Door:
Maarten Vreeburg

13 mei 2014

Categorieën

nieuwe verhoudingenDonderdag 8 mei kwamen een kleine honderd beleidsmakers, ngo-medewerkers, journalisten, wetenschappers en andere geïnteresseerden bijeen in het Nutshuis in Den Haag. Tijdens een drie uur durende meeting,  georganiseerd door NIMD, werden verschillende zaken rondom het Nederlandse buitenlandbeleid in Latijns-Amerika naar aanleiding van het IOB-rapport Op zoek naar nieuwe verhoudingen besproken. De keuze van Nederland om de nadruk te leggen op economische diplomatie is volgens IOB een wijze keuze, maar al te rücksichtslos bezuinigen kan meer kwaad dan goed doen, vinden anderen. Inspecteur Nico van Niekerk, de hoofdverantwoordelijke voor het rapport, legde de zaal uit dat een IOB-onderzoek vaak een ‘ambtelijk traject’ is: er wordt veel over en weer gepraat tussen verschillende statelijke actoren. Voor het rapport Op zoek naar nieuwe verhoudingen lag niet alleen het functioneren van Buitenlandse Zaken onder de loep van IOB, maar ook dat van zeven andere vakministeries. Maar IOB zou graag zien dat haar bevindingen niet alleen binnen de ministeriële muren blijven: juist in deze tijd is het belangrijk dat de andere partijen die op de golven van de globalisering surfen weet hebben van de nieuwste ontwikkelingen. ‘Ik ben blij met deze bijeenkomst en dat er ook buiten het ambtelijke circuit aandacht voor het rapport is ontstaat’, verwelkomt Van Niekerk de toehoorders. Handel is geen utopie, maar wel de nieuwe werkelijkheid Latijns-Amerika is snel veranderd in het afgelopen decennium. De thema’s zijn inmiddels bekend: de sterke economische groei en de opkomende middenklassen laten zien dat de wereld in beweging is en dat de ‘klassieke’ hulpinstrumenten niet meer zo relevant zijn als vroeger. Traditionele donorlanden veranderen steeds meer in wegbereiders van de vrije markt. In Latijns-Amerika is deze tendens sterker aanwezig dan elders in de wereld. Nederland trekt minder geld uit voor ontwikkelingssamenwerking in deze landen dan voorheen. ‘Daartegen was weinig protest in Latijns-Amerika’, legt Van Niekerk uit. Voor het terugschroeven van hulp had Nederland goede redenen, vindt IOB. De meeste landen in Latijns-Amerika zijn er sinds de jaren ’80 en ’90 sterk op vooruit gegaan: militaire dictaturen zijn ingewisseld voor democratische regimes, de burgeroorlogen in Midden-Amerika zijn uitgewoed en Brazilië en Mexico zijn economische spelers van formaat geworden. De nog steeds hoge ongelijkheid en criminaliteit worden door veel overheden actief bestreden met sociaal beleid. Al met al een bodem die rijp is voor een relatie met handel als primaire focus. Van Niekerk: ‘Latijns-Amerika heeft geen hoge prioriteit meer voor de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking. Buitenlandse Zaken is druk bezig zich te herpositioneren in de nieuwe machtsverhoudingen. Nederland heeft zichzelf door haar ambitie en aanwezigheid te verminderen kleiner gemaakt in Latijns-Amerika.’ In de relatie tussen Nederland en Brazilië, waar het IOB-rapport expliciet aandacht aan besteedt, heeft deze nieuwe koers duidelijke vormen aangenomen. ‘Economische diplomatie is onze core business’, zegt ambassadeur Kees Rade, die Nederland vertegenwoordigt in Brazilië in een korte video over het rapport. IOB is overwegend positief over de koers die Nederland in Brazilië is gevaren. De samenwerking tussen de Nederlandse overheid en het bedrijfsleven heeft diverse grote klussen opgeleverd voor Nederlandse bedrijven. Toch is de samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven niet utopisch: Van Niekerk zei het te betreuren dat er gevallen van corruptie en omkoping bekend zijn, doelend op de affaire rond topbestuurders van SBM Offshore die in februari van dit jaar aan het licht kwam. Een ander probleem met de huidige stand van zaken is dat het ingewikkeld is om attributie vast te stellen: er zijn veel meer krachten aan het werk dan alleen de Nederlandse overheid. Van Niekerk parafraseert Frits Bolkestein, die in de jaren ‘80 Staatssecretaris voor Buitenlandse Handel was en in die rol veel handelsmissies begeleidde. ‘Die drukte het fijntjes uit: “Die deals kwamen meestal tot stand met of zonder de aanwezigheid van de staatssecretaris.”’ In de zaal wordt gegrinnikt. Het niet kunnen nagaan van attributie – wat wat precies veroorzaakt – is een bekend probleem in de ontwikkelingssamenwerking en in de betrekkelijk nieuwe samenwerking tussen overheid en private sector is dat niet anders. Gemiste kansen Michiel Baud, directeur van onderzoekscentrum CEDLA, heeft bijgedragen aan het rapport. Hij nuanceert het beeld dat er vanuit Nederland minder interesse is voor Latijns-Amerika. Die aandacht komt alleen niet meer primair vanuit de overheid, maar steeds meer vanuit bedrijven, ngo’s en academici die in samenwerking met elkaar nieuwe belangstelling hebben voor het werelddeel. Wel ziet Baud een aantal gemiste kansen in de economische diplomatie. Zo had Nederland nauwer kunnen samenwerken met andere landen en beter gebruik kunnen maken van het sociale en culturele kapitaal wat door decennia van ontwikkelingssamenwerking is gerealiseerd. Op die manier had Nederland de private sector investeringen beter kunnen inbedden in de maatschappij. Zijn collega Kees Koonings, eveneens coauteur van het rapport, vult aan: ‘Het isoleren van economische diplomatie kan leiden tot politieke kapitaalvernietiging. Met zo’n koers is Nederland penny wise, pound foolish.’ Het IOB-rapport stelt dat Nederland met name in de Midden-Amerikaanse landen, waaronder Guatemala en Nicaragua, nog zoekt naar een heldere politieke koers. Eveneens uit het rapport kritiek op het abrupt afbreken van de ontwikkelingssamenwerking rondom thema’s zoals mensenrechten en democratisering in die landen en het gebrek aan een heldere exit-strategie. Daarmee heeft Nederland volgens de twee onderzoekers toekomstige kansen laten liggen. ‘Vertrouwen komt te voet maar gaat te paard.’ De scherpste kritiek op de Nederlandse exit uit Midden-Amerika komt van de Britse Clingendael-onderzoeker Ivan Briscoe. Hij stelt dat Nederland leed aan ‘geheugenverlies’ leed in Guatemala: als men beter had stilgestaan bij wat er in de decennia ervoor was bereikt via ontwikkelingssamenwerking, had Nederland een heel belangrijke rol kunnen spelen in het stabiliseren en democratiseren van het land. Ook vindt Briscoe het ‘een denkfout’ om ervan uit te gaan dat het Nederlandse belang het best gediend kan worden door alleen te bezuinigen. Een kleine diplomatieke post had op sommige plekken door de opgebouwde contacten en netwerken een waardevolle hefboomfunctie kunnen hebben voor de Nederlandse zakelijke belangen. Door het abrupte bezuinigen zijn er op het vlak van zowel ontwikkeling als handel veel kansen verkeken, stelt Briscoe vast. Kind en badwater De discussie komt via diverse andere sprekers terug op de genoemde thema’s. Vooral het opheffen van de diplomatieke posten is velen aan het hart gegaan. Als Matthijs Wolters, Directeur Westelijk Halfrond bij Buitenlandse Zaken, de beleidskeuzes van de kabinetten-Rutte uitlegt, roept iemand uit de zaal: ‘Maar je kan gewoon een diplomaat in een flatje zetten, dat kost haast niets en dat weet je!’ Het standpunt dat ingaat tegen de teneur die gezet is door de vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties komt van Ingrid de Caluwé. De woordvoerder ontwikkelingssamenwerking van de VVD heeft zich de afgelopen jaren sterk gemaakt voor de meer zakelijke, marktgedreven koers. Ze onderstreept nogmaals dat de transitie van hulp naar handel in het geval van Latijns-Amerika noodzakelijk is, maar erkent dat het zorgvuldig moet gebeuren. Maar: ‘Nederland is een klein land en moet keuzes maken.’ Bedrijven voorzien van de kennis en kunde om kansen te pakken in Latijns-Amerika ziet haar partij als primaire rol voor de overheid. En zo is de discussie weer terug bij de conclusie die al vaker is getrokken. Handel zal de boventoon blijven voeren in het nieuwe Nederlandse buitenlandbeleid, maar nu de door dit en het vorige kabinet gemaakte keuzes vorm krijgen vinden maatschappelijke organisaties steeds meer munitie om hun kritiek te ondersteunen. Al te rigoureus bezuinigen kan leiden tot ‘het kind met het badwater weggooien’, in de woorden van Marlies Stappers van mensenrechtenwaakhond Impunity Watch. Meer weten over dit onderwerp? Lees in de nieuwste Vice Versa het artikel over het Nederlandse vertrek uit Latijns Amerika: ‘Nederland haast zich weg uit Latijns Amerika’ met nog meer achtergronden. Koop het nummer los of neem een abonnement en krijg dit nummer nagestuurd!

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel