Door:
Fons van der Velden

16 juni 2014

Categorieën

Tags

fons van der velden

Vorige week uitten verschillende mensen al kritiek op de IOB-studie naar het werk van de NCDO. Vandaag een bijdrage van Fons van der Velden, directeur van Context -international cooperation en deskundige op het terrein van mondiaal burgerschap. ‘Het heeft er alle schijn van dat de opdrachtgevers geen oog hebben gehad voor de bredere maatschappelijke context en de vraag hoe de organisatie van mondiaal burgerschap in Nederland het beste georganiseerd kan worden en óf daarbij een rol is weg gelegd voor een landelijk kennis- en adviescentrum á la NCDO.’

Wie wel eens een bezoek aan de NCDO-burelen heeft gebracht, weet dat je eerst de statige trappen van het Koninklijk Instituut voor de Tropen op moet, dan de KIT-receptie moet weten te passeren en vervolgens opgehaald wordt om de paarse lopers van de NCDO te betreden. Het werken aan mondiaal burgerschap in Nederland is de laatste jaren gecentraliseerd binnen dit kennis- en adviesinstituut ten koste van decentrale kennisontwikkeling en project- en programmauitvoering door maatschappelijke organisaties en sociaal ondernemers in Nederland.

Betreurenswaardige ontwikkeling

Het is een betreurenswaardige ontwikkeling vanuit politiek, strategisch en maatschappelijk oogpunt. Bijdragen aan vergroting van kennis, bewustzijn, betrokkenheid en actie over mondiale vraagstukken dient, zo blijkt uit talloze publicaties, omwille van eigenaarschap, efficiëntie, effectiviteit en duurzaamheid immers niet al te zeer van bovenaf maar vooral van onderop gestimuleerd en gefaciliteerd te worden. Het gaat er immers om dat burgers zelf in hun directe leefomgeving activiteiten kunnen ondernemen die gericht zijn op de internationale dimensie van actief burgerschap. Professionals dienen daarbij een dienende, ondersteunende rol te vervullen. Sanering van deze ‘sector’ op decentraal (lees lokaal) niveau heeft grotendeels plaatsgevonden, zonder veel strategische visie en/of overleg.

De laatste jaren is mede hierdoor het veld van organisaties die werken op het gebied van mondiaal burgerschap drastisch veranderd: organisaties, zoals enkele COSsen  zijn failliet gegaan of zijn zelf tot sluiting overgegaan. Front offices van MFS-organisaties zijn inmiddels gesloten of dit staat op het punt te gebeuren. De SBOS subsidiefaciliteit voor maatschappelijke organisaties in Nederland is gesloten.

NCDO als uitzondering

Ongeveer anderhalf jaar geleden schreven we vanuit Context, international cooperation, als sociaal ondernemers  in op een tender van een Nederlandse ontwikkelingsorganisatie. In het biedingsproces werd ons duidelijk dat we moesten concurreren met de NCDO. De NCDO? Watblief? Ja, de NCDO, een volledig door de Nederlandse overheid gesubsidieerde instelling.

Voor de NCDO wordt blijkbaar in velerlei opzicht een uitzondering gemaakt: financiering aan maatschappelijke organisaties (oa. SBOS) wordt stopgezet; de NCDO is en blijft ruimhartig gesubsidieerd en wordt bovendien gestimuleerd om de concurrentie aan te gaan met organisaties die hun subsidie van de Nederlandse overheid hebben zien verdwijnen (ook NCDO dient in bij de EU) en met niet gesubsidieerde sociaal ondernemers. De maatschappelijke gevolgen laten zich raden.

Geen beleidsevaluatie maar een subsidie-evaluatie

De IOB heeft onderzoek naar de NCDO gedaan, maar gaat grotendeels voorbij aan bovenstaand geschetste ontwikkelingen. De centrale vraagstelling in de IOB-studie is niet geweest: maken Buitenlandse Zaken in haar subsidiebeleid en de NCDO als organisatie de juiste strategische keuzes in het licht van het feit dat aandacht voor mondiaal burgerschap ‘een onderdeel van een beschaafde samenleving moet zijn’, zoals Louk de la Rive Box, de oud-rector van het Institute for Social Studies, ooit memoreerde. Ofwel: doen we de goede zaken?

Neen, in de IOB-studie heeft het  accent gelegen op – in de terminologie van het rapport – ‘de bepaling van de invloed van de interventies.’ Met andere woorden: Worden zaken op een goede (lees: efficiënte en effectieve wijze) uitgevoerd? Ofwel: doen we de zaken goed? In vaktermen: de IOB heeft een subsidie-evaluatie uitgevoerd en geen beleidsevaluatie.

Hulde en lof voor de NCDO met de redelijk positieve rapportcijfers van IOB met betrekking tot deze vraag, maar dit is helaas niet de meest prangende vraag die velen in Nederland die werken op het terrein van actieve betrokkenheid van Nederlandse burgers bezighoudt.

Prangende vragen

Nederland kent, zoals in de IOB-studie wordt geschetst, een lange en rijke traditie van steun vanuit de overheid aan organisaties die zich inzetten voor de internationale dimensie van actief burgerschap. Dat is een groot goed. Maar tijden veranderen. Wie het slagveld, de sanering van de afgelopen jaren overziet, zit met vragen als:

– Hebben we wel een groot en duur landelijk kennisinstituut als de NCDO nodig?

– Wat is de rol en functie van een dergelijk instituut?

– Hoe kan een goede balans gevonden worden tussen centrale- en decentrale organisatie van de internationale dimensie van actief burgerschap?

– Hoe kan gewaarborgd worden dat een dergelijk ‘kennis en advies’ instituut zich daadwerkelijk dienstverlenend c.q. faciliterend opstelt, in plaats van (weer) alles zelf te gaan uitvoeren?

– Welk business model wordt gevolgd?

– Hoe kan voorkomen worden dat een gesubsidieerde instelling als de NCDO sociaal ondernemers kapot concurreert en daarmee schade toebrengt aan het maatschappelijke middenveld in Nederland?

Bedrogen uitkomen

Wie antwoord op deze vragen wil komt met dit IOB-rapport bedrogen uit. Het heeft er alle schijn van dat de opdrachtgevers geen oog hebben gehad voor de bredere maatschappelijke context en de vraag hoe de organisatie van mondiaal burgerschap in Nederland het beste georganiseerd kan worden en óf (en eventueel hoe) daarbij een rol is weg gelegd voor een landelijk kennis- en advies centrum á la NCDO. Na bestudering van de IOB-studie over de NCDO ontstaat het beeld van Marie-Antoinette en de Franse Revolutie. Het is een gemiste kans dat de opdrachtgevers van dit onderzoek ten tijden van recessie en schaarste aan (publieke) fondsen aan een dergelijke urgente en belangrijke institutionele analyse voorbij zijn gegaan.

Fons van der Velden

Context, international cooperation

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel