Door:
Lennaert Rooijakkers

11 juni 2014

 

ncdoDe activiteiten die de NCDO tussen 2011 en 2013 heeft verricht zijn relevant en overwegend van goede kwaliteit geweest, schrijft de inspectiedienst IOB- in haar evaluatie van het NCDO-beleid  ‘Investeren in wereldburgerschap.’ Maar vanuit de sector klinkt ook kritiek op de NCDO en de evaluatie zelf. De NCDO zou zich meer als concurrent dan als partner opstellen naar haar samenwerkingspartners. Verder zou er sprake zijn van een evaluatie ‘oude stijl’  en is het opmerkelijk dat vooral medewerkers van de NCDO zelf zijn geïnterviewd voor de evaluatie. Alsof de slager zijn eigen vlees keurt.

Sinds 2011 mag de NCDO zich een kennis- en adviescentrum voor mondiaal burgerschap noemen. Volgens het IOB-rapport is het de NCDO, als voormalig subsidieverstrekker, gelukt om haar nieuwe rol in korte tijd op zich te nemen en heeft het op effectieve wijze de aandacht voor mondiaal burgerschap vergroot. Dit allemaal in overeenkomst met de doelstellingen van de overheid. Met name over multimediaplatform One World en het op het basisonderwijs gerichte SamSam, waarmee een grote groep mensen wordt bereikt, steekt de IOB de loftrompet. Ook de stimulering van talloze kleine particuliere initiatieven via het programma ‘Ondernemen zonder Grenzen’ is volgens het rapport betrekkelijk effectief. Al wordt wel de kanttekening geplaatst dat het uiteindelijk realiseren van de initiatieven veel tijd kost.

Vraag en aanbod

Ondanks de bovengenoemde pluspunten benadrukt de IOB dat er een betere balans moet worden gevonden in de manier waarop de NCDO opereert.De nadruk ligt nu nog teveel op aanbod in plaats van vraag. Heel verrassend is dat niet.Het is niet vanzelfsprekend dat een groot deel van het beoogde publiek directe behoefte heeft aan de informatie die de NCDO verstrekt.

Hoewel de diensten en producten die de NCDO aanbiedt overwegend goed van kwaliteit zijn en de kosten in redelijke verhouding zijn met de resultaten, zal de vraag hiernaar de komende jaren verder gestimuleerd moeten worden. In het rapport wordt benadrukt dat steun uit algemene middelen essentieel blijft, ongeacht het groeiende aantal eigen inkomsten van NCDO – zes ton in 2013. De IOB concludeert dat de NCDO deels afhankelijk zal blijven van overheidsfinanciering, omdat de organisatie eerst vooral aanbodgericht te werk moet gaan, wil het een groter publiek bereiken. De auteurs van het rapport hopen dan ook dat de NCDO de komende jaren de verhouding weet te herstellen en door middel van een aantrekkelijk activiteitenpakket meer op de vraag van het publiek kan inspelen.

De (minder) geïnteresseerde burger

Daarnaast is er werk aan de winkel op het gebied van het bereiken van minder geïnteresseerde burgers. Hoewel liefst 120.000 mensen zich abonnee van One World noemen en haar website in de evaluatieperiode op meer dan anderhalf miljoen hits kon rekenen, is het gros van de lezers hoogopgeleid en bovendien zeer geïnteresseerd in de materie. Daardoor is deze groep weinig representatief voor de gemiddelde Nederlander. Wel zijn de lezers afkomstig uit verschillende sectoren in de samenleving, net als het publiek dat op de lezingen en debatten van de NCDO afkomt. Desondanks moet er komende jaren meer aan worden gedaan om een breder publiek aan te spreken.

Nog niet het kennis- en adviesplatform dat het moet zijn

Hoewel de snelle transitie van de NCDO van subsidieverstrekker tot kennis- en adviescentrum in het rapport word geprezen, loopt volgens een aantal personen in de sector nog niet alles op rolletjes. Zo leert een korte rondgang.

Gerhard Schuil, directeur van Stichting Oikos, meent dat NCDO weliswaar op de goede weg is, maar nog niet het kennis- en adviescentrum is dat het zou moeten zijn. Hij zegt dat het rapport terecht aanstipt dat er nog geen evenwicht is tussen aanbod- en vraag gestuurd opereren, maar ook dat er nog winst valt te behalen op het gebied van samenwerking met partners.Dit wordt volgens hem nu nog te beperkt gedaan. ‘In 2012 werkte Oikos intensief met NCDO met ons jongerenplatform Our Common Food en hun Food Guerrilla project’, vertelt hij.‘Helaas lees ik over deze samenwerking geen letter terug  in het jaarverslag van NCDO. Ik vind dat een slecht teken. Een organisatie als de NCDO zou gespitst moeten zijn op de relevantie en meerwaarde van samenwerking met anderen. Het is een oude valkuil van de NCDO dat ze soms vervallen tot een concurrerende rol ten opzichte van hun natuurlijke partners in plaats van een stimulerende rol. Ik ben ook blij dat het IOB de dilemma’s van samenwerking met partners én het te veel aanbodgericht werken aanstipt. Ik hoop dat NCDO de urgentie daarvan oppikt’, zegt Schuil.

Hij vervolgt: ‘Ondanks deze kritiek, zie ik dat de NCDO de afgelopen jaren goede stappen heeft gemaakt in haar ontwikkeling richting een kennis- en adviescentrum, en ik zou graag zien dat ze op die weg voortgaat. Ook ben ik blij dat in het rapport wordt benadrukt dat bevorderen van mondiaal burgerschap een continu proces is.’

