? Ik wil een betalende klant hebben, dus een kritische klant. Die klant betaalt mij, dus moet ik kwaliteit leveren. Daarnaast moet ik maken waar hij behoefte aan heeft, anders koopt hij het product überhaupt niet. Die prikkels ontbreken als een externe partij de boel financiert, wat in veel ontwikkelingslanden het geval is. De klant, of beter gezegd degene die je product afneemt, zal altijd dankjewel zeggen als iemand anders ervoor betaald. Dat wil ik te allen tijde voorkomen.’ Verspreiding Single Spark wil uiteindelijk de pakketten aan ondernemers zelf gaan verkopen, vertelt Meijer, maar zover is het nog lang niet. Voorlopig moeten ngo’s Single Spark helpen de kits te verspreiden. ‘Dat zijn makkelijke eerste klanten. Neem Spark, waarmee we nu zaken doen en dat zich erg op ondernemers richt. Wij kunnen een pakket voor Spark maken, dat zij uiteindelijk in allerlei landen verspreiden.’ Daarbij is wel afgesproken dat de rechten voor de pakketten bij Single Spark – de namen zijn volgens Meijer toeval – blijven liggen, zodat deze ook bij andere ondernemers en ngo’s kunnen worden aangeboden. ‘Er zijn heel veel ontwikkelingsorganisaties die ondernemers helpen, maar ze werken veelal voor zichzelf, en niet samen met andere ngo’s’, stelt Meijer. ‘In allerlei landen vind je mensen die kippen houden, zeep maken en champignons kweken of dit ambiëren. Het verkopen van één pakket is erg duur. Maar als je het in grote getalen kan afzetten, wordt het veel voordeliger voor de veelal arme mensen om aan de slag te gaan. In het ideale geval biedt Single Spark straks een pakket en een trainer aan, iemand die je bijvoorbeeld kan leren om honing te maken. Op termijn moet ondernemers ook online begeleiding worden geboden. Maar eerst moeten goede en zo goedkoop mogelijke pakketten ontwikkelen. Hopelijk lukt dat de komende jaren.’

5 kernwaarden voor inclusieve waardeketens

Door Maria van der Heide | 27 mei 2020

De coronacrisis biedt kansen om te praten over wat het begrip waarde echt betekent in waardeketens, schrijven Maria van der Heide en Danielle Hirsch in deze opiniebijdrage. Waarde wordt nu uitgedrukt in economische termen als winst en groei. Maar wat hebben we aan winst en groei als de grondstoffen op zijn, mensen onbeschermd op straat staan en het klimaat de aarde onleefbaar maakt? Er zijn waardeketens, die wél werken en waar waarde een veel breder begrip is. 5 kernwaarden voor inclusieve waardeketens.

Lees artikel

5 jaar strategische partnerschappen: zonder wrijving geen glans

Door Siri Lijfering | 25 mei 2020

Komende vrijdag horen ontwikkelingsorganisaties of hun aanvraag voor het nieuwe subsidieprogramma Power of Voices is gehonoreerd. Nog een paar spannende dagen dus. In dit essay maakt Siri Lijfering de balans op van de voorganger Samenspraak en Tegenspraak. Wat kunnen we leren van vijf jaar strategische partnerschappen tussen de Nederlandse overheid en de ontwikkelingssector?

Lees artikel

Inclusief besluitvormingsproces essentieel bij effectieve aanpak COVID-19

Door Vice Versa | 20 mei 2020

Een glashelder en sterk pleidooi rondom de noodzaak van internationale solidariteit. Dat is de reactie van 12 mensen uit het maatschappelijk middenveld, bedrijfsleven en wetenschap op het spoedadvies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken over de Nederlandse bijdrage aan de mondiale strijd tegen het coronavirus. Maar, voegen ze daar aan toe: het is van groot belang dat lokale actoren een beslissende rol krijgen in de praktische uitvoering. Voorkom dat alleen gekozen wordt voor bestaande partners die grootschalige bedragen weg kunnen zetten. Hieronder de volledige reactie en de namen van de ondertekenaars.

Lees artikel