Door:
Vice Versa

8 december 2014

Tags

food-securityMorgen gaat de Tweede Kamer over voedselzekerheid praten. Danny Wijnhoud (senior onderzoeker) en Barbara van Paassen (beleidsadviseur) van ActionAid en Tjerk Dalhuizen (zelfstandige en mede-organisator van Voedsel Anders) blikken vooruit. Op 16 oktober jl. plaatste ViceVersa ons ingezonden stuk over de “groeiende beweging die echte veranderingen wil in landbouw en voedselsysteem”. In dat stuk anticipeerden wij op de inhoud van de kamerbrief van minister Ploumen en staatssecretaris Dijksma die die dag zou uitkomen.   Onze verwachting was dat de kamerbrief de aandachtsgebieden binnen het voedselzekerheidsbeleid onvoldoende zou verleggen voor broodnodige veranderingen. De materie is ingewikkeld en belangentegenstellingen zijn groot. Dit verklaart mogelijk waarom de kamerbrief “Nederlandse inzet voor wereldwijde voedselzekerheid” pas op 18 november jl. online verscheen. Hoewel wij een aantal positieve elementen zien en de poging waarderen om doelen van verschillende ministeries te verenigen, zijn onze zorgen inderdaad grotendeels bevestigd. Dit lichten wij graag toe in dit artikel, waarmee wij ook hopen bij te dragen aan een constructief debat bij het Algemeen Overleg Voedsel op 9 december as.. De beleidsbrief gaat in op drie doelen voor het Nederlandse voedselzekerheidsbeleid: Het uitbannen van de huidige honger en ondervoeding, het bevorderen van inclusieve en duurzame groei in de agrarische sector en het realiseren van ecologisch houdbare voedselsystemen. Deze dienen bereikt te worden door een combinatie van hulp, handel en investeringen met nadruk op kennis, capaciteit en bedrijvigheid en een grote rol voor Nederlandse Topsectoren. Het is goed dat de kamerbrief armoede, sociale ongelijkheid en milieurisico’s benoemt en melding maakt van het recht op voedsel, het grote belang van vrouwenrechten en landrechten, met nadruk op toepassing van Tenure  Guidelines. Dit is essentieel voor het bereiken van voedselzekerheid, juist ook voor vooralsnog gemarginaliseerde kleinschalige boer(inn)en.  Het is ook positief dat de brief erkent dat toenemende globale vraag naar voedsel , diervoeder (vooral soja) en biobrandstoffen (veel palmolie en suikerrietethanol) leidt tot te grote druk op eindige natuurlijke hulpbronnen. Dat daardoor juist de voedselproductie van en voor kleinschalige boer(inn)en ondermijnd wordt had meer nadruk verdiend. Hoe promotie van internationale handel en Nederlandse Topsectoren aan deze druk van internationale handelsketens weerstand kan bieden maakt de brief niet duidelijk. We zien daarmee in deze brief de aanhoudende spagaat binnen en tussen het beleid voor ontwikkelingssamenwerking, internationale handel, economische zaken en landbouw. Nederlandse economische belangen dreigen de noodzaak van het recht op voedzaam voedsel voor de allerarmsten, vooral vrouwen en kinderen, en van inclusieve ecologische landbouw te overschaduwen. Hoewel de brief uitgebreid ingaat op verschillende private sector instrumenten, wordt gesteld dat onderliggende oorzaken van ondervoeding (uitsluiting en marginalisering) buiten dit beleid vallen. De nadruk op wereldwijde (i.p.v. lokale) voedselzekerheid en op productiviteitsverhoging wordt door veel Nederlandse stakeholders geïnterpreteerd als een eenzijdige oproep tot investeringen in globale agrocommodity-ketens en grootschalige landbouw. Om dit te voorkomen dient de Nederlandse overheid explicieter te kiezen voor voedselzekerheid van de allerarmsten,  het investeren in kleinschalige boer(inn)en en daarbij een meer politieke analyse niet te schuwen. Omdat wij daar natuurlijk graag over meedenken hierbij als eerste aanzet een vijftal aanbevelingen:

  1. De brief benadrukt het recht op voedsel. Om hier invulling aan te geven, zou de Nederlandse overheid de VN richtlijnen t.a.v. het Recht op Voedsel en aanbevelingen van de Speciale Rapporteur van de VN kunnen volgen. Hierin worden de arme meerderheid en meest kwetsbaren centraal gesteld en alle beleid getoetst op de gevolgen voor hun voedselzekerheid. Interventies dienen direct bij te dragen aan democratisering en verduurzaming van de wereldvoedselsystemen, met nadruk op lokale voedselsystemen in ontwikkelingslanden. Voor praktische uitvoering zijn bestaande adviezen van IAASTD (2008) en UNCTAD (2013) dat pleitte voor “ecologische intensivering voor het te laat is” zeer relevant.
  2. Geef lokale en regionale voedselketens prioriteit boven internationale agrocommodity ketens. In de brief wordt een voorbeeld aangehaald van de cacaoketen als een ‘belangrijke’ voedselketen (wat ook vaak gesuggereerd wordt voor soja, koffie en palmolie), waarschijnlijk omdat zulke ketens  werkgelegenheid en inkomsten kunnen opleveren.  Het pespectief van globale handelsketens van niet essentiële voedselgewassen  is niet alleen verwarrend (ook textiel- en electronicaketens leveren immers werkgelegenheid op), maar ook risicovol wanneer concurrentie met verbouw van nutriëntrijk voedsel voor de lokale markt niet expliciet wordt voorkomen. Daarnaast is meer aandacht voor sociaaleconomische en gender machtsverhoudingen binnen ketens, evenals risico’s voor verlies aan biodiversiteit in productiedomeinen van ketens, essentieel.
  3. Maak een duidelijke keuze voor duurzaamheid door heldere voorwaarden en een grotere inzet op agroecologie zowel hier als in ontwikkelingslanden. Bij de Nederlandse inzet voor ‘klimaatslimme’ landbouw ontbreekt het aan heldere milieu- en sociale criteria. Echt duurzame landbouw voedt de bodem en richt zich op het minimaliseren van externe inputs en het sluiten van kringlopen. Daarbij wordt de uitstoot van broeikasgassen geminimaliseerd en worden broeikasgassen zelfs in de bodem opgeslagen, wat bijdraagt aan het oplossen van het klimaatprobleem en aan voedselzekerheid.
  4. Wij juichen het toe dat de bewindslieden inzetten op een sterkere koppeling met vrouwenrechten t.a.v. Seksuele en Reproductieve Gezondheid (SRGR).  Voor het bereiken van de voedselzekerheidsdoelstellingen is het echter belangrijk dat over de gehele linie nadruk komt op vrouwenrechten en gendergelijkheid. Het aanpakken van onderliggende oorzaken van voedselonzekerheid, zoals als discriminatie, uitsluiting en oorzaken van armoede in bredere zin, zou juist een belangrijk onderdeel van dit beleid kunnen en moeten zijn. Empowerment van vrouwen en andere gemarginaliseerde groepen en investeringen in publieke dienstverlening op het platteland zijn hierbij essentieel.
  5. Het is positief dat deze noodzaak van beleidscoherentie voor ontwikkeling benoemd wordt en dat er plannen zijn om handelsimpacts in kaart te brengen. Deze en eerdere brieven laten echter zien dat er nog een hoop moet gebeuren om coherentie van dit en ander beleid te vergroten. Zo wordt er in een kamerbrief over “Internationaal landbouwbeleid” van Staatssecretaris Dijksma van 24 maart jl. gerefereerd aan de balans tussen economie en ecologie zonder dat sociale perspectieven worden meegenomen. Het zou positief zijn als ook Staatssecretaris Dijksma in haar beleid de noodzaak van voedselzekerheid en nutriëntrijk voedsel benoemt en garanties inbouwt voor het recht op voedsel voor kwetsbare groepenwereldwijd.

Het is begrijpelijk dat de bewindslieden in hun zoektocht naar ‘win-wins’ voor verschillende beleidsterreinen aandacht hebben voor Nederlandse economische belangen en de rol van het bedrijfsleven. Vanuit de Nederlandse commitment t.a.v. het Recht op Voedsel en Beleidscoherentie voor Ontwikkeling volgt echter ook logisch dat de allerarmsten en hun (lokale!) voedselzekerheid daar juist bij gebaat moeten zijn en dus zeker niet de dupe van mogen worden. Wij hopen dan ook dat de Tweede Kamer en bewindspersonen bereid zijn tot een meer politieke analyse en verdergaande keuzes om honger de wereld uit te helpen en tot een echt duurzame voedselvoorziening te komen.   Danny Wijnhoud (senior onderzoeker) en Barbara van Paassen (beleidsadviseur), ActionAid Tjerk Dalhuisen,  mede-organisator Voedsel Anders conferentie (februari 2014)

De roep om inclusieve ontwikkeling komt uit het zuiden

Door Lieke Scheewe | 03 december 2020

In de geschiedenis van internationaal beleid rond handicap heeft het mondiale zuiden ondanks scheve machtsverhoudingen een belangrijke rol gespeeld. Het VN Verdrag Handicap, dat door Nederland als een van de laatste landen ter wereld werd geratificeerd, daagt ook ons uit om nu eindelijk in actie te komen en ontwikkelingssamenwerking meer inclusief te maken, schrijven Lieke Scheewe (Dutch Coalition on Disability and Development) en Paul van Trigt (Universiteit Leiden).

Lees artikel

Dangote wants to increase Nigeria’s self-reliance on food

Door Emmanuel Ndadozie | 30 november 2020

Nigeria relies largely on imported food to feed its population. Some years ago, the Nigerian multinational Dangote decided to change this situation. It started by purchasing six rice mills that will become operational in the next 18 months. Dangote Rice has started restructuring the rice farming sector tells Robert Coleman, Agricultural Director of Dangote’s rice business in Nigeria. ‘I believe agriculture is the future of Africa.’

Lees artikel

Minister Wiebes: woordvoerder van Shell of Nederlands Minister voor Economische Zaken en Klimaat?

Door Jurrian Veldhuizen | 25 november 2020

Inmiddels twee maanden geleden stelde Lammert van Raan van de Partij voor de Dieren 25 zeer kritische Kamervragen aan Minister Hoekstra van Financiën en Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat over de twijfelachtige klimaatplannen van olie- en gasbedrijven. Minister Wiebes had lang de tijd nodig om antwoord te geven. Toen het uiteindelijk kwam, bleek de minister een uitstekende woordvoerder voor Shell en een kampioen in het ontwijken van vragen en daarmee verantwoordelijkheden, schrijft Jurrian Veldhuizen namens Building Change.

Lees artikel