Door:
Merel Rumping

15 april 2014

Tags

merelSociaal ondernemerschap duikt overal en in verschillende contexten op: de zorg, het onderwijs, water, horeca, technologie, agricultuur, toerisme, zowel nationaal als internationaal. Enerzijds terecht en prettig dat het zoveel aandacht krijgt, schrijft Merel Rumping. Anderzijds merkt ze in de praktijk dat er veel verwarring rondom het begrip is dat te pas en te onpas gebruikt wordt. Sinds wanneer bestaat het eigenlijk? Wat maakt dat je jezelf sociaal ondernemer mag noemen? En wat is precies het verschil met maatschappelijk verantwoord ondernemen? Over dit alles gaat deze tweede column. We bevinden ons in Nederland in het begin van de jaren zeventig. Het is de tijd van vechten voor sociale en groene rechten. Vakbonden verenigen zich, dienstplicht wordt vaker geweigerd en vrouwen strijden en masse om baas-in-eigen buik. Sociale, seksuele en emancipatorische vrijheden en rechten worden bezongen in demonstraties en vereeuwigd in muziek. De milieubeweging groeit met het besef dat fossiele brandstoffen niet oneindig zijn. Niet ver bij ons vandaan in Leeds, aan de overkant van de Noordzee, zet de jonge Freer Spreckley een opleidingscentrum op voor ‘community enterprises’ en ‘workers co-operatives (co-ops)’. Hij legt mij uit: ‘De nieuwe co-ops waren baanbrekend met nieuwe ideeën rondom gezonde voeding, hernieuwbare energie en afvalrecycling. Ze waren zeer succesvol in het ontwikkelen van innovatieve ideeën en het creëren van sociale en ecologische waarde, maar niet erg rendabel. Daarom introduceerde ik de term Social Accounting and Audit als een manier om de prestaties van een bedrijf te meten met behulp van sociale, ecologische en financiële termen.’ Waar audits zich voorheen richtten op het controleren van de financiële gesteldheid van een bedrijf, keek Spreckley in andere woorden niet alleen naar cijfers, maar ook naar maatschappelijk rendement. Niet lang daarna, in 1981 om precies te zijn, introduceert Bill Drayton voor het eerst de term ‘sociaal ondernemer’ en start hij zijn zoektocht naar deze mensen met zijn organisatie Ashoka. Dit is een organisatie die sociaal ondernemers identificeert, samenbrengt en hen inhoudelijk (juridisch, strategisch) en financieel ondersteunt. Huidig directeur van Ashoka Nederland, Jamy Goewie, omschrijft mij de doelstelling die Bill Drayton toentertijd voor ogen had als volgt: ‘Hij was de eerste die zag dat niets ter wereld zo krachtig is als een sociale innovatie in handen van een ondernemer. Juist als het gaat om het verbeteren van de wereld. Onlangs heeft Ashoka de 3000ste sociaal ondernemer tot haar wereldwijde netwerk benoemd. Hij was dus een visionair die zag hoe je de wereld duurzaam en structureel een mooiere plek kan maken.’ Ehm… MVO + lage footprint + micro krediet = sociaal ondernemen? ‘Sociaal ondernemen? Is dat zoiets als microkrediet?’ Deze krijg ik vaak terug als ik vraag wat mensen denken te verstaan onder sociaal ondernemerschap. Andere mogelijke antwoorden; a)    Dat is dat je jouw ecologische footprint, bijvoorbeeld verbruik van water en energie, laag houdt om een negatieve invloed op het milieu te minimaliseren b)    Dat is een onderneming die goed voor zijn personeel zorgt c)    Dat is een onderneming die geen winst maakt (haha) d)    Dat is hetzelfde als Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) e)    Dat is een ander woord voor Creating Shared Values (CSV) Al deze antwoorden leunen tegen sociaal ondernemerschap aan maar raken niet de kern. Ik omschrijf sociaal ondernemerschap het liefst als: ‘Ondernemerschap dat tot doel heeft om oplossingen te vinden voor maatschappelijke problemen’. Uiteraard door middel van winst maken. Ondernemen zonder winst is als een slot zonder sleutel. Microkrediet is dus niet hetzelfde als sociaal ondernemerschap, maar een voorbeeld van sociaal ondernemerschap