IMG_5710Tijdens het Change the Game debat onderzoekt Vice Versa hoe lokale fondsenwerving en claim-making gestimuleerd kan worden. Volgens actrice en presentatrice Georgina Kwakye kunnen migranten hier een belangrijke bijdrage aan leveren. ‘Ontwikkelingssamenwerking moet uiteindelijk helemaal vanuit de landen zelf gedaan worden. Migranten hebben hierin een belangrijke ambassadeursrol’. 

Geïnspireerd door haar vader, een Ghanese arts die in Ghana succesvolle projecten startte, richtte Kwakye stichting Pimp my Village op. Het doel van deze organisatie is om communicatieproblemen binnen ontwikkelingssamenwerking tegen te gaan door de diaspora in Nederland in te zetten om een vertaalslag te maken tussen beide werelden. Dit doet de stichting onder andere door initiatieven van Nederlandse migranten in land van herkomst te ondersteunen. De diaspora-initiatieven waar Pimp my Village mee samenwerkt hebben een achterban waar ook veel migranten tussen zitten. Over het algemeen vloeit veel geld dat van de diaspora naar ontwikkelingslanden gaat rechtstreeks naar familieleden en vrienden. Maar de diaspora in Nederland is volgens Kwakye zeker ook geïnteresseerd om op een meer structurele manier bij te dragen aan ontwikkeling in hun land van herkomst. ‘Mensen vinden het lang niet altijd leuk om geld aan hun familie te moeten geven, dus het liefst dragen ze ook aan andere dingen bij’, aldus Kwakye. ‘Ze doen dat wel op hun eigen manier.’

Deze manier behelst volgens Kwakye meestal niet het inzamelen van geld. ‘Migranten dragen vooral bij aan kennisoverdracht. Maar juist deze kennis is ook erg belangrijk’, benadrukt ze. ‘Wat mensen uit de diaspora hier zien en leren, kunnen ze doorgeven aan het land van herkomst’. Juist ook de tweede generatie migranten vindt het volgens haar belangrijk om bij te dragen aan de ontwikkeling van het land waar hun ouders vandaan komen. ‘Deze jonge mensen zitten al wat meer in de Nederlandse cultuur en kijken naar ontwikkelingssamenwerking met een innovatieve blik’, licht Kwakye toe.

Lokale fondsen

Pimp my Village is op dit moment bezig met wat Kwakye ‘een nieuwe manier van ontwikkelingssamenwerking’ noemt in het project; ‘best of both worlds’, dat binnenkort van start gaat. Met dit project wil de stichting, met behulp van de kennis die migranten in huis hebben, lokale organisaties stimuleren om het heft in eigen handen te nemen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. ‘Binnen dit project is het de bedoeling dat lokale ngo’s leren om grote, traditionele fondsen te werven voor bijvoorbeeld scholen, community development en medische aangelegenheden. Voorbeelden die Kwakye geeft van het werven van dergelijke fondsen zijn het aankloppen bij kerken, maar ook het organiseren van fondsenwervende activiteiten zoals een vrouw in Accra die een modeshow geeft om geld in te zamelen onder haar welvarende achterban.

Maar niet alleen traditionele manieren om fondsen te mobiliseren zijn interessant. ‘Alles wat we hier in Nederland doen op het gebied van fondsenwerving, kunnen mensen daar ook’, stelt Kwakye. ‘Dus ook samenwerken met bedrijven en meer gaan kijken naar sociaal ondernemerschap. ‘Het belangrijkste’, aldus Kwakye, ‘is dat er een vertaalslag wordt gemaakt, zodat mensen in het Zuiden Westerse kennis kunnen toepassen, maar wel op hun eigen manier’. ‘Dat is waar je migranten voor nodig hebt; zij kennen beide werelden’. Een van de rollen van migrantenorganisaties binnen het best of both worlds project is om vanuit innovatieve kennis op het gebied van onder andere digitale technieken of mobiele telefonie  lokale ngo’s te adviseren over hoe ze dit zelf het beste kunnen toepassen in het mobiliseren van fondsen.

Op dit moment denkt de organisatie erover om in Ghana met het best of both worlds project te beginnen. ‘Dit is niet een van de landen waar hulp het hardst nodig is. Maar Ghana is wel een land dat een mooie voorbeeldfunctie kan hebben voor deze methode van ontwikkelingssamenwerking’, aldus Kwakye. In Ghana heeft de middenklasse veel geld en is de potentie om ook lokaal fondsen te werven groot. Volgens Kwakye kan de diaspora een belangrijke rol spelen in het mobiliseren van deze fondsen. ‘Juist de aanpak van migranten is interessant, omdat zij een hele andere benadering hebben dan Westerse ontwikkelingsorganisaties. Hierdoor sluit het vaak beter aan op de lokale behoeften van mensen’.

Digitalisering

Een belangrijk onderdeel van deze alternatieve aanpak is het vertalen van in het Westen bekende innovatie naar het Zuiden. Zelf maakt de stichting al dankbaar gebruik van dergelijke digitale technieken. Zo kun je je op de website van de organisatie virtueel in een Afrikaans dorp wanen waar de stichting projecten ondersteunt. Door op symbolen te klikken kun je bijdragen aan kleine, concrete projecten, zoals het realiseren van een paar boekenkasten of het opleiden van een verpleegkundige. Vervolgens word je op de hoogte gehouden over het verloop van het project en kun je uiteindelijk foto’s en video’s bekijken van het resultaat. ‘Deze website hebben we zo gebouwd dat hij uiteindelijk ook voor lokale fondsenwerving gebruikt kan worden’, licht Kwakye  Georgina toe. ‘We willen uitzoeken hoe we deze technologie ook lokaal kunnen gebruiken. De meest innovatieve fondsenwerving technieken worden eerst hier goed opgezet en daarna hopen we dit ook te kunnen toepassen in de projectlanden.’

