Door:
Rebecca Tank

13 november 2014

Categorieën

397_voorkant Het Initiatief Duurzame Handel (IDH) heeft een succesvolle bijdrage geleverd aan gecertificeerde productie, maar de effecten op armoede zijn erg bescheiden. Het IDH zou haar doelstellingen realistisch moeten houden. Dat is de conclusie uit de IOB-evaluatie ‘Riding the Wave of Sustainable Commodity Sourcing’. Een belangrijk onderdeel van ontwikkelingssamenwerking is het uitvoeren van lokale projecten en initiatieven die ten goede komen aan de kennis en vaardigheden van hulpbehoevenden. Er is steeds meer aandacht voor de duurzaamheid van zulke projecten, doordat het van essentieel belang is dat kennis en vaardigheden blijven bestaan wanneer de financiering van een bepaald project ten einde is. Evaluaties en reviews over ontwikkelingsprojecten zijn onmisbaar voor de duurzaamheid hiervan. Zo ook voor het Initiatief Duurzame Handel (IDH) dat tussen 2008 en 2013 werd geïmplementeerd. In 2008 werd het IDH opgezet vanuit de Nederlandse overheid in samenwerking met een aantal bedrijven, maatschappelijke organisaties en vakbonden met als doel productiesystemen van kleine ondernemers te verbeteren zodat een duurzame markttransformatie plaats kan vinden. De evaluatie van dit initiatief is uitgevoerd door de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB) en geeft weer dat het IDH succesvol heeft bijgedragen aan de schaalvergroting van duurzaamheidsinitiatieven. Er werd bij de evaluatie vooral gekeken naar vijf goederen: cacao, katoen, thee, kweekvis en natuursteen. In vrijwel alle sectoren zijn de kwantitatieve doelen ruimschoots gehaald, alleen bij natuursteen vielen de resultaten iets tegen. Uit de evaluatie blijkt echter dat er van duurzame markttransformatie nog geen sprake is. Het gaat om de kleine stappen vooruit Inspecteur Jan Klugkist, hoofdverantwoordelijke van dit onderzoek, legt uit dat het IDH in haar doelstellingen de lat erg hoog heeft gelegd. Hij concludeert dat IDH samen met ngo’s en bedrijven zoals Mars, Unilever en IKEA een succesvolle bijdrage hebben geleverd aan de uitbreiding van gecertificeerde productie zoals UTZ cacao, Rainforest Alliance thee en Better Cotton. Dit wil alleen niet zeggen dat de omslag naar volledig duurzame productie is bereikt. Daarvoor hebben deze keurmerken te weinig invloed op en armoede en milieu. De effecten zijn wel positief, maar ook erg bescheiden. Zo verdient een UTZ cacaoboer in West-Afrika misschien 10% meer op zijn bonen, maar daarmee kan zijn gezin nog niet aan extreme armoede ontsnappen. ‘We hebben een paar stappen gezet op de weg naar duurzaamheid, zoals bijvoorbeeld merkbaar is bij Better Cotton. Dit is ooit begonnen als een klein initiatief, maar inmiddels zijn de impulsen dermate groot dat het een belangrijke bijdrage levert aan een duurzame productiewijze van katoen’. Naast de certificering rond standaarden, zijn ook trainingen van boeren en boerinnen een belangrijk onderdeel van de kleine stapjes in de richting van duurzame markttransformatie. Schoenmaker blijf bij je leest Vanuit het IDH zijn boeren en boerinnen getraind om op een meer duurzame wijze goederen te produceren. Uit de evaluatie blijkt echter dat producenten en werknemers chronische armoede niet kunnen ontsnappen.  Dus hoe duurzaam zijn deze trainingen dan eigenlijk als aanhoudende armoede niet wordt opgelost? Volgens Klugkist moet het IDH haar doelstellingen realistisch houden, zodat in kleine stappen het uiteindelijke doel bereikt kan worden. Daarnaast is het erg belangrijk het IDH zich alleen bezighoudt met activiteiten die binnen haar eigen doelstellingen vallen. Momenteel beperkt IDH haar werkzaamheden niet alleen tot certificering van standaarden, maar begeeft zij zich ook op terreinen waar andere door Nederland gesteunde ontwikkelingsorganisaties actief zijn. ‘IDH dreigt nu de zoveelste organisatie te worden die op meerdere terreinen werkzaam is’, licht Klugkist toe. ‘Het zou naar ons oordeel beter zijn om dan met organisaties zoals FMO en Agriterra een partnerschap op te zetten in plaats van zelf initiatieven te beginnen op het gebied van kredietverschaffing en innovatieve financiering of het versterken van boerenorganisaties.’ Selectief gebruik van data Een ander kritiekpunt dat naar voren komt bij de evaluatie is het selectief gebruik van data bij impact rapporten die door IDH zijn opgesteld. ‘Soms claimt IDH resultaten die er nog niet zijn’, vertelt Klugkist. ‘Het is goed dat IDH impact studies uitvoert, maar zij brengen soms initiële verschillen tussen gecertificeerde en niet-gecertificeerde boeren als resultaat van hun interventies, terwijl die verschillen ook in de selectie kunnen zitten. Impact rapporten worden op zo’n manier weergegeven dat ze bijna omschreven kunnen worden als PR-achtige boekjes.’ Bepaalde resultaten die bijvoorbeeld in Pakistan zijn behaald, worden neergezet alsof zij het effect zijn van het Better Cotton initiatief. Onderzoek van het IOB toont echter aan dat de vergelijkingsgroep niet aan de juiste criteria heeft voldaan, waardoor zulke conclusies geeneens gerechtvaardigd zijn. Het selectief gebruik van data geeft dus een vertekend beeld van de werkelijkheid. Hoe nu verder? Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft voor de periode 2008 tot eind 2015 een bedrag van 123 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de financiering van het IDH. Omdat het ministerie vervolgfinanciering overweegt, heeft het IOB deze inspectie uitgevoerd zodat zij het ministerie kan informeren bij de te maken keuzes. ‘Wij geven het ministerie als advies om dichter op het IDH te gaan zitten’, spreekt Klugkist uit. Hiermee verwijst hij naar het belang van een gekwalificeerde vertegenwoordiger van het ministerie in de Raad van Toezicht van IDH. Deze kan de publieke belangen behartigen en toezien op adequate inbreng van ngo’s en zuidelijke producenten in IDH’s strategie-ontwikkeling. Daarnaast adviseert het IOB dat het ministerie een proactieve rol moet gaat spelen op het operationele vlak zodat er een sterker samenwerkingsverband is tussen IDH en andere door het ministerie gesteunde programma’s. Het is te hopen dat het IDH na deze evaluatie zich nog meer in gaat zetten voor het bewerkstelligen van verduurzaamde grondstoffenketens, zodat duurzaamheid niet stopt wanneer de geldkraan van het ministerie wordt dichtgedraaid. Daan de Wit, communicatiemanager van het IDH, laat in een reactie weten dat zij blij zijn met de positieve evaluatie van het IOB. IDH onderkent dat certificering tot nu vooral de goed presterende boeren heeft bereikt. Uit onafhankelijk impact onderzoek in opdracht van IDH uit 2012 en 2013 bleek al dat er meer nodig is om het inkomen van boeren te verbeteren dan certificering alleen. In lijn met de aanbevelingen van het IDH zijn een aantal vernieuwingen in gang gezet. Initiatieven rond innovatieve financiering, gender en kindersmokkel worden in partnerschap met respectievelijk FMO, Hivos en UNICEF ontwikkeld.

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel