Door:
Arjanne Aleman

10 september 2014

Tags

Terwijl in westerse landen het budget voor ontwikkelingssamenwerking krimpt, groeit de middenklasse in landen als India, Kenia en Brazilië als kool. Wordt fondsenwerving niet een zaak van de lokale middenklasse? Deze vraag stond de afgelopen weken centraal op deze website. In een stampvol Humanity House werden afgelopen vrijdag conclusies getrokken tijdens een live debat georganiseerd door Wilde Ganzen en Vice Versa. What’s next?

‘Wilde Ganzen begon 57 jaar geleden met lokale fondsenwerving in Nederland. De eerste keer leverde dan 167 gulden op.’ Klaas van Mill, directeur van Wilde Ganzen opent het debat. Humanity House zit volgepakt, er zitten zelfs mensen op de trappen. ‘We gaan praten over de toekomst’, zegt Van Mill, ‘de toekomst van ontwikkelingssamenwerking, maar ook de toekomst van mensen die leven in armoede. Daar moet de focus op liggen. We gaan het hebben over lokale fondsenwerving en claim-making. Die twee gaan hand in hand.’

Veranderende wereld

‘De wereld is aan het veranderen en ook het gezicht van de armoede is drastisch veranderd. Twintig jaar leefde nog negentig procent van de armen in lage-inkomenslanden. Op dit moment leeft 75 procent van de armen in middeninkomenlanden. De middenklasse in die landen groeit enorm. We kunnen niet op dezelfde voet verder gaan zoals we lang gedaan hebben. Het gevecht tegen armoede is niet een taak van alleen westerse landen, maar moet ook lokaal gebeuren. Niet alleen vanuit de overheid, ook de middenklasse kan daar een grote rol in spelen.’

Wilde Ganzen begon daarom in 2006 met een programma gericht op lokale fondsenwerving. ‘Dat programma laat nu fantastische resultaten zien. Het richt zich op het claimen van rechten voor kinderen, maar ook op het lokaal fondsenwerven. We ontwikkelden een nieuwe manier om lokaal geld op te halen. We zijn nu op het punt dat er lokaal meer geld wordt opgehaald dan dat er geld vanuit Nederland gegeven wordt. Onze partners zijn erg creatief met manieren om geld op te halen, ze organiseren prachtige events.’ Zo maakte een van de partnerorganisaties een film, waar bekende Bollywood acteurs gratis aan meewerkten. De film kreeg meer dan veertig internationale prijzen.

Wilde Ganzen gaat dit programma omzetten in iets nieuws: de Change the Game academy. Alles wat geleerd is, wordt online gedeeld en is voor iedereen verkrijgbaar. Daarmee hoopt Wilde Ganzen een groter platform te creëren.

Focus op middenklasse

‘Er zijn hier veel mensen uit het Zuiden en we willen graag horen over hun visie. Ik kom niet uit het Zuiden. Ik kom uit Engeland, en niet eens het Zuiden van Engeland.’ Adam Pickering, internationaal beleidsmanager bij Charities Aid Foundation (CAF) en expert op het gebied van lokale fondsenwerving, verzorgt de keynote speech. ‘Het belangrijkste doel van CAF is om de omstandigheden van doneren te verbeteren. We proberen een omgeving te creëren waarin mensen zich blij maar ook genoodzaakt voelen om geld te geven aan maatschappelijke organisaties. Niet alleen rijke mensen, maar juist ook mensen uit de middenklasse.’ Die middenklasse is juist zo belangrijk, en daar wordt te weinig op gefocust, volgens Pickering.

‘De verdeling van rijkdom verandert snel. In 2030 zal de meeste rijkdom te vinden zijn in opkomende economieën. Maar er wordt in de filantropie nog teveel gefocust op rijke mensen. De middenklasse gaat in de komende jaren nog veel verder groeien. Er komen meer mensen bij, en die mensen worden ook steeds rijker. Dat is een enorm grote ontwikkeling. Ineens hebben ze geld om te spenderen aan maatschappelijke organisaties. Niet alleen helpen ze bij het bieden van diensten, maar ze helpen ook een stem te geven aan hun gemeenschap. Het gaat niet alleen om geld, maar ook de impact op de samenleving. Ze kunnen helpen met het hervormen van de maatschappij, veranderingen die ons allemaal aangaan. Een organisatie met een brede achterban van donoren heeft niet alleen meer geld, maar ook meer legitimiteit dan organisaties met een kleine, erg rijke achterban.

Schermafbeelding 2014-09-11 om 09.50.30

Als alle mensen in de middenklasse van deze opkomende economieën evenveel geld geven als mensen uit de UK, 0,4 procent van hun inkomen, heb je het over een enorm bedrag, biljoenen dollars.’

Toch zijn er nog barrières om te geven, geeft Pickering aan. ‘Overheden kunnen veel doen om vertrouwen te winnen en maatschappelijke organisaties te helpen om onafhankelijk te worden. Helaas gebeurt juist vaak het tegenovergestelde. Veel landen hebben het afgelopen jaar nieuwe wetten aangenomen die het moeilijker maken om kritisch te spreken over de overheid. Dat geldt zowel voor landen uit het Westen als ontwikkelingslanden.’ Dat laat bijvoorbeeld zijn infographic zien, waar het Verenigd Koninkrijk rood is gekleurd als één van de landen waar het maatschappelijk middenveld onder druk staat.

Schermafbeelding 2014-09-11 om 09.50.44

‘Ook zijn er wetten aangenomen in verschillende landen die het moeilijker maken om fondsen vanuit het buitenland te ontvangen’, zegt Pickering. ‘De stem van het maatschappelijk middenveld wordt in veel landen tot zwijgen gebracht. Dit is cruciaal om mensen uit de middenklasse te betrekken. Mensen willen juist een maatschappelijke organisatie steunen zodat ze invloed kunnen uitoefenen op de maatschappij.’

De stem van het Zuiden

Dan is het tijd voor de stem uit het Zuiden. Janet Mawiyoo, chief executive officer van de Kenya Community Development Foundation en Santanu Mishra, mede-oprichter en executive trustee van Smile Foundation in India, gaan in gesprek met host Andrew Makkinga. Mawiyoo is er duidelijk over: ‘Als we afhankelijk blijven van buitenlandse donoren, houden we het niet vol. We moeten op een duurzame manier zelf onze fondsen gaan werven.’ Mishra is het met haar eens. ‘Als we niet zelf onze fondsen kunnen werven met support uit onze eigen gemeenschap, worden we nooit duurzaam.’

Bovendien is er volgens Mawiyoo veel kritiek op geld van buitenaf. ‘Het is op zich zelf niet slecht, maar de manier waarop het gegeven wordt wel. Het moet niet alleen om het geven van geld gaan, maar om verantwoordelijkheid. Wij geven aan wat we nodig hebben, we halen zoveel mogelijk zelf geld op en worden daarnaast geholpen door buitenlandse donoren. Dat is een goede manier van fondsenwerven.’

Daarnaast is het volgens haar ook belangrijk om aan communicatie en branding te werken. ‘Veel ngo’s doen erg goed werk, maar niemand weet het. Mensen geven pas geld als je uitlegt wie je bent en waar je mee bezig bent.’

Mishra geeft hier een voorbeeld van. ‘Ik kwam in het veld eens een man tegen die een school had opgezet. Hij had moeilijkheden omdat hij te weinig materialen had, en kinderen verlieten voortijdig de school. Niemand in de gemeenschap wist waar hij mee bezig was, hij ontving alleen geld van familie en vrienden. Hij was zo gericht op zijn werk op school, dat hij vergat de gemeenschap erbij te betrekken. Wij hebben hem toen het belang uitgelegd om de gemeenschap bij zijn werk te betrekken en nu krijgt hij vijftig procent van het geld uit de gemeenschap.’

Schermafbeelding 2014-09-11 om 10.02.30

Roman Baatenburg van Hivos geeft vanuit het publiek aan dat de overheid verantwoordelijk is. ‘Het geld moet niet uit het Westen komen, het moet ook niet uit de lokale fondsenwerving komen, maar van de overheid. Ik hoop dat Mawioyoo het met me eens is.’ Mawioyoo is het zeker met hem eens dat de overheid verantwoordelijk is. ‘Wij zijn er ook niet blij mee dat de overheid excuses verzint om geen geld te geven. We betalen veel belasting. Maar ze houden zich vooral bezig met basisbehoeftes zoals water en voedsel. Maatschappelijke organisaties en ngo’s die controleren of de overheid het beloofde geld voor educatie en gezondheidszorg wel echt uitgeeft, zijn van groot belang. Maar onze noden zijn enorm groot. We kunnen niet wachten tot de overheid deze oppakt. We willen bijvoorbeeld zorgen dat schoolkinderen ook in de avond licht hebben zodat ze voor school kunnen werken, de overheid gaat die behoefte niet vervullen. Omdat we zoveel dingen nodig hebben, is het belangrijk om middelen overal vandaan te krijgen.’

De rol van westerse ngo’s

Het volgende deel van het debat gaat over de rol van westerse ngo’s. In gesprek gaan Viviane Hermida, adviseur bij Ecumenical Coordination of Services (CESE) in Brazilië, Jelmer Kamstra, die twee weken geleden aan de Radboud Universiteit Nijmegen zijn doctorstitel kreeg met zijn proefschrift over het bevorderen van het maatschappelijk middenveld en democratie in ontwikkelingslanden, Amanda Gigler, director of philanthropic partnerships and communications bij Mama Cash en Edwin Huizing, directeur van HIVOS.

Kamstra concludeerde in zijn onderzoek dat donorgeld een effect heeft op de organisatie, missie en strategie van ngo’s. Het personeel dat wordt aangenomen is vaak hoogopgeleid. Bovendien kost het veel geld om je organisatie te professionaliseren, waardoor ze weer afhankelijker worden van donoren. Op die manier verliezen ze vaak de voeling met hun maatschappij.

Hermida herkent zich niet helemaal in het beeld wat Kamstra schetst: ‘Er zijn in Brazilië 300.000 organisaties en die kun je niet allemaal over één kam scheren. Een deel steunt wel echt de sociale bewegingen. Wij proberen om sociale bewegingen en maatschappelijke organisaties te helpen om een verandering teweeg te brengen. Samenwerken is daarbij belangrijk. Geld is niet het allerbelangrijkst. Veel mensen achter je scharen en vertrouwen zijn belangrijk.’

Edwin Huizing laat weten dat HIVOS er wel voor probeert te zorgen om die afhankelijkheid te voorkomen. ‘We zorgen ervoor maar een gedeelte van het geld van ons komt, en dat ze niet langer dan tien jaar afhankelijk van ons zijn. Dat voorkomt Kamstra’s conclusie niet, want de organisaties kunnen natuurlijk ook naar andere internationale donoren gaan. Het is belangrijk om steeds met nieuwe partners samen te werken.’

Onthechting

Iets van de onthechting waar Kamstra over spreekt is ook terug te zien in het debat over de anti-gay wet in Oeganda. Activisten worden daar gezien als de stem van het Westen. Geld vanuit het Westen voor activisten zal dit gevoel alleen maar versterken. Is het niet beter als deze issues lokaal gesteund worden?, vraagt Makkinga. Gigler: ‘Beide zijn nodig, er zijn lokale activisten en lokaal geld voor activisme. Het is belangrijk dat het gesteund wordt vanuit het buitenland met solidariteit en geld.’ Waarbij ze er nog fijntjes op wijst dat filantropie in ontwikkelingslanden niet nieuw is. ‘Er is lokale filantropie in ontwikkelingslanden dat ouder is dan filantropie in het westen.’

Onthechting hoeft overigens niet altijd slecht te zijn, nuanceert Kamstra zijn boodschap. ‘Sommige organisaties zijn erg professioneel en onthecht van het maatschappelijk middenveld, maar hebben wel een goede relatie met de overheid. Zo was er bijvoorbeeld een ngo die samenwerkte met een lokale organisatie, die protesteerde tegen een wet over gehandicapten. Die lokale organisatie kwam niet erg ver omdat ze geen contact hadden met de overheid. Dat kon die andere organisatie weer voor elkaar krijgen. Die samenwerking kan heel gunstig zijn, maar dan moeten organisaties elkaar wel vertrouwen. In Ghana was er veel strijd onderling tussen ngo’s om geld binnen te halen. Er was geen samenwerking uit angst om donorgeld te verliezen. Maar ik zie daar veel kansen.’

What’s Next?

Hoe moet het nu verder? Daarover praten Adam Pickering, Bart Romijn directeur van Partos en Ingrid de Caluwé, woordvoerder Ontwikkelingssamenwerking van de VVD.

Romijn ziet het proefschrift van Kamstra als een waarschuwing. ‘We raken inderdaad onze achterban kwijt. De rol van ngo’s wordt minder omdat het publiek zichzelf organiseert, kijk naar de Arabische lente. Wij weten niet hoe wij daar op in moeten springen als ngo’s.’

De Caluwé beaamt dat er veel aan het veranderen is. ‘Ontwikkelingslanden worden zelfverzekerder, er zijn veel ontwikkelingen in educatie en gezondheidszorg. Vroeger was het: wat kunnen wij doen voor hen, zonder het hen te vragen. Daarna was het: wat hebben jullie nodig, dan kunnen we kijken wat we kunnen doen. Nu zeggen ontwikkelingslanden: dit is wat we nodig hebben, dit is wat we zelf kunnen doen, en dit is wat we van jullie nodig hebben.’

Daarbij zou er niet meer zoveel geld moeten gaan naar al die verschillende organisaties in de ontwikkelingssector, vindt De Caluwé. ‘Als we geld blijven geven, komt er nooit verandering. Ze moeten gaan focussen op de dingen waar ze goed in zijn en gaan samenwerken.’

Pickering is het hier niet mee eens. ‘Competitie is gezond, in elke sector. Maar het idee dat maatschappelijke organisaties alleen bestaan om een dienst te leveren is verkeerd. Het maatschappelijk middenveld is omdat het noodzakelijk is voor een land. Afgezien van de diensten die ze leveren zijn maatschappelijke organisaties een aanwinst voor een land. Dat is een moeilijke boodschap om over te brengen bij overheden. Ze zijn niet gediend van organisaties die kritiek leveren op de overheid.’

Geleerde lessen

Robert Wiggers, adjunct directeur van Wilde Ganzen sluit de avond af en gaat weer terug naar het thema van de dag: lokale fondsenwerving en claim-making. Hij wil vooral de geleerde lessen vanuit het Zuiden benadrukken. ‘Investeer in branding en communicatie van zuidelijke organisaties. Help hen om lokaal fondsen te werven zodat ze onafhankelijk worden van internationale hulp. Investeer in de claim-making mogelijkheden van zuidelijke organisaties. En zorg voor een sterkere achterban, zodat ngo’s sterker staan ten opzichte van de overheid in bepleiten en beïnvloeden.’

‘Beloon koplopers en reken af met freeriders’

Door Lennaert Rooijakkers | 02 juni 2020

Minister Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking wil na de zomer een nieuw beleid rond Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen vormgeven. Wat is er de afgelopen jaren bereikt, hoe staat Nederland ervoor, en wat zijn de uitdagingen? Vandaag deel een van een tweeluik: met vrijblijvende convenanten hebben Nederlandse bedrijven nog een flinke slag te maken.

Lees artikel

Wacht nou eens op de hulpvraag!

Door Anika Altaf | 29 mei 2020

Bij deze COVID-19 crisis initiëren ontwikkelingsorganisaties allerlei acties in tientallen landen in Azië en Afrika. Maar sluiten die wel aan op waar mensen behoefte aan hebben en zijn deze wel kosteneffectief? Anika Altaf en Betteke de Gaay Fortman pleiten ervoor om niet in oude reflexen terug te vallen, maar nauwgezet uit te zoeken wat de hulpvraag is en goed te luisteren naar de mensen om wie het gaat.

Lees artikel

Corona steun via particuliere initiatieven

Door Marc Broere | 28 mei 2020

Niet alleen grote organisaties zijn actief met het geven van noodhulp tijdens de coronacrisis. Wilde Ganzen is een speciaal corona fonds gestart voor Nederlandse particuliere initiatieven en hun lokale partners. Zij zitten vaak in haarvaten van de samenleving en kunnen de meest gemarginaliseerde groepen bereiken.

Lees artikel