Door:
Maarten Vreeburg

8 april 2014

Tags

geldIn 2013 hebben de OESO-landen met elkaar een recordbedrag aan ontwikkelingshulp uitgegeven. Dat concludeert de OESO in een vandaag gepubliceerd persbericht. Bij elkaar opgeteld steeg het totaal aan hulpgelden met 6,1% om daarmee op een totaal van 134,8 miljard dollar uit te komen. Een andere opvallende ontwikkeling is dat er steeds minder geld wordt gegeven aan de armste landen, met name die in Afrika. In de twee voorgaande jaren krompen de ontwikkelingsbudgetten, maar inmiddels neemt het totaal weer toe. De voorspelling van de Commissie Ontwikkelingssamenwerking (DAC) van de OESO is dat 2014 ook een stijging zal kennen en dat de budgetten daarna zullen stabiliseren. Die voorspelling heeft voor een belangrijk deel te maken met de Millenniumdoelen die in 2015 aflopen. Veel OESO-landen streven ernaar zo goed mogelijk te voldoen aan de in 1974 vastgestelde OESO-richtlijn dat 0,7% van het nationaal inkomen aan officiële ontwikkelingshulp (ODA) uitgegeven moet worden. Met name grote West-Europese donoren zoals Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk spannen zich in om zo veel mogelijk aan deze mede door henzelf vastgestelde en onderschreven richtlijn te voldoen (zie linker kolom van figuur 1). Figuur 1: de linker kolom toont ODA als percentage van het nationaal inkomen, de rechter kolom de ODA uitgedrukt in dollars. Bron: OESO Figuur 1: de linker kolom toont ODA als percentage van het nationaal inkomen, de rechter kolom de ODA uitgedrukt in dollars. Bron: OESO Stijgende budgetten ondanks de crisis Ondanks de economische crisis die veel Westerse landen plaagt crisis hebben 17 van de 28 OESO-lidstaten hun hulpbudget verhoogd. 11 anderen (waaronder Nederland en België) hebben daarentegen op hun budgetten bezuinigd. Sinds 1974 zijn er slechts een paar landen die consequent hebben voldaan aan de OESO-richtlijn van 0,7%. Noorwegen, Zweden en Denemarken horen hier bij en sinds 2000 zit ook Luxemburg consequent boven deze richtlijn. Ook Nederland gaf altijd meer dan 0,7 %, tot de bezuinigingen van de laatste jaren ervoor zorgden dat het budget dit jaar – voor het eerst sinds 1974 – onder de lijn van 0,7% is gedoken naar een waarde van 0,67% (zie figuur 2). Figuur 2: de historische ontwikkeling van de Nederlandse ODA, als percentage van het nationaal inkomen en in dollars. De blauwe lijn is het ODA-percentage van de OESO als totaal. Bron: OESO Figuur 2: de historische ontwikkeling van de Nederlandse ODA, als percentage van het nationaal inkomen en in dollars. De blauwe lijn is het ODA-percentage van de OESO als totaal. Bron: OESO IJsland, Italië, Japan, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk zijn de grootste stijgers. Het Britse ODA-budget steeg met 27,8% ten opzichte van 2012 om – dit jaar voor het eerst – in totaal 0,7% van het Britse BBP te beslaan. Andere opvallende stijgers zijn Rusland en Turkije, die hun hulpbudgetten respectievelijk met 26,4% en 29,7% deden toenemen. Beide landen zijn bezig hun bilaterale hulpprogramma’s uit te breiden. In het geval van Turkije heeft de toename voor een belangrijk deel te maken met de humanitaire crisis in Syrië. Een kwestie van perspectief Per saldo zijn de Verenigde Staten met 31,5 miljard nog steeds veruit de grootste donor – het Verenigd Koninkrijk volgt hen op met ‘slechts’ 17,9 miljard (zie rechter kolom van figuur 1). Toch beslaat dit enorme volume maar 0,19% van het Amerikaanse BBP. Daarmee horen de Verenigde Staten als het gaat om hulpgeld als deel van het nationaal inkomen op de 19de plaats van de 28 OESO-lidstaten. Een aantal andere grote veranderingen moeten gezien worden in het licht van incidentele politieke ontwikkelingen. Zo is het hulpbudget van de Verenigde Arabische Emiraten  het afgelopen jaar spectaculair toegenomen en besloeg het 1,25% van het BBP. Het gaat hier alleen niet om structurele steun, maar om een uitzonderlijke financiële reddingsoperatie van het noodlijdende Egypte. De Amerikaanse hulp aan de armste landen is ook teruggelopen, maar dat heeft voor een belangrijk deel te maken met de afbouw van de Amerikaanse aanwezigheid in Afghanistan en dat komt dus niet onverwacht. Trend van leningen zet door De cijfers van de OESO wijzen ook op de trend dat hulpgelden in steeds sterkere mate naar midden-inkomenslanden gaan zoals China, Brazilië, India, Mexico maar ook Sri Lanka en Uzbekistan. Deze fondsen bestaan voor een deel uit giften, maar ook in toenemende mate uit ‘zachte’ leningen met niet-commerciële voorwaarden zoals een lange looptijd en een lage rente. De OESO noemt het een ‘zorgelijke trend’ dat er op deze manier minder geld overblijft voor de armste en minst ontwikkelde landen. Over de vraag of bestedingen binnen het eigen land en rentedragende leningen bij ODA-budgetten mogen worden opgeteld woedt al langer discussie binnen de OESO. Eerder dit jaar stelde Jeroen Kwakkenbos van de Brusselse schuldenwaakhond Eurodad, in een interview met Vice Versa dat de regels die bepalen wanneer een lening als hulp gerekend mag worden nodig aan herziening toe zijn. Volgens Kwakkenbos moeten de normen versmald worden zodat alleen inspanningen die de donor daadwerkelijk geld kosten als hulp gerekend kunnen worden. Een artikel in de Guardian laat juist een andere politieke tendens zien. De Britse krant stelt dat een aanzienlijk deel van de Britse hulpgelden binnen de eigen landsgrenzen is besteed, bijvoorbeeld aan scholing van Afrikaanse ambtenaren en aan een werkbezoek van een Noord-Koreaanse delegatie. Ook gaan er volgens de Britse krant in het Verenigd Koninkrijk stemmen op om de regels verder op te rekken, zodat het verstrekken van leningen en het garant staan voor schulden van andere landen ook als hulp geteld kan worden. Sommige Britse ministers zouden zelfs willen zien dat uitgaven aan militaire missies als hulp gerekend kan worden. Een debat dat ook in Nederland niet onbekend is.

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel