Door:
Merel Rumping

28 juli 2014

Categorieën

Tags

merelIn haar vorige column benoemde Merel Rumping een aantal criteria om sociaal ondernemerschap beter te kunnen duiden. De meeste van deze criteria baseerde zij op richtlijnen van Social Enterprise NL, Social Enterprise UK en op de Social Business Principles van Yunus. Eigenlijk gek dat deze criteria niet bij wet zijn vastgelegd, vindt ze. Nu kan iedereen zichzelf immers social entrepreneur noemen en moet je als sociaal ondernemer kiezen tussen de rechtsvorm NGO, BV of een combinatie van beiden. Dit werkt transparantie tegen. ‘Overheid, het is tijd uit de zomerslaap te ontwaken. Kom maar op met die rechtsvorm!’ Uit de groei van het aantal sociaal ondernemers de afgelopen jaren kan worden opgemaakt dat zij de overheid niet persé nodig hebben om hun maatschappelijke missie te vervullen. Tegelijkertijd is de overheid er om de burger te ondersteunen, maatschappelijke verbeteringen te accelereren en om bedrijfsvoering transparant te maken. Vreemd dat er dus nog geen rechtsvorm is voor sociaal ondernemers. Hierdoor moeten zij zich momenteel in juridische bochten wringen. Waarom is dat eigenlijk zo? Hoe hebben andere landen dat geregeld? En wat zijn de voordelen en eventuele nadelen van zo’n wet? Hoe het Verenigd Koninkrijk het doet Het Verenigd Koninkrijk heeft in 2005 al een rechtsvorm voor sociale ondernemingen opgericht: de Community Interest Company (CIC).Zij is er voor community enterprises, social firms,mutual organisations, zoals coöperaties, en grootschalige bedrijven. Niet voor stichtingen. Dit initiatief vertegenwoordigt een belangrijk element binnen een groter pakket aan overheidsmaatregelen die gericht zijnde snelle groei van sociale ondernemingen verder te stimuleren. Eén van de zaken die de CIC vastlegt, is dat de helft van de winst weer in het bedrijf geïnvesteerd moet worden. Hoe de VS het doet Amerika heeft een modelwet ontwikkeld voor sociaal ondernemingen: een Benefit-Corps Certificat voor bedrijven die ‘het algemeen belang bevorderen’. Dit bestaat, zo las ik in“de maatschappelijke onderneming naar Amerikaans model” uit “een materieel positief effect op de maatschappij en milieu. Voorbeelden zijn het leveren van diensten en producten aan minder bedeelden, bescherming van het milieu, bevorderen van de volksgezondheid, promotie van kunst en/of wetenschap en de verwezenlijking vanenig ander specifiek voordeel voor maatschappij en milieu.” In concreto bestaat het uit 200 vragen over corporate governance, medewerkers, gemeenschap en milieu, waarvan je er als sociaal ondernemer minimaal 80 positief moet beantwoorden. De bijlage van de NRC theoptimist.nl wijdde er 10mei jl. een artikel aan onder de titel:“De beste bedrijven voor de wereld.”De B-Corpis wat vager over de winstuitkering en stelt dat deze “in lijn met maatschappelijke missie” moet zijn. Dat is niet alleen multi-interpretabel, maar ook wat vrijblijvend. Maar toch een –in elk geval symbolische- stap vooruit vergeleken bij de huidige traditionele en beperkte rechtsvormen. En aangezien je in Amerika een bedrijf voor basically anything voor het gerecht kunt slepen, ga ik ervan uit dat dit ook geldt voor een zogenaamde sociale onderneming met een onethisch beleid op winstuitkering. Au, dat doet pijn. Om maar wat op te noemen:

  1. De VS hebben geweigerd het Kyoto-verdrag te ondertekenen(logisch,want ze staan hoog op de lijst van grootste vervuilers ter wereld).
  2. De VS hebben nochtans de Ottowa-conventie geratificeerd (logisch want ze zijn fervent landmijn- & clusterbommen-bouwers en gebruikers).
  3. De VS heeft Rule 11 indiscriminate attacks are prohibited geschonden van het internationaal humanitair gewoonterecht,een geheel van 161 regels die het Internationale Rode Kruis heeft bedacht om mensen die in situatie van oorlog terecht zijn gekomen te beschermen (logisch, want zij gebruikten de napalm-look-a-likeMK-77 bommen en witte fosfor)

Als een land waarbij regelgeving onderaan het prioriteitenlijstje staat zelfsal sinds vier jaareen rechtsvorm heeft voor sociaal ondernemers…. Waar wacht Nederland nog op dan?! Hoe Nederland het niet doet Om deze vraag te kunnen beantwoorden ga ik op een warme zomerdag bij Social Enterprise NL langs. Ik spreek er met onderzoeker Stefan Panhuijsen. Hij is een verteller pur sang, die zonder te haperen de mooiste volzinnen eruit gooit. Deze vaardigheid helpt hem vast bij het lobbyen naar de overheid toe, want Bij Social Enterprise houdt hij zich bezig met de rol die de overheid kan spelen om sociaal ondernemerschapte stimuleren. Hij beantwoordt mijn vraag als volgt: “In de eerste plaats is het veld waar wij het over hebben nog vrij jong. Sociaal ondernemerschap is volop in ontwikkeling. Dus is de roep om een rechtsvorm ook nieuw. Wij hebben bijvoorbeeld als Social Enterprise NL pas in januari 2014 onze beleidsagenda “Iedereen Winst”naar buiten gebracht, met hierin o.a. de vraag om een rechtsvorm. Ten tweede is de Nederlandse socialenterprise sector nog klein, in het Verenigd Koninkrijk is de sector relatief viermaal zo groot. Ten derde kost een nieuwe rechtsvorm veel tijd en voorbereiding. Om je een voorbeeld te geven: het ontwerpen van de wet rondom de zogenaamde Flex BV nam 12 jaar in beslag!Een laatste reden is dat er al een soortgelijk wetsvoorstel op de plank ligt, de wet voor de maatschappelijke onderneming. Het betreft een rechtspositie voor ziekenhuizen, scholen en woningcorporaties, dus voor semi-publieke instellingen. Ik las laatst een interessant artikel van Robert Helder. Hij is universitair docent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, verbonden aan de Universiteit Utrecht. Hij pleit voor één rechtsvorm die maatschappelijke ondernemingen (semi-publieke instellingen) en sociale ondernemingen tegemoet komt.” Waarom zou je het niet willen? Dat zoiets tijd vergt snap ik, maar zijn er ook inhoudelijke bezwaren geuit? Zou iemand er iets op tegen kunnen hebben? Panhuijsen: “Het zou kunnen dat de overheid angstig is. Enerzijds omdat er een kans is dat er misbruik van gemaakt wordt. Anderzijds kan zo’n rechtsvorm extra bureaucratie opleveren. Het wordt als een extra regel gezien en de huidige politieke lijn zit op het verminderen van regels. Een ondernemer zou uiteindelijk verstrikt kunnen raken in een web van regels. Als we naar het Verenigd Koninkrijk kijken, stelt de CIC dat de helft van de winst weer in het bedrijf geïnvesteerd moet worden. Dit beperkt de vrijheid van de sociaal ondernemer.” Hup Holland hup! De input van Stefan vergroot mijn begrip voor het feit dat er tot noch toe geen rechtsvorm is. Maar gezien er vanuit de sector om gevraagd wordt, de sociaal ondernemende sector hard aan het groeien is –ook internationaal-en gezien de huidige beperkende juridische situatie die in transparantie cultiveert, moet dit in de nabije toekomst echt veranderen. Nederland moet niet achter de feiten aanhollen, maar een touwtrekkerrol spelen!Zo’n wetgeving heeft bovendien, zo zei Stefan terecht, een symbolische functie. Het helpt om de aantrekkingskracht van sociale ondernemingen te vergroten. Bovendien helpt zo’n rechtsvorm ook om er beleid op te kunnen maken en zo fiscale voordelen voor sociaal ondernemers te scheppen. Dit is keihard nodig, want financiering is één van de grootste struikelblokken voor het succes van een sociaal ondernemer. Tenslotte is het een manier om de titel sociale onderneming te beschermen. Het is al eens eerder misbruikt door bedrijven om zich socialer of groener voor te doen dan ze zijn. Dit wordt ook welgreen washing genoemd. Een voorbeeld van zo’n bedrijf is Salesforce USA, waar Social Enterprise-uk de succesvolle ‘Not- in-Our-Name’-campagne tegen heeft gevoerd. SOS!! Zo’n rechtsvorm, met duidelijke bijbehorende criteria, helpt de sociaal ondernemer ook omzichzelf te kunnen evalueren; ben ik (nog steeds) een sociaal ondernemer? Heb ik inderdaad 30-50% van mijn winst geïnvesteerd om mijn bedrijf te verbeteren en zo grotere sociale impact te vergroten? Wordt een positieve invloed op het milieu uitgeoefend? Werkt het personeel onder goede omstandigheden met een marktconform salaris?Zie het als een papieren of online geweten, een mogelijkheid voor een sanity check. Ik hoop dan ook dat de Nederlandse overheid écht wakker wordt. Ik schreeuw, en hoop dat ze me horen in Den haag: “SOS! Ga als de wiedeweerga aan de slag met een rechtsvorm voor sociaal ondernemerschap. SOS! Dit is urgent voor de wereld. SOS!! Schiet op! SOS! Sociaal Ondernemend Statuut!”

‘De allerarmsten worden niet geholpen. En dat kan wél.’

Door Marc van Dijk | 05 augustus 2020

Te vaak lanceren hulporganisaties projecten zonder eerst te praten met degenen om wie het gaat. Onderzoeker Anika Altaf sprak met de allerarmsten in Ethiopië, Benin en Bangladesh. Om hen te bereiken moet het roer om.

Lees artikel

Richt je niet alleen op laaghangend fruit

Door Marc Broere | 30 juli 2020

In zijn hoofdredactioneel commentaar in de nieuwe Vice Versa doet Marc Broere een oproep aan ontwikkelingsorganisaties om een extra mijl te lopen om ook de meest gemarginaliseerden in te sluiten in hun projecten. Onderzoeker Anika Altaf laat zien dat het kan.

Lees artikel

Column Eva Nakato: Van nadeel tot voordeel

Door Eva Nakato | 27 juli 2020

Wat vroeger in je leven als ‘ongepast’ werd gezien door je omgeving, blijkt vaak de sleutel tot succes in je latere leven te zijn. Ook voor onze columniste Eva Nakato. Vroeger werd ze soms gepest om haar zware stem, nu wordt ze juist hiervoor uitgekozen voor het spreken in het openbaar en het inspreken van teksten.

Lees artikel