Door:
Lennaert Rooijakkers

21 november 2014

Categorieën

plenaire_zaalEr heerste overwegend tevredenheid over de uitleg die minister Ploumen gaf en deze toezeggingen die zij gisteravond deed tijdens het restant van de eerste termijn en de tweede termijn van het begrotingsdebat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Maar de schoen wrong toch weer toen het op het bnp-vraagstuk aankwam. Ze lijkt zich zo vaak soepel door de debatten te bewegen. De woorden ‘deze motie onraad ik’ klinken uit bijna niemands mond zo aannemelijk als die van minister Ploumen, waarna zij gedecideerd het zoveelste A4’tje omdraait om door te gaan naar het volgende discussiepunt. Maar gisteren maakte de PvdA-minister toch een aardige uitglijder met haar twijfelachtige verdediging over het vasthouden aan de oude bnp-koppeling. De dag ervoor was de kwestie al te berde gebracht door GroenLinks-voorman Bram van Ojik. ‘Waarom is het herschatte bnp niet de norm voor de komende jaren?’, vraagt Van Ojik donderdag opnieuw. ‘Hoe legt u uit dat de nieuwe norm wel wordt aangehouden bij de berekening van de afdracht aan de Europese Unie (waarmee het kabinet vandaag definitief mee instemde, red.) en de omvang aan het begrotingstekort, en níet bij de berekening van het ontwikkelingssamenwerkingsbudget?’, wil hij weten. Een duidelijk antwoord van de minister blijft uit. ‘Er wordt de komende jaren 570 miljoen euro extra uitgetrokken voor noodhulp’, luidt haar reactie op de vraag van Van Ojik. Feit is echter dat dit additionele middelen zijn die niet voortkomen uit de bnp-stijging, van een helder antwoord kan niet gesproken worden. Desondanks neemt Van Ojik z’n verlies en besluit niet meer over percentages te praten als hij zijn moties indient die onder andere over belastingontwijking gaan. Daarmee lijkt voor hem, en ook voor Agnes Mulder (CDA) die even tevoren de minister ook kritisch bevroeg over de BNP-kwestie, de zaak afgedaan. Het DGGF-succes Liever dan in te gaan op de vraag hoe het kan dat de nieuwe BNP-berekening niet voor Ontwikkelingssamenwerking geldt, steekt zij de loftrompet over het Dutch Good Growth Fund (DGGF), waar de avond ervoor nog zoveel vragen over bestonden. Volgens de minister hebben meer dan honderd bedrijven belangstelling getoond en nog eens honderd intermediaire fondsen willen de financiën van het mkb in het zuiden regelen. De komende weken moeten de laatste plooien worden gladgestreken en zullen de eerste handtekeningen worden gezet.  Zowel binnen het eerste als tweede spoor, zo antwoordt zij op vragen van Ingrid de Caluwé (VVD). De vraag of het klopt dat er nog geen euro is uitgegeven, wat Sjoerd Sjoerdsma (D66) wil weten, kan de minister eveneens bevestigen. ‘Sinds 1 juli kunnen bedrijven zich aanmelden, dat is minder lang geleden dan het lijkt. Omdat haastige spoed zelden goed is, wil ik er zorg voor dragen dat alles op de juiste plaats terecht komt. Er zal nog dit jaar tachtig miljoen euro worden uitgegeven via het DGGF, de resterende twintig miljoen wordt doorgeschoven naar volgend jaar’, laat zij ambitieus weten. Ook aangaande de TTIP-overeenkomst probeert Ploumen zo goed mogelijk de gemoederen tot bedaren te brengen. ‘Mijn inzet is niet alleen om negatieve effecten te minimaliseren maar ook om positieve resultaten voor ontwikkelingslanden te maximaliseren. Een van de belangrijkste gesprekspartners uit de Verenigde Staten heeft aangegeven hierop te willen toezien. Ik ben er dus van overtuigd dat het akkoord zo voordelig mogelijk zal zijn.’ Van het ene handelsakkoord naar het andere dan. Want ook over de EPA’s bestaan nog genoeg twijfels en vragen. Zo is Eric Smaling (SP) er niet gerust op dat het akkoord de zuid-zuid samenwerking zal bevorderen. Ook Van Ojik laat zich over het onderwerp uit: ‘Onderzoeken die ik ken zeggen dat handelsstromen verlegd worden. Dat zou een contraproductief en ongewenst effect van EPA’s zijn. Wil de minister hier nog eens kritisch naar kijken?’ Dat wil Ploumen wel, en zij kondigt aan in de loop van 2015 hier nog eens een uitgebreid met de Kamercommissie over in gesprek te gaan. Van Ojik en Smaling vragen de minister bovendien een antimisbruikbepaling op te nemen in reeds bestaande en nog te sluiten bilaterale belastingverdragen met ontwikkelingslanden, zodat geld eerlijk verdeeld kan worden. Zij zegt met staatssecretaris van Financiën Wiebes te zullen kijken wat er mogelijk is. 160.000 banen Ondanks Ploumen’s mooie woorden wordt de effectiviteit van de combinatie van hulp en handel door veel sprekers nog flink in twijfel wordt getrokken. ‘Vanwaar handelsmissies naar Zuid-Soedan of Liberia, de mensen daar hebben in de eerste plaats veel meer behoefte aan andere zaken?’, merkt Sjoerdsma op. Van Ojik verwijst naar een rapport waarin staat dat hulp en handel nooit goed samen kunnen gaan en wil een reactie van de minister daarop. Smaling zegt dat op dat investeringen belangrijker zijn dan handel. Niettemin heeft haar beleid volgens Ploumen al flinke vruchten afgeworpen. ‘Werkt hulp en handel? Ja, kan ik hierbij zeggen. Deze agenda heeft tot nu toe voor 160.000 banen in ontwikkelingslanden gezorgd.’ De cijfers baren opzien in de Kamer. Bosma vraagt zich af waar hij deze statistiek kan terugvinden en vraagt zich licht spottend af wat Ploumen op deze post doet als zij in staat is zoveel werkgelegenheid te creëren. ‘Daar kan minister Asscher wat van leren’, is de reactie van Sjoerdsma. De moties die tijdens het debat worden ingediend zijn talrijk. Zo dient Roelof van Laar (PvdA) een motie in om geen kleding meer te verkopen in Nederland die met kinderarbeid zijn gemaakt, en proberen Agnes Mulder (CDA) en Joël Voordewind (ChristenUnie) de bezuinigingen op ngo’s te verzachten door vanaf 2016 structureel 50 miljoen te verschuiven ten koste van multilaterale instellingen. Joël Voordewind wil middels een motie haast maken met een convenant voor de kledingsector en Eric Smaling (SP) dient een motie in over een vermeend ongelijk level playing field tussen de media Vice Versa en OneWorld. Volgens Smaling wordt OneWorld onterecht voorgetrokken door het ministerie, maar Ploumen ontkent dat. Een handvol amendementen worden ook ingediend. Zo wil de VVD meer budget voor vrede en veiligheid. MVO In het blokje over maatschappelijk verantwoord ondernemen lijken de neuzen meer dezelfde kant op te staan. De bedrijven die de minister meeneemt op handelsmissie moeten zich hoe dan ook houden aan de mvo-richtlijnen die door de OESO zijn opgesteld, zegt de zij na vragen van Agnes Mulder (CDA). Ook kan Ploumen zich vinden in het voorstel van Joël Voordewind (ChristenUnie) dat ngo’s moeten worden gebruikt als waakhond bij het opstellen van maatschappelijk verantwoord ondernemen convenanten, zoals voor de kledingindustrie. Ook neemt zij zich voor om op Voordewind’s initiatief zich te verdiepen in de mogelijkheid tot ontwikkeling van een keurmerkondergrens, een minimale standaard voor voedselkeurmerken. Zo krijgt bijna iedereen bevredigende antwoorden van de minister. Bijna. Want in dat hefboomfonds, waar Sjoerdsma al zo lang mee loopt te leuren, ziet de minister nog steeds geen heil. Helaas voor hem. Aanstaande dinsdag zal er over de ingevoerde moties gestemd worden.  