in de financiële sector. Het verschil met MVO is dat een ‘gewoon’ bedrijf, dat niet als primair doel heeft om een maatschappelijk probleem op te lossen, een MVO-afdeling kan hebben die kijkt of het bedrijf zich houdt aan de regelgeving voor mens en milieu, waaronder bijvoorbeeld een lage ecologische footprint. Soms hebben bedrijven ook stichtingen die filantropische activiteiten sponsoren of organiseren, wat onderdeel uitmaakt van hun MVO-beleid. De website van MVO Nederland geeft een uitgebreide definitie van MVO. MVO 2.0; gedeelde waardecreatie Waar MVO in zijn oorspronkelijke vorm een toevoeging aan de gewone werkzaamheden inhoudt, is er nu ook een versie 2.0 die Creating Shared Value (CSV) genoemd wordt. Michael Porter benoemde deze term voor het eerst in het Harvard Business Review (2011). Waar MVO deels vrijblijvend is, beperkt wordt door een MVO-budget of soms een reactie is op druk van buitenaf, is CSV geïntegreerd in de algehele bedrijfsvoering. Uitgangspunt is dat door de economische en sociale omstandigheden van de gemeenschap waarin het bedrijf opereert te vergroten, de competitiviteit van een bedrijf toeneemt. Duurzaambedrijfsleven legt het begrip op een heldere manier uit. Financieel model Een ander verschil tussen een sociale onderneming of een gewone onderneming is dat het financiële model anders is. Voor sociaal ondernemers is het niet het belangrijkste doel om aandeelhouders elk kwartaal te laten glimlachen, maar om de eindgebruiker van het product of dienst gelukkig maken. Winst wordt gebruikt om herinvesteren in de onderneming mogelijk te maken om uit te breiden of te innoveren en zo het product of de dienst te verbeteren. En om de investering terug te betalen. Sociaal investeerders zijn dan ook hoofdzakelijk geïnteresseerd in sociaal rendement. Zij denken in lange termijnen en stoppen het overgrote deel van de winst weer terug in de onderneming om verder te kunnen opschalen en zo meer mensen te kunnen helpen. Ondernemen over de grens En hoe zit het dan met ondernemers die een bedrijf opstarten in opkomende economieën als Latijns-Amerika, Azië en Afrika? Die zorgen toch voor werkgelegenheid, zijn zij dan niet vanzelfsprekend sociaal ondernemers? Hierover verschillen de meningen. De Nederlandse overheid ziet zeker de voordelen van ondernemen in ontwikkelingslanden en combineert ‘hulp en handel’ dan ook in één portfolio in handen van Lilianne Ploumen, Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Ik ben echter van mening dat niet elke ondernemer in een opkomende economie een sociaal ondernemer is. Een sociaal ondernemer wil in de eerste plaats een sociaal doel behalen, vaak om een probleem op te lossen waar overheden en ngo’s nog geen (of inefficiënte) oplossingen voor gevonden hebben. Denk aan een gebrek aan schoondrinkwater, een primaire reden waarom ProPortion zich bijvoorbeeld voor Sujol inzet. Een positieve maatschappelijke invloed uitoefenen staat bovenaan de prioriteitenlijst van een sociaal onderneming en daarom heen is het business model gecreëerd. Streven Ik hoop dat bovenstaand meer licht heeft geworpen op het fenomeen sociaal ondernemerschap. Waag het niet nu nog eens ‘eh… iets met microkrediet?’ te antwoorden als je naar de definitie van sociaal ondernemerschap wordt gevraagd. Het zou mooi zijn als sociaal ondernemerschap de benchmark wordt waaraan alle bedrijven zich meten. Dat we het woord sociaal er niet langer voor hoeven te zetten. Dat scheelt jou en mij trouwens ook een hoop uitleg. Merel heeft Sciences Politiques in Frankrijk gestudeerd en heeft een Master in Internationale Betrekkingen waarin zij zich specialiseerde in verantwoord ondernemen. Momenteel werkt zij als business incubator voor ProPortion, een organisatie die sociaal ondernemerschap ontwikkelt in opkomende economieën.

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel