Door:
Marjolein Quist

8 oktober 2014

Categorieën

Tags

8309708775_c09f605233_z kopieEen dag eerder bezetten Koerden de tweede kamer om aandacht te vragen voor de situatie in Irak. Gisteren konden Kamerleden weer rustig vergaderen en hoewel het niet over militaire steun ging, stond de situatie in Irak zeker op de agenda bij het algemeen overleg over noodhulp. Kamerleden zijn blij met het fonds, maar willen dat er nu aan de efficiëntie van internationale noodhulp wordt gewerkt. Ploumen zegde toe hier over met vluchtelingenorganisatie UNHCR en Office for the Coordination for Humanitarian Affairs (OCHA) in gesprek te gaan én reserveert voor de komende drie jaar 15 miljoen extra voor kinderen in humanitaire crises via Unicef. Naast Irak zorgen Syrië, Zuid-Sudan, de Zuid-Afrikaanse Republiek voor een ongekend aantal vluchtelingen en ontheemden. Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er wereldwijd niet zoveel vluchtelingen geweest. Daar is nu de ebola uitbraak nog bovenop gekomen. Afgelopen weekend reisde minister Ploemen zelf af naar Erbil in Noord-Irak, en de verhalen daar hebben duidelijk indruk gemaakt. Het nieuwe noodhulpfonds werd kamerbreed verheugd onthaald. Bovenop de bestaande begroting is er nu dus het Relief fund, een fonds van 570 miljoen euro voor de periode 2014-2017, waarmee Nederland in de top 10 van humanitaire donoren binnenkomt. Met alle crises die momenteel spelen kwam het eind van het bestaande noodpotje al in zicht en is dit extra geld erg welkom (klik hier voor een volledige beschrijving waar dit geld vandaan komt en hier voor een samenvatting van de Kamerbrief over het extra noodhulpbudget). Na het enthousiaste onthaal plaatst enkel De Caluwé (VVD) wat kanttekeningen bij deze budgettering: ‘We reserveren bij voorbaat al geld, dus hoeven niet opnieuw een duit in het zakje te doen wanneer er ergens een crisis uitbreekt. Dit jaar was in februari de helft van het noodpotje al gebruikt. Het is nu wel de bedoeling dat er geld in het potje blijft en niet alles tot 2017 wordt vastgelegd, zodat er flexibel op nieuwe ontwikkelingen en onvoorziene crises kan worden ingespeeld.’ Sjoerd Sjoerdsma (D’66) brengt hier overigens tegenin dat het vaak wel van te voren al duidelijk is waar het geld naar toe moet. ‘Crises in Sudan en Syrië spelen al langer.’ Coördinatie van hulp Hoewel Kamerleden blij zijn met het vrijgekomen geld blijkt er nog genoeg op- en aan te merken wat betreft het internationale noodhulpsysteem. Roelof van Laar (PvdA) steekt van wal en noemt het gebrek aan coördinatie in crisishulp samenwerking tussen hulporganisaties problematisch. Hij wijst  naar Haïti en nu Ebola als rampen waar de trage reactie voor onnodig leed zorgde. ‘Grote internationale organisaties moeten hun beter aanpak op elkaar afstellen. Ik hoop dat we nu dit geld kunnen gebruiken om een breekijzer vormen, om iets te forceren.’ Joël Voordewind (CU) vraagt zich af: ‘OCHA komt maar langzaam op stoom bij het uitbreken van een crisis, en samenwerking met ngo’s verloopt stroef, welke instrumenten en mogelijkheden hebben we ter beschikking om dit soort processen te versnellen?’ Sjoerdsma pleit voor meer onderzoek naar noodhulp. ‘Het systeem piept en kraakt, maar waar zitten precies de zwakke plekken? Hoe kan het sneller, effectiever, efficiënter? Er wordt teveel gepland alsof het om kortdurende problemen  gaat.’ De Caluwé ziet een andere oplossing en pleit voor een zogenoemd quick reaction team bij OCHA zodat sneller gereageerd kan worden. ‘De WHO is ontzettend traag in de Ebola crisis, er zitten weken tussen analyse en actie.’ SP’er Eric Smaling betreurt dat er weinig aandacht aan preventie in de brief wordt gegeven. ‘We moeten meer preventief te werk gaan, aan risicoperceptie werken, structurele noodhulp geven.’ Minister Ploumen verzekert Smaling ervan dat het beperte aantal regels in de brief over preventie niets van doen had met het belang dat daar aangehecht wordt en ziet juist de mogelijke toevoegde waarde van Nederland op dit gebied. Ploumen ziet genoeg ruimte voor verbetermogelijkheden in het noodhulpsysteem, én ziet daarin een rol voor Nederland. ‘Noblesse oblige’, zegt ze, ofwel, een bepaalde positie brengt bepaalde verplichtingen met zich mee. Ze vertelt: ‘De fase van eerste analyse naar coördineren van actie is vaak problematisch, daar gaat zo een week overheen. Ik ga kijken hoe die chaotische periode kan verbeteren, in samenspraak met EU partners. In de Filipijnen ging de coördinatie tussen ngo’s en VN bijvoorbeeld just wel goed.’ Ploumen belooft hiermee aan de slag te gaan bij de UNHCR en OCHA, waarop De Caluwé vraagt of dit een voorwaarde van voor Nederlandse steun kan worden – dat gaat Ploumen echter te ver. Innovatiepotje Sjoerdsma’s idee om een deel van het noodhulpfonds, ongeveer 15 miljoen, in innovatie te steken levert gemengde reacties vanuit de Kamerleden op. Sjoerdsma verdedigt: ‘Dit is slechts een fractie van het totaalbudget, en een goede investering. Door innovatie kan de impact van de noodhulp die we verschaffen vergroot worden.’ De Caluwe en Vordewind stellen daar tegenover: ‘Er zijn al zoveel potjes voor innovatie, moet dit per se uit noodhulp gehaald worden?’ Ploumen wil geen bestedingsdruk, dus geen potje dat uitgegeven ‘moet’ worden, maar belooft nog voor de begrotingsbehandeling uitwerken hoe ze dit idee richting wil geven. Selecteren van ngo’s Van verschillende kanten komen vragen en kritiek op de Framework Partnership Agreement (FPA) status die door minister Ploumen als criterium voor hulporganisaties wordt aangedragen. Wanneer een humanitaire ngo aan de kwaliteitseisen van de Europese commissie voldoet wordt een FPA afgesloten. Niet alle Nederlandse organisaties hebben zo’n FPA en er gaat behoorlijk wat tijd overheen voor een aanvraag is afgerond. Verschillende Kamerleden voorzien problemen met het aanvragen van zo’n keurmerk voor organisaties.  De Caluwé (VVD) stelt: ‘Die FPA toets is goed, maar we moeten in afwachting van het keurmerk  niet ineens de kraan dichtdraaien voor partners waar we goed mee samenwerken.’ Smaling vraagt zich bovendien af waarom een EU stempel nodig is. ‘Het gaat toch om Nederlands beleid? Is dit nu een kwaliteitsstempel of een bureaucratisch paraafje? Dit komt een beetje Kafkaësk over.’ Smaling noemt Stichting Vluchteling als voorbeeld van een organisatie die buiten de boot zou vallen. Een overgangsregeling waardoor organisaties meer tijd hebben om een FPA aan te vragen wordt breed gedragen. Ploumen zegt toe om ngo’s tot 1 mei de tijd te gunnen om een FPA status rond te krijgen, ‘maar dit betekent wel dat we het geld voor 2015 pas op dat moment kunnen gaan verdelen’. Smaling vraagt Ploumen om heldere wegingscriteria voor de organisaties, zodat andere spelers in het veld als grassroots organisaties niet over het hoofd gezien worden. Voordewind vraagt zich af of er geen andere criteria als het trackrecord van organisaties ter plekke meegenomen kunnen worden. Bovendien stipt Smaling aan dat andere thema’s als seksuele reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) ook een rol spelen in noodhulp. ‘Hoe zit het met organisaties die niet primair noodhulp verlenen, maar zich bezighouden met de veiligheid van vrouwen in vluchtelingenkampen?’ vraagt hij zich af. Voor Ploumen is het duidelijk. ‘Noodhulporganisaties moeten kennis over dit soort terreinen inwinnen bij ngo’s met specifieke expertise. Dit nieuwe potje is dus echt bedoeld voor duidelijke humanitaire organisaties’, vindt zij. Een lost generation voorkomen Van Laar (PvdA) vraagt nadrukkelijk aandacht voor het lot van kinderen in crisissituaties. De motie die Van Laar heeft klaarliggen om 10 à 15 miljoen euro voor Unicef te reserveren is echter niet nodig; alle aanwezigen stemmen in met zijn plannen. De Caluwé pleit zelfs voor meer middelen om een ‘lost generation’ te voorkomen. Ploumen zegt dan ook toe om jaarlijks 15 miljoen euro uit het Relief Fund voor Unicef te reserveren. Voordewind (CU) pleit om niet alleen vluchtelingen te helpen, maar ook het ontvangende gastland te ondersteunen. Hij voorziet echter problemen met landen waar Nederland niet met de overheid wil samenwerken. Hij noemt Libanon als voorbeeld, een land met ontzettend veel Syrische vluchtelingen, waar vanwege Hezbollah de overheid niet willen steunen. Ploumen wil graag gastlanden ondersteunen en heeft wel een oplossing voor het probleem dat Voordewind schetste. “Ik geef deze steun bij voorkeur niet bilateraal, maar via EU of Wereldbank, helder geoormerkt.’ Foto: Freedom House

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel