Door:
Simone Filippini

31 juli 2014

Categorieën

Simone FilippiniCordaid-directeur Simone Filippini was afgelopen week op bezoek in Zuid-Soedan. Het concept van hulp en handel biedt geen antwoord op de problemen in fragiele staten, betoogt ze in deze opiniebijdrage.  Minister Ploumen kan ervoor kiezen om toekomstige kritiek het hoofd te bieden en een stevige keuze maken voor een nieuwe focus op fragiliteit en conflict. Filippini pleit er daarbij  voor deze fragiliteitsnorm ook financieel handen en voeten te geven via een reservering van 0,4 % van het BNP die deze politieke betrokkenheid waarborgt en regelt. De Republiek Zuid Soedan is net drie jaar geworden, een jong land met een ingewikkelde stammenstructuur, nauwelijks enige infrastructuur, een uitermate zwak bestuur, een zeer laag gemiddeld niveau van onderwijs en gezondheidszorg. Op het moment van onafhankelijkheid waren er in het hele land 125 vroedvrouwen. Het gemiddelde percentage van mensen die kunnen lezen en schrijven ligt rond de 30%. Het land en zijn bevolking hebben tientallen jaren van oorlog achter de rug. Een oorlog die (dat is algemeen bekend)veel mensen heeft getraumatiseerd en Zuid Soedan in een ijzeren greep van achterstand heeft gehouden. Voor de eerste keer bestuurt dit land zichzelf. President Salva Kiir en ex-Vicepresident Riek Machar zijn beiden voormalige militieleiders en hadden feitelijk nauwelijks serieuze bestuurlijke ervaring. En dat in een situatie waarin de nieuwe natie Zuid Soedan van de grond af aan moet worden opgebouwd. Tegelijkertijd moet het land door een proces van verzoening om op de lange termijn een vreedzame samenleving mogelijk te maken: 40 jaar oorlog gaat je niet in de koude kleren zitten! Serieus fragiel Dit land is serieus fragiel. Dat dit zo is, is inmiddels helaas bewezen door de uitbraak van een machtsstrijd in Juba tussen eerdergenoemde Kiir en Machar medio december 2013. De gevechten hebben zich nadien verplaatst naar de drie noordelijke staten Unity, Jonglei en Upper Nile omdat daar de gedeserteerde Nuer soldaten en Nuer bevolking wonen, maar de gevolgen doen zich vrijwel overal voelen. Op de naar schatting 11 miljoen Zuid Soedanezen is ruim één miljoen inwoners ontheemd en op de vlucht geslagen, ruim 400.000 burgers zijn over de grenzen met buurlanden Uganda, Kenya en DRCgevlucht. Doordat mensen van huis en haard zijn verjaagd, hadden velen van hen geen zaaigoed en konden ze hun velden niet beplanten. Dat betekent straks geen oogst. Alle berichten wijzen er dan ook op dat er om die reden een hongersnood aankomt. Het ondersteunen van de opbouw van een land als Zuid Soedan land is, dat ziet zelfs een leek, geen ‘business as usual’. Het nieuwe ‘Aid& Trade’ ontwikkelingskader van minister Ploumen is dan ook een non-concept in een context, waarin de enige doorgaande – enkelbaans – verharde weg, met een wijds gebaar de A43 genoemd,loopt van Juba naar de grens met Uganda.De prioriteit van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid ligt bij opkomende economieën, bij private investeringen en bij bedrijfsleveninstrumenten. Hoezeer Cordaid ook de verfrissende elementen uit het ‘Aid&Trade’ kader verwelkomt, het is niet toepasbaar in fragiele gebieden en de minst ontwikkelde landen, en resulteert ook niet in minder armoede daar. Het ‘Aid&Trade’ kader van de Nederlandse overheid biedt namelijk in het geheel geen antwoord op de complexe kernoorzaken van armoede in fragiele regio’s en conflictgebieden. En alleen als die worden aangepakt, kan op termijn stabiliteit groeien. Specifieke aanpak De opbouw van Zuid Soedan vereist een specifieke en lange termijn aanpak. Waar de Inspectiedienst van Ontwikkelingssamenwerking eerder concludeerde dat Nederland feitelijk geen fragiliteitsbeleid heeft, kan Ploumen ervoor kiezen toekomstige kritiek het hoofd te bieden en een stevige keuze maken voor een nieuwe focus op fragiliteit en conflict. Cordaid pleit voor het instellen van een fragiliteitsnorm die deze politieke betrokkenheid waarborgt en regelt. Deze norm vraagt om een geïntegreerde benadering door de Nederlandse overheid en betrokkenheid van alle stakeholders om het sociale contract tussen burgers en overheden te herstellen. Werkelijke sociale impact kan slechts verkregen worden door onderling vertrouwen te bouwen en de weerbaarheid en zelfredzaamheid van mensen te vergroten.bDit vereist uitvoering van duurzame Nederlandse en internationale programma’s,voldoende diplomatieke capaciteit op de ambassades en een budgetnorm van 0,4% BNP voor fragiele gebieden. Ook in het internationale debat over de Post-2015 agenda dient Nederland ondubbelzinnige steun te verlenen aan en te lobbyen voor het instellen van de fragiliteitsnorm.Zuid Soedan en de Centraal Afrikaanse Republiek zijn voorbeelden van landen, die ik pas heb bezocht, die van zo’n beleid direct zouden kunnen profiteren. Daarom roep ik minister Ploumen op een visie en samenhangend beleid voor fragiele gebieden te ontwikkelen, deze uit te werken in een Nederlandse fragiliteitsnorm en voor te leggen aan de Tweede Kamer. Cordaid staat in de startblokken om actief mee te denken over zo’n beleid.

De erfenis van vier bevlogen vrouwelijke ministers

Door Paul Hoebink | 07 juli 2020

Vier vrouwelijke ministers van Ontwikkelingssamenwerking sloegen eind vorige eeuw de handen ineen met de ‘Utstein-4’. De Nederlandse Eveline Herfkens was een van hen. Wat hebben zij samen bereikt? Herfkens’ long time partner in life and work poogt in zijn nieuwste boek de balans op te maken, maar raakt verstrikt in de feiten.

Lees artikel

‘Opgeven is erger dan verliezen’

Door Marc Broere | 29 juni 2020

Carolyne Ndalilah, directeur van de spraakmakende Keniaanse jongerenorganisatie TYSA, helpt jongeren zichzelf én de uitdagingen van hun gemeenschap te leren kennen. ‘Wat onze samenleving nodig heeft, zijn jongeren die voorbij de dag van morgen denken; die het als een uitdaging zien het onmogelijke uit te proberen.’

Lees artikel

In coronatijd schiet de noodhulpsector terug in oude reflexen

Door Sarah Haaij | 18 juni 2020

Noodhulp moet effectiever en meer lokaal worden georganiseerd, sprak de internationale gemeenschap in 2016 af. Voortaan zou een kwart van het hulpgeld zo direct mogelijk naar lokale partners gaan. De kloof met de praktijk is ‘schokkend’: o,1 procent van het corona-noodhulpgeld gaat rechtstreeks naar lokale ngo’s, voor wie inspraak en toegang tot fondsen tijdens de pandemie nog moeilijker lijkt te worden.

Lees artikel