Door:
Vice Versa

16 oktober 2014

Categorieën

VoedselvoorzieningNepalIMG_5764OPINIE – Grijp Wereldvoedseldag aan om nu eens echt veranderingen door te voeren in het mondiale landbouw- en voedselsysteem, dat bepleiten Danny Wijnhoud (ActionAid) en Tjerk Dalhuisen (mede-organisator van de Voedsel Anders conferentie). Zij verwachten dat ook het nieuwe Nederlandse beleid de accenten onvoldoende zal verleggen.  Vandaag is het Wereldvoedseldag, hét moment om te pleiten voor een échte omslag in de landbouw- en het voedselsysteem. De belofte dat het grote bedrijfsleven de wereldbevolking op een duurzame wijze kan voeden is achterhaald. De industriële landbouw heeft geen einde gemaakt aan honger, maar is wel verantwoordelijk voor minstens een kwart van de uitstoot van broeikasgassen en een enorm verlies aan biodiversiteit. Overal ter wereld groeit de roep om een andere  aanpak die het klimaat spaart en zowel bevolking als de bodem voedt in plaats van uitput. ‘Wordt wakker voor het te laat is’ luidt niet voor niets de titel van een recent VN-rapport.  In het Nederlandse beleid is hier tot op heden weinig van terug te vinden – een enorme gemiste kans. Deze week leggen minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken een nota aan het parlement voor met de speerpunten van het Nederlandse beleid voor voedselzekerheid. Naar verwachting dicht deze nota nog steeds mythische waarde toe aan de technologische innovaties die het grote bedrijfsleven en de industriële landbouw zullen brengen. Dit is in lijn met het huidige Nederlandse beleid en de recente lancering van een internationaal initiatief op de Klimaattop in New York, ‘klimaatslimme landbouw’, waarbij Nederland een voortrekkersrol speelde. ‘Klimaatslimme landbouw’ is zoals een recente analyse van de ngo ActionAid laat zien een slimme naam zonder concrete inhoud.  De claim van drievoudige winst  door tegelijkertijd de uitstoot van broeikasgassen te reduceren, landbouwsystemen aan klimaatsverandering aan te passen en de landbouwproductie te verhogen roept vele vragen op. Meer dan honderd internationale en landelijke maatschappelijke organisaties hebben afgelopen maand de Alliantie voor ‘Klimaatslimme Landbouw’ in een open brief verworpen. Zo worden in het initiatief voedzaam voedsel voor de allerarmsten en ondersteuning van de duurzame kleinschalige landbouw nauwelijks genoemd. Dit terwijl zo’n tachtig procent van het voedsel in ontwikkelingslanden door kleinschalige boeren wordt geproduceerd. Milieu- en sociale criteria ontbreken, er worden geen duidelijke grenzen gesteld aan het gebruik van genetisch gemanipuleerde zaden en schadelijke bestrijdingsmiddelen, en er zijn geen richtlijnen voor behoud van biodiversiteit. De belangen van multinationals als Syngenta en McDonalds – die niet bekend staan om hun duurzame praktijken – lijken zwaarder te wegen dan die van kleinschalige boeren en boerinnen. Jammer genoeg wordt ook niet beschreven hoe kan worden ingespeeld op hoopvolle ontwikkelingen, zoals de aanbevelingen van de Speciale Rapporteur van de Verenigde Naties voor het recht op voedsel. Deze  pleit voor  een grondige democratisering en verduurzaming van de wereldvoedselsystemen, waarbij vooral de lokale voedselsystemen gebaseerd op ecologische landbouw veelbelovend zijn. Zo valt veel winst te behalen met het zeker stellen van de landrechten van vrouwen en het investeren in boerinnen die een sleutelrol vervullen in de lokale voedselvoorziening. Verder zijn er in wisselwerking tussen boeren en wetenschappers technieken ontwikkeld waarmee de opbrengst lokaal sterk verhoogd kan worden zonder afhankelijkheid van kunstmest, bestrijdingsmiddelen en dure zaden. Er is inmiddels groot draagvlak voor deze zogeheten agro-ecologische landbouw, die gestoeld is op ecologische principes. Hierdoor wordt duurzaam beheer van land en water gegarandeerd en sociale en culturele aspecten worden erkend. Dit was ook het pleidooi van de achthonderd mensen die eerder dit jaar op de Voedsel Anders conferentie in Wageningen bijeen kwamen. Ook binnen de wereldvoedselorganisatie (FAO) groeit de aandacht voor deze duurzamere vorm van landbouw en voedselvoorziening. Indien Nederland een voortrekkersrol wil blijven spelen dan is het nu de tijd om bij deze ontwikkelingen van de toekomst aan te sluiten. Dat is niet alleen slim, maar ook duurzaam en een belangrijke kans om voedselzekerheid te vergroten. Danny Wijnhoud (PhD) werkt als Senior onderzoeker bij ActionAid in Amsterdam. Hij ondersteunt programma’s,  campagnes en beleidsbeïnvloedingstrajecten. Hij richt zich vooral op landrechten, vrouwenrechten, duurzame en inclusieve lokale economische ontwikkeling en voedselzekerheid waarvoor hij deels kan bouwen op lange praktijkervaring met name op het Afrikaanse continent, maar ook in Azië. Tjerk Dalhuisen is een van de initiatiefnemers van het Voedsel Anders netwerk en medeorganisator van de gelijknamige conferentie die dit voorjaar 800 enthousiaste bezoekers trok.www.voedselanders.nl

De erfenis van vier bevlogen vrouwelijke ministers

Door Paul Hoebink | 07 juli 2020

Vier vrouwelijke ministers van Ontwikkelingssamenwerking sloegen eind vorige eeuw de handen ineen met de ‘Utstein-4’. De Nederlandse Eveline Herfkens was een van hen. Wat hebben zij samen bereikt? Herfkens’ long time partner in life and work poogt in zijn nieuwste boek de balans op te maken, maar raakt verstrikt in de feiten.

Lees artikel

‘Opgeven is erger dan verliezen’

Door Marc Broere | 29 juni 2020

Carolyne Ndalilah, directeur van de spraakmakende Keniaanse jongerenorganisatie TYSA, helpt jongeren zichzelf én de uitdagingen van hun gemeenschap te leren kennen. ‘Wat onze samenleving nodig heeft, zijn jongeren die voorbij de dag van morgen denken; die het als een uitdaging zien het onmogelijke uit te proberen.’

Lees artikel

In coronatijd schiet de noodhulpsector terug in oude reflexen

Door Sarah Haaij | 18 juni 2020

Noodhulp moet effectiever en meer lokaal worden georganiseerd, sprak de internationale gemeenschap in 2016 af. Voortaan zou een kwart van het hulpgeld zo direct mogelijk naar lokale partners gaan. De kloof met de praktijk is ‘schokkend’: o,1 procent van het corona-noodhulpgeld gaat rechtstreeks naar lokale ngo’s, voor wie inspraak en toegang tot fondsen tijdens de pandemie nog moeilijker lijkt te worden.

Lees artikel