Door:
Merel Rumping

27 mei 2014

Tags

merelIn haar vorige column beschreef Merel Rumping wat sociaal ondernemen onderscheidt van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO), microkrediet, Shared Value Creation en het verminderen van de ecologische footprint. Deze verschillende sociale principes en bewegingen in onze nieuwe economie, zo merkte zij, belanden vaak op een grote hoop. Heel logisch, want niet eerder zijn de grenzen tussen wat de overheid, business en goede doelen voor de maatschappij betekenen dermate vervaagd. Echter, de uitleg van de verschillen heeft u als lezer wellicht niet geholpen om de vraag: Is die biologische boer / woningbouwcorporatie/dansschool een sociale onderneming? te kunnen beantwoorden. Hiervoor heb je namelijk een aantal criteria nodig. Hierbij. Zijn sociale ondernemers echt anders dan gewone ondernemers? Op welke manier verschillen zij dan? Om te begrijpen welke ondernemers onder de noemer sociaal ondernemers vallen is een aantal criteria voor sociaal ondernemerschap nodig. Onderzoek hiernaar begint voor mij bij een beroemde sociaal ondernemer, namelijk Mohamed Yunus uit Bangladesh, waarover ik in mijn eerste column al schreef. Hij richtte veertig jaar terug de Grameen Bank op waarmee hij armen van krediet voorzag. Nadien volgden andere microkrediet ondernemers zijn sociaal ondernemend pad en inmiddels is het een wereldwijd geaccepteerd fenomeen. Er is trouwens een mooie korte film over microkrediet Banking on change die mij keer op keer weer raakt. Wat zegt Yunus als voorloper over de criteria waaraan een sociaal ondernemer moet voldoen? Onderstaande high level criteria heeft hij de “Seven Social Business Principles” gedoopt.

  1. Het doel van de business is om armoede te ontstijgen, of om problemen op te lossen voor mensen en gemeenschappen (op het gebied van onderwijs, gezondheid,  toegang tot technologie, milieu) en niet winst maximalisatie
  2. Financiële en economische duurzaamheid
  3. Investeerders krijgen alleen terug wat zij geïnvesteerd hebben. Geen dividend wordt uitgekeerd over het geïnvesteerde bedrag
  4. Als een investering is terugbetaald, blijft de winst in het bedrijf voor opschaling en innovatie, het verbeteren van het product
  5. Wees bewust van het milieu
  6. Het personeel werkt onder goede omstandigheden met een marktconform salaris
  7. … do it with joy!

Geef het milieu een prominentere plaats Het is een prima high level lijst die de belangrijkste elementen van het sociaal ondernemerschap onderstreept. Het milieu mag wat mij betreft wél een iets prominentere rol. Alle negatieve effecten op het milieu, de vervuiling, aantasting van het milieu door de industrie en de afvalproblematiek, hebben uiteindelijk ook hun weerslag op de mens. Milieu-bewust. Je kunt je ergens bewust van zijn, maar vervolgens geen actie hierop nemen. Zo ben ik milieubewust en scheid mijn afval precies zoals het hoort, maar douche ik altijd veel te lang. Dus zou je in theorie in Nigeria een sociale onderneming kunnen opzetten in de olie-industrie in de vorm van een uitzendbureau voor jongeren die al jaren werkloos zijn en risico lopen in handen te vallen van de Boko Haram. Milieu en mens zouden even zwaar moeten tellen, dus niet alleen je sociale, maar ook je ecologische impact moet positief zijn. In mijn Nigeriaanse voorbeeld zou er bijvoorbeeld wél uit algen olie gewonnen kunnen worden. Ook is de “er wordt geen dividend uitgekeerd over geïnvesteerd bedrag” erg nauw. De investeerders lopen –net als bij een investering in een ‘gewone’ onderneming- een wezenlijk risico, waar een gerechtvaardigde financiële compensatie tegenover mag staan. Gelijke monniken gelijke kappen. Wat zeggen de anderen? Eens kijken wat andere actoren in de sociaal ondernemende beweging, namelijk social-enterprise NL en socialenterprise UK hierover zeggen. Te beginnen in eigen land met het platform social enterprise NL die sociaal ondernemers samenbrengt en de beweging accelereert: “Zie ons als een buitenboordmotor. Die boot drijft zonder ons ook wel, maar wij kunnen ‘m versnellen.” Boegbeeld van de organisatie is Willemijn Verloop, bekend als oprichter van War Child. Interessant is dat Verloop, die na WarChild heeft meegewerkt aan het opzetten van Ashoka Nederland, de omslag heeft gemaakt van een traditionele hulporganisatie naar een sociaal ondernemende organisatie. Zij heeft samen met Mark Hillen een boek uitgebracht, een heel toegankelijk boek over sociaal ondernemerschap getiteld: “Verbeter de wereld, begin een bedrijf”. Hun ‘checklist’ is iets uitgebreider is dan de  principles van Yunus. Zij voegen nog extra toe: het bedrijf is transparant, is fair naar iedereen, bestuur en beleid zijn gebaseerd op een evenwichtig zeggenschap van alle betrokkenen. Wat milieu betreft blijft het even vaag als Yunus, namelijk: “het bedrijf is zich bewust van zijn ecologische voetafdruk”. Nogmaals, wat mij betreft, vervángen die zin door: “het bedrijf dient een positieve invloed uit te oefenen op het milieu”. Winst maken mag best En hoe zit het met de winst? Mogen investeerders er iets aan verdienen? Kapitalistisch als wij Nederlanders zijn, mag winst maken best van social-enterprise NL. Wel onder de volgende voorwaarden: “maar de financiële doelen staan ten dienste van de missie en winstneming door de aandeelhouders is redelijk.” Redelijk, kan dat iets specifieker aub? Ik wil procenten! Minimaal de helft zou geloofwaardig zijn voor een enterprise. Zij hadden hier best een uitspraak over kunnen doen, ondanks dat wij in Nederland nog geen speciale rechtsvorm voor sociale ondernemingen hebben die deze percentages bepaalt. Inmiddels hebben zij, drie jaar na verschijnen van het boek, een percentage van 50% gehanteerd in hun zelftest. In Engeland is er een rechtsvorm in het leven geroepen, de Community Interest Company (CIC), die deze percentages vastlegt. Social enterprise NL legt uit: “Wettelijk is geregeld dat een CIC ten minste 70% van de winst herinvesteert in het bedrijf en dus besteedt aan het bereiken van de statutair beoogde maatschappelijke impact. De overige 30 procent kan worden uitgekeerd aan aandeelhouders.” Een prima verdeling waarbij de maatschappelijke impact duidelijk voorop staat. Money is what makes the world go round En wat schrijft Social enterprise NL over het verdienmodel? In hoeverre mag een social enterprise afhankelijk zijn van subsidies? “Een organisatie die draait op geefgeld of subsidies, is geen bedrijf. (…) dan ben je onderdeel van de publieke sector. Wij hanteren 75% als richtlijn: als een organisatie in meer dan 75% van haar inkomsten voorziet door commerciële omzet, door verkoop van producten of diensten, dan vinden wij het een sociale enterprise”. Helder. Socialenterprise.uk is een stuk milder: “Sociale ondernemingen zijn bedrijven. Zij moeten dus de meerderheid (meer dan 50%) van hun inkomen genereren door handel. We erkennen dat, net als startende ‘normale’ bedrijven any form of funding nodig hebben om te kunnen beginnen. Met dit in gedachten gaan wij ervan uit dat binnen twee jaar sociale ondernemingen meer dan 50% van hun inkomen door handel moeten verdienen.” Wetende hoe lastig het voor sociaal ondernemers kan zijn om op te starten (zeker als zij producten voor ‘armen’ willen lanceren), dat elke opstartfase veel geld kost en simpelweg om sociaal ondernemerschap te promoten, gaat mijn voorkeur uit naar de minimaal 50% regeling. Over een 10 jaar, als de gewone ondernemer bijna is uitgestorven, kunnen we de regels wat aanscherpen. Denkt u nu: lijstje, lijstjes… wéér een lijstje? Er is inderdaad geen sociaal ondernemer die zijn handtekening onder een checklist moet zetten om zijn werk te mogen uitvoeren. Maar wat je aandacht geeft groeit. En hoe meer die criteria gemeentegoed worden, des te meer mensen er naar gaan handelen, zich door laten inspireren en het als uitgangspunt nemen voor hun business initiatief. Een checklist is een benchmark, een gekleurde stip aan de blurry social entrepreneurial horizon. Opsommend, moet bij een sociale onderneming de positieve impact op milieu en maatschappij vooropstaan, moet binnen twee jaar minimaal  50% van de inkomsten uit handel afkomstig zijn, is het bedrijf transparant over haar activiteiten, wordt er winst gemaakt (onder de voorwaarde dat 70% geherinvesteerd wordt in het bedrijf en maximaal 30% in de zakken van de aandeelhouders verdwijnt) werkt elk personeelslid onder goede omstandigheden… en niet te vergeten, met een glimlach.

‘Een vrouw hoort niet in de schijnwerpers te staan’

Door Siri Lijfering | 12 december 2019

Hoewel vrouwen het meest lijden onder de vervuiling van de Nigerdelta, vraagt men hen zelden naar de oplossing. Het partnerschap Global Alliance for Green and Gender Action wil dat veranderen: ‘Te lang hebben mannen hier de beslissingen genomen en daaruit is niet veel goeds voortgekomen’, zegt Martha Agbani. Op pad door de Delta.

Lees artikel

‘Niets dan verwoesting van ons land’

Door Siri Lijfering | 10 december 2019

De olie-industrie levert de Nigeriaanse staat miljarden op, maar de bevolking van de Nigerdelta ziet haast niets ervan terug en lijdt zeer onder de vervuiling. De lokale koning daagt Shell voor de rechter en twee strategische partnerschappen gaan de problemen te lijf. Vandaag: deel één.

Lees artikel

‘Wie ik tegenkom, wil ik in beweging brengen’

Door Lizan Nijkrake | 09 december 2019

Houda Loukili was Nederlands jeugdkampioen kickboksen en baande zich, als meisje met Marokkaanse achtergrond, een weg door een traditioneel mannelijke wereld. Nu geeft ze sporttraining aan kinderen en vrouwen buiten de boksring. ‘Ik wil doen wat mijn coach voor míj heeft gedaan.’

Lees artikel