Kennisverstrekking

Namens Partin, de belangenvereniging voor Particuliere Initiatieven (PI), vraagt Erik Boerrigter zich af wat ‘zijn’ achterban concreet heeft gehad aan de kennisverstrekking van de NCDO nieuwe stijl. ‘Het valt mij op dat er weinig wordt gerept over de wetenschapstak van NCDO. Er wordt vooral over One World en SamSam gesproken, maar wat de toekomst van de onderzoeksafdeling is, wordt mij niet duidelijk. Als Partin zijnde vragen wij ons af wat het nut hiervan voor PI’s is geweest.’

‘Via de tamtam hoorde ik dat er binnen PI niet veel gebruik is gemaakt van deze kennis. Was de informatie niet goed vindbaar of juist niet interessant? Dat is nu de vraag. Ik constateer alleen dat Particuliere Initiatieven erg NCDO-minded waren toen de Kleine Plaatselijke Activiteiten-subsidie nog bestond, maar vraag me af wat er aan is gedaan om het nut van de NCDO voor PI duidelijk te maken toen dat loket eind 2010 sloot’, zegt hij.

Om te vervolgen: ‘Als er nog steeds interessante informatie kan worden achterhaald, dan wil Partin graag een gesprek aangaan met NCDO aangaan om te kijken hoe wij dat kunnen faciliteren.’

Boerrigter is wel te spreken over de (potentiele) rol die de MyWorld Community kan spelen op het gebied van informatieverstrekking. ‘My World is het medium voor de huidige én de potentiële achterban van Partin. Bij de IOB-evaluatie heeft Partin gezegd dat de kennis en ervaring die aanwezig zijn op het platform van grote waarde kunnen zijn.Maar door de gekozen structuur is Partin van mening dat er nog wat verbeterpunten zijn.’

De zoekmogelijkheden zijn volgens Boerrigter niet optimaal. Ook is het platform volgens hem te vol, waardoor je door de bomen het bos niet meer ziet.‘Dat schrikt mogelijk mensen af om er informatie vandaan te halen. Niet alleen mensen die al actief zijn binnen Particuliere Initiatieven, maar ook degenen die overwegen dit te gaan doen.’

Oude evaluatie

Terug naar de evaluatie. Stefan Verwer, directeur van Lokaalmondiaal, kijkt niet zozeer op van de conclusies maar vooral van de manier waarop het IOB-rapport tot stand is gekomen. ‘Tijdens het ministerschap van Bert Koenders is naar aanleiding van de vorige draagvlakevaluatie een nieuwe meetmethode ontwikkeld. Maar die is nu helemaal niet gebruikt’, zegt Verwer stellig. ‘Een van de dingen die toentertijd naar voren kwam was dat er veel meer inzicht moest ontstaan over de precieze impact van draagvlakversterking en campagnes rondom mondiaal burgerschap. Het IOB heeft dit nota bene zelf aanbevolen en vervolgens een kader gemaakt om dit op drie verschillende niveaus te meten. Namelijk: wordt de kennis vergroot, leidt dit tot een verandering in je houding en leidt dat uiteindelijk tot een gedragsverandering?’

Hiervan ziet Verwer niets terug in het jongste IOB-rapport, dat hij een ‘oude output-meting’ noemt. ‘Er is nu “gewoon” gevraagd wat er gedaan is en hoeveel mensen er zijn bereikt. Dat is niet erg, maar als het IOB bepleit dat er op een andere manier gemeten moet worden, dan vind ik het redelijk bizar als de NCDO niet langs die meetlat wordt gelegd. Dat maakt dat de evaluatie mijns inziens niet voldoet aan het uitgangspunt van het beleid.’

Het is niet het enige dat Verwer bevreemdt. ‘Een aantal jaren geleden heeft het kabinet een besluit genomen over het niet langer financieren van journalistiek door de Nederlandse overheid, behoudens de omroepen en het stimuleringsfonds voor de pers. Het ministerie van Buitenlandse Zaken weigert Vice Versa bijvoorbeeld om subsidies te verstrekken, maar One World komt wel met subsidiesteun tot stand (een bedrag van 1.6 miljoen euro per jaar, red).   Als een IOB-evaluator stelt dat het belangrijk is dat de NCDO onafhankelijk is, dan zou er eigenlijk als aanbeveling in het rapport moeten staan dat het Nederlands beleid over het financieren van journalistiek zou moeten worden aangepast.  Ik ben voor dergelijke activiteiten, maar vind het opmerkelijk dat er met geen woord wordt gerept over het feit dat het beleid gewoon niet coherent is. Als je wil dat er een onafhankelijk journalistiek platform voor ontwikkelingssamenwerking komt, dan moet je wel kijken of het beleid dat door het ministerie wordt uitgedragen dit mogelijk maakt.’

Ook plaats hij zijn vraagtekens bij de personen die voor deze evaluatie geïnterviewd zijn. ‘Zeker de helft van de ondervraagden werkt voor NCDO zelf of heeft nauwe banden met de organisatie. Dat is een beetje alsof de slager zijn eigen vlees keurt’, zegt hij. ‘Ik ben absoluut voor de activiteiten die NCDO verricht. De conclusies die zijn gedaan onderschrijven de noodzaak van dit soort werk. Activiteiten op het vlak van het bevorderen van mondiaal burgerschap hebben impact-meting nodig, zo kun je je activiteiten verbeteren en nog belangrijker: alleen dan kun je aantonen dat het werk nuttig is.’

Minister Ploumen schrijft in een Kamerbrief naar aanleiding van de IOB-evaluatie van de NCDO dat de organisatie de komende drie jaar (vanaf 2015) nog een afbouwsubsidie krijgt van in totaal  12 miljoen euro die vooral voor haar journalistieke activiteiten zijn bedoeld.

Naar aanleiding van dit IOB-rapport volgen nog reacties  van de IOB en van de NCDO.

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel