Door:
Maarten Vreeburg

14 april 2014

Alcinda Honwana bekleedde van 2007 tot 2008 de Prins Claus Leerstoel aan het ISS.

Een inkomen en zelfstandig bestaan bepalen de eigenwaarde en status van jongeren. Op donderdag 10 april sprak professor Alcinda Honwana een zaal vol wetenschappers, ngo-medewerkers en studenten toe. Haar onderzoek richt zich op jongeren in Afrika. Ze ziet dat velen van hen gevangen zitten in waithood. Economische omstandigheden belemmeren hen de overstap te maken van de jeugd naar een volwassen, onafhankelijk bestaan. Alcinda Honwana studeerde geschiedenis en geografie in Maputo in haar thuisland Mozambique. Hierna wist ze door te stromen naar prestigieuze universiteiten in Parijs en Londen. Sinds 2000 voelt ze zich thuis in New York en doet ze onderzoek en doceert ze aan universiteiten in Maputo, Londen, New York en Kaapstad. Het Institute of Social Studies (ISS) van de Erasmus Universiteit organiseerde samen met Partos een uitgebreid seminar rond het werk van Honwana en een aantal andere onderzoekers die zich bezighouden met jongeren in ontwikkelingsprocessen. Tekens aan de wand Honwana schetste in felle bewoordingen de vele obstakels die Afrikaanse jongeren vandaag vinden op hun pad naar volwassenheid. ‘Traditionele rollen en vormen van samenleven eroderen, maar er komt niets voor in de plaats. Jongeren worstelen om hun nieuwe identiteit te zoeken en een economisch zelfstandig bestaan op te bouwen.’ Honwana definieert jeugd niet zozeer op basis van leeftijd, zoals organisaties als de Wereldbank doen, maar kijkt veelal naar economische onafhankelijkheid, en de daarmee samenhangende mogelijkheden om een gezin te stichten en een eigen pad te kiezen. Maar voor veel Afrikaanse jongeren is die drempel de laatste decennia hoog geworden. Honwana ziet dat veel jonge Afrikanen blijven hangen in een schemerzone tussen jeugd en volwassenheid, waar de grenzen tussen legaal en illegaal vervagen. De geschiedenis heeft vaak laten zien dat een grote groep jonge mensen met weinig vooruitzichten voor de toekomst een recept is voor maatschappelijke onrust. Honwana noemt een lange lijst van plekken waar dergelijke de kop opsteekt: de landen waar de Arabische Lente maatschappelijke verhoudingen heeft omgewoeld; Indonesië en Nigeria waar jongeren zich tot de politieke Islam wenden omdat ze niet meer geloven in traditionele partijpolitiek; maar ook de Spaanse Indignados en het verschijnen van Occupy Wall Street in haar eigen stad ziet Honwana als tekens aan de wand. Gemarginaliseerde woede Een aanwezige Pakistaanse mensenrechtenexpert raakt aangestoken door haar verhaal en neemt de microfoon. ‘Gaan we een tijdperk van revolutie in?’ Honwana glimlacht. ‘Dat is niet te voorspellen. De energie van het jongerenprotest is lastig vast te houden.’ De uitkomsten van de protesten die Honwana bestudeert zijn lang niet altijd eenduidig of duurzaam, maar soms kunnen ze verrassend concreet zijn. In Mozambique zag Honwana dat met name jongeren fel protesteerden tegen snel stijgende brandstofprijzen. Deze prijsstijgingen werden weer vrij snel teruggedraaid naar het oude niveau. Toch vielen de straatprotesten weer snel uit elkaar, omdat de beweging er niet in slaagde een gemeenschappelijk doel te formuleren. ‘Die jongeren zijn en blijven nog steeds in de marges van de formele politiek.’ De woede van jongeren is ongericht en vaak zonder blijvende impact. Een man in het publiek reageert: ‘In mijn land, Sudan, vallen jongeren de symbolen van het regime aan omdat ze niet de mogelijkheden hebben om formele politieke tegenstand te bieden.’ Nieuw vraagstuk of tijdloos dilemma? Uit de zaal komt de op dit punt voor de hand liggende vraag of het probleem dat Honwana beschrijft werkelijk iets specifieks is van deze tijd, of dat het een ouder dilemma is dat opnieuw in de belangstelling staat. ‘De dynamiek die de protesten van jongeren hebben is nog nooit eerder voorgekomen,’ betoogt Honwana. Als de toekomst onzeker is, raken alledaagse handelingen vermengt met het politieke. ‘Als je luistert naar alle discussies die zich afspelen in cyberspace, naar wat er wordt gezegd in de hiphop en andere uitingen van popcultuur, dan zie je dat de jeugd sterke kritiek uit op de maatschappelijke status quo.’ Honwana’s bevindingen komen in een tijd waarin veel wordt gesproken over booming Afrika, met economische groei tot in de hemel en weergaloze kansen voor de toekomst. Toch kent de globalisering winnaars en verliezers. De activisten die centraal staan in haar onderzoek zien met name de door buitenlandse instanties opgelegde structurele aanpassingsprogramma’s en de daaropvolgende privatisering van publieke sectoren als een belangrijke oorzaak van de nieuwe armoede van Afrikaanse jongeren. Honwana verwijst hierbij naar de Engelse filosoof Simon Critchley, die buiten de academie naam bekend is van zijn betoog dat de formele politiek niet langer een bastion van macht is, maar is verworden tot iets wat in dienst staat van andere, supranationale vormen van macht. Ook vijftigers kunnen early adopters zijn Na Honwana’s lezing volgen korte bijdragen van een drietal onderzoekers die voor ngo’s kansen zien om bij te dragen aan de kansen van jongeren op het Afrikaanse continent. De jonge Poolse econoom en bedrijfskundige Konrad Plechowski, werkzaam voor de ngo IICD, vertoont een upbeat video over de mogelijkheden die ICT kan bieden aan jonge boeren. Zo zouden ze via sms-systemen hun productie en verkoop beter afstemmen op de patronen van de markt. Maar niet alleen jongeren hebben er baat bij: ook oudere boeren en plattelandbewoners kunnen soms een economische sprong vooruit maken met vrij eenvoudige technische middelen. Medisch antropologe Miranda van Reeuwijk, werkzaam voor Rutgers WPF, en Kristen Cheney, docente aan het ISS, doen beiden onderzoek naar de rol van seksualiteit en gender in de levens van jonge Tanzanianen en Ugandezen. Ze argumenteren dat het afbreken van vooroordelen, zowel bij jongeren als bij ngo-medewerkers, heel belangrijk is om werkelijk tot youth-led ontwikkeling te komen. Honwana ziet hier ook veel potentie in. ‘Hoe jongens naar hun eigen mannelijkheid kijken kan veranderen en veel positiefs brengen ten gunste van de ontwikkeling van meisjes. Voor meisjes is het huwelijk niet meer de enige manier om wat van hun leven te maken.’ Honwana voegt zich halverwege de borrel die naderhand plaatsvindt bij een groepje twintigers. ‘Nu wil ik met jongeren praten, ik word zo moe van al die oude mensen,’ lacht ze.

‘De allerarmsten worden niet geholpen. En dat kan wél.’

Door Marc van Dijk | 05 augustus 2020

Te vaak lanceren hulporganisaties projecten zonder eerst te praten met degenen om wie het gaat. Onderzoeker Anika Altaf sprak met de allerarmsten in Ethiopië, Benin en Bangladesh. Om hen te bereiken moet het roer om.

Lees artikel

Richt je niet alleen op laaghangend fruit

Door Marc Broere | 30 juli 2020

In zijn hoofdredactioneel commentaar in de nieuwe Vice Versa doet Marc Broere een oproep aan ontwikkelingsorganisaties om een extra mijl te lopen om ook de meest gemarginaliseerden in te sluiten in hun projecten. Onderzoeker Anika Altaf laat zien dat het kan.

Lees artikel

Column Eva Nakato: Van nadeel tot voordeel

Door Eva Nakato | 27 juli 2020

Wat vroeger in je leven als ‘ongepast’ werd gezien door je omgeving, blijkt vaak de sleutel tot succes in je latere leven te zijn. Ook voor onze columniste Eva Nakato. Vroeger werd ze soms gepest om haar zware stem, nu wordt ze juist hiervoor uitgekozen voor het spreken in het openbaar en het inspreken van teksten.

Lees artikel