Nieuwe burgerbewegingen op de bres voor Europese waarden

Door Guido Deuzeman | 08 mei 2019

Op 23 mei mogen we weer naar de stembus en er staat wat op het spel. De waarden onder de EU zelf staan onder druk. Ook in ons eigen land, zegt Guido Deuzeman. Maar gelukkig is er een groeiende beweging in Europa en Nederland van mensen die een grens willen trekken en zich laten horen. En werken ngo’s vaker succesvol samen om die mensen te mobiliseren. De campagne Hart boven Hard is een goed voorbeeld.

Lees artikel

‘Van deze rechtsstaat-in-naam wens ik de versierselen niet langer te dragen’

Door Marc van Dijk | 19 april 2019

Trots en dankbaar was Nico Keulemans toen hij door de koningin geridderd werd, na een leven vol ontwikkelingswerk. Nu stuurt de 88-jarige zijn onderscheiding terug. Hij herkent de rechtsstaat Nederland niet meer.

Lees artikel

Zijn we klaar voor verandering?

Door Siri Lijfering | 08 april 2019

Maatschappelijke organisaties staan wereldwijd onder druk. Dit kan het einde betekenen van het bestaan van een kritisch maatschappelijk middenveld én van internationale samenwerking. Door lokale organisaties te brandmerken als spreekbuis van het westen, proberen overheden kritische organisaties vleugellam te maken. Lokale fondsenwerving en mobilisatie van een sterke achterban zijn daarmee belangrijker geworden dan ooit.

Lees artikel