Door:
Rebecca Tank

28 oktober 2014

Categorieën

chris dolanRecent verscheen al een artikel op de website van Vice Versa over de promotie van Mijke de Waardt waarbij de term ‘transitional justice’, de weg die een staat inslaat om na een periode van met mensenrechtenschendingen soortgelijke situaties te voorkomen, een centrale rol speelt. Ook vorige week maandag stond dit onderwerp in de schijnwerpers tijdens de seminar ‘Transitional justice where there is no transition: A focus on Uganda’, die gehouden werd in het Afrika Studie Centrum (ASC) te Leiden. Gastspreker Chris Dolan, directeur van het ‘Refugee Law Project,’ leidde de seminar en stimuleerde de deelnemers om te ontdekken of het emancipatorisch potentieel  van ‘transitional justice’ wordt ondermijnd, en zo ja, of deze trend nog kan worden teruggedraaid. Dolan, promovendus aan de prestigieuze London School of Economics, heeft met veel uiteenlopende organisaties in Afrika, Europa en Zuidoost Azië gewerkt die zich bezighouden met onderwerpen zoals conflicten, gedwongen migratie, bestuur, gender en seksualiteit. Zijn meest recente publicatie is een boek getiteld ‘Social Torture: The Case of Northern Uganda, 1986-2006, gaat in op de centrale rol die de overheid speelde in het creëren van een laat erkende humanitaire crisis. Niet alleen individuen, maar de samenleving als geheel vertoonde typische symptomen van sociale marteling waardoor de dader-slachtoffer tweedeling wazig werd. Het boek bouwt voort op de politieke economie, sociale antropologie, internationale betrekkingen en psychoanalytische benaderingen van geweld waarbij de nadruk ligt op herstel na een conflict vanuit het ‘transitional justice’ perspectief. Het veranderend beeld van ‘transitional justice’ In zijn presentatie legt Dolan uit dat de betekenis van ‘transitional justice’ in de loop der jaren veranderd is. Begin jaren negentig had hijzelf nog niet eerder van deze term gehoord, maar al snel kreeg deze specifieke benadering steeds meer belangstelling. Toen deze methode voor het eerst werd gebruikt, waren beleidsmakers vooral gefocust op het afbakenen van nieuwe regeringsovereenkomsten. Wanneer zich een conflict had voorgedaan, werd er een regeling getroffen zodat de vrede hersteld kon worden. Daarnaast werd het oude regime vervangen door een nieuw bewind en op deze manier was er een veronderstelde garantie dat een vergelijkbaar conflict zich niet opnieuw zou voordoen. In 2000 werd er meer afstand van deze conflict- postconflict situatie genomen. ‘Transitional justice’, zo legt Dolan uit, ‘staat niet langer voor verandering van de lokale overheid, maar voor verandering van het bestuur.’ Het vormt nu de scheidingslijn tussen de oude en nieuwe situatie in plaats van dat ‘transitional justice’ pas plaatsvindt wanneer het conflict ten einde is. Met deze insteek is er meer ruimte voor een andere benadering, nieuwe ideeën, nieuwe technologieën en een nieuwe vorm van politieke druk. Hiermee duidt Dolan op de kracht van sociale media en documentaires. Als voorbeeld refereert hij naar de docufilm ‘They Slept with Me’, gemaakt door het ‘Refugee Law Project’, waarin aandacht wordt besteedt aan de mannelijke slachtoffers van seksueel geweld. Volgens Dolan is het moeilijk om enkel met woorden duidelijk te maken wat er gaande is op het gebied van mensenrechtenschendingen. Door slachtofferverklaringen vast te leggen op beeld en geluid, wordt een platform gecreëerd voor mensen die niet eerder hun verhaal naar buiten hebben kunnen brengen. Ook mannen zijn het slachtoffer van seksueel geweld Als directeur van de ‘Refugee Law Project’ heeft Dolan als doel taboes te doorbreken en slachtoffers een stem te geven. Dit doet hij onder andere door het maken van korte docufilms, zoals ‘They Slept with Me’. In twaalf minuten wordt het aangrijpende verhaal van de mannelijke slachtoffers weergegeven die eind jaren tachtig verkracht en mishandeld zijn door soldaten van de Oegandeese regering. De meeste slachtoffers zijn  onherkenbaar in beeld gebracht, behalve een man die gedreven is om eindelijk zijn verhaal met de rest van de wereld te kunnen delen. Hij en zijn vrouw, hoogzwanger van een tweeling, werden in april 1987 het slachtoffer van seksueel geweld en zijn beiden meerdere malen verkracht door soldaten. Jaren na het incident blijft het slachtoffer nog last hebben van de wonden die hij aan de verkrachting heeft overgehouden. ‘Mijn bitterheid zit vooral in het feit dat dit geen natuurlijke infectie is, maar een resultaat van anale penetratie dat niet normaal is voor mij als man’, legt het slachtoffer uit. Door het onderwerp bespreekbaar te maken, hopen de makers van de documentaire druk uit te oefenen op de regering, zodat dit probleem niet langer in de doofpot wordt gestopt en de slachtoffers erkenning en financiële compensatie ontvangen voor de afschuwelijke gebeurtenissen die hen zijn aangedaan. Alleen vergeving  is voor de slachtoffers niet genoeg. ‘Vergeving nadat je mij pijn hebt gedaan kan geen goede vergeving zijn’, zegt een ander slachtoffer. De regering is op de hoogte van de incidenten, maar doet hier niks mee. De slachtoffers zelf hadden weinig hoop dat de overheid hen een financiële compensatie zouden geven, maar door middel van deze documentaire hebben zij de mogelijkheid een verandering in gang te zetten. Momenteel speelt het maatschappelijk middenveld een belangrijke rol binnen ‘transitional justice’, doordat zij hieraan een bijdrage levert en een katalysator vormt voor politieke overgang in Oeganda. Ngo’s en grassroot organisaties hebben platforms opgezet waarbij ruimte wordt gecreëerd voor verscheidende belanghebbenden. Er is nu meer aandacht voor de slachtoffers van het geweld in Oeganda. Daarnaast probeert het maatschappelijk middenveld ook de toeristische sector te mobiliseren, zodat toeristen ook op de hoogte zijn van de donkere kant van Oeganda. Zo wordt er bijvoorbeeld tegenwoordig tijdens rondreizen een stop gemaakt bij een museum voor slachtoffers van het humanitaire conflict. Naast sociale platforms en musea zijn er ook verscheidende wetten aangenomen die de vrede in Oeganda moeten herstellen, zoals de ‘Amnesty Act’ die in 2000 is aangenomen en wordt beschouwd als Oeganda’s belangrijkste wet voor vredesopbouw. Klik hier voor verdere informatie over het ‘Refugee Law Project’ en interessante documentaires.

Hoe de ziel uit de ngo-sector verdwijnt

Door Marc Broere | 13 november 2019

Ze behoren tot de pioniers en innovators van de milieubeweging en ontwikkelingssamenwerking in Nederland en vormden decennialang een spraakmakend duo. Hoewel ze volop genieten van hun pensioen, luiden Ron van Huizen en Hans Guijt de noodklok over een ontwikkeling die hen zorgen baart: raden van toezicht die ontwikkelingsorganisaties willen laten besturen alsof het bedrijven zijn. ‘Stop met de idiote doelstelling dat je altijd moet groeien.’

Lees artikel

Deugen de meeste mensen nu wel of niet?

Door Hans Beerends | 31 oktober 2019

Historicus Rutger Bregman stelt in zijn nieuwe boek dat de meeste mensen deugen, verwijzend naar de prehistorie. Daar staat volgens Hans Beerends tegenover dat veel deugende mensen zich ook gemakkelijk laten misleiden.

Lees artikel

Het Raadsel van de ander

Door Vice Versa | 08 oktober 2019

In de nieuwe Vice Versa die komend weekend verschijnt staat ‘de ander’ centraal en zoeken we naar een nieuw, progressief narratief. Angst voor de ander kun je alleen bestrijden met menselijke verhalen, schrijven Ayaan Abukar en Marc Broere.

Lees artikel