‘In landen als Ghana gaan mensen graag mee met de laatste trends op het gebied van technologie’, stelt Kwakye. Bij het lokaal werven van fondsen kan deze interesse en kennis van nieuwe technologie helpen. ‘Mensen daar zijn heel slim en weten precies wat ze willen en nodig hebben. Die kracht van mensen komt nu nog weinig naar voren’, stelt Kwakye. ‘Met behulp van internet kunnen mensen zelf acties opzetten. Een voordeel daarbij is dat internet meteen al een breed netwerk biedt dat je kunt inzetten’. Samen met lokale partijen wil Pimp my Village trainingen lokaal aanbieden over hoe deze technologie het beste kan worden toegepast. De samenwerking met lokale partijen moet ervoor zorgen dat culturele verschillen zo min mogelijk een probleem vormen. ‘Trainingen moeten aansluiten bij hoe mensen denken en leven, en ook bij wat mensen willen en kunnen’, aldus Kwakye.

Internet is niet het enige medium wat Pimp my Village inzet. ‘Binnen onze stichting hebben we ook een onderdeel dat zich op de media richt. Hiervoor trainen we lokale journalisten om goede crowdfund filmpjes te maken’. Daarnaast is ook de mobiele telefoon volgens Kwakye een potentieel belangrijk middel om fondsen te mobiliseren. ‘De makkelijkste manier om te crowdfunden in Ghana is via de sms’, vertelt Kwakye. ‘Er zijn daar organisaties die al werken met deze service. Zelf zijn we ook aan het uitzoeken hoe we hier gebruik van kunnen maken’. Ook hier ziet Kwakye weer het belang van het maken van een vertaalslag: ‘Het belangrijkste blijft uiteindelijk om te kijken naar de vraag vanuit mensen daar. Dus als er lokale studenten zijn die hiermee aan de slag willen, dan kunnen we dit inzetten. Deze personen kunnen vervolgens weer als voorbeeld fungeren. Je moet dit soort projecten klein opzettenen als het eenmaal loopt kun je het verder gaan uitwerken’.

Nederlandse donateurs

Pimp my Village wil in de toekomst fondsen blijven werven in Nederland, maar alleen voor de hele concrete, kleine projecten. ‘Je kunt daarbij denken aan het crowdfunden van een project waarbij je een medicijnkit kunt kopen voor 25 euro, of een ziekenhuisbed of schoolspullen kunt sponsoren’, aldus Kwakye. ‘Dit zijn projecten die wel impact hebben, maar die niet op een hele grote schaal bijdragen’. De grootschalige projecten, van 50.000 euro of meer, worden uitgevoerd door lokale maatschappelijke organisaties zelf. ‘Deze grote projecten zijn vaak persoonlijker en hebben meer met de lokale cultuur te maken. Door deze projecten aan lokale actoren en organisaties over te laten krijgen zij meer eigen verantwoordelijkheid’. ‘Om ervoor te zorgen dat deze projecten zoveel mogelijk op een context specifieke manier worden ingevuld kunnen fondsen het best lokaal worden gemobiliseerd’ aldus Kwakye. ‘En vergeet vooral hierbij vooral de diaspora niet’, tipt ze organisaties.

IMVO werkt alleen als bedrijven willen, niet enkel als ze moeten

Door Marc Broere | 29 oktober 2020

Terwijl de roep om wetgeving op het terrein van Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) toeneemt, houdt Pramit Chanda juist een heel ander verhaal. De landendirecteur van het Nederlandse Initiatief Duurzame Handel (IDH) in India denkt dat wetgeving en verplichting gedrag niet gaat veranderen. ‘Bedrijven moeten geloven dat ze zelf die verandering kunnen bewerkstellingen met de manier waarop ze zakendoen.’

Lees artikel

‘Nederland steunt fossiele export met destructieve gevolgen’

Door Jurrian Veldhuizen | 27 oktober 2020

Onlangs kwam de monitor exportkredietverzekeringen 2019 uit, met daarin een verslag van de financiële ontwikkelingen en beleidsmatige ontwikkelingen op het gebied van Nederlandse exportkredietverzekeringen. Deze werd begeleid met een brief van staatssecretaris Vijlbrief. In deze brief noemde staatssecretaris Vijlbrief de bijdrage aan de duurzame ontwikkelingsdoelen en verwees hij maar liefst dertig keer naar de ‘vergroening’ en groene transacties van de doorgaans voornamelijk ‘grijze’ verzekeringen. Mooie en positieve ontwikkelingen, schrijft Jurrian Veldhuizen,  maar achter deze woorden schuilt een grote mate van onduidelijkheid en vooral veel contradictie.

Lees artikel

Communities need land rights to gain from investments

Door Siri Lijfering | 26 oktober 2020

Communities being able to participate on an equal basis in land governance is key to food security and inclusive development. How can securing land rights pave the way for responsible investments and what can we learn from experiences with the palm oil industry? To answer these questions we turn to West Africa where two activists are fighting for their communities’ right to land. ‘If we want to move forward, we need to share the wealth that the land brings.’

Lees artikel