Potosi_Mines_(71625784)Van de wijdverbreide misstanden in de kledingindustrie tot de dubieuze praktijken van Shell in Nigeria; er zijn genoeg voorbeelden te vinden waar de houding van bedrijven tegenover mensenrechten niet zo rooskleurig naar voren komt. De laatste jaren is er echter sprake van een een positieve ontwikkeling: bedrijven worden zich meer en meer bewust van hun verantwoordelijkheid en komen met allerlei initiatieven. Deze uitvoeren in de praktijk blijkt echter nog niet zo gemakkelijk, blijkt uit een bijeenkomst die ICCO onlangs organiseerde samen met de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO), internationaal accountants- en belastingadviseursbedrijf PricewaterhouseCoopers en vakbond CNV Internationaal. Onlangs hield ontwikkelingsorganisatie ICCO samen met de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO), internationaal accountants- en belastingadviseursbedrijf PricewaterhouseCoopers en vakbond CNV Internationaal inmiddels al weer de derde conferentie over Human Rights and Business. Met deze multi stakeholder conferentie willen de partijen onderzoeken hoe bedrijven, investeerders, overheden, ngo’s, vakbonden samen kunnen werken om tot concrete stappen voor due diligence te komen. Het resulteerde in een volle zaal met gevarieerd publiek; mensenrechtenactivisten, ontwikkelingswerkers en zakenlui zaten zij aan zij. VN Guiding Principles In 2011 nam de VN de Guiding Principles on Business and Human Rights van professor John Ruggie aan om te verzekeren dat ook bedrijven mensenrechten respecteren. Hiermee werd een nieuw perspectief op mensenrechten verwoord; niet enkel overheden dragen verantwoordelijkheid voor de bescherming van mensenrechten en moeten bij schendingen op het matje worden geroepen, bedrijven zouden net zo goed verantwoording moeten afleggen. John Morrison, directeur van het Institute for Human Rights and Business, noemt de guiding principles een doorbraak. ‘Voor het eerst werd universele politieke consensus bereikt, ook onder de belangrijke opkomende economieën, over de directe verantwoordelijkheid van niet-statelijke actoren voor mensenrechten. Het gaat niet enkel over maatschappelijk verantwoord ondernemen. Hoewel het nog steeds geen bindende verklaring is, is het een belangrijke stap voorwaarts, een stap voorbij de vrijwillige basis die nu kenmerkend is.’ Mensenrechtenbenadering Morrison: ‘In discussies moeten we niet het bedrijf, maar de mens centraal stellen. Bij risicoanalyses moeten we eerst en vooral naar de mens in het geheel kijken. Op de lange termijn zullen deze twee benaderingen samenkomen, wanneer de mensen goed en eerlijk behandeld worden zal dat uiteindelijk ook het bedrijf enkel ten goede komen. Op de korte termijn vraagt het echter om investeringen in zowel tijd als geld en zullen er pragmatische keuzes gemaakt moeten worden.’ Mensenrechtenactiviste Etta Rosales beaamt dat: ‘De maatschappijen waarin mensenrechten gerespecteerd worden hebben de meest succesvolle bedrijven.’ ‘Mensenrechten is een benadering, geen losse kwestie. Water is bijvoorbeeld een milieuzaak, maar net zo goed onderwerp van mensenrechten’, zo betoogt Morrison. Volgens hem moeten bedrijven bij elk onderdeel vanuit een mensenrechtenperspectief rekening houden met hun maatschappelijke impact in kaart. In Amerika zijn er strenge regels rondom due diligence in de gehele productieketen aangenomen, de zogeheten Dodd-Frank act. Due diligence, letterlijk vertaald gepaste zorgvuldigheid, is de plicht van bedrijven om potentiele risico’s en misstanden in hun keten te identificeren en voorkomen. Ondanks pogingen in die richting is er is dit soort wetgeving er in Europa nog niet. John Morrison verhaalt: ‘Coca Cola heeft nu bijvoorbeeld een omvangrijke due diligence strategie in Myanmar. Wat gebeurt er als Europese bedrijven dat ondergraven bij gebrek aan dwingende regels hier?’ Etta Rosales: ‘Europese bedrijven gedragen zich in Azië anders dan Europa. De wetten in hun eigen landen zijn strenger, maar dat betekent nog niet dat ze daar zomaar misbruik van moeten maken.’ Morrison vervolgt: ‘Er bestaat geen kwaliteitscontrolemechanisme voor due diligence, het wordt simpelweg aan de markt overgelaten. Dit is een uitdaging voor ons allemaal. Wanneer doen we het goed? Wat verstaan we daar precies onder?’ Zowel Morrison en Rosales benadrukken dat bijeenkomsten met belanghebbenden uit verschillende sectoren daarom van groot belang zijn. Maar hoe dan? Het grootste probleem is niet zozeer de onwil van bedrijven, Etta Rosales stelt dat bedrijven wel degelijk geïnteresseerd zijn in de manieren waarop ze mensenrechten in hun bedrijf kunnen incorporeren. Het probleem ligt eerder in het feit dat ze niet goed weten hoe. Robert van der Laan, van PwC stelt: ‘De meeste CEO’s begrijpen de noodzaak wel, maar vragen om hulp. Ze moeten ineens niet meer alleen verantwoording afleggen over hun beslissingen omtrent financiën, maar ook over de gevolgen daarvan voor mensenrechten en milieu. Dat is nieuw terrein. Ondernemingen worstelen vooral met het meten en zichtbaar maken van niet-financiële informatie. Hoe moet dat, hoe kun je dat uitdrukken of zichtbaar maken?’ Hij neemt een lokale bierbrouwerij in Afrika die gerst importeert als voorbeeld. ‘Puur op basis van financiële gegevens was het gunstiger om te blijven importeren. Op het moment dat we hun gehele impact visualiseerden, zowel financieel, als sociaal en op milieu, besloten ze echter om toch lokaal in te gaan kopen. Op die manier zorgden ze lokaal voor werkgelegenheid en verkleinden ze hun milieu-impact.’ Mensenrechten in de Filipijnen _62A0587De Filipijnse mensenrechtenactiviste Etta Rosales, zelf slachtoffer onder zijn regime, hielp mee voormalig dictator Marcos voor de rechtbank te dagen en is nu voorzitter van de mensenrechtencommissie in de Filipijnen. Terugkijkend op de geschiedenis van mensenrechtenschendingen in haar land verklaart ze: ‘Wanneer we het over mensenrechten hebben gaat het niet alleen over burgerrechten en politieke rechten, maar juist ook om sociaaleconomische rechten, over het recht op ontwikkeling. Waarom vonden deze grove mensenrechtenschendingen plaats? De diepere oorzaak is sociaaleconomisch van aard: kwesties als honger, werkeloosheid, gebrek aan levensmiddelen.’ Het regime van Marcos laat nog steeds sporen achter en mensenrechten worden nog steeds geschonden. ‘Dezelfde mensen zijn nog steeds actief bij de overheid, politie en leger en dezelfde oligarchische families hebben overal de touwtjes in handen. Die invloed is niet zomaar verdwenen.’ Volgens Rosales hangen deze burgerlijke en politieke mensenrechten nauw samen met sociaaleconomische rechten. ‘Je hebt een brede stabiele middenklasse nodig om democratische processen te ontwikkelen. Pas als mensen in hun basisbehoeften kunnen voorzien kunnen ze zich het permitteren om zich met zaken als democratie en vrijheden bezig te houden.’ Rol voor bedrijven Rosales noemt business en human rights momenteel een heel interessante ontwikkeling. ‘We moeten de overheid overtuigen dat dit een goede manier is om verandering en hervorming op gang te brengen in ons investeringsbeleid. Om aan buitenlandse investeerders duidelijk te maken dat ze zich aan de regels moeten houden, dat ze mensenrechten dienen te respecteren en onze natuurlijke bronnen en biodiversiteit moeten beschermen.’ Ze vervolgt: ‘Het percentage grote transnationale bedrijven is klein, slechts 0.4%. Toch zijn juist zij zijn degenen die het beleid dicteren. Winst is hun belangrijkste doel. Daardoor dragen ze juist bij aan de obstakels die verandering in de weg staan, ze belemmeren bijvoorbeeld het recht op ontwikkeling. Als ze gaan nadenken over hun impact kunnen ze juist bijdragen aan ontwikkeling.’ Gepassioneerd vertelt Rosales over de rondetafelgesprekken die ze organiseert met bedrijven in de Filipijnen. ‘Het hoofd van de Business Club riep wanhopig: “lieve hemel, het is alsof we nog nooit iets goed hebben gedaan.” Ze wisten eerst niet eens van de Ruggie principles af en nu werd er stevig over gediscussieerd.’ Over concrete resultaten praten is nu nog te vroeg, ondanks deze stappen staan ze nog maar aan het begin van een lange weg. Etta Rosales besluit: ‘De lastigste stap is, hoe vertaal je afspraken en beloftes naar de praktijk? Mooie woorden moeten worden opgevuld, zodat ze kunnen worden vertaald naar daadwerkelijk beleid.’ Een vraag waar de aanwezige bedrijven en mensenrechtenactivisten nog de hele dag over mochten discussiëren.

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel